De Leeuwen

De Noordoostpolder heeft een haat-liefde relatie met de leeuwen.

Hoe begon het allemaal …..

Leeuwen - Leeuwen-van-Zeeburg.jpg

Zeeburg

De vier leeuwenbeelden zijn aan het eind van de negentiende eeuw gemaakt door Bart van Hoven  en stonden voor de grote sluis van het Merwedekanaal bij Zeeburg.
Bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal in 1943 (een verbreding en verlenging van het Merwedekanaal) stonden de leeuwen in de weg en werden opgeslagen. (Bron: collectie online, Amsterdam Museum) .
Toen de  Noordoostpolder in 1952 zijn 10 jarig bestaan vierde zijn de standbeelden door Amsterdam aangeboden aan  de ‘Directie van de Dienst der Zuiderzeewerken’ (het toenmalig gemeentebestuur van Noordoostpolder) die het vervolgens schonk aan het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder.


Leeuwen - De-4-leeuwen-geschonken-door-de-gemeente-Zeeburg-Bij-Amsterdam-Ze-stonden-op-de-havenhoofden-Op-de-achtergrond-de-NH-kerk-De-Hoeksteen.pngEmmeloord

De leeuwen werden op de Deel geplaatst.
De brug over de stadsgracht, vlak bij de geplaatste leeuwen kreeg de naam  “De leeuwenbrug”.
In Zeeburg stonden de leeuwen, gemaakt van Franse bergsteen op een granieten voet.
Hier werden ze geplaatst op een sokkel die bekleed werd met Bentheimer zandsteen, gevonden in een scheepswrak die in 1948 op de droogevallen noordoostpolder-bodem geborgen werd .

En Emmeloord was er blij mee.


Leeuwen - Setje-Leeuwen.jpgSymmetrie

De leeuwen lijken exact gelijk, maar er is symmetrie.
De ene leeuw heeft zijn rechter poot over de linker poot geslagen terwijl dat bij de andere leeuw andersom is.


Leeuwen - inopslag.jpgIn opslag

Later, in 1964 vond men dat de leeuwen het kruispunt onveilig maakte.
Ze stonden dus weer in de weg.
Daarom werden ze verwijderd en ‘tijdelijk’ bewaard op de gemeentewerf aan de Nijverheidsstraat.


Een leeuw geschonken aan Blankenham

In de Oudejaarsnacht van 1964 roofden inwoners van Luttelgeest het Hoogwater-Kanon van Blankenham.
Het kanon werd overigens keurig teruggebracht.
De toenmalige Burgemeester van Noordoostpolder stelde voor dat één van de leeuwen naast het kanon de wacht moest houden en gaf daarvoor een leeuw kado aan Blankenham.
De bevolking van Noordoostpolder stond op zijn achterste benen. De leeuw kwam retour.  (Zie krantenknipsels onderaan)
Volgens Blankenham hebben zij het kanon moedig heroverd en meteen een leeuw als  krijgsbuit meegenomen. Maar dat is niet zo hoor.


Kraggenburg.

Tijdens een oudejaarsstunt op 1 januari 1965 heeft Kraggenburg één van de leeuwen ‘gepikt’ en versleept naar Kraggenburg.
De gemeente Noordoostpolder toonde zich een goed verliezer en schonk Kraggenburg een tweede leeuw.
Deze staan nu aan de poort van het dorp.
Sindsdien wordt het dorp wel Leeuwenburg genoemd, heet de carnavalsvereniging De Zotte Leeuwkes en wordt in de winter de Leeuwenronde geschaatst.

Ze hebben een gespiegeld stelletje.


Leeuwen - Setje-Leeuwen-2.jpgMeldestraat

De gemeente -wakker geschud-  plaatste de resterende twee leeuwen aan de Meldestraat.
Daar staan ze nu nog. Beetje verscholen in het gras, niet meer op een mooie hoe sokkel, maar ’t zijn dieren.


Leeuwen - Nagele-leeuw-t-schokkererf.jpgNagele

Tijdens de jaarwisseling 1975 1976 heeft Nagele een leeuw versleept van Kraggenburg naar Nagele.
Het dier moest per omgaande teruggebracht worden.
Nagele (Piet van der Sar) heeft via een gipsen mal een kopie gemaakt van de leeuw.
Deze leeuw staat nu in Nagele, maar de kwaliteit is slecht.
Het droeve aftreksel in de naam ‘Koning der Dieren’ niet waard.


Leeuwen - leeuw-Emmeloord-1.jpgPoldertoren

In 2010 is het plein rond De Poldertoren opgeknapt.
Naar een idee van kunstenares Marieke van Diemen heeft men een afgietsel gemaakt van één van de leeuwen aan de Meldestraat en vier replica’s gemaakt.
Daarom is hier  van symmetrie geen sprake meer. De ene leeuw had zijn rechter poot over de linker poot geslagen terwijl dat bij de andere leeuw andersom was.
Toch zijn ook deze vier leeuwen niet exact gelijk. Marieke van Diemen heeft bewust bij iedere individuele leeuw enkele ‘onvolmaaktheden’ aangebracht.
De ‘echte leeuwen’ zijn uit steen gehouwen. Deze leeuwen zijn met behulp van een rubber mal nagemaakt en gegoten van zwart ‘basalt beton’.
Deze  leeuwen met als naam Lion Noir zijn op 22 april 2010 geplaatst.

bron en foto’s  mariekevandiemen.nl


Leeuwen - nieuwe-oude-leeuwen.jpgMaar het verhaal gaat verder ……

Wanneer in 2013-2015 de laatste resten van het oude sluiscomplex aan het Amsterdam-Rijnkanaal gesloopt worden,
vraagt Rijkswaterstaatmedewerker Herman van Dijk zich af waar hun leeuwen toch gebleven zijn.
Herman  zet zijn tanden er in. ‘ Wie heeft die Leeuwen’.
De Noordoostpolder dus. En wil ze niet teruggeven. Kraggenburg zeker niet. Ze zijn niet zot.

Een grote meevaller voor Van Dijk is dat de leeuwenmal – waarmee nieuwe leeuwen afgegoten kunnen worden – nog steeds in Emmeloordse handen is én dat die stad bereid is deze mal ter beschikking te stellen.

Alhoewel vastgesteld moet worden dat de oorspronkelijke roofdieren nog steeds in de Noordoostpolder staan, is het goede nieuws dat sinds 2015 weer vier leeuwen pronken aan de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal.


Er zijn nu dus 13 leeuwen.

  • Twee originelen aan de Meldestraat
  • Twee originelen in Kraggenburg
  • Vier replica’s onder de Poldertoren
  • Eén replica in Nagele
  • Vier nieuwe oude leeuwen in Zeeburg

 Zeeburgse leeuwen

In 1891 worden onder het Amsterdam-Rijnkanaal grondduikers geplaatst om het overtollige water uit het afwateringskanaal naar de Zuiderzee te pompen.
Aan weerskanten van de duikers komen twee stoere leeuwen van beeldhouwer Bart van Hove.

Bart van Hove (1850-1914) is niet de eerste de beste.
Hij is afkomstig uit het Haagse kunstenaarsgeslacht Van Hove en is eind negentiende eeuw een geliefd leverancier van beelden, waaronder het Atjeh-monument en het nog steeds in Artis aanwezige Westerman Monument

De leeuwen van Van Hove bewaken ruim een halve eeuw de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal, maar verdwijnen in 1942 bij de afbraak van de syphon naar vooralsnog onbekende bestemming en worden in Amsterdam niet meer teruggezien.

Wanneer in 2013-2015 de laatste resten van het oude sluiscomplex aan het Amsterdam-Rijnkanaal in opdracht van Rijkswaterstaat gesloopt worden, loopt Rijkswaterstaatmedewerker Herman van Dijk rond met een missie.
Van Dijk heeft in deze periode een toevallige ontmoeting op de Zeeburgerdijk met een verder onbekend gebleven, ongeveer 80-jarig man op een fiets, die vertelt dat zijn vader destijds sluiswachter was op sluiseiland Zeeburg en dat hij vroeger altijd zo prettig speelde bij de leeuwen aan de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal.
Van Dijks interesse is gewekt. Hij vraagt zich af waar die leeuwen toch gebleven zijn, en of het zelfs mogelijk zou zijn deze leeuwen bij de grote renovatie van de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal terug te plaatsen.

Leeuwenburg

De zoektocht van Herman van Dijk leidt tot succes.
Via een artikel in tijdschrift Het Waterschap komt hij de verdwenen dieren op het spoor. Ze blijken in 1942 in een opslagplaats terecht zijn gekomen, maar nooit te zijn vernietigd.
Op onnavolgbare wijze blijken de vier Zeeburgse leeuwen in de Noordoostpolder terecht te zijn gekomen.
Wanneer de noordoostelijke polder in 1952 ter gelegenheid van het tienjarig bestaan besluit tot het maken van een ‘leeuwenmonument’ op de Deel in Emmeloord, schenkt een nog niet achterhaalde persoon de vier leeuwen aan het polderbestuur.
Rond de vier dieren ontstaat in de Noordoostpolder een hele cultus wanneer bewoners van andere dorpen er een sport van gaan maken om tijdens de jaarwisseling leeuwen te ‘ontvoeren’ om ze in het eigen
dorp te plaatsen.
Met name Kraggenburg weet zich daarbij zelfs definitief twee van de vier dieren meester te maken.
Sindsdien wordt het dorp wel Leeuwenburg genoemd, heet de carnavalsvereniging De Zotte Leeuwkes en wordt in de winter de Leeuwenronde geschaatst.


Leeuwen - EDG02009.jpgNieuwe oude leeuwen

Emmeloord noch Kraggenburg blijkt bereid afstand te doen van de originele leeuwen ter terugplaatsing aan de Zeeburgse ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal.
Een grote meevaller voor Van Dijk is dat de leeuwenmal – waarmee nieuwe leeuwen afgegoten kunnen worden – nog steeds in Emmeloordse handen is én dat die stad bereid is deze mal ter beschikking te stellen.
Alhoewel vastgesteld moet worden dat de oorspronkelijke roofdieren nog steeds in de verre polder te vinden zijn, is het goede nieuws dat sinds enige weken weer vier leeuwen pronken
aan de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal.

Herman van Dijk is er trots op en Zeeburg mag zich weer verheugen in de aanwezigheid van de leeuwen, die zo ver bekend de enige exemplaren zijn die in de openbare ruimte kunnen worden
aangetroffen.

Bron: IJopener. De buurtkrant voor IJburg, Zeeburgereiland, Indische Buurt en Oostelijk Havengebied jaargang 10 nummer 5 december 2015

TEKST EN FOTO: ROGIER SCHRAVENDEEL

Leeuwen - Herman-van-Dijk.jpg

Herman van Dijk hoorde bij toeval dat er tot 1942 vier leeuwenbeelden bij het sluiscomplex in het AmsterdamRijnkanaal stonden.
Hij vond ze terug in de Noordoostpolder. Nu pronken er vier replica’s bij de sluizen.


Gipsen model

Leeuwen - Leeuw-voor-J.M.F.-Wellan.jpgLeeuwen - Verzendkaartje-liggende-leeuw-voor-Wellan.jpg

In de collectie van het Amsterdam Museum bevindt zich nog een klein gipsen model van één van deze leeuwen.
Dit model werd in 1890 aangeboden aan J.M.F. Wellan,  één van de ontwerpers van het Merwedekanaal.

hoogte 22 cm
breedte 33.2 cm
diepte 16.5 cm

Maakt dit 14 exemplaren ?

Wellan was van 1 nov 1894 tot 1 okt 1900 hoofdinspecteur was bij ’s Rijks Waterstaat, (later: Rijkswaterstaat)
Aardig te vermelden is dat J.M.F. Wellan ook onderzoek heeft gedaan naar het “droogmaak-plan Zuiderzee” van zijn Rijkswaterstaat collega J.A. Beijerick. Een plan dat later door T.J. Stieltjes werd omgewerkt en ingediend.

bron https://hart.amsterdam/nl/page/117887
http://hdl.handle.net/11259/collection.54404
http://data.collectienederland.nl/page/aggregation/amsterdam-museum/54403


Wie was Bart van Hoven.

Den Haag, 17 maart 1850 – Amsterdam, 9 februari 1914
was een Nederlandse beeldhouwer.

Van Hove kwam voort uit een kunstenaarsgeslacht; zowel zijn grootvader Bartholomeus Johannes van Hove (1790-1880) als zijn vader Johannes Huybertus van Hove (1827-1881) was kunstschilder.
Zelf studeerde hij eerst aan de Haagse Tekenacademie in zijn geboorteplaats en vervolgens van 1870 tot 1874 aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen.
Daarna had hij tot 1878 les van P.J. Cavelier in Parijs.
Dit werd mogelijk gemaakt dankzij een Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst van Prins Hendrik.
In 1881 maakte hij een studiereis naar Italië.
Na terugkomst in 1882 ging hij in Amsterdam wonen.

In 1885 werd Van Hove leraar aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus in de hoofdstad en van 1889 tot 1900 was hij daar directeur. In 1900 werd hij hoogleraar aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam, wat hij tot zijn dood in 1914 zou blijven. Bovendien is Bart van Hove meerdere jaren voorzitter geweest van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae.

Als beeldhouwer maakte hij vooral veel portretbustes en standbeelden.

Leeuwen - BartvanHove.jpgIn Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 1899
door John F. Hulk:

De vier uit Franschen bergsteen gehouwen leeuwen,  welke,
liggende op hunne granieten voetstukken,
de groote sluis van het Merwedekanaal bij Zeeburg een monumentaal karakter verleenen,
geven een impressie van kracht en majesteit;
karaktervolle getuigen van het veelzijdig talent van den kunstenaar
en diens doorwrochte kennis der natuur.

De Leeuwen zijn door onze toenmalige burgemeester ook wel eens weggegeven :

De firma http://www.authentiekeplafonds.nl/ heeft de mal gemaakt,
Nimis Beton te De  Cruquius heeft de replica’s gemaakt.