Zuiderzeewet

De provincie Flevoland gaat volgend jaar het 100-jarig bestaan van deze Zuiderzeewet vieren.

 

Op 14 juni 1918 werd de Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee (Zuiderzeewet) van kracht.
Het wetsontwerp werd op 9 september 1916 door ir. Cornelis Lely, minister van Waterstaat, bij de Tweede Kamer ingediend.
Het wetsontwerp werd op 21 maart 1918 zonder hoofdelijke stemming in de Tweede Kamer aangenomen.

De provincie Flevoland wil volgend jaar het 100-jarig bestaan van deze Zuiderzeewet vieren.
De wet stamt uit 1918 en dankzij dit document is Flevoland ontstaan. De wet bepaalde dat de Zuiderzee werd afgesloten door de Afsluitdijk. Daarop volgde de inpoldering van de Noordoostpolder en de Flevopolders.

Het moet volgens Gedeputeerde Staten een viering worden die wordt georganiseerd door verschillende overheden, organisaties, verenigingen en bedrijven.
De afgelopen maanden is al geïnventariseerd hoeveel ideeën er zijn.
Die lopen uiteen van een kunstwerk tot een speciale voorstelling.
Er is ook een idee voor een grootschalig publieksevenement of muziekfestival.

Als Provinciale Staten instemmen met het plan kan er naar de verdere uitwerking van de viering worden gekeken.

(bron: Omroep Flevoland)

 

Het doel van de Zuiderzeevereeniging werd in 1918 bereikt.
Op 21 maart 1918 werd de Zuiderzeewet door de Tweede Kamer aangenomen.
Nadat op 13 juni 1918 ook de Eerste Kamer met de Zuiderzeewet instemde, werd de Zuiderzeewet op 14 juni 1918 in het Staatsblad afgekondigd.

De Zuiderzeewet was een zogenaamde raamwet. De wet bepaalde slechts dat de Zuiderzee voor rekening van de Staat zou worden afgesloten door een afsluitdijk “loopende van de Noordhollandsche kust door het Amsteldiep naar het eiland Wieringen en van dit eiland naar de Friesche kust bij Piaam” en dat gedeelten van de af te sluiten Zuiderzee zouden worden drooggemaakt. Op een later tijdstip zou de regering bepalen welke gedeelten van de Zuiderzee zouden worden ingepolderd en in welke volgorde.

 

Behalve Lely, mocht ook voorzitter Vissering vele felicitaties  in ontvangst nemen.
Opmerkelijk is dat in één van de felicitaties uit 1918 de mogelijkheid wordt geopperd om te zijner tijd een agentschap van De Nederlandsche Bank te openen in Lelystad.
Anderen zagen in de totstandkoming van de Zuiderzeewet voldoende reden om de vlag uit te steken.