Bant

Rooms Katholiek

vroeger Ludger-kerk – nu Batsiliek

in gebruik door protestanten

Bant RK kerk

Vroeger de Rooms Katholieke Ludger-kerk – nu Batsiliek

De katholieken preken in Rutten. De gereformeerden en hervormden zijn sinds  2004 eigenaar van dit gebouw. Het is sindsdien ook een multifunctioneel ontmoetingscentrum. (Centrum voor geloof en zingeving). En tevens is het een officiële trouwgelegenheid van de gemeente Noordoostpolder.

Behoort bij: Dorpskerken-NOP (zie onderaan)

Bantsiliek

een kerkgebouw uit 1955 van architect Antonius Vosman jr. uit Deventer.

In 1951 werd met de bouw van het dorp Bant begonnen.
Ieder dorp in de Noordoostpolder kreeg drie kerken en drie scholen.
Een rooms katholieke,  een hervormde en een gereformeerde kerk.
De rk parochie van Bant was toegewijd aan de H. Liudger. De kerk heette dus de H. Liudgerkerk.
Het viel eerst onder het bisdom Utrecht,  Later tot het bisdom Groningen

De bevolkingsgroei in de Noordoostpolder bleef echter achter bij de verwachtingen.
In 1991 werd besloten dat er samen gekerkt moest worden met Bant, Rutten en Creil.
De gebouwen van Bant (de H. Liudgekerk) en  Creil (de H. Nicolaaskerk) werden afgestoten.
Het gebouw in Rutten (de H. Servatiuskerk) werd het nieuwe onderkomen onder de naam: parochie De Goede Herder.
De inventaris van Bant werd grotendeels opgenomen in de kerk van Rutten.
Het pijporgel is afgebroken. Er staat nu een elektronisch orgel.

Antonius Johannes Maria (A.J.M.) Vosman (Deventer, 19 mei 1896 – Schalkhaar, 9 augustus 1967) was een Nederlands architect.
Hij ontwierp voornamelijk kerkgebouwen en andere religieuze gebouwen.
Ook de Maria Sterre der Zee in Marknesse is van Vosman.

Bouw

Het rooms-katholieke kerkgebouw in Bant heeft een vrij traditionele vorm met lage zijbeuken.
De kerkzaal is hoger dan de bijgebouwen en heeft kleine, vierkante ramen die hoog in de muur zijn aangebracht.
De vrijstaande toren heeft een vierkante grondvorm en is 25 meter hoog.
De bouw van de toren is gesubsidieerd door de overheid. Het geheel wordt bekroond met een zadeldak.
De kerkzaal is rechthoekig. In het gebouw is weinig  ruimte voor nevenactiviteiten.
De gevels zijn van grijs genuanceerde baksteen, met een dak van grijze pannen.
De kerk staat op een verhoging en is gelegen aan een uitvalsweg

Architect A. Vosman uit Deventer ontwierp ook de Rooms-Katholieke Kerk Marknesse,

Bron: Kerkopbouw en kerkbouw in de IJsselmeerpolders.

NCRV

In 2009 deed de Bantsiliek mee in de finale van de verkiezing Mooiste kerk van Nederland van het NCRV radioprogramma Plaza.
Het gebouw kreeg de meeste stemmen maar tot winnaar werd uiteindelijk de Sint-Willibrordusbasiliek in Hulst uitgeroepen

Wat staat er op de torenspits,

Een haantje of een kruisje ?

Veelzeggend is dit rijmpje uit een bijbelvoorstelling in het Meermanno museum in Den Haag:

Protestanten hebben een haantje.
Luthersen hebben een zwaantje.
Doopsgezinden hebben een huisje.
Katholieken een kruisje.

De toren van de Ludgerkerk (Bantsiliek) is echter van het begin af getooid met een kruis én een haan.
Ik het Overijsselsch dagblad van 11 sept 1956 stond te lezen :

Het schildersbedrijf H. B. Peper te St. Nicolaasga voerde het schilderwerk uit terwijl de electrische en sanitaire werkzaamheden uitgevoerd werden door de fa. D. Reeker van St. Nicolaasga, welke laatste ook de haan en het 6 armige kruis op de toren en de doopvont staaltjes van fraai koper-handsmeedwerk, aanbracht.

bantsiliek-met-haantje

Hebt u zich ooit afgevraagd waarom er op veel kerktorens een haan staat? Dat is omdat de haan naar een aantal mensen en zaken in de bijbel verwijst.
Vroeg in de morgen wekt de haan mens en dier met zijn gekraai ten teken dat de nacht voorbij is en de nieuwe dag is aangebroken. Een haan maakt je wakker en is daarom symbool van de waakzaamheid. Iedere mens moet waakzaam zijn met het oog op de wederkomst van Christus (Mattheus 25, 13: Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt.) De nacht staat voor het rijk van de duisternis en de demonen. De nieuwe morgen, die door de haan aangekondigd wordt, is de overwinning van het licht op de duisternis. Daarom doet de haan ons ook denken aan Jezus die de duisternis en de duistere machten van de dood overwonnen heeft.

De haan op de kerktoren verkondigt de opstanding van Jezus. De haan verwijst ook naar Petrus, de beroemde leerling van Jezus. In de nacht dat Jezus gevangengenomen werd, verloochende Petrus hem driemaal voor de haan kraaide. De haan waarschuwt ons er voor Jezus niet te verloochenen. Toen Petrus zich realiseerde wat hij gedaan had, kreeg hij berouw. Daarom is de haan (in de rooms-katholieke kerk) ook het symbool van de biecht, waarbij mensen opbiechten waar ze fout geweest zijn.

Ten slotte: de haan op de toren is een weerhaan. Wanneer het gaat waaien draait hij zijn kop in de richting waar de wind vandaan komt. De (tegen)wind staat voor de vijandelijke machten die het christendom aanvallen. De haan wijst die gevaren aan, ziet ze onder ogen en keert zich er tegen. Zo is hij het symbool van allen die de kerk en het christelijk geloof verdedigen.

Maar misschien staat de haan wel op de kerktoren omdat er anders geen kip naar de kerk komt!

Het orgel is gesloopt

In 1951 werd met de bouw van het dorp Bant begonnen.
Kerk gebouwd in 1955 naar ontwerp van architect A.J.M. Vosman jr te Deventer. Oorspronkelijk was de parochie toegewijd aan de H. Ludgerus en viel zij onder het bisdom Utrecht, later behoorde de parochie tot het bisdom Groningen.
In 1991 is de parochie van de H Ludgerus dan ook samengevoegd met die van de H Nicolaas in Creil en die van de H Servatius te Rutten tot parochie De Goede Herder.
De kerk is in 1999 gesloten. De inventaris van Bant is grotendeels opgenomen in de kerk van Rutten. De kerk heeft 5 jaar leeg gestaan.
Na de gevormde S.o.W.-gemeente op 11 januari 2004 verkochten de Gereformeerde kerk en de Ned Hervormde kerk hun kerken en gingen samen in deze voormalige en gesloten RK kerk (zie PKN-kerk).
De bevolkingsgroei in de Noordoostpolder is achtergebleven bij de verwachtingen. In 1991 is de parochie H. Nicolaas te Creil samengevoegd met die van de H. Ludgerus te Bant en die van de H. Servatius te Rutten tot de parochie “De Goede Herder”.
De drie kerkgebouwen en hun inventarissen waren tijdens de vorige inventarisatie van 16 oktober 1991 nog allen in gebruik. In 2001 zijn de kerkgebouwen van Bant en Creil afgestoten
Eens per maand willen de katholieken de kerk toch weer gebruiken.

Bron: www.kerk-en-orgel.nl/

orgel

Orgelhistorie

Fa. Elbertse & Zn., Soest 1957; EP I vp: Man 7-Ped 1
– het orgel werd in 2004 te koop aangeboden, maar is uiteindelijk gesloopt

Dispositie
1957 (Elbertse):
Manuaal
Prestant 8, Gamba 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Roerfluit 4, Quint 2 2/3, Woudfluit 2
Pedaal
Subbas 16
Koppelingen: Pedaalkoppel, Superoctaafkoppel Manuaal
Speelhulpen: 3 vaste combinaties P MF F. 1 vrije combinatie en oplosser
Toets- en registertractuur: electropneumatisch. Windlade(n): Kegellade

Beschrijving Gemeentelijk monument

Bantsiliek

Zuidwend 2, Bant
Objectnaam: Heilige Liudger
Postcode: 8314AE
Objectnummer: B23

Beschrijving

Inleiding

De r.-k. KERK de Heilige Liudger is gesitueerd aan de rand van de bebouwde kom van Bant en is gebouwd in 1955-1956 in opdracht van het r.k. kerkbestuur van de Heilige Liudger parochie in Bant. Het ontwerp van het gebouw is van de Deventer architect A. Vosman jr.. De constructeur was P.C. van der Vossen. Het in een traditionalistische stijl gebouwde, aan de architectuur van de Delftse School en de middeleeuwse kerken verwante kerkgebouw is van het type basiliek en wordt vergezeld door een robuuste, 25 meter hoge klokkentoren. De devotiekapel is in 1970 verbouwd tot aula.

Omschrijving
Vanuit een onregelmatige plattegrond opgetrokken kerkgebouw met een onder zadeldak staand middenschip en onder lessenaardaken staande zijbeuken. De uitbouwen bevatten een devotiekapel met een uit vijf dakschilden samengesteld, met een piron bekroond schild-/zadeldak, een sacristie met zadeldak en een onder een half kegeldak staande absis. Het kegeldak is gedekt met zinken roeven, de overige kappen zijn voorzien van grijze pannen. De gevels zijn opgetrokken in schone baksteen boven een trasraam van deels gesinterde klinkers.
Het kerkgebouw heeft een op het westen georiënteerd vooraanzicht met een symmetrische puntgevel voor het schip. Boven een gemetselde stoep een rechtgesloten entreepartij met iets terugliggende paneel-vleugeldeur binnen een kunststenen omlijsting met sluitsteen. De entree bevindt zich in een rondboog-spaarveld met in het hoogveld een rond, onder een uitgemetselde rondboog staande en met glas-in-lood ingevulde oeil de boeuf. De schuine zijden van de geveltop zijn voorzien van rollagen.
Linker langsgevel met geheel rechts een uit de zijbeuk stekende devotiekapel. De kapel heeft een halfcilindrische kopgevel, waarvan het bovenste deel verloopt in een vijfdelige gevelbeëindiging met segmentbogen tussen gemetselde kraagstukken.
Onder elke segmentboog staat een rond, met glas-in-lood ingevuld venster. Drie identieke vensters staan in de evenwijdig aan de voorgevel staande gevel. De gevel aan de achterzijde van de kapel is voorzien van één zo’n venster. De licht uitkragende houten gootlijsten rusten op klossen. De gevelpartij van de zijbeuk links van de kapel heeft in het midden een steunbeer met ezelsruggen en aan weerszijden een rond, met glas-in-lood ingevuld venster. De gevel wordt afgesloten door een gootlijst als die van de kapel. De gevel van het schip boven de zijbeuk wordt vertikaal geleed door drie, met ezelsruggen gedekte steunberen. In de rechter travée staat een rond, met glas-in-lood ingevuld oeil de boeuf. In de drie andere traveeën staan drie gekoppelde, eveneens glasin-lood bevattende rondboogvensters. De gevel wordt beëindigd door een fries van decoratief metselwerk onder een gootlijst als de overige.
Links van de zijbeuk een hier loodrecht opstaande uitbouw (sacristie). Deze heeft een eenvoudige puntgevel als kopgevel met links, boven een gemetselde stoep staande, getoogde lattendeur met rechthoekig venstertje. Rechts van de deur een smal venster.
Op de zolderverdieping twee getoogde vensters met glas-in-lood ramen. Gevelranden met rollaag. De langsgevel tussen de kopgevel en de zijbeuk bevat eveneens een getoogde, boven een gemetseld stoepje staande lattendeur met rechthoekig venstertje.
Rechts hiervan een rechtgesloten, met glas-in-lood ingevuld keldervenster onder rollaag.
Links van de deur drie gekoppelde, getraliede rondboogvensters met een invulling van glas-in-lood. De gootlijst van deze gevel wordt onderbroken door twee houten dakkapelletjes met kruisraam en zadeldakje. De achterste (rechter) langsgevel van de uitbouw bevat twee reeksen van drie, gekoppelde rondboogvensters met een invulling van glas-in-lood en een in een koekoek staand, rechtgesloten keldervenster onder rollaag.

De kopgevels van de zijbeuken aan weerszijden van het schip zijn voorzien van twee, met glas-in-lood ingevulde rondboogvensters. De rechter bevat  bovendien een in een koekoek staand, rechtgesloten keldervenster onder rollaag. Tussen dit geveldeel en de absis aan het schip staat een hoog opgaande bakstenen schoorsteen. Tussen de gevelpartijen van de zijbeuken, aan de achterste kopgevel van het middenschip staat een halfronde absis met korte verbindende gevels met het schip. In beide zijden van de absis staat één, met glas-in-lood ingevuld rondboogvenster. De absisgevel wordt beëindigd
door een fries van decoratief metselwerk onder een zinken dakgoot. De gevelpartij van het schip boven de absis is blind. De langsgevel van de rechter zijbeuk wordt geleed door twee steunberen met ezelsrug, die de gevel in drieën delen. In elke travee staat een rond, met glas-in-lood ingevuld venster onder uitgemetselde rondboog. De gevel van het middenschip daarboven is identiek aan de gevel aan de andere zijde.
De rechtsvoor tegen de kerk staande klokkentoren staat op een vierkante plattegrond.
De zich verjongende toren is voorzien van diepliggende rondboog-venstertjes met een invulling van glas-in-lood. Tussen de bovenste venstertjes en de uitkragende betonnen afdekking van alle gevels is een uurwerk geplaatst. De hoog opgaande, minder brede bovenste torengeleding bevat de tussen acht bakstenen pijlers hangende luidklok. De pijlers staan aan weerszijden van acht smalle, rechtgesloten galmgaten en dragen een met pannen gedekt, met een piron met weerhaan bekroond tentdak. De betonnen dakranden zijn afgeschuind.
De toren is met het schip van de kerk verbonden door middel van een smal, onder zadeldak staand tussenlid. Hierin staan een rond venster met glas-in-lood onder een uitgemetselde rondboog en een eveneens met glas-in-lood ingevuld rondboog-venster vlak onder de dakrand.
Het drie-beukige inwendige van de kerk is in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard gebleven en lijkt sterk op dat van de r.k kerk te Marknesse. De kerkruimte wordt in de lengte en in de breedte in drieën gedeeld door grote rondbogen, waartussen de koepelgewelven liggen. De gewelfbogen rusten op betonnen zuilen met kapitelen. Deze ondersteunen ook de drie rondboogvormige scheibogen, die het schip van de zijbeuken scheiden. Ook de zijbeuken zijn voorzien van drie koepelgewelfjes. De vloer van de kerk is betegeld. Het nog aanwezige oorspronkelijk bankenplan bestaat uit twee rijen banken met een middenpad in het schip en een smallere rij in beide zijbeuken. De zijde van het priesterkoor is voorzien van een groot podium met een kleiner tweede podium voor het hoofdaltaar in een absis met een half koepelgewelf. Op de podia staan altaartafels, die beide zijn samengesteld uit gepolijste zwarte tafelbladen op onderstellen van gefrijnde kunststeen. De treden van de gemetselde podia zijn eveneens van gepolijste zwarte steen. Ook de dekplaten van de koorhekken zijn van dergelijk materiaal vervaardigd.
Links van het koor bevindt zich een Maria-altaar, rechts ervan staat een Jozef-altaar en het doopvont.
Aan de andere kant (westzijde) van het schip bevindt zich de entree tot de kerkruimte.
De geprofileerde dubbele portaaldeuren staan in een tussenmuur, die het voorportaal van de kerkruimte scheidt. Hiervóór staat een reeks van drie, op betonnen zuilen rustende scheibogen (arcade), die de balustrade en het balkon van de orgeltribune dragen. De orgeltribune, die door een grote, halfronde scheiboog van het schip wordt gescheiden, bevindt zich grotendeels boven het ingangsportaal. De balustrade is van decoratief gebruikt smeedijzer met een houten leuning. Het van elders afkomstige, drieledige orgel heeft klimmende pijpvelden boven een eenvoudige orgelkas.

De ruimte tussen de arcade en het portaal heeft links en rechts een rondboog-doorgang, die uitkomt op het uiteinde van de zijbeuken. Links (zuidelijk) van het middenportaal bevindt zich een zijportaal met een rondboogdeur voor de trapopgang naar de orgeltribune en de klokkentoren, die zijn te bereiken via houten steektrappen. Rechts (noord-west) van het middenportaal bevindt zich de halfronde Mariakapel, die ook is voorzien van een koepelgewelfje en oorspronkelijk diende als doopkapel. De oorspronkelijke Mariakapel aan de andere kant van het portaal dient tegenwoordig als aula. In de westelijke einden van beide zijbeuken staat een houten biechtstoel. De zijbeuken bestaan evenals het schip uit drie gewelven. De links (noordzijde) tegen de kerk aangebouwde sacristie bevat een portaaltje, een aantal paneeldeuren met  kraalprofielen en een stalen kluisdeur. Op de zolderverdieping bevindt zicht een vergaderruimte annex catechisatielokaal. De kelder is bereikbaar via een scheluwetrap.

Redengevende omschrijving

Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde.

  • – Het kerkgebouw is van cultuurhistorisch belang vanwege de oorspronkelijke functie en als bijzondere uitdrukking van het geestelijk leven in de Noordoostpolder.
  • Het kerkgebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege de afgewogen vormgeving van in- en exterieur en de samenhang ertussen.
  • De kerk heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de situering, als essentieel en beeldbepalend onderdeel van de stedenbouwkundige aanleg van Bant en vanwege de ruimtelijke relatie met de omliggende bebouwing,
  • Het gebouw is tevens van waarde vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van in- en exterieur.

Hoogtebout of NAP-bout

Bant-NAP

Er zit ook een hoogtebout in de toren van de kerk. Da’s niet heel bijzonder trouwens. Er zijn duizenden van dit soort merken te vinden.

Een hoogtebout is een metalen nagel die in een gebouw of kunstwerk (brug/viaduct) is aangebracht. Aan de hand van een hoogtebout kunnen hoogtes ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil (NAP) worden bepaald voor bouwwerken, infrastructuur en waterbeheersing.

Deze bout staat geregistreerd op een hoogte van 2 meter 70 onder NAP

Peilmerken-NOP

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.