Gemaal Vissering

 

Gemaal Vissering is een gemaal op Urk in de Nederlandse Noordoostpolder.

Het gemaal bemaalt, samen met Gemaal Buma nabij Lemmer, de lage afdeling van de Noordoostpolder.
De lage afdeling heeft een oppervlakte van ca. 39.000 ha. en een streefpeil van NAP -5.75 m. Zomerpeil en NAP -5.85 m. Winterpeil.
Het gemaal pompt water uit de Urkervaart naar het IJsselmeer.

Renovatie : lees meer

Geschiedenis

Gemaal Vissering werd op 2 november 1942 in gebruik genomen, zij het met één machine. Het duurde tot 1943 voordat de tweede machine ging deelnemen aan de bemaling. Na de oorlog zijn de stoommachines vervangen door dieselmotoren. Sinds eind mei 1946 doet Vissering mee als volwaardig gemaal. Het gemaal is genoemd naar mr. G. Vissering, die president was van de Nederlandsche Bank, voorzitter van de invloedrijke Zuiderzeevereniging en van 1919 tot 1937 lid en ondervoorzitter van de Zuiderzeeraad. De Zuiderzeevereniging deed onderzoek naar de inpoldering van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerszee.

De installatie

In het gemaal staan drie verticale centrifugaalpompen opgesteld, die aangedreven worden door twee gas- en één dieselmotor. De pompen kunnen respectievelijk 800.000 en 720.000 liter water per minuut de polder uitpompen. Bij elkaar dus 2,32 miljoen liter water per minuut. De opvoer hoogte is 5.50 meter. Twee pompen gaan automatisch aan als het waterpeil de ingestelde peilen overschrijd. Voor de Vissering is dit –570 cm NAP. De derde pomp is semi-automatisch en wordt handmatig opgestart. De gasmotoren kunnen in perioden dat er niet gemalen wordt een dynamo aandrijven voor het opwekken van elektriciteit. Het gemaal Vissering is dus een kleine elektriciteitcentrale, uniek voor Nederland.
Beveiliging
Alle gemalen maken deel uit van de hoofdwaterkering en zijn als het ware in de dijk geplaatst. Daarom zijn ze voorzien van terugslagkleppen, die moeten verhinderen dat het water dat via de perskokers wordt weggepompt naar het oppervlaktewater via diezelfde weg kan terugstromen de polder in. Net als bijna alle gemalen van Waterschap Zuiderzeeland zijn ook in gemaal Vissering mechanisch bedienbare persschuiven aangebracht, evenals de terugslagkleppen (op de plaats waar het water de persbuis verlaat om in het IJsselmeer terecht te komen). Enkele bijzonderheden – Het gebouw is in opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken ontworpen door de Haagse architect D. Roosenburg, in functionalistische stijl. – De onderbouw is van 3 gewapende betonnen zuigmonden (vloer op –885 cm NAP), gefundeerd op houten palen en 3 gewapende betonnen persbuizen (vloer op –655 cm NAP), met 3 terugslagkleppen per persbuis. – De bovenbouw is uitgevoerd van staalskelet en metselwerk.

Technische gegevens

Motor – Merk: Motor I en III: Caterpillar, motor II: Brons-Man
– Type: Motor I en III: Gas 3516 en motor II: diesel: 12V-20/27 – Vermogen: motor I, II en III: 1.500 pk.
– Omwentelingen per minuut: Motor I en III: 1.500 en motor II: 951

Koppeling

Diameter pompwaaier: alle 2.510 mm
Opbrengst: pomp waaier I en III : 800 m3 per minuut, pomp waaier II: 720 m3 per minuut
Brandstofgebruik: gas: 320 m3 per uur; gasolie: 240 liter per uur
Brandstof opslag gasolie: 800.000 liter
Draaiuren: circa 3.500 per jaar

 

 

 

 

 

 

Het gemaal pompt het water
dat vissers naar zee voert
het gemaal levert stroom
aan vrouwen op de kade
(Niels Blomberg waterdichter Waterschap Zuiderzeeland 2010)

 

 

 

 

 

 

 

Wie was de architect:

Dirk Roosenburg (1887 – 1962) was een Nederlands architect.
hij studeerde in 1911 af aan de Technische Hogeschool in Delft en studeerde vervolgens een jaar in Parijs aan de École des Beaux-Arts. Na zijn studietijd ging hij aan het werk bij Jan Stuyt voor de Rijksgebouwendienst en werkte hij als tekenaar voor Berlage. In 1916 startte hij zijn eigen ontwerpbureau, wat vanaf 1918 gevestigd was in een door hem zelf ontworpen huis in Den Haag.

Roosenburg viel als architect vooral op door zijn ontwerpen van kantoorgebouwen voor bedrijven.
Ook was hij medeontwerper van de Stevin- en Lorentz-uitwateringssluizen,  de Velsertunnel en de sluizen en het douanekantoor van de Afsluitdijk.

 

 

 

 

 

 

Kwaliteitswerk
Roosenburg was een erg dure architect, omdat hij zeer hoge eisen stelde aan de kwaliteit van zijn werk. Eén keer ging hij hiermee de mist in, toen hij een gebouw voor de Rijksverzekeringsbank in Amsterdam (1935-1940) had laten bekleden met geglazuurde tegels. Doordat er water achter kwam, lieten ze stuk voor stuk los. Het gehele gebouw moest vervolgens opnieuw worden bedekt, dit maal met natuurstenen platen.

Roosenburg was modern, maar combineerde dit met het monumentale. Hij was een functionalist, maar dan wel één met gevoel voor esthetiek. Hij geloofde niet dat een gebouw vanzelf mooi werd zolang er maar werd voldaan aan de eisen die de opdrachtgever er aan stelde.

 

monumentaal
Zijn voorkeur voor monumentale gebouwen is bijvoorbeeld terug te zien in het hoofdkantoor van de KLM in Den Haag (1947) dat hij ontwierp in opdracht van zijn jeugdvriend Albert Plesman. In dit gebouw is nu het ministerie voor verkeer en waterstaat gevestigd. Een ander bekend gebouw van Roosenburg is het bedrijfsgebouw van Philips in Eindhoven (1920).

In 1946 ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met zijn medewerkers Verhave en Luyt. Tot in de jaren vijftig bleef hij werken bij het bureau. Een belangrijk werk uit die tijd is het stadhuis van Vlissingen (1949-1964).

Een leuke wetenswaardigheid is dat Roosenburg de opa was van de bekende architect Rem Koolhaas

 

 

Wie is Vissering

Het gemaal Vissering is vernoemd naar meester Gerard Vissering, president van De Nederlandsche Bank en voorzitter van de Zuiderzeevereniging van 1919 tot 1937.
In de periode van 1919 tot 1937 was hij lid en ondervoorzitter van de Zuiderzeeraad.
Ook was hij voorzitter van de Staatscommissie inzake het bestuderen van de uitgifte der Zuiderzeegronden.
Gerard Vissering was een zoon van minister van Financiën Simon Vissering (1818-1888) en Grietje Corver (1825-1898).

In Emmeloord is de Visseringlaan naar hem vernoemd.

 

 

 

 

 

 

 

Sluis

 

Urkersluis

De Urkersluis is een SCHUTSLUIS tussen de monding van de Urker Vaart en de haven van Urk aan het IJsselmeer.
Met de bouw van de sluis is, evenals met de werkzaamheden aan het nabijgelegen gemaal Vissering en een rijtje dienstwoningen, begonnen in 1938.
De sluis, zowel als het bijbehorende sluiswachtershuisje, de schotbalkenloods en het gemaal (Visseringgemaal) zijn gebouwd in een aan het Functionalisme verwante stijl, naar ontwerp van de bouwkundige D. Roosenburg en ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken, in opdracht van Rijkswaterstaat.
De sluis en de bijbehorende gebouwtjes waren voltooid in 1941.
Na het droogvallen van de Noordoostpolder en het voltooien van de Urkervaart in 1942 kon de sluis, evenals het nabij gelegen gemaal, in gebruik worden genomen.
De schutsluis overbrugt een verschil in waterpeil tussen de polder en het IJsselmeer van 5.75 meter.
De oorspronkelijke, van 1941 daterende sluisdeuren zijn in 1981 vervangen door de huidige.
Het sluiswachtershuisje verloor in 1989 de oorspronkelijke functie en is in het zelfde jaar vervangen door een nieuw bedieningsgebouw bij de brug.
De brug en dit bedieningsgebouw vallen buiten de bescherming van rijkswege.

 

Sluiswachtershuisje

De Urkersluis is een schutsluis tussen de monding van de Urker Vaart en de haven van Urk aan het IJsselmeer.
Met de bouw van de sluis is, evenals met de werkzaamheden aan het nabijgelegen gemaal Vissering en een rijtje dienstwoningen, begonnen in 1938.

De sluis, zowel als het bijbehorende SLUISWACHTERSHUISJE, de schotbalkenloods en het gemaal zijn gebouwd naar ontwerp van de architect D. Roosenburg en ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken, in opdracht van Rijkswaterstaat.
De sluis en de bijbehorende gebouwtjes waren voltooid in 1941.
Met het droogvallen van de Noordoostpolder en het afronden van de werzaamheden aan de Urkervaart in 1942 kon de sluis evenals het nabij gelegen gemaal in gebruik worden genomen.
Het sluiswachtershuisje diende als onderkomen van de sluiswachter, die vanuit deze positie de sluisdeuren kon bedienen.
Het gebouwtje verloor in 1989 de oorspronkelijke functie toen het in dat jaar werd vervangen door een nieuw bedieningsgebouw bij de brug.

 

Schotbalkenloods
De Urkersluis is een schutsluis tussen de monding van de Urker Vaart en de haven van Urk aan het IJsselmeer.
Met de bouw van de sluis is, evenals met de werkzaamheden aan het nabijgelegen gemaal Vissering en een rijtje dienstwoningen, begonnen in 1938.
De sluis, zowel als het bijbehorende sluiswachtershuisje, de SCHOTBALKENLOODS en het gemaal zijn gebouwd in opdracht van Rijkswaterstaat, naar ontwerp van de architect D. Roosenburg en ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken. De sluis en de bijbehorende gebouwtjes waren voltooid in 1941.
De in een functionalistische stijl gebouwde schotbalkenloods was bestemd als opslagplaats voor houten schotbalken, die dienden ter beveiliging van de westelijke (IJsselmeerzijde) sluisdeuren bij calamiteiten en als afsluiting van de sluiskolk bij werkzaamheden aan de sluisdeuren.
Een stalen noodschuif heeft de functie van de schotbalkenloods echter overgenomen.

 

Smederij, oorspronkelijk woonhuis
De achter een scheepswerfje, bij de haven gelegen voormalige SMEDERIJ is in het eerste kwart van de twintigste eeuw waarschijnlijk gebouwd als woonhuis.
Een procesverbaal van de hinderwet d.d. 16-8 1928 maakt melding van een nieuw te bouwen smederij ‘ten westen van de woning van K. van Eerde*, wijk II no. 26’, de straat en het huisnummer van het betreffende pand.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat niet het pand Wijk 2 nr. 26 als smederij is gebouwd, maar dat het belendende kavel hiervoor was bestemd.
Het door een ambachtelijk-traditionele bouwtrant gekenmerkte pand heeft (mogelijk in plaats van de nieuw te bouwen smederij) lange tijd de functie van smederij gehad. Kornelis van Eerde, timmerman te Urk.

 

Sluis/brugwachtershuisje

 

Het nieuwe huisje heeft in 1989 de functie van het oude huisje overgenomen.
Mogelijk wil men dit nieuwe huisje beschikbaar houden voor noodbediening van meerdere bruggen tegelijk.
De oppervlakte bedraagt ca 23 m2 met daarnaast een kelder van 16 m2. Ligt op 700 m van Urk.

Architect: de jong gestorven architect Peter Loerakker (1959-1991).

Foto: Frank Moerman, stichting Brugwachtershuisjes

 

 

Foto’s van Rijksmonumenten.nl