De razzia van 17 nov. 1944

   Op 17 november 1944 vond de razzia in de Noordoostpolder plaats.

 


Honderden polderarbeiders werden door de Duitsers opgepakt en naar Duitsland verscheept om daar te werken. Onder hen bevond zich Hans Muis.

Hij legde van dag tot dag zijn ervaringen vast in een notitieboekje.
Na de oorlog werkte hij de aantekeningen om tot een dagboek dat hij de titel
‘5 Maanden Duitsland’ gaf.

In het kader van de herdenking van de razzia - 60 jaar geleden - stelde Hans Muis ons zijn dagboek ter beschikking. Het dagboek begint op 17 november 1944, de dag van de razzia, en eindigt op 12 april 1945, de dag waarop hij naar huis terugkeerde. Het is een uniek tijdsdocument, waarvan hier de eerste zes dagen zijn weergegeven.



Het gehele dagboek is ook in pdf-formaat beschikbaar gemaakt.
Klik hier voor de gehele tekst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pionieren in de Noordoostpolder

Persoonsbewijs. (Hans Muis te Emmeloord). Hans Muis werd geboren op Tweede Kerstdag 26 december 1919 te Schrapveen in de gemeente Zuidwolde (Drenthe). Na de lagere school in Dedemsvaart volgde hij de lagere landbouwschool in Hoogeveen en de landbouwwinterschool in Hardenberg. Zijn interesse voor de Noordoostpolder was onderwijl gewekt, vooral doordat de landbouworganisaties in Drenthe de komst van Drentse boerenzonen naar de toekomstige polder wilden bevorderen.

Hans Muis trad op 8 augustus 1941 in dienst van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderken) (Hans Muis te Emmeloord). De Grontmij en de Heidemij, die in de Noordoostpolder toezicht op de ontginningswerkzaamheden zouden houden, organiseerden een cursus voor toekomstige polderwerkers om hun op het zware werk in de polder voor te bereiden. Hans Muis meldde zich aan en werd vervolgens naar de Betuwe gestuurd om daar kennis te maken met het grondwerk in een kleigebied.

Na de cursus trad Hans Muis op 8 augustus 1941 in dienst van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken), in de hoop zich ooit als boer in de Noordoostpolder te kunnen vestigen.

Hans Muis behoorde tot de eerste groep pioniers in de Noordoostpolder.
De polder zou officieel op 9 september 1942 droogvallen, maar al in 1941 vielen aan de rand van de polder de eerste gronden droog. Na twee weken onkruidbestrijding op Schokland werd Hans Muis ingezet bij het slaan van piketpaaltjes en het graven van greppels bij Blankenham.

In januari 1943 werd hij ploegbaas bij het Centraal Magazijn op de dijk bij Vollenhove.

Het Centraal Magazijn op de dijk bij Vollenhove, 19 oktober 1943. (Nieuw Land Erfgoedcentrum te Lelystad). De Centrale Werkplaats op de dijk bij Vollenhove, 19 oktober 1943. (Nieuw Land Erfgoedcentrum te Lelystad).


 

Ingang van kamp Vollenhove. (Nieuw Land Erfgoedcentrum te Lelystad).
Hij verbleef in het beneden aan de dijk
gesitueerde arbeiderskamp.

De razzia

Volgens de Duitse bezetter leverde de polder een belangrijke bijdrage aan de voedselvoorziening. Wie in de polder werkte, hoefde niet in Duitsland te werken.

Verklaring dat Hans Muis ten behoeve van de voedselvoorziening in de Noordoostpolder werkzaam was en daarom niet in Duitsland hoefde te werken. (Hans Muis te Emmeloord). Velen – vooral mensen uit de steden – werden door de Directie van de Wieringermeer als landarbeider in dienst genomen en konden op deze wijze de arbeidsplicht in Duitsland ontlopen. De Noordoostpolder (NOP) stond in de oorlog bekend als ‘Nederlands Onderduikersparadijs’.[1]

Verklaring dat Hans Muis ten behoeve van de voedselvoorziening in de Noordoostpolder werkzaam was en daarom niet in Duitsland hoefde te werken. Volgens de laatste stempel was de verklaring geldig tot 1 januari 1945. (Hans Muis te Emmeloord). Op 17 november 1944 werd de Noordoostpolder echter door de Duitse bezetter ontruimd. Ongeveer 1800 polderjongens werden gevangen genomen en gedwongen in Duitsland te werken.

Vanaf de dag van de razzia tot het moment dat hij vijf maanden later - in april 1945 - weer een vrij man was, legde Hans Muis zijn ervaringen vast in een notitieboekje.

Na de oorlog verwerkte hij de notities in een dagboek, waaruit hier de eerste zes dagen zijn weergegeven.

De polderjongens kwamen terecht in plaatsen net over de Duitse grens, zoals Haren en Lingen.
Hier moesten ze in een wijde omgeving tankgrachten, schuttersputten en loopgraven aanleggen. Deze maakten deel uit van een verdedigingslinie, die van de Rijn langs de Nederlandse oostgrens tot aan de Noordzee zou lopen en tot doel had een invasie van geallieerde troepen in Duitsland tegen te houden.

Hans Muis kwam terecht in Wachendorf, een kleine buurtschap aan de Eems in de omgeving van Lingen, en verbleef hier bijna vijf maanden.


Terug in de polder

Personeel van het Centraal Magazijn bij Vollenhove, oktober 1946. V.l.n.r.: Piet de Bruyn (chauffeur), J.R. Blaakmeer (landbouwkundig opzichter), Hans Muis (ploegbaas), Jan Nuller (ploegbaas), Henk Bodewitz (boekhouder), Henk Wemmenhove (magazijnmeester) en Jan Wilco Smit (ploegbaas). (Nieuw Land Erfgoedcentrum te Lelystad). Hans Muis werd op 6 april 1945 bevrijd en na drie dagen weet hij al lopende de Nederlandse grens te bereiken. Op 12 april arriveerde hij bij zijn ouderlijk huis in Schrapveen.

Enkele weken later keerde Hans Muis terug naar de Noordoostpolder en hervatte zijn werkzaamheden bij het Centraal Magazijn.

De droom van Hans Muis om boer in de Noordoostpolder te worden kwam overigens in 1952 uit.

Nadat hij vanaf 1948 op verschillende landbouwbedrijven ploegbaas was geweest, werd hij in 1950 landbouwkundig opzichter aan de Redeweg bij Ens en een jaar later aan de Vormtweg bij Urk.

In 1952 kreeg hij van de Directie van de Wieringermeer een boerderij aan de Espelerweg toegewezen, waar hij en zijn gezin zich in het voorjaar van 1953 vestigden.

 

 

 

 

 



De boerderij aan de Espelerweg, augustus 1955. (Henk Pruntel te Lelystad).

Hans Muis met zijn vrouw Klaasje en hun dochter Jenny, ca 1953. (Henk Pruntel te Lelystad).

  Hier was Hans Muis ruim dertig jaar lang boer. In 1984 verhuisden hij en vrouw Klaasje naar Emmeloord.


Henk Pruntel
Wetenschappelijk onderzoeker
Nieuw Land Erfgoedcentrum