Gemaal Smeenge

 

Het Gemaal Smeenge is een gemaal bij Kraggenburg in de Noordoostpolder.
Het  pompt water uit de Noordoostpolder in het Kadoelermeer.
Hij ligt aan het N352 tussen Kraggenburg en Vollenhove.

Het gebouw is in opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken door de Haagse architect D. Roosenburg ontworpen in functionalistische stijl.
Het gemaal is genoemd naar mr. H. Smeenge, één van de grote voorvechters en ondervoorzitter van de in 1885 opgerichte Zuiderzeevereeniging.
De pompen worden elektrisch aangedreven. Voor noodgevallen is er een dieselaggregaat aanwezig.

Naast het gemaal ligt de Voorstersluis.

 

De pompen
De pompinstallatie bestaat uit twee schuin opgestelde schroefpompen (waaier met leischoepenkrans) met 133 omwentelingen per minuut. De opbrengst per pomp bedraagt 600 m3 per minuut (1.200 m³ totaal) bij vier en een halve meter opvoerhoogte. De zuig- en persmond van de pomp zijn gemaakt van gietstaal.

De motoren
De pompen worden aangedreven door twee 600 kW elektrische motoren met 1000 omwentelingen per minuut bij een bedrijfsspanning van 690 V.

Bijzonderheden
Bij stroomuitval wordt gebruikgemaakt van een diesel noodstroomaggregaat met een vermogen van 30 kVA voor de secundaire stroomvoorziening van de persschuiven, sluis en (straat) verlichting.

 

In 2011 heeft het Waterschap dit gedicht van ‘waterdichter’ Niels Blomberg geplaatst.

Waterschap Zuiderzeeland heeft een eigen waterdichter die zijn talenten inzet om gedichten te schrijven over water in Flevoland.
Niels Blomberg is de officiële – en de eerste – waterdichter van ons waterschap.
Belangrijke gebeurtenissen van het waterschap luistert hij op met een speciaal watergedicht.

“Snijpunt van stromen en bomen
Van hoogwater en laagland
Van nieuwe vaart en oude route
Van havenstad en boerendorp”

 

 

 

Wie is Mr. H. (Harm) Smeenge

Mr. H. (Harm) Smeenge

Vooraanstaand liberaal politicus uit Drenthe, die bijna 50 jaar onafgebroken deel uitmaakte van het parlement en een nationale figuur werd.
Als afgevaardigde voor Meppel pleitbezorger voor de belangen van de binnenschippers, waarvoor hij ook opkwam als voorzitter van de schippersvereniging Schuttevaer.
Was verder actief op het gebied van het ambachtsonderwijs en in de Zuiderzee-vereniging. Populair Kamerlid in eigen provincie; zeer werkzaam en sociaal voelend.
Joviaal en ongekunsteld in de omgang en uitstekend op de hoogte van wat er leefde in de Drentse samenleving.
Zijn dochter was een bekend voorvechtster van vrouwenrechten en de moeder van Harm van Riel.

 

 

 

 

 

Wie was de architect:

Dirk Roosenburg (1887 – 1962) was een Nederlands architect.
hij studeerde in 1911 af aan de Technische Hogeschool in Delft en studeerde vervolgens een jaar in Parijs aan de École des Beaux-Arts. Na zijn studietijd ging hij aan het werk bij Jan Stuyt voor de Rijksgebouwendienst en werkte hij als tekenaar voor Berlage. In 1916 startte hij zijn eigen ontwerpbureau, wat vanaf 1918 gevestigd was in een door hem zelf ontworpen huis in Den Haag.

Roosenburg viel als architect vooral op door zijn ontwerpen van kantoorgebouwen voor bedrijven.
Ook was hij medeontwerper van de Stevin- en Lorentz-uitwateringssluizen,  de Velsertunnel en de sluizen en het douanekantoor van de Afsluitdijk.

 

 

 

 

 

 

kwaliteitswerk
Roosenburg was een erg dure architect, omdat hij zeer hoge eisen stelde aan de kwaliteit van zijn werk. Eén keer ging hij hiermee de mist in, toen hij een gebouw voor de Rijksverzekeringsbank in Amsterdam (1935-1940) had laten bekleden met geglazuurde tegels. Doordat er water achter kwam, lieten ze stuk voor stuk los. Het gehele gebouw moest vervolgens opnieuw worden bedekt, dit maal met natuurstenen platen.

Roosenburg was modern, maar combineerde dit met het monumentale. Hij was een functionalist, maar dan wel één met gevoel voor esthetiek. Hij geloofde niet dat een gebouw vanzelf mooi werd zolang er maar werd voldaan aan de eisen die de opdrachtgever er aan stelde.

monumentaal
Zijn voorkeur voor monumentale gebouwen is bijvoorbeeld terug te zien in het hoofdkantoor van de KLM in Den Haag (1947) dat hij ontwierp in opdracht van zijn jeugdvriend Albert Plesman. In dit gebouw is nu het ministerie voor verkeer en waterstaat gevestigd. Een ander bekend gebouw van Roosenburg is het bedrijfsgebouw van Philips in Eindhoven (1920).

In 1946 ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met zijn medewerkers Verhave en Luyt. Tot in de jaren vijftig bleef hij werken bij het bureau. Een belangrijk werk uit die tijd is het stadhuis van Vlissingen (1949-1964).

Een leuke wetenswaardigheid is dat Roosenburg de opa was van de bekende architect Rem Koolhaas

 

 

Sluis
De schutsluis ‘Voorstersluis’ is één van de oorspronkelijk drie, op de grens van de polder gelegen schutsluizen die zijn gebouwd om scheepvaart tussen “Den Noordoostelijken Polder” en het de polder omringende boezemwater mogelijk te maken.
De ‘Voorster Sluis’ dient voor het “overbruggen” van het waterpeil van de Zwolse Vaart in de polder tot het ca. 7 meter hogere peil van het Kadoeler-\Voorstermeer (Vollenhover Kanaal) aan de kant van het “oude land”

De sluis is evenals de andere complexonderdelen gebouwd in de jaren 1939-1941 in opdracht van Rijkswaterstaat (Dienst der Zuiderzeewerken afdeling Noordoostpolderwerken, later Rijksdienst IJsselmeerpolders), naar ontwerp van ir. D. Roosenburg (Den Haag).
De betonnen onderdelen van de schutsluis zijn vervaardigd door de N.V. Christiani en Nielsen’s Gewapend Beton Maatschappij (Den Haag).
De oorspronkelijke sluisdeuren van de “Voorster Sluis” zijn in 1988 vervangen door hydrolische puntdeuren.
Een in de jaren zeventig geplaatste, buiten de bescherming vallende, stalen noodschuif naast de sluis dient ter beveiliging van de sluis en als reservedeur bij eventuele reparatie en vervanging van de houten sluisdeuren.
De sluis is aan weerszijden voorzien van remmingwerken. De verkeersbrug over de sluis is van het type basculebrug, gebouwd door de Constructiewerkplaats Hollandia (Krimpen a/d IJssel).

Sluiswachtershuisje

Het in de jaren 1939-1941 in opdracht van Rijkswaterstaat (Dienst der Zuiderzeewerken afdeling Noordoostpolderwerken, later Rijksdienst IJsselmeerpolders) gebouwde huisje is ontworpen door ir. D. Roosenburg (Den Haag).
Het staat links van de Voorstersluis en is opgetrokken in een aan het Functionalisme verwante bouwstijl.

Schotbalkenloods

Het gebouw werd in de jaren 1939-1941 in opdracht van Rijkswaterstaat (Dienst der Zuiderzeewerken afdeling Noordoostpolderwerken, later Rijksdienst IJsselmeerpolders) gebouwd, naar ontwerp van ir. D. Roosenburg (Den Haag).
Het gebouw is opgetrokken in functionalistische stijl. Het bestek voor het staalskelet van de schotbalkloods dateert van december 1939.
De rechts van de sluis, tegenover het sluiswachtershuisje staande loods heeft zijn oorspronkelijke functie (noodkering) inmiddels verloren en is inwendig gewijzigd.
De functie van de schotbalken is overgenomen door de aan de andere kant van de sluis staande, aan een stalen constructie bevestigde stalen noodschuif uit de eerste helft van de jaren zeventig, die derhalve buiten de beschermding valt.
Deze dient ter beveiliging van de sluis en als reservedeur bij eventuele reparatie en vervanging van de houten sluisdeuren.

Dienstwoning

Het bij het complex behorende blok van zes woningen voor gemaal- en sluispersoneel, alsmede voor één of twee kantonniers werd in het derde kwart van 1941 aanbesteed en werd uitgevoed door N.V. Panagro te Warmond. De woningen waren gereed in 1942.
Ze behoren bij het in de jaren 1939-1942 in opdracht van Rijkswaterstaat (Dienst der Zuiderzeewerken afdeling Noordoostpolderwerken, later Rijksdienst IJsselmeerpolders) gebouwde gemaalcomplex, dat ontworpen werd door ir. D. Roosenburg (Den Haag).
De dienstwoningen zijn gebouwd in een eenvoudige, functionele bouwstijl, die een verre verwantschap heeft met de architectuur van de Delftse School.
Aan de achterzijde staan drie dubbele schuurtjes, die deel uitmaken van de oorpronkelijke opzet van het complex.

Foto’s van Rijksmonumenten.nl

 

2519796