Ontwerp

Al vroeg in ‘de plannen Noordoostpolder’ werd besloten dat op het centrale plein van Emmeloord, in het hart van de polder, een hoge toren zou komen te staan.
Deze toren zou moeten fungeren als baken uit de verte en als symbool van de eenheid van de polder.  Het mocht geen kerktoren worden, want geen van de kerken mocht over de ander domineren.
Voor de watervoorziening van de polder was een watertoren noodzakelijk en zo ontstond het idee om deze ‘aan te kleden’ tot poldertoren.
In december 1950 heeft de waterleidingsmaatschappij ‘Overijssel’ een openbare ideeënprijsvraag voor de toren uitgeschreven.
De opdracht was een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform.
De W.M.O. stelde onder andere als voorwaarde dat de toren de eenheid van de polder moest symboliseren en Emmeloord als centrum moest accentueren.
Uiteindelijk werd het ontwerp ‘Utilis’ van de Amsterdamse architect H. van Gent aangewezen om verder te worden uitgewerkt, waarbij hij steun kreeg van J.W.H.C. Pot.

  • Architecten
    Pot, J.W.H.C. (architectenbureau Pot en Pot-Keegstra) 1955-1959;
    Gent, H. 1950-1959;
  • aannemersbedrijf– Harm Fokkens Naarden NV Velp
  • uurwerk-, Nederlandse Klokkengieterij B. Eijsbouts NV Asten  -uurwerk, carillon en windwijzer-,
  • betonconstructie-, P.J. de Gruyter Zwollerkerspel

Uit het juryrapport: 

“De Jury is van mening, dat de algemene opvatting, alsmede de hoofdvorm en de hoofd afmetingen van deze inzending uitstekend beantwoorden aan de bijzondere eisen door de opgave gesteld; de sfeer van de polder is zeer goed getroffen. Het ontwerp getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende onderdelen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daardoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en toch boeiend. Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om bij uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest, waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Met name de ingang en de wijzerplaten getuigen van een zeker onvermogen tot vormgeven; in het bijzonder de omschrijving van de toe te passen materialen en van de afwerking wekt twijfel. Zou opdrachtgeefster besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering, dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet.”

Andere inzendingen

Links: Eén van de twee overig bekroonde ontwerpen :  Rode Toren van M.F. Duintjer
Rechts : Uilenspiegel van H.Mieras en B. van Kasteel

Geen enkele inzending naar de ideeënprijsvraag voor een watertoren in Emmeloord werd bekroond.
Wel ontvingen drie inzenders een premie van fl. 2000, Duintjer (‘Rode toren’) en daarnaast J.P. Mieras en B. van Kasteel (‘Uilenspiegel’) en H. van Gent (‘Utilis’).

Het ontwerp van Duintjer bestaat uit een gesloten toren, opgetrokken in rood metselwerk met een aantal uurwerken als decoratie aan de bovenkant van het rode metselwerk en een aantal ritmische perforaties ter plaatse van de wateropslag. Volgens de jury verraadde Duintjers ontwerp een gevoelige hand: ‘De plaats van de toren op het plein is goed. De eenvoudige situering past bij het karakter van dit onderwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch opgebouwd; de verhoudingen zijn goed en gevoelig.
Bij bestudering van de maquette bleek echter de toren vijf meter te laag te zijn, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen’. Daarnaast was er kritiek op de plaatsing van technische installaties.

Data

  • 1950 openbare ideeënprijsvraag uitgeschreven door Waterleidingsmaatschappij
  • Op 2 oktober 1953 werd dhr. van Gent de opdracht gegeven de toren uit te werken
  • 14 mei 1957 opende de waterleidingsmaatschappij de aanbesteding.
  • 12 juni 1957 startte de bouw
  • 20 juni 1959 Carillon officieel in gebruik opening door de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat, drs. H.A. Korthals