Bietenbrug.

De vaarten en tochten, met name in de Noordoostpolder, zijn mede aangelegd voor de scheepvaart.
Destijds ging men er vanuit dat de landbouwproducten per schip van de akkers afgevoerd zouden worden.
Zo konden vrachtwagens bijvoorbeeld de bietenbrug oprijden en hun lading bieten rechtstreeks in de schepen storten.
In Flevoland ligt (vrijwel) elk dorp aan een vaart. Dat is best wel  uniek.
Het dorp fungeerde als centrum van het omliggende agrarische land en beschikte dan ook over een loswal of haven aan de vaart.
De dorpen in Noordoostpolder hadden daarom een weegbrug, een loswal en een bietenbrug.

 

 

In de polder noemde men het ‘de bietenbrug’.
In de stad had men het over ‘een kiepsteiger’  🙂

 

 

 

De bietenbrug aan de Zuiderkade Emmeloord, later de oprit naar de fietsbrug ‘De overstap’ over de Urkervaart naar ‘De Zuidert’.

 

 

‘De bietenbrug op gaan’

(ook wel de bietenberg op gaan) betekent ‘fout gaan’, ‘verkeerd aflopen’, ‘in de problemen raken’.
Bijvoorbeeld: ‘Hardlopers die te snel aan een marathon beginnen, gaan vaak na twintig kilometer de bietenbrug op.’

De bietenbrug in deze uitdrukking is mogelijk een brug waarover boeren met hun karren met bieten heen reden.
Zo’n brug werd glad doordat er soms bieten van de kar af vielen die vervolgens werden platgereden.
Dit is een plausibele verklaring, die strookt met het feit dat in sommige plaatsen ook een echte Bietenbrug was of is: een brug waarover de boeren met hun karren met bieten reden op weg naar een kadeboot waar ze ze in een schip konden laden.

bron: www.onzetaal.nl

Kraggenburg

Weegbrug, Leemkade, Kraggenburg

Weegbrug, Leemkade, Kraggenburg

 

 

 


Een plaatje uit 1995 in Kraggenburg

Een plaatje uit 1995 in Kraggenburg

Ramspol (?)

markenesse fatima M.J.F. van der Rijken in Made bvrt 69