Eénprocentsregeling – Percentageregeling

Kunst - procent.pngDe percentageregeling voor beeldende kunst is een Nederlandse regeling die inhoudt dat bij nieuwbouw, verbouw of koop van rijksgebouwen door of in opdracht van de Rijksgebouwendienst, kunst zal worden toegepast. De regeling wordt toegepast indien de totale bouwkosten groter zijn dan € 1.000.000,-. Gemeenten en provincies kennen vaak vergelijkbare regelingen ter bevordering van de kunst in of bij hun gebouwen.

De Rijksbouwmeester G. Friedhoff (1892-1970) was ervan overtuigd dat verschillende disciplines samen moesten werken om zo een hoogwaardig product te kunnen leveren. Monumentale wandkunst kon tevens een bijdragen aan de werkgelegenheid en de volksopvoeding. Vandaar dat Friedhoff zich flink heeft ingezet om na de oorlog de percentageregeling op de agenda te krijgen.
In 1946 werd een voorstel ingediend om een percentage van de bouwkosten van zowel particuliere –als overheidsgebouwen aan kunsttoepassingen te besteden. De besteding aan kunst werd niet verplicht gesteld, omdat dat teveel overheidsbemoeienis zou zijn en de kwaliteit van de kunst hiermee niet gewaarborgd was. In 1951 werd het eerdere voorstel geformaliseerd in de vorm van een percentageregeling. Dit betekende dat 1,5 % van de bouwsom van rijksgebouwen kon worden gebruikt voor het verschaffen van een opdracht aan een beeldend kunstenaar. In 1953 werd ook bij door het Rijk gesubsidieerde gebouwen voor Middelbaar en Hoger onderwijs 1% van de bouwsom besteed aan
beeldende kunst. Gemeenten konden ervoor kiezen om gebruik te maken van zo’n soort regeling bij de bouw van lagere scholen en gebouwen voor gemeentelijke diensten en
instellingen. In de omschrijving bij deze regeling stond dat dit deel van de bouwsom kon worden besteed aan decoratieve aankleding van het gebouw. Dat wilde zeggen: “Het aanbrengen van vaste kunstwerken van monumentaal karakter, bestemd voor een vooraf bepaalde plaats”. Een dergelijke regeling was overigens niet typisch Nederlands. Ook in Frankrijk, Dutsland, Zweden, Italië en Denemarken was een vergelijkbare regeling in het leven geroepen.2

2519796