Het wapen van Noordoostpolder
Bij Koninklijk besluit van 16 juli 1963, no. 13 is aan de gemeente Noordoostpolder een wapen verleend. De beschrijving luidt als volgt:
"Gevierendeeld": in azuur een lelie van zilver; in goud een burcht met drie kantelen van sabel, gevoegd van zilver en met twee vensters van het veld; in goud vijf rechterschuinbalken van keel; in azuur een penning van zilver, gestempeld met een dubbellijnig knopkruis van sabel, in de vier hoeken vergezeld van telkens drie schijfjes van sabel, geplaatst in een driehoek.
Toelichting
I. Het spreekt vanzelf dat in het wapen het blazoen van minister van Waterstaat dr.ir. C. Lely, de "grand old man" van de Zuiderzee, niet mag ontbreken (zie ook de tekst Van Zuiderzee naar Noordoostpolder).
II., III. en IV. Het gebied van de Noordoostpolder is voor een belangrijk deel op de zee heroverd. In de middeleeuwen, toen het nog bewoond was, speelden vooral de graven van Kuinre in deze streek een belangrijke rol. Het graafschap Kuinre omvatte de gehele tegenwoordige Noordoostpolder plus een gebied tussen Weststellingwerf en Vollenhove.
De graven en heren van Kuinre voerden heerschappij over o.m. Kuinre, Blankenham, Veenhuisen (verdronken), Espel (verdronken), Emmeloord en Urk, alle in of aan de Noordoostpolder gelegen, evenals de eerste twee burchten der Kuinre's.
De graven van Kuinre hebben op grote schaal geld doen aanmunten. Het muntatelier heeft in Emmeloord (Schokland) gestaan. Na het droogvallen van de polder zijn voor de kust van Kuinre de resten gevonden van de twee burchten. Je kan dus zeggen dat het hart van het graafschap in de polder heeft geklopt, zodat er alle aanleiding was om het wapen (III), de burcht (II) en het muntrecht (IV) van de graven in het gemeentewapen op te nemen.
Het wapen is ontworpen door mr. G.A. Bontekoe, burgemeester van Ooststellingwerf.
|