Geschiedenis van de barakkenkampen in de Noordoostpolder


Toen de Noordoostpolder in 1942 droogviel, moesten de nieuwe gronden ontgonnen worden om ze voor landbouw geschikt te maken. Dit was een taak van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken).

Omdat de mechanisatie nog in de kinderschoenen stond, haalde de Directie voor het graven van sloten, ploegen, zaaien, wieden, oogsten en dorsen duizenden arbeiders naar de polder.
De verbindingen in en kort na de oorlog waren slecht. De Directie liet voor de tijdelijke huisvesting van de polderwerkers in de polder ruim dertig barakkenkampen bouwen.

Al op 1 september 1941 werd in de buurt van Blokzijl het eerste barakkenkamp geopend.
Aan de rand van de polder verrezen nog vijf kampen, te weten bij Lemmer, Kuinre, Vollenhove, Ramspol en Kadoelen.
Naarmate de ontginning vorderde verschenen ook dieper in de polder kampen, zoals Emmeloord I en II, Espelerbocht, Schokland, Marknesse I en II, Ens I en II, Schoterbrug, Espel en Nagele.

In sommige jaren waren meer dan vierduizend arbeiders in de polder werkzaam.