Het stads-DNA van Emmeloord

De polderstad

De polderstad Emmeloord ontleent haar naam aan het dorpje op de noordpunt van het voormalige eiland Schokland. Dit eiland lag in de Zuiderzee. Het dorpje heette vroeger (1478) Emelwerth. Eem, het eerste deel van Emel, komt van het Germaanse ami, een algemene aanduiding voor een natuurlijk waterverloop. Werth betekent wierde (terp). Vanaf 1650 is te zien dat de naam is omgezet naar Emeloirt. De overgang van werth naar oirt heeft waarschijnlijk te maken met de afbrokkeling van het eiland Schokland. Daardoor was Emelwerth steeds minder een terp (heuvel in het land) en kwam steeds meer op de punt (oirt) van het eiland te liggen. In 1859 is het eiland op last van koning Willem III ontruimd.

Emmeloord is ontworpen als de stad van de Noordoostpolder. Het oorspronkelijke plan is tussen 1939 en 1950 gemaakt. Het definitieve ontwerp werd gemaakt in de periode 1942-1948. De stad is gebouwd op de plaats waar de Urkervaart, de Zwolse vaart, de Espelervaart en de Lemstervaart en de hoofdwegen die de polder doorkruisen bij elkaar komen. Emmeloord ligt op vergelijkbare afstand van alle dorpen, die in een ring rond de stad liggen. De stad verschilt van de dorpen door de grotere ruimtelijke complexiteit, en natuurlijk een regionaal winkelcentrum in het hart van de stad en de polder. De kern van het centrumgebied bestaat uit de stadsbrink De Deel en de Lange Nering, de winkelstraat van 600 meter lang die op de stadsbrink uitkomt. Het centrumgebied van de stad wordt omringd door kleinschaliger woonwijken. De wijze waarop de stad en het winkelcentrum verbonden zijn aan de polderverkaveling en polderkenmerken
(plaats Poldertoren, brandpunt stadskruis, richting verkaveling, lange lijnen enz. enz.) benadrukken de functie van Emmeloord als centrum van de polder. Op 15 december 1943 werd het eerste huis van Emmeloord betrokken. De aanleg van de stad en de dorpen vond plaats met ongeveer 5000 arbeiders in verspreid liggende kampen.

04 Goedgekeurd plan DWM811
Goedgekeurd plan, 1948, Ir. Pouderoyen (bron: NLE)
04 schetsen Lange Nering www.flevolandbovenwater.nl 9008089 1950 123456
Schets Lange Nering,
Directie Wieringermeer, 1950 (bron: NLE)
Maquettefoto oost-west verbinding: singelgracht en centrum, 1950
(bron: NLE)
nls2-Zeeasterstraat 25 Espelerlaan www.flevolandbovenwater.nl 9010951 1952 Potuyt
Foto eerste woningen, gebouwen en groen in Emmeloord: Zeeasterstraat (bron: NLE) Foto eerste woningen, gebouwen en groen in Emmeloord: Singel Espelerlaan,1947 (bron: NLE)
11 Nagelerbrug 9011395 www.flevolandbovenwater.nl kopie Straatprofielen Emmeloord ca. 1947 onkruidbuurt NLE
Brug en hoekgebouw Urkervaart, met uitzicht op de hervormde kerk, 1953 (bron: NLE)
01 26 Vreewijk Rotterdam ontwerp straatprofielen 1920
Straatprofielen Vreewijk, ca. 1920 Straatprofielen Emmeloord, ca. 1947

De groene polderstad
Emmeloord is ontworpen als een groene polderstad. Het groen werd gezien als belangrijke kwaliteit voor de leefomgeving.
In het kader van dit onderzoek naar het DNA van Emmeloord is een eerste verkenning gedaan naar de ontwerpschetsen en ontwerpvarianten, die schuilgaan achter het goedgekeurde plan uit 1947-1948.
Daarnaast is er veldwerk verricht om de bestaande groenstructuur te beoordelen. Als resultaat van de deze verkenningen is een overzicht gemaakt van de categorieën groen, die Emmeloord rijk is (zie ‘Groen-DNA’ verderop in dit hoofdstuk).
De groenstructuur van Emmeloord is zo samenhangend en krachtig, dat zij misschien wel net zo tijdloos is als het groenontwerp van bijvoorbeeld Vreewijk Rotterdam (door architectenbureau Granpré Molière, Verhagen en Kok).
In Vreewijk maakte het groenontwerp destijds –net als in Emmeloord- integraal deel uit van het stedenbouwkundige plan. Marinke Steenhuis (cultuurhistoricus) schrijft over het werk van Verhagen in Vreewijk in haar dissertatie ‘Stedenbouw in het landschap, Pieter Verhagen (1882-1950)’, het volgende:

‘’Grote soberheid was volgens de ontwerpers het hoofdkenmerk van het gehele plan. ‘Soberheid was een ‘gebiedende eisch’. ‘(…) niet alleen om stichting, administratie en onderhoud van zulk een groot complex mogelijk te maken, maar ook om de verveling en eentonigheid te vermijden, die een ontelbare herhaling van op zichzelf wellicht aardige hoekjes, topjes, doorkijkjes enz. onvermijdelijk meebrengt. Er is daarentegen gezocht naar de schoonheden, die bij den aard van zulk een plan behooren, naar grote perspectieven, ruime inzichten in binnentuinen, afwisseling van zonnige straten en met beschaduwde lanen, naar breede aaneengesloten groene gordels, naar markante plaatsing van domineerende gebouwen, enz.’ De variatie werd dus niet in de architectuur gezocht, maar in de compositie van de openbare ruimte. Door wisselende straatbreedtes en –verharding, gevarieerde boombeplanting, stoepen en voortuinen afgestemd op de bezonning, werd het ritme van noord-zuid straten een reeks van stedelijke interieurs. De architectuur was sober’’.
(uit: M. Steenhuis, Stedenbouw in het landschap, Pieter Verhagen, (1882-1950), p.142)

Deze tekst had ook geschreven kunnen zijn voor het stedenbouwkundig plan van de stad Emmeloord en haar groenstructuur. Zo werd in Vreewijk als het ware het recept voor het ‘stedelijke dorp’ uitgevonden.
Hierna komen Molière en Verhagen in hun vervolgontwerpen op andere plaatsen terug op de lessen die zij hebben geleerd in tuindorp Vreewijk. De kennis en de ontwerpmotieven, die zijn ontstaan tijdens het tuindorpontwerp van Vreewijk gaven de ontwerpers ongetwijfeld veel inspiratie en houvast voor Emmeloord. In Emmeloord werd het gedachtengoed voor ‘het stedelijke dorp’ vertaald naar het ontwerp voor een ‘tuinstad’.

‘Tuinstad’ Emmeloord

Het ontwerp van de groenstructuur vloeit voort uit de ontwerptraditie van tuindorpen en –steden. Kok, Granpré Molière en Verhagen lieten zich al vroeg inspireren door Engelse tuindorpen en de tuindorp-gedachte. Zij bestudeerden vroeg in hun carrière de verkavelingen en de sociale en welzijnsaspecten.
De tuindorpgedachte is ontstaan eind negentiende eeuw in Duitsland en Engeland ten tijde van de industrialisatie, waar de arbeidsomstandigheden erbarmelijk waren en de woonomstandigheden ook. In deze twee landen werd de formule ontwikkeld van het wonen in een sober en doelmatig huis, met een eigen moestuin, met ruim openbaar groen op enige afstand van de vervuilende fabrieken en de verleidingen van de stad. De achterliggende gedachte was dat een arbeider, die gezond leeft, een dak boven zijn hoofd heeft, thuis kan ontspannen na het werk, zijn kinderen een schoolopleiding kan bieden, een gelukkig leven kan leiden. Deze arbeider is ook een hardwerkende arbeider. Het grootste deel van de bevolking van de Noordoostpolder bestond in het begin uit (land)arbeiders. Dit verklaart mede, dat veel kenmerken van de tuindorpgedachte zijn terug te herkennen, van stedelijke groenstructuur tot tuinkavel en moestuin.

Er is geen groot beplantingsplan voor Emmeloord. Wel is er een duidelijke hiërarchie, er zijn straatprofielen en er zijn verkavelingsschetsen met groenuitwerking. Het privédomein van de woningen werd gescheiden door een haag, dit benadrukte de overgang van privé naar openbaar, de privacy en geeft een samenhangend beeld aan de straat. Verhagen en Molière bepleitten bij hun plannen een sobere architectuur, met vergelijkbare kaphellingen en materialen.
De variatie werd gezocht in het groen en de manier waarop de woningen zijn geplaatst, met grote tuinen en met weinig verspilde ruimte. Dit is onverminderd van toepassing in het ontwerp van Emmeloord en blijkt uit de gevarieerde profielen die voor de groene polderstraten werden ontworpen, waardoor elke straat een eigen karakteristiek en sfeer kreeg.

Groen-DNA
Het oorspronkelijke plan van Emmeloord kende een strakke en regelmatige opzet gebaseerd op de polderverkaveling, met een robuuste groenstructuur. Tussen de verschillende wijken en buurten werd een stramien van groene polderlanen en singels aangebracht. Iedere buurt kreeg een brinkruimte. Deze groene, pleinachtige ruimten hadden een functie als ontmoetingsplaats. Vaak werd er bijzondere bebouwing met een maatschappelijke functie aan gekoppeld, zoals een school of kerk. Deze gebouwen onderscheidden zich in het stadsplan qua hoogte en vooral in enscenering in het straat- en pleinprofiel. Ze kregen vanwege toetreding van licht en lucht een vrije ligging in de ruimte met een groene omlijsting zodat ze zich in het stadsplan zouden voordoen als groen element.
Naast de groene polderstraten in de buurten en de hoofdwegen met hun begeleidende lanen en singelbeplantingen werden de verschillende waterwegen ook tot belangrijke onderdelen van de groenstructuur van de polderstad gemaakt. Er is een singelgracht met groene oevers door het centrum. De verschillende vaarten hebben brede groene oevers en zijn op veel plekken met paden openbaar toegankelijk gemaakt.
Tenslotte werd het oorspronkelijke plan voorzien van een stadsbos en een groene mantel rond de stad. De vier belangrijke entreegebieden (stadspoorten) van de stad, en de belangrijke entrees van de wijken, werden ontworpen als groene pleinachtige ruimtes. Hier stonden vaak bijzondere gebouwen aan een plein of in clusters in het groen.

De stad werd daarmee op elk schaalniveau voorzien van groen. De oorspronkelijke groenstructuur is volgroeid en van hoge waarde voor de stad. Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden zijn in de loop van de jaren veel groenstructuren toegevoegd, aansluitend op de bestaande groenstructuur. Er is daardoor een sterke samenhang. De stad heeft ondanks haar gestage groei veel van haar oorspronkelijke karakteristieken behouden.

1 Groene Polderlaan Espelerlaan gezien vanaf de Espelerweg 2 Groene singel Espelerlaan ter hoogte van de Acacialaan 3 Buurtbrink aan de Botterstraat
Groene polderlaan, Espelerlaan gezien vanaf de Espelerweg Groene singel, Espelerlaan ter hoogte van de Acacialaan Buurtbrink aan de Botterstraat
4 Groene polderstraat Meidoornstraat 6 Singel met groene oevers ter hoogte van het Smedingplein 8 Stadspoort evenementerrein aan de MarknesserwegKamperweg
Groene polderstraat, Meidoornstraat Singelgracht met groene oevers, ter hoogte van het Smedingplein Stadspoort, evenemententerrein aan de Marknesserweg/Kamperweg
5 Groene polderstraat Duizendknoopstraat 7 Groene openbare oever UrkervaartGroene openbare oever Urkervaart 9 Cluster in het groen Emelwerda college aan de Peppellaan
Groene polderstraat, Duizendknoopstraat Groene openbare oever, Urkervaart Cluster in het groen, Emelwerda college aan de Peppellaan

Stads-DNA
Emmeloord werd ontworpen voor 8.000 – 10.000 inwoners. Ondertussen bestaat de stad uit bijna drie maal zoveel inwoners. Rond de kern, het oorspronkelijke plan, is een nieuwe schil van woongebieden en bedrijventerreinen gegroeid. Ook is de rijksweg A6 aangelegd. Op sommige plaatsen is in de nieuwe gebieden gebouwd met veel kenmerken van de oorspronkelijke stadskern en het ‘Noordoost-polder-DNA’. Op andere plaatsen is juist gebouwd met andere onderliggende ontwerpgedachten. Er is onderzocht hoe de ontwerpen van de stadskern en de omliggende stadsgebieden in elkaar zitten en wat de achterliggende ontwerpgedachten zijn. Vervolgens is gekeken waar en hoe het ‘Noordoostpolder-DNA’ herkenbaar en beleefbaar is.

Wat maakt Emmeloord familie van de dorpen?
Het stadsontwerp van Emmeloord toont veel overeenkomsten met de polderdorpen. Zo is er een duidelijke hiërarchie tussen hoofd- en zijstraten. De stad kent een stadsbrink, zoals de dorpen een dorpsbrink kennen. De stad is aan drie zijden voorzien van een groene mantel. Dit is een brede bos- en groenzoom met multifunctioneel karakter, net als bij de dorpen. De groene mantel markeert de oorspronkelijke overgang tussen de stad en het omliggende landbouwareaal en dient tegelijkertijd als windstopper en recreatiegebied.
Daarnaast kent het oorspronkelijke plan voor Emmeloord -net als in de dorpen- lange rechte straten met lange woonblokken en kennen de hoofdwegen bij het binnenkomen van de bebouwde kom een knik. Ook in de stad liggen de centrale voorzieningen geclusterd rond en nabij de stadsbrink. Er is bedrijvigheid aan de randen en er zijn zowel in het oorspronkelijke plangebied als in de uitbreidingswijken groene poldersingels en -straten.

wijkbrink Plein Almere
Voorbeeld van een wijkbrink in de stad (Emmeloord, Plein Almere)
44-211
Voorbeeld van een buurtbrink in de stad (Emmeloord, Botterstraat)
44-212
Voorbeeld van een dorpsbrink (Marknesse)
DNA Emmeloord-1 Groene mantel groene mantel dorp Bant
Groene mantel stad (Emmeloord) Groene mantel dorp (Bant, op de DNA kaart Bant uit ‘Polderdorpen’)
singelgracht Emmeloord bepalend voor het beeld toen en nu 45-211
De singelgracht van Emmeloord Brugbrink Nagelerstraat (bron: gemeente Emmeloord)

Wat maakt Emmeloord tot polderstad?
Er zijn ook verschillen tussen de polderstad en de polderdorpen. Zo onderscheidt de polderstad zich van de dorpen door het stadskruis. De stad kent een hiërarchisch onderscheid tussen wonen, werken en voorzieningen. Er liggen in de stad meer voorzieningen dan in de dorpen. Het centrum ligt op een centrale plek en kent in richting en vorm een andere structuur dan de woongebieden. Naast de centraal gelegen voorzieningen, zijn er meerdere clusters van voorzieningen verspreid in de stad, op herkenbare wijze bij de stadsentrees, kruisingen van belangrijke wegen, de entrees van de meeste wijken en bij de verschillende stedelijke brinkruimtes. Deze voorzieningen zijn -hetgeen ook verschilt van de dorpen- gebouwd als clusters van solitaire gebouwen in groene gebieden. Door de publieke en bijzondere gebouwen te situeren op belangrijke plekken in de stad ontstonden op natuurlijke wijze stedelijke ontmoetingsplaatsen. Emmeloord heeft in tegenstelling tot de polderdorpen veel water, een singelgracht (water) en er zijn groene singels, die het stedelijk karakter versterken. Het oppervlakte aan bedrijventerreinen is relatief groter dan in de meeste dorpen. Emmeloord had net als de dorpen een groene mantel, maar niet rondom de stad. Aan de zuidwestzijde lagen de bedrijven- en industrieterreinen. Aan de zuidoostzijde had Emmeloord een stadsfront (stadsgezicht aan het open landschap). Hier lagen de bebouwing, de openbare kade en de loswal aan de Urkervaart, goed zichtbaar vanuit het open landschap. Op de plaats van de open polder (waar het stadsfront op uitkeek) ligt nu de meest zuidelijk gelegen woonwijk van Emmeloord, De Zuidert, deels omzoomd door de groene mantel. De treinverbinding, die het stadskarakter van Emmeloord nog meer zou benadrukken, is er nog niet gekomen.

Het stads-DNA van Emmeloord
Het stads-DNA geeft de belangrijkste (wederopbouw en hedendaagse) waarden aan op het gebied van landschap, stedenbouw en architectuur. Het gaat om structuren -oorspronkelijk gepland en in de loop van de jaren gegroeid- die in samenhang kenmerkend zijn voor de polderidentiteit van de polderstad Emmeloord. Dit hoofdstuk geeft een bondig overzicht van alle belangrijke ruimtelijke waarden, die deels beschreven staan in de hieraan voorafgaande hoofdstukken.

1    De groene mantel.
2    De groene polderstraat /-laan.
3    De groene singel.
4    Groene en openbare oevers.
5    Stads-, wijk-, buurt- en brugbrink.
6    Het stadskruis.
7    Wonen noord-zuid, centrum oost-west.
8    Van Delfts Rood tot Delfts Wit.
9    Cluster van voorzieningen in het groen.
10   Stadspoorten.
11   Bedrijven aan de rand en aan het water.
12   Lange straten, lange blokken.
13   Bijzondere hoeken.
14   Vizier naar het landschap.
15   Zicht op de poldertoren.


Bron: Mercatus en gemeente Noordoostpolder