Schokbeton schuren (montageschuren) in de Noordoostpolder

Schokbeton is :

  1. beton dat tijdens het uitharden met schokken en trillen wordt verdicht en daardoor compacter is en een gladder oppervlak krijgt.
  2. een fabriek die middels dit procedé schuren als bouwpakket kon leveren.

Omdat tijdens de bezettingsjaren en de periode vlak na de bevrijding de bedrijfsuitgifte stagneerde, moest de grond na 1945 versneld in gebruik worden genomen.
Daarvoor was een boerderij nodig die snel en met weinig materiaal en arbeiders kon worden gebouwd.
De Directie van de Wieringermeer koos voor de prefab-schuur, gemaakt van het materiaal schokbeton door de firma Schokbeton.

In de periode tussen 1949 en 1958 liet de Directie van de Wieringermeer maar liefst 978 schuren door de NV Schokbeton, die om die reden een grote fabriek in Kampen had, neerzetten. De agrarische bedrijfsruimten hadden zowel wanden als stalzolders van geprefabriceerde betonnen elementen. Alleen de vloer moest nog op de bouwplaats worden gemaakt. Zonder voorbereidingen en afwerking konden de wandenelementen en de spanten van een schokbetonnen schuur in drie dagen tijd rechtop worden gezet.

De montageschuren zijn in drie series gerealiseerd, alle met verschillende dwarsprofielen en uiteenlopende lengtes en indelingen.
In totaal zijn er montageschuren met 37 verschillende plattegronden gebouwd. In de eerste serie werden de schuren gebouwd met de vlakke zijden van de cassetteplaten aan de buitenzijde. In de volgende series werden de platen met de verdiepte panelen naar de buitenzijde gekeerd. Dit heeft de schokbetonnen schuren hun markante uiterlijk opgeleverd.
Toen de schokbetonnen schuren in de jaren veertig en vijftig werden gebouwd, was hun uiterlijk meer verwant aan industriële loodsen dan aan de regionale boerderijtypen. De Noordoostpolder is de enige plek waar deze schuren voorkomen. Hun bijzondere architectuur en geschiedenis weerspiegelt de geest van de naoorlogse wederopbouwperiode.

Schuren van geprefabriceerde betonelementen waren een nieuw fenomeen in de boerderijbouw.

Zakenpartner was de firma NV Schokbeton, met wie de Directie in de Wieringermeer al eerder prettig zaken had gedaan.
Het kwam daarbij goed uit dat NV Schokbeton in 1947 een nieuwe fabriek in Kampen had gebouwd.
Dat de keuze op Kampen was gevallen, zal zeker door de toekomstige afzetmogelijkheden beïnvloed zijn.
In de periode 1949-1958 leverde de firma NV Schokbeton maar liefst 978 montageschuren in de Noordoostpolder.
Meer dan negentig procent van de kavels van 24 hectare of groter werden voorzien van een schokbetonnen schuur.
Deze serie was bedoeld om ervaring op te doen met montagebouw.
De Directie was zeer tevreden met de proef: het lukte om een schuur, inclusief fundering en volledige afwerking, in zes weken te bouwen.

De standaardschuren voor de grotere bedrijven werden grotendeels in montagebouw uitgevoerd.

Deze bedrijfsruimten hadden zowel wanden als stalzolders van geprefabriceerde betonnen elementen.
De gevels met betonnen ribbenstructuur vormen het meest opvallende beeldkenmerk van de boerderijen in de Noordoostpolder.
De kapconstructie was van hout. De plattegrond is rechthoekig. Er kunnen drie generaties montageschuren worden onderscheiden.

Bij de eerste generatie schuren werden de ribben naar binnen gekeerd.
Bij de tweede generatie werden de ribben uit praktische en esthetische overwegingen naar buiten gekeerd.
Bij de derde generatie werden de spanten van beton gemaakt en de topgevels bedekt met hout of eterniet.
Van de Schokbetonschuur zijn dus drie types bekend:

1949 – 1951 (generatie één – 171 exemplaren)
1952 – 1953 (generatie twee – 417 exemplaren)
1954 – 1958 (generatie drie – 390 exemplaren)
In de tweede generatie (1951-1953)   en derde generatie (1954-1958) schuren werden nog zaken aangepast aan de fundering, de kapconstructie, de dikte en uitstraling van de wandelementen en de stalbouw.
Voor de montageschuren waren 37 verschillende plattegronden beschikbaar.
Welk bedrijf voor welke schuur in aanmerking kwam, was afhankelijk van de bedrijfsgrootte, een eventuele graslandverplichting en het jaar van de bedrijfsuitgifte.

De boerderijbouw in de Noordoostpolder werd met argusogen door de minister van Financiën gevolgd. De minister vreesde dat de Noordoostpolder de overheid teveel geld zou kosten in de belangrijke en kostbare periode van wederopbouw na de Duitse bezetting. De Directie hield de kosten echter relatief laag, mede door die schokbetonnen schuren.

uit:  Boerderijen CATEGORIAAL ONDERZOEK WEDEROPBOUW 1940-1965 door Bé Lamberts

De eerste naoorlogse landbouwschuren in de Noordoostpolder waren houten noodschuren, die waren vervaardigd uit onderdelen van afgedankte Belgische legerbarakken.
Vanaf 1952 werden deze vervangen door permanente schuren van schokbeton70.
De keuze voor het bouwen van bedrijfsschuren van geprefabriceerde schokbetonnen elementen bleek een structurele oplossing te zijn voor de grootste bouwproblemen.
Aan het eind van de jaren ’40 verschenen in de polder de eerste van deze betonnen landbouwschuren71.
De rechthoekige schuren met gelamineerde spanten en gevels van geprefabriceerde schokbetonplaten zijn gebouwd in de periode 1949-1958 en zijn nog steeds bepalend voor het beeld van de Noordoostpolder.
Van deze schokbetonnen schuren zijn er in de polder 978 gebouwd op een totaal van 1799 agrarische bedrijven, waarvan 1577 landbouwbedrijven72.
Ze maakten deel uit van middelgrote en grote bedrijven van 24 ha en meer en hadden een lengte van vijf (bedrijven van 24 en 30 hectare), zes (36 en 42 hectare) en 7 spantvakken (48 hectare en meer).
Dat deze schuren werden gebouwd van schokbeton en niet van het traditionele hout en baksteen was een door nood gedwongen keuze.
Door het gebrek aan bouwvakkers en bouwmaterialen en de daardoor explosief gestegen materiaalkosten kon het bouwtempo voor de boerderijen geen gelijke tred kon houden met de gewenste bedrijfsuitgifte. Als er geen structurele oplossing werd gevonden voor deze problemen zou het bouwprogramma in groot gevaar komen.
De in 1949-1950 gerealiseerde eerste serie van 171 betonnen schuren is herkenbaar aan de vlakke gevels omdat de versterkingsribben van de gevelsegmenten naar binnen waren gekeerd.

Nog tijdens de bouw van de eerste serie, door de NV Altro73 gemonteerde schokbetonnen schuren pleitte van Eck in september 1949 al voor voortzetting van de montagebouw met de volgende uitspraak: “De eerste klas van de montagebouwschool is doorlopen en de rapportcijfers zijn zeker van dien aard, dat de leerling gelegenheid moet worden geboden zich in het tweede leerjaar verder te bekwamen in het vak

Bij de bouw van de tweede serie van 417 schuren in de jaren 1951-1953 werd besloten om de gevelplaten om te draaien met de ribben in het zicht en om de ramen te voorzien van een roedenverdeling.
Hierdoor werd de plasticiteit van de gevels vergroot en kregen de schuren een veel levendiger aanzien.

Bij de derde serie van 390 betonnen schuren uit de periode 1954- 1958 bleef dit zo, maar het grote verschil met de tweede serie was dat de volwandige spanten van gelamineerd hout75 nu ook van beton waren gemaakt en dat de geveltoppen een beschieting van eterniet of hout kregen.
De dakhelling was inmiddels (al bij een deel van de tweede serie) ook terug gebracht van 45 naar 40°.
De geveltoppen van de schokbetonschuren van alle series zijn bovendien voorzien van karakteristieke driehoekige toplichten met een roedenverdeling en een decoratieve invulling van diagonale stijlen.
De schuren uit alle drie series zijn uitgevoerd met 37 verschillende, in links en rechts verdeelde plattegronden, die waren gerelateerd aan de grootte en de aard van het bedrijf.
De schuren waren meestal vergezeld van een sober vormgegeven, gemetselde pachterwoning.
De woningen bij de akkerbouwbedrijven waren los geprojecteerd van het bedrijfsgedeelte.
Bij de gemengde bedrijven, waar een intensiever contact tussen de woning en de koeienstal bestaat, is de woning met de schuur verbonden door middel van een tussenlid, dat dienst doet als spoelkeuken met een bijkeuken voor de woning.

Bron: Kees Bolle

Type Omschrijving opp: Afm
vakken
Ha. Bedr. Type Stal Jaar Bijzonderheden Dak
P A1 Montageschuur I 395 17,85×21,80
5
30 Ha. Akkerbouw 1 1949/1950 45
P A2 Montageschuur I 473 17,85×26,12
6
42/48 Ha. Akkerbouw 1 1949/1950 24/2-3 Gemengd. 45
P B3 Montageschuur I 360 16,25×21,80
5
24 Ha. Akkerbouw 1 1949/1950 45
P B4 Montageschuur I 431 16,25×26,12
6
36 Ha, Akkerbouw 1 1949/1950 45
P C1 Montageschuur II 340 17,16×19,56
4
24 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 45
P C2 Montageschuur II 380 17,16×21,82
5
30 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 45
P C3 Montageschuur II 415 17,16×23,88
5
36 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 45
P C4 Montageschuur II 454 17,16×26,14
6
42 Ha, Akkerbouw 1 1951/1953 45
P C5 Montageschuur II 490 17,16×28,20
6
48 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 45
P D1 Montageschuur II 397 17,16×22,85
5
24 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 kop dicht 40
P D2 Montageschuur II 472 17,16×27,17
6
30 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 kop dicht 40
P D3 Montageschuur II 547 17,16×31,49
6
36 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 kop dicht 40
P D4 Montageschuur II 621 17,16×35,81
8
48 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 kop dicht 40
P D6/7 Montageschuur II 397 17,16×22,85
5
24 Ha. 1/6Gemengd 13 1951/1953 40
P D8 Montageschuur II 490 17,16×28,20
6
24 Ha. 2/6Gemengd 23 1951/1953 40
P D9 Montageschuur II 490 17,16×28,20
6
24 Ha. 3-4-5/6 Gem. 28 1951/1953 40
P E10/11 Montageschuur II 450 18,60×23,88
5
30 Ha. 1/6Gemengd 17 1951/1953 40
P E12 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
30 Ha. 2/6Gemengd 26 1951/1953 40
P E13 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
36 Ha. 1/6Gemengd 18 1951/1953 40
P E14 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
36 Ha. 2/6Gemengd 31 1951/1953 40
P E15 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
30 Ha. 3/6Gemengd 27 1951/1953 40
P E16 Montageschuur II 612 18,60×32,52
7
48 Ha. 1/6Gemengd 25 1951/1953 45
P E17 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
30 Ha. 3-4/6 Gem. 33 1951/1953 40
P F1 Montageschuur III 314 17,53×17,64
4
24 Ha. Akkerbouw 1 <1954 40
P F2 Montageschuur III 392 17,53×22,05
5
30-36 Ha. Akkerbouw 1 <1954 40
P F3 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
42-48 Ha. Akkerbouw 1 <1954 40
P F4 Montageschuur III 392 17,53×22,05
5
24 Ha. 1/6Gemengd 13 <1954 40
P F5 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
24 Ha. 2/6Gemengd 23 <1954 40
P F6 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
24 Ha. 3-4/6 Gem. 27 <1954 40
P F7 Montageschuur III 392 17,53×22,05
5
30 Ha. 1/6Gemengd 16 <1954 40
P F8 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
30 Ha. 2/6Gemengd 26 <1954 40
P F9 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
36 Ha. 1/6Gemengd 19 <1954 40
P F10 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
36 Ha. 2/6Gemengd 30 <1954 40
P F11 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
30-36 Ha. 3/6Gemengd 32 <1954 40
P F12 Montageschuur III 699 17,53×26,46
6
34 Ha. 4/6Gemengd 32 <1954 (S30) met loopstal. 40