Prof. Ter Veen-lyceum

Architect Jan Wiedijk uit Wageningen (1915-1992)
Aannemer : Panagro N.V. uit Warmold, voor ƒ 1.163.450,-

De school begon in januari 1960 met met 12 les- en 6 vaklokalen
Opening onder aanwezigheid van mevr. Ter Veen, weduwe van de professor Ter Veen, die veel gedaan heeft inzake de uitgifte van de gronden in Noordoostpolder.
De kleurige sgraffito’s zijn van Leo Schatz uit Amsterdam.
Tegenover de school staat een beeldhouwwerk van Jan de Baat. Het stelt een speels, dartel jong paard voor.

De eerste steen is gelegd door A. Blaauboer, de plaatsvervangend landrost van Noordoostpolder, die eerst een ogenblik stilte had verzocht ter nagedachtenis van pastoor Morselt, de onlangs overleden curator van de school.  Op deze eerste steen is de spreuk “Non scholae sed vitae” –  wij leren niet voor de school, doch voor het leven.

Henri Nicolaas ter Veen (Amsterdam, 19 februari 1883 – Amsterdam, 7 november 1949) was een Nederlandse geograaf en hoogleraar.

Ter Veen groeide op in de Amsterdamse Jordaan en studeerde daarna voor onderwijzer aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzers in Haarlem.
In 1901 werd hij onderwijzer bij het Openbaar Lager Onderwijs in Amsterdam. Naast zijn baan als onderwijzer studeerde hij MO Aardrijkskunde. In 1910 werd hij leraar aardrijkskunde bij het Middelbaar Onderwijs te Amsterdam. Hij zette zijn studie voort aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde cum laude bij Sebald Rudolf Steinmetz op het proefschrift ‘De Haarlemmermeer als kolonisatiegebied’.

Voor de inrichting van de Noordoostpolder waren de ideeën van Ter Veen belangrijk.
De richtlijnen voor de kolonisatie werden geformuleerd door de Commissie Vissering, waarvan Ter Veen secretaris was.
De ervaringen van Ter Veen in de Haarlemmermeerpolder waren richtinggevend.
De overheid diende de regie van het kolonisatieproces te nemen.
De boeren moesten geselecteerd worden op vakbekwaamheid en ervaring en ze moesten daarnaast voldoende kapitaalkrachtig zijn om de eerste jaren door te komen.
Overigens waren niet alleen bedrijfseconomische criteria van belang bij de selectie van de eerste kolonisten.
Met name de religieuze achtergrond speelde een rol bij het bepalen van de gewenste omvang van de nieuwe nederzettingen. De dorpen moesten voldoende groot zijn om een draagvlak te bieden voor de kerken van de drie grote kerkgenootschappen.      Bron wikipedia

De geschiedenis van de school – nu Zuyderzee College – begon in 1955.
,,De eerste twee jaren hadden we twee lokalen in de katholieke lagere school.
Daarna hebben we drie jaar in de barakken in kamp Espelerbocht gebivakkeerd tot het nieuwe schoolgebouw klaar was aan de Professor ter Veenstraat’’, vertelt Van Mieghem.