Rotterdamse hoek

dankt zijn naam aan de aanvoer van puin van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940.

Op 14 mei is het centrum van Rotterdam gebombardeerd door de Duitsers.
Niets bleef meer overeind staan.
Dit puin is gelijk afgevoerd per schip en onder andere richting de Noordoostpolder vervoert.
Het puin is gebruikt voor de afwerking van de 5,5 kilometer dijk boven Urk
en ook ter verharding van de polderwegen.
Na de bevrijding zijn veel polderwegen hiermee verhard.

De naam “Rotterdamse hoek” is bedacht door de polderwerkers zelf.
Dit zodat niemand ooit zou vergeten waar het puin vandaag kwam.

De 7,5 meter hoge vuurtoren markeert de Rotterdamse hoek.
De vierkante bakstenen vuurtoren is gebouwd in 1950.
Het heeft een elektrisch licht dat 3 maal per 3 seconden knippert.

De Rotterdamse hoek is een beruchte plek voor scheepvaarders.
Diverse schepen zijn in dit gebied in moeilijkheden geraakt.
Er wordt wel gesuggereerd dat het “spookt” op deze plek.
Menige boeren worstelen met het natte land en kwelwater hier.

De Rotterdamse hoek wordt ook wel aangeduid als “het laatste schepenkerkhof” in Nederland



Trouw – Archief 13 maart 2000

Die rare, gevaarlijke, duivelse hoek van de Noordoostpolder

QUIRIJN VISSCHER − 20/03/13
De Rotterdamse Hoek boven Urk is een spookplek. Bij schippers is de plek berucht, binnendijks zijn de akkers zompig. Er zou oorlogspuin van Rotterdam in de dijk zitten. Een facelift zit er aan te komen.

Hun schip maakt al water. Er is geen redden meer aan voor het Vlaamse schippersechtpaar Roland en Ingrid Bier op die 30ste november 1999. Via de intercom houden ze contact tussen de stuurhut en de woonkamer. “Schat”, zegt ze, “zoet, ik zie golven voorbijrollen aan het venster en dat heb ik nog nooit gezien.” Hij antwoordt nog: “Normaal kan dat geen kwaad.” Maar dit is niet normaal. Hun schip, de m.s. Zinnia, zinkt bij windkracht 9 aan de Noordoostpolderdijk tussen Lemmer en Urk.

Het echtpaar Bier vertelt over de redding in de promotiefilm ‘Vrouwen en kinderen eerst’ van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Ze zijn niet de enigen die aan deze polderdijk moesten worden gered. Volgens gegevens van de KNRM zijn de reddingstations Urk, Lemmer en Enkhuizen de afgelopen twintig jaar minstens 150 maal uitgerukt naar de ‘Rotterdamse Hoek’ voor hulpverlening, doorgaans aan professionele schippers.

De Rotterdamse Hoek heeft een grimmige reputatie. De ontstaansgeschiedenis van de dijk is wrang. Buitendijks raken schepen er vaker dan elders in de problemen. Binnendijks worstelen boeren er met natte grond, kwelwater en slechte oogsten. De plek is berucht onder schippers, zegt Rein Snoek van het KNRM-reddingsstation Urk. Hij en zijn mannen schieten daar jaarlijks vier of vijf keer te hulp. Iets minder vaak dan vroeger, dat wel.

“Je ontwikkelt een zekere routine”, zegt Snoek. Binnenvaartschippers, vertelt hij, zijn opgelucht als ze bij windkracht zes of hoger de Rotterdamse Hoek voorbij zijn, zeker bij een noordwestenwind. Vanaf de verre Afsluitdijk stuwen de golven dan op en botsen tegen de punt die de Rotterdamse Hoek heet. Die weerkaatst de golven. “Dat zorgt voor een heel rare zee”, zegt Snoek. “Met golven tot 3,5 meter. Dat is voor het IJsselmeer ongelooflijk hoog.”

De beruchte hoek in de polderdijk, die van 1939 dateert, ligt pal aan de scheepvaartsnelweg tussen het noorden enerzijds en Amsterdam of de IJssel bij Kampen anderzijds. Schippers moeten met hun lading het IJsselmeer over en varen pal langs de polderdijk. Op weg naar Lemmer, of terug, varen ze bij de Rotterdamse Hoek de bocht om. Voor de landrot is dit een verre windhoek. Een kerncentrale was hier ooit gepland. Nu staat er een varkensflat. Bij ‘de Hoek’ komt binnen- en buitendijks een enorm windmolenpark. Juist hier is straks de toerist meer dan welkom.

Op deze verafgelegen plek hoopt Riet Rijs dat de natuur gaat floreren. In de oksel van de dijk ligt een kwelplas met een bos van zes hectare. Stichting Het Flevo-landschap, waar Rijs projectleider is, vormt vanaf deze maand boerengrond om in natuur. De polderbodem bleef er na de drooglegging in 1942 drassig. Geen beste landbouwgrond. Bewoner Huub Derks, bij wie Rijs op bezoek is, bevestigt het. Hier is hij in 1958 geboren. De boerderij van zijn ouders die hij later overnam, was toen splinternieuw.

Een paar jaar geleden kwam zijn grond in handen van Flevo-landschap, net als die van een buurman. Derks is nu loonwerker en heeft een windmolen. Met Rijs verkent hij de oude boerenkavels waarop kiepwagens en draglines een moeras maken naast het kwelbos. “Als kinderen noemden we dat bosje het Zwarte Woud”, zegt hij. “Zo dicht begroeid was het toen de bomen nog klein waren. De toegang was verboden door Domeinen. Spannend. Hier kwam verder niemand.”

“Kijk”, wijst hij op een sloot honderden meters van de dijk. Belletjes borrelen op. De slootbodem is wit. Kwelwater komt boven onder druk van het IJsselmeer. Maar niet alleen de getemde Zuiderzee maakt de grond drassig. Diepe grondlagen zijn wat poreuzer dan elders in de polder. Ze laten diepere grondwaterstromen door. Derks is blij dat zijn land is verkocht. Ooit grapte hij dat hij zijn grond wel wilde ruilen voor een kleiner kavel dieper in de polder, waar het veel droger is. Sommige jaren kon hij niet alles oogsten, zo zompig konden zijn akkers zijn.

De Rotterdamse Hoek is een duivelse dijk sinds de oorlogstijd. Het verhaal gaat dat onder de groene zoden van deze dijk nabij Creil de restanten liggen van hartje Rotterdam dat 14 mei 1940 door de nazi’s werd platgebombardeerd. De polderwerkers gaven deze hoek in de dijk zijn naam, opdat niemand zou vergeten waar het puin vandaan kwam. Het zou in de dijk gestopt zijn. Maar op 16 november 1940 meldt de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant iets anders:

“Het puin uit Rotterdam, dat gebruikt zal worden voor wegverharding in den N.O.-Polder, ligt reeds bij groote hoopen op zijn bestemming te wachten. De hoeveelheid puin is bijna twee kilometer lang en tien meter hoog.” In 2011 dook bij werkzaamheden aan een sloot in de polder bij Urk een stenen vrouwenkop op die even voor een Romeinse schat werd aangezien. Het bleek een stukje Rotterdam. Zat het puin wel in de dijk?

Waterschap Zuiderzeeland weet zeker dat Rotterdams puin is verwerkt in de Rotterdamse Hoek. Op alle dijken van de Noordoostpolder is onder de basaltglooiing puin gebruikt, stelt het schap. Maar in zijn archieven valt niet te staven dat oud-Rotterdam rust in de polderdijk.

André Piederiet (85) uit IJsselmuiden heeft geen archieven nodig. De oud-onderwijzer herinnert zich nog als de dag van gisteren hoe hij in 1943 na een lange tocht ‘door de rimboe’ van de pas drooggevallen polder dit puin beklom.

“Het was gestort bovenop de dijk”, zegt Piederiet die als tiener wat vogelkundig onderzoek verrichtte voor het laboratorium van Zuiderzeewerken. Min of meer als onderduiker. “De dijk was allang klaar. Dit was een opslagplek. Het puin is later gebruikt voor de wegenbouw. We klommen erop voor een goed uitzicht. Aan de binnenkant van de dijk zag ik de slikgronden met verzakkingen en kwelplassen. Vergelijkbaar met de Oostvaarderplassen zoals die er in het begin uitzagen.”

Dat natuurlijke uitzicht van 1943 mag weer wat terugkeren aan de Rotterdamse Hoek als het aan Het Flevo-landschap ligt. Het kwelplasje dat in 1942 achterbleef, moet uitgroeien tot een pleisterplaats voor trekvogels op hun tochten naar Siberië of de Sahara: de Nederlandse waterdelta’s als pitsstop. Deze polder heeft hier verder weinig wilde natuur. Aan weerskanten van de dijk ligt straks een snelweg: een voor het scheepvaartverkeer en een voor vogels.

Derks blijft verknocht aan zijn plekje, ook als naast zijn erf drie paddenpoelen liggen. “Wat vind je van alle Japanners die hier straks komen”, plaagt projectleider Rijs hem. Derks betwijfelt of het zal stormlopen. Flevo-landschap wil deze zomer de wandelpaden opleveren. Derks’ land verandert in een weidegebied. Het komt naast het moeras. Kieviten baltsen er al druk. “Een graspieper”, zegt Rijs en wijst. “Omdat een polderdijk geen uiterwaarden kent, maken we hier binnendijks ruimte voor vogels.”

De 48 hectare nieuwe natuur naast het kwelbosje aan de Rotterdamse Hoek moet de natuurwaarde van het IJsselmeer versterken, legt Rijs uit. “Het moet een pleisterplaats worden voor vogels”, zegt ze. “Ganzen, zwanen en eenden kunnen hier uitwijken.”

De aanleg van het windmolenpark parallel aan de polderdijk is ook een reden voor deze natuurcorridor. Ter hoogte van de Rotterdamse Hoek komen in een zone van ongeveer een kilometer breed geen windmolens.

De Rotterdamse Hoek is druk voor een uithoek. Nederlandse grootste windpark wordt binnen- en buitendijks aangelegd door samenwerkende polderboeren en, zuidelijker in de Noordoostpolder, energiebedrijf Essent (RWE).

Een halve maan van 86 molens (tiphoogte tot 195 meter) omzoomt de polder. Tot verdriet van Urkers die vrezen voor het klassieke zicht op Urk. Bij het voormalige eiland komen er wat minder. De kleinere molens van het vorige windpark, uit 1991, verdwijnen.

Schippers kunnen straks in de luwte voorbij de Rotterdamse Hoek varen, dankzij de 48 windmolens die in het water worden gebouwd. Bouwer Boskalis maakte in opdracht van een windenergiebedrijf een 1100 meter lange dam in het IJsselmeer. Die moet schepen en molens uit elkaar houden. Toch vraagt Snoek zich of deze windparkbouw het voor schippers veiliger zal maken. “Je zult maar motorpech krijgen en toch tegen een molen varen”, zegt hij.

KNRM-station Urk oefent vaak bij de Rotterdamse Hoek. Snoek: “Als we weten dat daar iets mis is, varen we altijd een standje harder dan normaal. Gelukkig heb ik mijn tien jaren KNRM er nog nooit persoonlijke ongelukken meegemaakt.” Ook Derks heeft er genoeg schepen tegen de dijk zien liggen. “Vroeger meer dan nu.” Bang is hij nooit geweest aan de Rotterdamse Hoek. Op één keertje na. Een stormachtige dag in 1979. Toen zag hij het water over de dijk heen spatten.

Rijs hoopt dat het publiek vanaf de zomer de Rotterdamse Hoek weet te vinden. Er moet nog een landschapskunstwerk komen dat het thema ‘wind’ mag verbeelden. Derks moet erom lachen, want ‘hier waait het altijd’.

Maar het echte kunstwerk staat er eigenlijk al. Een grimmig vuurtorentje dat met metalen stekels is bekleed om vandalen te weren. “De misthoorn doet het niet meer”, vertelt Derks. Rijs hoorde dat het bouwwerkje misschien verdwijnt. “Dat kan toch niet?”

De Rotterdamse Hoek zou haast een vriendelijke uitstraling krijgen met die wandelpaden en al die weidse vergezichten op de eindeloze polder en het ogenschijnlijk zo vredige IJsselmeer. Niet langer mogen toeristen tussen Urk en Lemmer hier ’s zomers argeloos aan voorbij fietsen. Derks wacht het af. Rond zijn huis blijft het kwelwater zachtjes borrelen in de sloten bij de Rotterdamse Hoek. Dat is hij gewend. Maar een schipper is blij als hij deze duivelse dijk weer voorbij is.

Oud-Rotterdam ligt in de polderdijk
Twee verhalen doen de ronde in de Noordoostpolder over het gebruik van Rotterdams oorlogspuin dat in de zomer van 1940 arriveerde. Een veelgehoorde lezing is dat brokstukken van de verwoeste havenstad zijn verwerkt in de polderdijk. Een tweede lezing is dat het puin daar slechts werd opgeslagen om later gebruikt te worden voor de wegenbouw.

Het archief van de Dienst der Zuiderzeewerken bij NieuwLand Erfgoed in Lelystad biedt uitkomst: beide verhalen kloppen. Het dijkvak tussen Urk en Lemmer, waarin de Rotterdamse Hoek een knik is, was al in 1939 klaar. Een jaar later werd daar puin uit Rotterdam opgeslagen. Ook ten zuiden van Urk was een dijkdepot. De Noordoostpolder bood geen plek: die viel pas in september 1942 droog.

Aannemers die in 1942 en 1943 de polderdijk wilden afwerken, moesten gebruik maken van het puin dat op die dijkdepots was opgeslagen, blijkt uit bestekken van het Departement van Waterstaat. De brokstukken dienden, fijngemalen, onder meer als wegverharding in de buitenste berm van de dijk. Een bestek: “De fundering bestaat uit een vlijlaag van puin, dik 0,06 meter.”

Het puin bij de Rotterdamse Hoek werd gebruikt voor de afwerking van 5,5 kilometer dijk boven Urk, blijkt uit het bestek. Na de bevrijding kregen veel polderwegen rond Urk puinverharding.

Niet al het oorlogspuin kwam naar de polder. In en om Rotterdam werden er veel waterwegen mee gedempt en waterwerken verstevigd.