De typische Noordoostpolder boerderij

waarbij de landbouwschuur eigenlijk het meest karakteristiek is.

 

 

We kennen het type A en B.

  • akkerbouwbedrijven
    De woningen waren vrijstaand.
    De grootte van de woningen was gekoppeld aan de grootte van de kavel
  • gemengde bedrijven
    De woningen was verbonden met de schuur.
    De boer moest immers gemakkelijk bij het vee in de stal kunnen komen.

 

 

 

De pachterswoningen van de grote bedrijven werden bijna allemaal met traditionele bouwmaterialen gebouwd.
In totaal is er sprake van 23 verschillende woningtypen.
De pachterswoningen waren voor die tijd ruim van opzet.
De architectuur bevat elementen van de Delftse School en het Nieuwe Bouwen.

De standaardschuren voor de grotere bedrijven werden grotendeels in montagebouw uitgevoerd.
Deze bedrijfsruimten hadden zowel wanden als stalzolders van geprefabriceerde betonnen elementen.
De gevels met betonnen ribbenstructuur vormen het meest opvallende beeldkenmerk van de boerderijen in de Noordoostpolder.
De kapconstructie was van hout. De plattegrond is rechthoekig. Er kunnen drie generaties montageschuren worden onderscheiden.

Bij de eerste generatie schuren werden de ribben naar binnen gekeerd.
Bij de tweede generatie werden de ribben uit praktische en esthetische overwegingen naar buiten gekeerd.
Bij de derde generatie werden de spanten van beton gemaakt en de topgevels bedekt met hout of eterniet.

 

De woning

Binnen die generaties zijn er nog 6 typen en 40 varianten te onderscheiden. De boerderijwoningen werden bij dit type boerderij los van de schuur gebouwd.
Ze bestaan uit twee bouwlagen (met dus een hoge goot) en hebben een flauw hellend dak.
Uitzondering vormt een aantal semi-bungalows waarvan een deel ook in montagebouw zijn uitgevoerd (Fraconsysteem).
Er zijn ook een aantal bijzondere ‘boerderijen’ gebouwd zoals de vijf schaapskooien, gebouwd langs de dijk, waarvan één met een woning aan de Havenweg
Een aantal vrijstaande boerderijwoningen zijn intussen vervangen door nieuwe woningen.
Diverse bouwstijlen komen voor: moderne architectuur, boerderijtypes met wolfseinden en ook semi-bungalows.
Daarnaast zijn veel boerderijwoningen uitgebreid en/of ingrijpend verbouwd.

De daken van de betonnen schuren hebben rode dakpannen.
De boerderijwoningen en semibungalows zijn met traditionele materialen gebouwd.
Hun vormgeving bevat elementen uit de “Delftse school” stijl en uit het Nieuwe Bouwen.
Dit uit zich in metselwerkdetails (schoorstenen, metselverbanden) en de typerende grote puien en flauw hellende daken van het Nieuwe Bouwen.
De meeste bedrijfswoningen zijn opgetrokken in rood metselwerk met rode gebakken dakpannen.
De nieuwe woningen varieert het materiaal- en kleurgebruik.
Hier komen ook af en toe lichte kleuren voor.
Op een aantal plaatsen zijn de grijze betonnen vakwerkgevels geschilderd.
Er komen ook schuren met daken van grijze of rode golfplaat voor.

 

 

 

Er zijn ook Schuren waarbij een zgn. Oostenrijks woning is geplaatst.