Begraafplaatsen in de
Noordoostpolder
Inge Dekker & Henriëtte Emaar
INHOUDSOPGAVE
Klik op een titel om direct naar dat hoofdstuk te gaan
Voorwoord - pagina 4
Kraggenburg - pagina 67
Inleiding - pagina 6
Nagele - pagina 75
Luttelgeest - pagina 87
Interview Sipkema - pagina 9
Rutten - pagina 95
Espel - pagina 105
Emmeloord - pagina 17
Tollebeek - pagina 109
Marknesse - pagina 29
Bant - pagina 41
Interview Van der Wal - pagina 115
Interview Kelder - pagina 47
Analyse en conclusies - pagina 118
Literatuurlijst - pagina 124
Creil - pagina 51
Colofon en beeldverantwoording - pagina 126
Ens - pagina 61
2
3
VOORWOORD
De Noordoostpolder en begraafplaatsen
Van enkele begraafplaatsen was al wel meer informatie voor handen, zoals de
ontwerpen van Mien Ruys voor Emmeloord en Nagele. In onze zoektocht hebben
Vanaf het droogvallen in 1942 is de Noordoostpolder ingericht volgens een mo-
we tekeningen gevonden van de Directie Wieringermeer uit 1946, 1955, en uit de
dern, door de overheid ontwikkeld plan. Rondom de hoofdplaats Emmeloord
periode 1961-1965. Toelichtingen op ontwerptekeningen hebben wij niet aange-
werd een krans van tien dorpen aangelegd. Ieder dorp kreeg zijn eigen scholen,
troffen en de aanwezige beplantingsplannen gaven geen achtergrondinformatie
kerken en een begraafplaats. Bij ontwerp en aanleg van de dorpen was veel ruimte
over de keus voor bepaalde soorten beplanting of over de visie die daaraan ten
gereserveerd voor groen, onder meer voor de begraafplaatsen. Deze zijn dan ook
grondslag lag.
een onlosmakelijk onderdeel van het kenmerkende ‘bedachte’ landschap van deze
polder die als geheel is aangemerkt als erfgoed van de wederopbouw. Het groen
We zijn daarom erg blij en dankbaar dat we hebben kunnen spreken met land-
op begraafplaatsen behoort dan ook tot het groene culturele erfgoed van de
schapsarchitect Piet Kelder, betrokken bij de inrichting van de polder en enkele
Noordoostpolder.
begraafplaatsen, met voormalig groenbeheerder Sipke-Jan Sipkema, en met de
huidige beheerder van begraafplaatsen Tjerk van der Wal. Ook hebben we gespro-
Het onderhoud van deze begraafplaatsen komt echter steeds meer onder druk
ken met vertegenwoordigers van enkele Dorpsbelangen.
te staan door de noodzaak van bezuinigingen van de gemeente Noordoostpol-
der. Bij het maken van keuzes hierin bleek weinig informatie voorhanden over
Op basis van de aangetroffen informatie en interviews geven we in deze publicatie
de oorspronkelijke ontwerpen en de achtergronden van de begraafplaatsen. Wat
een overzicht van de begraafplaatsen met nadruk op het verleden (periode van
kenmerkt deze begraafplaatsen nu eigenlijk, wat waren de uitgangspunten bij
aanleg) en heden. Wij hopen met deze publicatie een beter beeld te geven van het
ontwerp en aanleg, en wat is er in de loop van de afgelopen decennia veranderd
groene erfgoed van begraafplaatsen in de Noordoostpolder.
op de begraafplaatsen? Op deze vragen was geen goed antwoord te geven, terwijl
deze achtergrond informatie juist belangrijk is voor het maken van beleidskeuzes.
Met deze vragen in het achterhoofd zijn wij op zoek gegaan naar deze informatie.
4
5
INLEIDING
Inrichting van naoorlogse begraafplaatsen
plaatsen van Emmeloord (1956) en Nagele (1956-57).
in Nederland
Wim Boer maakte ontwerpen voor begraafplaatsen in Doorn (uitgevoerd 1958),
Zoetermeer (1957), Epe (1964), Spijkenisse (1965). Hij wilde af van de traditionele
Voor de Tweede Wereldoorlog werden de meeste begraafplaatsen aangelegd in
begraafplaatsen met zerken aan weerszijden van bochtige paden en een rijk ge-
een landschappelijke, romantische stijl met een slingerend padenverloop. Direct
schakeerd bomenassortiment met tal van treurvormen. Als voorbeelden voor Boer
na de oorlog was er de noodzaak erebegraafplaatsen aan te leggen voor oorlogs-
en geestverwanten dienden de sober ingerichte oorlogsbegraafplaatsen, maar
slachtoffers. Deze begraafplaatsen kregen vaak een sobere inrichting van vakken
ook de traditionele dodenakkers op het platteland. Daar werden zerken in rechte
met zerken en eenvoudige beplanting. In combinatie met een gedenkmuur moest
rijen gelegd, omheind met een beukenhaag. Het maken van ‘kamers’ of omhaagde
het geheel een rustige en waardige plek vormen.
ruimtes was een architectonische reactie op de ‘traditionele’ slingerpaden.
Een ander uitgangspunt was het plaatsen van de aula bij de ingang van de begraaf-
Scandinavische invloed: sobere begraafplaatsen
plaats, als een ‘sluis’ tussen binnen en buiten, tussen dood en leven. Ook het
In de jaren vijftig en zestig ontstond in groeiende gemeenten de noodzaak om
afschermen van de begraafplaats van de buitenwereld had een functionele reden:
- met de dreiging van de Koude Oorlog - grote begraafplaatsen aan te leggen of
het creëren van een beschutte plek waar de dood gescheiden werd van het
daar plannen voor klaar te hebben. Voor veel ontwerpers waren Scandinavische
gewone, en alledaagse leven.1
begraafplaatsen, zoals de bosbegraafplaats van Gunnar Asplund in Stockholm,
hierbij een inspiratiebron. Deze waren sober vormgegeven en vormden vaak een
eenheid met het omringende landschap. Met de Scandinavische voorbeelden in
hun hoofd ontwierpen Nederlandse landschapsarchitecten begraafplaatsen met
grafvelden omzoomd door beplanting in rechte lijnen.
Traditionele dodenakkers
Een van de vertegenwoordigers van deze stijl was Wim Boer. Hij was samen met
tuinarchitecte Mien Ruys verantwoordelijk voor het groenstructuurplan van het
dorp Nagele. Beiden behoorden tot de architectuurstroming van het Nieuwe
Bouwen. Mien Ruys maakte voor de Noordoostpolder ontwerpen voor de begraaf-
1 Wim Boer, Beschrijving en documentatie van zijn beroepspraktijk, D. C. Louwerse, (Wageningen, 1982), p.68-74
6
INLEIDING
Begraafplaatsen in de Noordoostpolder
Ontwerpers bij de Directie Wieringermeer
De eerste begraafplaatsen: Emmeloord en Marknesse
Theo Verlaan
Bij het ontwerpen van de dorpen in de Noordoostpolder werd in ieder dorp ruimte
Een belangrijke rol bij de inrichting van de begraafplaatsen speelde de architect
gereserveerd voor een of meerdere begraafplaatsen. Toch was de Directie Wieringer-
Theo Verlaan (1912 -1997). Hij trad in 1946 in dienst bij de bouwkundige afde-
meer niet van plan om deze meteen aan te leggen. Men ging er vanuit dat de
ling van de Directie Wieringermeer (afd. Noordoostpolder) en werkte daar vanaf
behoefte aan begraafplaatsen niet groot zou zijn vanwege de jonge bevolking van
1947 tot 1959 als stedebouwkundige. Hij maakte ontwerpen voor de dorpen Ens
de Noordoostpolder. Daarom werden aanvankelijk alleen in Emmeloord (1946) en
(1947-48), Bant (1950) en Creil (1950-1952) en maakte alternatieve ontwerpen voor
Marknesse (in circa 1953) begraafplaatsen aangelegd. Ook Creil en Nagele zouden
Marknesse en Luttelgeest.
een begraafplaats krijgen.
In 1956, na het besluit om in alle dorpen een begraafplaats aan te leggen, lichtte
Daarna: Ens, Kraggenburg en Luttelgeest
Verlaan zijn visie op de inrichting daarvan toe in een vergadering van de Polder-
Nog geen tien jaar later bleek er wel behoefte aan begraafplaatsen in de dorpen.
commissie. Het verslag hiervan vermeldt: Hij heeft zich voorgesteld de begraaf-
Pastoors van de rooms-katholieke kerk wilden dat ieder dorp een eigen begraaf-
plaatsen te verdelen in een aantal compartimenten, gevormd door afscheidingen
plaats kreeg. Ook bewoners uit de polder, vertegenwoordigd in de Poldercom-
van bomen en struiken. Elk vak vormt een op zichzelf staande eenheid, ingezaaid
missie, schaarden zich achter dit idee. In 1955 besloot de Directie Wieringermeer
met gras, zonder paden. Een rustige waardige omgeving zal aldus ontstaan. Deze
daarom alsnog in ieder dorp een begraafplaats aan te leggen. De planning was er
rustige omgeving mag niet verstoord worden door minder aantrekkelijke, uit de
ieder jaar drie aan te leggen, te beginnen met Ens, Kraggenburg en Luttelgeest.
toon vallende gedenktekenen.2
Theo Verlaan verliet de Directie Wieringermeer in 1959.
Overige begraafplaatsen
Bij de totstandkoming van de gemeente Noordoostpolder in 1962 waren de be-
graafplaatsen Bant, Espel en Tollebeek nog niet aangelegd. De overige begraaf-
plaatsen waren wel aangelegd maar vaak nog niet beplant. De precieze volgorde
van aanleg is niet duidelijk, maar het lijkt erop dat alle begraafplaatsen in ieder
2 Uittreksel uit notulen van de vergadering van de Poldercommissie voor algemene belangen,
geval in 1967 in gebruik zijn genomen.
7 maart 1956, Archief Dir Wieringermeer OL-NOP, dossiernummer. 442 (Nieuwland Erfgoedcentrum).
7
INLEIDING
Piet Kelder
Wieringermeer toen al vergevorderd was met de aanleg van de begraafplaatsen.
Landschapsarchitect Piet Kelder (geboren in 1922) was van 1946 tot ca. 1962 be-
Wij vermoeden dat dat de tekeningen in het voorjaar van 1962 opnieuw gedateerd
trokken bij de inrichting van de Noordoostpolder. Hij was vanuit Staatsbosbeheer
zijn toen de Directie Wieringermeer ging samenwerken met de nieuw opgerichte
gestationeerd bij de afdeling Bebossing en beplanting van de directie Wieringer-
gemeente Noordoostpolder om de begraafplaatsen in te richten. Dit zou beteke-
meer. Hij hield zich vooral bezig met weg- en erfbeplantingen, maar was ook
nen dat de meeste ontwerpen al eerder, tussen 1955 en 1962 zijn gemaakt.
verantwoordelijk voor de beplantingsplannen van de eerste begraafplaats van
Emmeloord (1946), die van Marknesse en van Bant. Zijn visie komt aan de orde bij
Hiervoor pleit ook het gegeven dat stedebouwkundige Theo Verlaan die bij zijn
de begraafplaats van Bant.
toelichting in de Poldercommissie zijn visie op inrichting van de begraafplaatsen
gaf, in 1959 de Directie Wieringermeer verliet en zich als zelfstandig architect in
De gevonden ontwerptekeningen
Zwolle vestigde. Landschapsarchitect Piet Kelder die bij Bebossing en beplanting
werkte was vanaf 1959 vooral werkzaam in Oostelijk Flevoland. Volgens zijn eigen
Ontwerpen uit 1955: Creil, Rutten, Luttelgeest en Ens
zeggen was hij als ontwerper alleen betrokken bij de begraafplaatsen van Emme-
In 1955 werd besloten in alle dorpen een begraafplaats aan te leggen. In dat zelf-
loord, Marknesse en Bant.
de jaar zijn bij de bouwkundige afdeling van de Directie Wieringermeer in ieder
Door deze wellicht misleidende datering van de tekeningen uit 1962 van de Bouw-
geval voor de dorpen Creil, Rutten, Luttelgeest en Ens gedetailleerde tekeningen
kundige afdeling directie Wieringermeer, is moeilijk alsnog te construeren hoe de
gemaakt voor de begraafplaats. Omdat deze in tekenstijl in 3 van de 4 gevallen
tekeningen van de bouwkundige afdeling en die van bebossing en beplanting zich
sterk overeenkomen en meestal dezelfde naam van de tekenaar dragen, kunnen
tot elkaar verhielden.
we concluderen dat deze door dezelfde persoon (Ginkel?) zijn getekend.
Tekeningen uit 2014
Ontwerpen uit 1961 en 1962
Er zijn ook recente tekeningen van alle begraafplaatsen.
Daarnaast zijn er tekeningen aangetroffen uit 1961 en 1962 van de Directie Wie-
Deze zijn van de hand van Tjerk van der Wal, beheerder begraafplaatsen van de
ringermeer. De tekeningen uit 1961 zijn van de afdeling Bebossing en Beplanting
gemeente Noordoostpolder.
(Staatsbosbeheer). De tekeningen uit 1962 zijn van de Bouwkundige afdeling.
Opvallend is dat deze ontwerpen bijna allemaal als datum april of mei 1962
hebben gekregen. Uit archiefstukken van februari 19623 blijkt dat de Directie
8
Een haag hoort bij
een grafsteen als
een stoel bij een tafel
Interview met groenbeheerder Sipke-Jan Sipkema
9
interview SIPKE-JAN SIPKEMA
Tussen 1969 en 1989 had Sipke-Jan Sipkema de dagelijkse leiding
houd was dit heel onhandig, omdat je er niet goed bij kon. Knippen moest dan op
op de afdeling Groen van de gemeente Noordoostpolder. Voordat
de ouderwetse manier met een gewone heggenschaar. Daarom hebben we later
deze geboren Fries in de Noordoostpolder kwam wonen, werkte
twee rijen daarvan gerooid.’
hij in het Groningse Marum. Het was ‘de Schwung’ van het nieuwe
gebied wat hem trok in de Noordoostpolder:
‘De basis van een begraafplaats was vrijwel
‘Alles was in ontwikkeling.’ Toen hij bij de gemeente kwam werken,
altijd hetzelfde: rechthoekig met hagen, en soms
waren alle begraafplaatsen aangelegd en in gebruik genomen.
heestervakken.’
Sipke-Jan Sipkema
Kenmerken van de begraafplaatsen in de Noordoostpolder volgens Sipkema
• eenheid in inrichting
Regels rondom graven: 40 centimeter
• de strakke, rechte lijn is overheersend en bepaalt inrichting, gebruik en aanzien
Ook de regels rondom de graven vindt Sipkema kenmerkend voor de Noord-
• groenvlakken met een (jonge) bossingel
oostpolder: ‘Er gold een vaste hoogte en diepte van de graven en ook de ruimte
• indeling met hoofdpaden met bestrating, rijen graven en gazon
tussen de graven was een vaste afstand.’
• achter de graven: hagen, als achtergrond voor de monumenten (stenen)
• vaste maat in hoogte en dikte van graftekens en hagen
• geen versieringen
• beplanting op graven in een strook van 40 centimeter vanaf de (staande) steen
Beplanting en beheer van de begraafplaatsen
Voor Sipkema is vooral de eenheid in inrichting kenmerkend, met de hagen daarin
als beeldbepalend element. Zij benadrukken de rechte lijnen. De maximale hoogte
van de hagen was vastgesteld op 1.20 meter. Die hoogte maakte het knippen
gemakkelijk en vond twee keer per jaar plaats. In zijn begintijd was plantgoed
voor de polder altijd royaal voorhanden: ‘In Emmeloord zijn op een bepaald
De 40-centimeter regel wordt op veel plaatsen nog aangehouden. Hier met beplanting en stenen op
moment vier rijen beukenhaag rondom de begraafplaats geplant. Voor het onder-
begraafplaats Nagele, april 2014.
10
interview SIPKE-JAN SIPKEMA
Daarnaast schreef de Rijksdienst (voorheen Directie Wieringermeer) voor dat het
Meer keuzevrijheid
graf maar 40 centimeter vanaf de steen mocht worden beplant om de grasstroken
In de loop der tijd werd wel meer beplanting toegestaan en er kwam meer keuze-
tussen de grafrijen goed te kunnen maaien. Hierdoor was machinaal maaien mo-
vrijheid. Dit hing ook samen met de komst van nieuwe bevolkingsgroepen als
gelijk. Deze richtlijnen maakten dat begraafplaatsen in de Noordoostpolder overal
Molukkers en moslims, die andere uitvaarttradities kenden. Liggende grafstenen
hetzelfde beeld gaven. Sipkema is hierover positief: ‘Zo ontstond een eenheid, en
hoefden niet meer zo strikt gescheiden te worden van staande grafstenen.
dit benadrukte dat er geen verschil was tussen mensen. Voor familiegraven werden
Sipkema: ‘Het werd daardoor rommeliger, maar ook intiemer en persoonlijker.
aparte afdelingen gereserveerd. Ook met liggende stenen was dit het geval.’
Het publiek was daar blij mee, want er werd wel eens verzucht over de regels en
beperkingen: Het is hier toch geen militaire begraafplaats.’ In de tijd dat Sipkema
Behoefte aan persoonlijke inrichting
bij de gemeente werkte boog de politiek zich geregeld over mogelijke versoepeling
Nabestaanden hadden soms moeite met de strikte regels. In Emmeloord werd
van de regels.
bijvoorbeeld twee diep begraven (boven elkaar). Maar soms wilden nabestaanden
twee graven naast elkaar. Dat botste met de regels.
‘De regels gaven eenheid, maar botsten wel eens
Het viel Sipkema op dat de wensen van de bevolking uiteenliepen: ‘Zij kwamen uit
met bewonerswensen’
verschillende streken van het land, met eigen gebruiken rondom begraven’.
Sipke-Jan Sipkema
Ook de regel dat men tot 40 centimeter vanuit de staande grafsteen mocht be-
planten was voor sommige nabestaanden een gevoelig punt. Het betekende dat
Werkdruk en bewonerswensen
de rest van het graf uit gras bestond, waarover gelopen kon worden. Voor andere
Net als op veel andere begraafplaatsen wilden bewoners in Marknesse graag
nabestaanden waren de regels een belemmering bij de behoefte aan meer per-
verharde paden, waterleiding en toiletten. Volgens Sipkema was er eenvoudigweg
soonlijke inrichting van het graf. Hierin was weinig flexibiliteit mogelijk. Sipkema:
geen tijd om gehoor te geven aan de verschillende wensen: ‘De werkdruk was
‘Als een nabestaande bijvoorbeeld een graf had gereserveerd met ruimte voor een
in die dagen enorm, en hing samen met de overdracht van de dorpsbossen door
staande steen, kon hij niet alsnog kiezen voor een liggende steen. Dat liep alle-
Staatsbosbeheer aan de gemeente. Er was op dat moment al een achterstand in
maal heel stroef. In die tijd was er geen aandacht voor het onderwerp ‘begraven’
onderhoud, dus het was erg druk voor de groenafdeling’. Het tijdgebrek beteken-
en alles wat daarbij kwam kijken. Later, toen mijn opvolger Tjerk van der Wal zich
de volgens Sipkema dat op de begraafplaatsen in de dorpen soms met de ‘Franse
kon toeleggen op de begraafplaatsen, werd het beter.’
slag’ gewerkt werd. Dit kwam omdat er zoveel oppervlakte te bewerken was,
terwijl er nog weinig bezette graven waren. Er waren dus ook weinig bezoekers.
11
interview SIPKE-JAN SIPKEMA
Soms werd het gras langere tijd niet gemaaid. Als het dan nat werd, vonden men-
was dat vroeger specifiek voor die bepaalde heesters was gekozen omdat deze net
sen het vervelend er doorheen te lopen. Later kwamen de Dorpsbelangen met het
als de rozen bestand waren tegen het middel waar toen het onkruid mee werd
voorstel voor de aanleg van meer paden.
aangepakt.
Sipkema: ‘Als ik toen tijd had gehad, had ik meer gedaan met de bewonerswen-
Dat de gemeente vanwege bezuinigingen her en der hagen verwijdert, verbaast
sen’. Zijn opvolger Tjerk van der Wal kreeg volgens Sipkema meer tijd voor contact
hem. Sipkema: ‘De hagen horen bij de begraafplaatsen, ze vormen de achtergrond
met bewoners. ‘Daardoor is er ook meer aandacht voor hun wensen gekomen.’
van de graftekens. Een haag hoort bij een grafteken, als een stoel bij een tafel’.
Volgens Sipkema is dat zo bedacht bij het inrichten van de begraafplaatsen. Daar-
Mien Ruys
om vindt hij dat de hagen behouden moeten blijven. Hij kan zich wel voorstellen
Sipkema is een groot bewonderaar van tuinarchitecte Mien Ruys, maar tijdens
dat aan het einde van begraafplaatsen, waar nog geen graven uitgegeven zijn, ha-
zijn loopbaan in de Noordoostpolder heeft hij nooit geweten dat zij het ontwerp
gen weg kunnen. Maar de totale omheining van een begraafplaats met hagen, die
van de begraafplaats in Nagele heeft gemaakt. Ook van een brief die Mien Ruys
moet blijven. In Creil is de omheining al weggehaald. Sipkema vindt dat vreemd:
aan collega’s stuurde over het ontbreken van de berceau in Nagele, kende hij niet.
‘Het idee lijkt te zijn dat de haag eromheen weg kan, als je een besloten bossingel
Sipkema: ‘Ik denk dat het te maken had met de drukte van het werk in die periode.
houdt en die onderhoudt.’
Die oorspronkelijke plannen zijn nooit boven tafel gekomen. Ook was de dienst
Publieke Werken in die dagen nog niet zo goed georganiseerd als nu. De groenaf-
Samenwerken van bewoners en gemeente
deling had bijvoorbeeld geen eigen bureau’. Dit verklaart waarschijnlijk ook waar-
Bij samenwerking tussen bewoners en gemeente in het groenbeheer plaatst Sip-
om er weinig over de ontwerp- en beplantingsgeschiedenis van begraafplaatsen is
kema een kanttekening. Als voorbeeld noemt hij wijkbeheer. Mensen willen graag
terug te vinden in de archieven. Hij vindt het erg jammer dat hij niet bekend was
meewerken in het onderhoud, maar het liefst maken ze er een eigen tuintje van.
met de ontwerpen van Mien Ruys: ’Als ik het had geweten, had ik er zeker wat
Sipkema: ‘Als je dat toestaat is het niet publiek meer en is het ook geen eenheid
mee gedaan!’
meer. Die eenheid moet je in de openbare ruimte juist zien te behouden, en dus
ook op begraafplaatsen.’ Hij begrijpt wel dat de overheid moet bezuinigen en
Advies voor de toekomst: hagen behouden
zelfs taken moet afstoten. Toch moet wat hem betreft alles worden gedaan om
Sipkema vindt het belangrijk goed na te denken voordat je beplanting weghaalt.
het beeld van de begraafplaatsen in de Noordoostpolder zoals dat bedacht was te
Op de begraafplaats van Marknesse bijvoorbeeld had je vakken met rozen, ge-
behouden: ‘uit respect voor de overledenen.’
mengd met heesters. Later wilde men die heesters weghalen. Wat men niet wist
12
interview SIPKE-JAN SIPKEMA
13
Regels voor begraven in de Noordoostpolder
Stedebouwkundige Verlaan in 1956:
‘Begraafplaats als rustige en waardige omgeving’.
Vanaf de aanleg van begraafplaats in Emmeloord in 1946 werden
Rustig en waardig
strikte regels gehanteerd voor het plaatsen van gedenktekens.
In 1955 had de Nationale Raad voor het Onderling Uitvaartwezen een advies ge-
Tot 1964 werden deze voorschriften steeds aangescherpt, daarna
schreven om op begraafplaatsen het klassenstelsel af te schaffen. ‘De scheidslijnen
volgde geleidelijk een versoepeling ervan. Doel van de strenge
naar welstand of maatschappelijke klassen op de laatste rustplaats van de mens
voorschriften was om op de begraafplaatsen een rustig beeld en
passen niet in het beeld van onze tijd, dat beheerst wordt door de democratische
eenheid te creëren. Dit werd gezien als een waardige omgeving
gedachte der gelijkheid van de mensen in hun menselijke waardigheid.’ 3
voor de overledenen.
Dit advies werd in de Noordoostpolder opgevolgd. Omdat in alle dorpen een be-
graafplaats zou komen waren uniforme regels welkom. Stedebouwkundige Theo
De eerste regels
Verlaan speelde een toonaangevende rol in deze periode. In zijn ontwerpvisie gaf
In 1946 werden de eerste regels vastgelegd in een zogenaamde gedenktekenver-
hij aan dat jij een ‘rustige en waardige omgeving’ wilde creëren. Hij beoordeelde
ordening, die gebaseerd was op die van de Wieringermeer. In de Noordoostpolder
ook de individuele aanvragen voor de plaatsing van grafmonumenten. Hij was
bleek echter specifiek behoefte aan regels voor kindergraven: vanwege de jonge
hierbij streng in het toepassen van de regels; zo gaf hij bijvoorbeeld aan: ‘Excessen
bevolking overleden relatief veel kinderen. In 1947 kwam dan ook een nieuwe
als gepolijst zwart graniet ontoelaatbaar zijn’. 4
verordening tot stand waarin voorschriften over kindergraven waren opgenomen.
Ook werden de materialen genoemd die gebruikt mochten worden voor gedenk-
‘Excessen als gepolijst zwart graniet
tekens: hout, ongepolijste natuursteen en handgevormde baksteen. Opschriften
zijn ontoelaatbaar’
moesten rustig en bescheiden zijn. Er was nog wel sprake van een klassenstelsel.
Stedebouwkundige Verlaan in 1956
Maximale hoogtes van de grafstenen varieerden tussen 40 en 100 cm.
3 Archief Gemeente Noordoostpolder, voorlopig dossiernr. 439.
4 Uittreksel uit notulen van de Poldercommissie voor algemene belangen, 7 maart 1956,
Archief Dir. Wieringermeer OL-NOP, dossiernummer. 442 (Nieuwland Erfgoedcentrum).
14
Regels voor begraven in de Noordoostpolder
De volgende voorschriften werden in de Gedenktekenverordening
van 1956 van kracht:
• vaste hoogte voor staande stenen: 95 cm en 60 cm voor kindergraven
• alle stenen moeten op een lijn worden geplaatst
• géén baksteen en hout meer toegestaan, alleen lichtkleurige,
ongepolijste steensoorten
• opschriften alleen in brons, reliëf of ingekapt
• graf mag tot 40 cm vanaf gedenkteken beplant worden door nabestaanden
• er komt een modellenboek met voorbeelden
Enkele toegestane modellen uit het ‘Modellenboek’ van 1956.
Gebrek aan keuzevrijheid
Het modellenboek dat werd genoemd in de verordening van 1956 kwam er (zie
afbeeldingen) en werd gebruikt als leidraad in de jaren erna. Wel ontstond steeds
vaker discussie over de bepalingen en beperkingen uit de verordening van 1956.
Nabestaanden klaagden over gebrek aan keuzemogelijkheden in vorm en uitvoe-
ring van de grafstenen. Dit leidde in 1964 tot een nieuwe Gedenktekenverorde-
ning, waarin er meer keuzevrijheid kwam in steensoorten en vormgeving van de
monumenten. Ook nieuw was dat nabestaanden zonder vergunning een klein deel
van het graf mochten beplanten. Vanaf 1966 was niemand meer gebonden aan het
modellenboek en vanaf 1967 waren ook donkere steensoorten toegestaan.
In een nieuwe verordening uit 1982 werden ook andere materialen als hout en
De voorgeschreven maten voor volwassenen, uit het ‘Modellenboek’ uit 1956.
metaal toegelaten.
15
Regels voor begraven in de Noordoostpolder
Welstandscommissie over hagen bij graven in 1964
Laatste aanpassingen
Op de ontwerptekeningen uit 1962 lijkt in een minderheid van de tekeningen
In 1995 is een nieuwe regeling van kracht geworden waarin opnieuw meer
tussen de grafrijen hagen ingetekend. De welstandscommissie is in 1964 volstrekt
materialen werden toegestaan, zoals keramiek en kunststof. Deze regels zijn ook
helder over haar visie op het gebruik van hagen of heggen: De gemeente had
nu nog van kracht. Een van de nog steeds bestaande regels is dat bij een staande
de Welstandscommissie advies gevraagd over grafstenen (gedenktekens), maar
steen 40 cm uit de steen door de nabestaanden wordt beplant en onderhouden.
de commissie geeft daarbij ook een advies over beplanting: ‘Om esthetische en
De beplanting mag de steen niet aan het gezicht onttrekken.
praktische redenen verdient het aanbeveling de beplanting op de graven, met
uitzondering van een klein gedeelte voor ieder graf, door de gemeente aan te
laten brengen en te onderhouden. Bedoeld gedeelte kan door de nabestaanden
worden verzorgd. Voorts komt het ons gewenst voor om aan de achterzijde van
de graven zo mogelijk heggen aan te brengen. Deze heggen zouden iets boven
de gedenktekenen uit dienen te komen.5
Eerder al had de Welstandscommissie geadviseerd de maat van staande graf-
stenen te verkleinen, zodat in de grafrijen niet de stenen, maar de ruimte zou
overheersen. Anders zou er teveel een ‘muur’ van stenen ontstaan. Dit advies
was niet overgenomen, misschien dat het advies om hagen aan te brengen
voor de Welstandscommissie een alternatief was om de groene ruimte de
overhand te geven op de begraafplaatsen. Het heggen-advies werd door de
gemeentesecretaris als behorend tot de ‘architectuur’ bestempeld; iets wat
niet in de Gedenktekenverordening thuis hoorde.
5 Archief Gemeente Noordoostpolder, Advies Welstandscommissie aan College van B en W, 8 okt. 1964,
in dossier Gedenktekenregeling, nr. 8707-07, voorlopig dossiernr. 1518.
Voorbeelden van grafstenen, 1982.
16
EMMELOORD
17
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Emmeloord: uitbreiding in verschillende periodes. Iedere uitbreiding
weerspiegelt de ontwerptraditie van dat tijdperk.
Emmeloord kreeg als centrale plaats in de Noordoostpolder de eerste begraaf-
plaats. Deze is nu ook de grootste. Doordat de bevolking boven verwachting
groeide, was steeds meer ruimte nodig voor begraven. De begraafplaats werd
verschillende keren uitgebreid. Het eerste deel van de begraafplaats is aangelegd
in 1946. In 1955 werd dit aan beide kanten uitgebreid met een algemeen en een
rooms-katholiek deel. Eind jaren vijftig volgde een tweede en grotere uitbreiding
naar ontwerp van tuinarchitecte Mien Ruys. Al deze ontwerpen hadden een
rechtlijnige opzet. Begin jaren tachtig werd gebroken met de rechtlijnigheid en
volgde een uitbreiding met een meer organische vormgeving en intiemere sfeer.
In het jaar 2000 volgde een nieuwe uitbreiding. Deze uitbreiding kenmerkt zich
door een opzet in cirkels met rechte grafrijen. In 2014 wordt gewerkt aan een
volgende uitbreiding. Hiervoor zijn drie ontwerpen gemaakt. Inwoners van de
Noordoostpolder konden via de website van de gemeente hun voorkeur aangeven.
Aanleg van het deel uit 1946. Een dwarshaag onder de treurwilg achteraan
scheidt het algemene deel (vooraan) van het rooms-katholieke deel.
18
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Tekeningen uit 1946
Er zijn twee tekeningen uit 1946 van begraafplaats Emmeloord: een plattegrond
en een perspectieftekening. Volgens Piet Kelder (zie ook het interview met hem
verderop in deze publicatie) zou de begraafplaats ontworpen zijn door Theo
Verlaan en hemzelf. De begraafplaats is rechthoekig. Binnen een vier meter brede
bossingel ligt een gazon met zes bomen. Aan beide kanten van het gazon zijn
grafvelden: boven het algemene deel, onder aan het rooms-katholieke. De per-
spectieftekening laat zien hoe de grafvelden ingevuld zouden kunnen worden:
aan de achter- en zijkant hoge hagen, gecombineerd met kleinere hagen achter de
graven. Hiermee worden intieme ‘kamers’ gecreëerd. Het gebruik van hagen keert
in bijna alle latere begraafplaatsen in de Noordoostpolder terug als ruimtevormen-
de beplantingsstructuur. De begraafplaats is op 1 juni 1946 in gebruik genomen.
19
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Uitbreiding in 1955
Tekening van het rooms-katholieke
uitbreidingsdeel, 1955. Aan weerszijden van de
tijdelijke begraafplaats kwamen langwerpige
kamers, omgeven door hagen.
Het uitbreidingsdeel van 1955 in 2014
20
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Ontwerp begraafplaats Emmeloord Mien Ruys 1956
Eind 1955 schakelde de Directie Wieringermeer ‘een architect’ in om deze omvang-
rijkere uitbreiding aan de oostkant van de begraafplaats vorm te geven.
Dit werd Mien Ruys. Ruys maakte in 1956 een ontwerp hiervoor. Op de tekening
is het eerste deel van de begraafplaats te zien boven in de tekening: de blanco
vakken met het deel uit 1946 in het midden daarvan. Ruys koos voor een recht-
lijnige opzet maar plaatste deze diagonaal op de belijning van de bestaande
begraafplaats. Het rooms-katholieke deel liet zij aansluiten bij dat van de bestaan-
de begraafplaats (linkerdeel op de tekening). In het ontwerp is de gehele begraaf-
plaats omgeven door een dubbele bomenrij. Binnen de begraafplaats zijn kamers
gecreëerd door hagen en heesterbanen. In de kamers dicht bij het oudere deel van
de begraafplaats zijn bomenrijen ingetekend. In de vakken die dichter bij de aula
en ingang liggen worden de rijen graven gescheiden door hagen. De randen zijn
ingevuld met grote vakken van heesters of bosplantsoen.
Afzonderlijke uitgangen
Kenmerken:
In de aula waren afzonderlijke uitgangen naar het rooms-katholieke deel en naar
- rechtlijnige opzet met diagonalen
het algemene deel van de begraafplaats. De plaatsing van de aula bij de ingang
- beplanting scheidt algemeen en
van de begraafplaats als symbool van de overgang van leven naar dood, wordt wel
rooms-katholiek deel
gezien als een ontwerpkenmerk van modernistische ontwerpers. Het ontwerp van
- dubbele bomenrij als omzoming
Mien Ruys is in grote lijnen uitgevoerd. In 1961 moest de begraafplaats gedrai-
hele begraafplaats
neerd worden, omdat de hoge grondwaterstand het begraven in twee lagen be-
- brede beplantingsstroken
moeilijkte. Hierdoor moest beplanting opnieuw worden aangebracht. Ook kreeg
- hagen tussen de grafrijen
de plantsoenendienst dat jaar opdracht tot het ‘afwerken van de kamers.’
21
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Rooms-katholiek deel binnen de aanleg
van Mien Ruys. Liggende grafstenen
zijn de laatste decennia in opkomst.
22
Hagen van taxus in het deel van de
begraafplaats naar ontwerp van Mien Ruys.
23
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Uitbreiding begraafplaats Emmeloord rond 1980
Rond 1980 vond een nieuwe uitbreiding plaats. Het ontwerp daarvan is gemaakt
door landschapsarchitect Andriessen samen met gemeentelijk groenbeheerder
Sipkema. Voor dit nieuwe deel wilden zij een meer geborgen en intieme sfeer
creëren. De rechte lijnen werden losgelaten: gekozen werd voor een losser lijnen-
spel met een soort ‘zaagtand’-verspringing van de graven in de rij. De graven
kregen geen achtergrond van hagen, maar van losse heesters.
Qua opzet en beplanting is de aanleg van Andriessen en Sipkema een duidelijke
breuk met de eerdere aanlegfases met rechtlijnige vormen. Het past in de trend
van die tijd waarin organische lijnen opgang deden in tuinontwerp, landschaps-
architectuur en architectuur. Alleen het gedeelte rechts op de tekening werd
ontworpen door Andriessen en Sipkema, het linkerdeel werd later in een iets
‘strakkere’ opzet toegevoegd. Sipkema heeft zelf de uitvoering van dit gedeelte
van de begraafplaats begeleid. Het ontwerp is uitgevoerd begin jaren tachtig
van de vorige eeuw.
Uitbreidingstekening algemeen deel (bijgewerkte tekening uit 1998).
Kenmerken:
- ronde en meer organische vormen
- gebruik van cirkels
- lossere beplantingsstijl met heesters
24
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Losse heesters als achtergrond van graven
in plaats van hagen (aanleg jaren tachtig)
25
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Begraafplaats Emmeloord in 2014
In het jaar 2000 vond een nieuwe uitbreiding plaats. Dit deel bevindt zich links-
boven op de tekening uit 2014. Dit deel is geometrisch qua opzet, gekenmerkt
door twee cirkels die elkaar overlappen. De grootste cirkel wordt doorsneden door
een loofgang (berceau) die in het midden onderbroken is met een cirkelvormig
pleintje. De berceau is begroeid met witte regen (Wisteria sinensis ‘Alba’).
Als je door de berceau loopt geeft dit een licht-donker beleving. Beheerder van de
gemeente, Tjerk van der Wal, wilde met de loofgang de overgang van leven naar
de dood symboliseren. In de grote cirkel zijn dwarspaden met graven getekend
vanaf het middenpad. In de kleine cirkel bevinden zich graven in cirkels met kleine,
verspringende doorgangen. Van bovenaf gezien geeft dit een soort ‘doolhof-
effect’. Beide cirkels worden omringd door paden met graven.
Overzichtstekening
begraafplaats Emmeloord, 2014
Theehuis Emmeloord
Sinds enkele jaren beschikt de begraafplaats van Emmeloord over een theehuis.
een theehuis te openen waar bezoekers terecht kunnen om gewoon een kop
Dit theehuis wordt gerund door vrijwilligers. Initiatiefneemster Lucy van Pijkeren
koffie of thee te drinken, maar ook om gevoelens van verdriet en rouw te delen.
hoorde in 2006 van de tuinman dat op de begraafplaats dagelijks wel 30 tot 40
Het theehuis is te vinden aan de achterzijde van de aula. Vrijwillige gastvrouwen
mensen komen die vaak op elkaar wachten om op een bankje te praten.
en -heren zorgen van dinsdag tot en met zondag dat bezoekers hier terecht
Maar een overdekte plek bij slecht weer was er niet. Zo ontstond het idee om
kunnen. Actuele openingstijden: www.theehuisemmeloord.nl
26
De loofgang met witte regen, symbool
voor overgang van het leven naar de dood.
27
BEGRAAFPLAATS EMMELOORD
Uitbreidingsdeel 2000: de grafstenen
Een apart deel van de begraafplaats
zijn hier vaak hoger dan de hagen.
is voor moslim-graven ingericht.
28
MARKNESSE
29
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Marknesse: bijzondere haagbogen en een stenen toegangspoort.
Veel is in het werk gesteld om de begraafplaats in te richten volgens het
oorspronkelijk plan.
De begraafplaats van Marknesse bevindt zich aan de westkant van het dorp.
Theo Verlaan volgde in 1947 Pouderoyen op en maakte een nieuw dorpsplan.
In de eerste ontwerptekeningen voor Marknesse lag de begraafplaats meer in het
Hij tekende de begraafplaats aan de westkant van het dorp in de zogenaamde
midden van het dorp. Stedebouwkundige ir. Pouderoyen, in dienst van de Directie
groene zoom. In zijn plan liep de groene zoom door tot in de bosgordel ten
Wieringermeer, maakte deze in de oorlogsjaren op grond van een stedebouw-
westen van de begraafplaats, waardoor feitelijk twee losse begraafplaatsen
kundige opzet van Pieter Verhagen. Pouderoyen bedacht een van de kerken
ontstonden, waarschijnlijk een deel voor rooms-katholieken en een algemeen deel.
centraal in het dorp met daaromheen een grote begraafplaats. Hij kreeg hierop
De begraafplaats is aangelegd op de plek zoals door Verlaan aangegeven.
echter forse kritiek van de Overijsselse inspecteur van de volksgezondheid
ir.H. Meijerink. Deze schreef: ‘De rust van de dodenakker wordt verstoord door het
verkeer: het wonen om een begraafplaats is niet aanlokkelijk. Een goede zorg voor
den doode vereischt een andere ligging.’1
1 Geciteerd in Nieuwe dorpen op Nieuw Land, J.T.W.H. van Woensel, Lelystad, 1999, p. 117.
30
De entree van een van beide delen van
de begraafplaats. Hier bevinden zich
liggende graven waar in 1953 ‘kwekerijen’
ingetekend waren.
31
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Tekening van begraafplaats Marknesse uit 1952
Deze tekening van begraafplaats Marknesse uit december 1952 is een goed voor-
beeld van eenvoud en soberheid en heeft in de basis enkele kenmerken die terug
te vinden zijn in veel van de tekeningen en gerealiseerde vormgeving van begraaf-
plaatsen in de Noordoostpolder.
Deze tekening kan van de hand van Piet Kelder zijn. Hij tekende naar eigen
zeggen aan Marknesse. Kelder was werkzaam bij de afdeling Staatsbos (beheer).
De tekening is door deze afdeling gemaakt.
Tekening van begraafplaats Marknesse. Tekening van 10-12-1952, Directie Wieringermeer,
bouwkundige afdeling, Stedebouw.
Kenmerken:
- een rechthoek als basisvorm
- centrale bomenas als grote lijn
- kruisvorm door kruising van paden
- door kruisvorm ontstaan vier
kwadranten
32
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Hoofdingang begraafplaats Marknesse:
de muur en het hek zijn anno 2014
precies zo als getekend in 1953.
33
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Ontwerp begraafplaats Marknesse, 1953
Haagbogen
In de tekening van 1953 zijn de opvallende hagen met bogen die de begraafplaats
Bij deze tekening uit januari 1953 staat als tekenaar genoemd: V. Dit kan staan
van Marknesse kenmerken al zo getekend (zie deeltekeningen). Op de tekening
voor de stedenbouwkundige Verlaan. De tekening sluit aan bij het dorpsontwerp
zijn hagen weergegeven met smalle zigzaglijnen. Boven de hagen die dwars op de
uit 1951. Hier was de begraafplaats ook een langgerekt perceel met in de lengte
bomenlaan staan lijken kleine boompjes getekend. Dit kan echter ook staan voor
een bomenlaan. Vanaf het middenplein van de begraafplaats is aan beide kanten
de bogenstructuur: er lijken geen stammen ingetekend in de boompjes. Dit terwijl
aan het begin van de bomenlaan een vierkante entree getekend.
in het tuintekenen een boom standaard wordt weergegeven door een cirkelachtige
Verlaan (V) deed de suggestie hierop een ’aula’ te bouwen ‘in de vorm van een
vorm met een punt in het midden. Uit een deeltekening van dit ontwerp blijkt
simpel pannendakje op vier houten stijlen’ (zie tekening). Ook heeft de ontwerper
in ieder geval dat in een deel van de hagen ook boogjes bedacht zijn (vak 2).
op de tekening aangegeven dat de graven met donkere stenen bij elkaar in een
vak moeten komen te liggen (donkere vakken op de tekening links).
Kenmerken:
In 1953 was de keuze van steensoorten nog niet beperkt tot lichte tinten.
- rechthoek met één groter en één
In het midden van de compartimenten zijn paden getekend, evenwijdig aan
kleiner deel en onderverdeling
de bomenlaan.
in compartimenten of kamers
- centrale bomenlaan
Kwekerij
- kruisvormen van paden
Uit de tekening uit 1953 valt verder op te maken dat Verlaan op meerdere plaatsen
- aanwezigheid van ‘kwekerijen’
een ‘kwekerij’ had bedacht. Aan weerskanten van de entree en aan het begin van
- hoofdingang met stenen muur
de bomenlaan: één aan de kant van het algemene deel, en één kant bij de entree
- boogjes in deel van de hagen
van het rooms-katholieke deel. Het is niet duidelijk wat precies de bedoeling was
- graven met donkere grafstenen
van deze perken.
zijn apart ingetekend en werken
in de ruimte als kleurelement
(donkere vakken op de tekening links)
34
Bestektekening begraafplaats Marknesse,
Directie Wieringermeer, 1953.
Links het algemene deel, rechts het
Rooms-katholieke deel
35
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Tekening van de berging en het
lijkenhuisje voor de begraafplaats
van Marknesse, 30 januari 1953
Berging en lijkenhuisje begraafplaats Marknesse, mei 2014.
36
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Marknesse, 1957: De centrale bomenlaan is beplant met populieren (Populus berolinensis -
Marknesse 1957: Een van de ‘kwekerijen?’
Siberische balsempopulier). Het entreeplein, vooraan op de foto, is bestraat in een ruitvorm
met lichte en donkere klinkers
37
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Aanpassingen na 1965
Uit archiefstukken, waaronder deze tekening, blijkt dat in 1965 enkele aan-
passingen zijn bedacht. Deze zijn begin jaren zeventig doorgevoerd. De delen
die eerst kwekerij waren werden toen bestemd voor graven met liggende stenen.
Bij de centrale bomenlaan staat op de tekening aangegeven: ‘bestaande
populieren rooien en herplanten met groene beuken’. Volgens de heer Sipkema,
groenbeheerder tussen 1969 en 1989, zijn de populieren rond 1973 vervangen
door platanen. De populieren groeiden snel en kregen last van taksterfte.
De platanen zijn na 1986 vervangen door elzen (Alnus spaethii).
De tekening vermeldt ook dat het klinkerpad opnieuw bestraat moet worden.
Het advies was hier een slakkenzandpad te maken. ‘Slakken’, een restproduct
van de hoogovenindustrie, werden vermalen en gemengd met zand gebruikt als
halfverhardingsmateriaal. De betontegelpaden, het klinkerplateau en het
toegangspad van de begraafplaats waren verzakt en vroegen om verbetering.2
Middendeel uit de ontwerptekening van begraafplaats Marknesse van december 1965
De beukenhagen zijn lange tijd op een hoogte van 1 meter tot 1,20 meter
geschoren. De kenmerkende boogjes hebben dus niet vanaf de aanlegtijd bestaan.
Op een foto uit het archief van 1986 zijn ook nog geen haagbogen te zien.
2 Brief directie Publieke Werken aan College van B en W van 16-01-1973 in reactie
op een brief van B en W van 14-07-1972, dossier 493 p. 55-58 en 67-68.
38
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
Begraafplaats Marknesse in 2014
De indeling van begraafplaats Marknesse in 2014 lijkt sterk op die van de tekening
uit 1953: de vorm van het entreeplein, de beide delen, de centrale bomenlanen
en dwarslanen met bomen; al deze elementen zijn nog aanwezig. Het lijkenhuisje
staat nog op dezelfde plaats, de gravenrijen, en de hagen ertussen zijn in de
praktijk zoals ook op tekening is gesteld in 1953. Opvallend verschil zijn de
verschillende uitbreidingen: aan beide uiteinden van de begraafplaats zijn extra
rijtjes graven toegevoegd. Daarnaast is het algemene deel op tekening flink
uitgebreid buiten de contouren van het terrein van 1953.
Sipkema over Marknesse
Oud-groen beheerder Sipkema zegt over de huidige inrichting van Marknesse:
‘Als je nu in Marknesse komt, sta je versteld. Zó anders is het beeld: veel hoger dan
vroeger. Ook de indeling in vakken en de haagboogjes waren er toen niet.’
Volgens Sipkema lijkt de begraafplaats nu op het beeld dat stedebouwkundige
Theo Verlaan voor ogen had: met boogjes op ooghoogte en een inrichting in
compartimenten. Dat plan is in de jaren zestig en zeventig nooit uitgevoerd.
Sipkema heeft bij zijn pensionering bij de gemeente aandacht gevraagd voor het
oorspronkelijke plan van Verlaan. De haagboogjes zijn later alsnog gerealiseerd.
Tekeningen van de begraafplaats, januari 2014.
Boven: rooms-katholiek deel, en onder het algemene deel.
39
BEGRAAFPLAATS MARKNESSE
De centrale bomenlaan.
Dorpsbewoners onderhouden de rozenperken.
40
BANT
41
BEGRAAFPLAATS BANT
Bant: eenvoud, rechte lijnen en een
indeling in vakken. In Bant is te zien
hoe de begraafplaatsen van de
Noordoostpolder bedoeld waren.
Het dorpsplan voor Bant is in 1950 ontworpen door Theo Verlaan voor de Bouw-
kundige afdeling van de Directie Wieringermeer. In het ontwerp is de begraaf-
plaats bedacht aan de zuidzijde van het dorp, maar is nog geen begraafplaats
ingetekend. Het ontwerp werd in hetzelfde jaar door de Planologische Commissie
goedgekeurd en in 1951 begon de Directie Wieringer meer met de bouw van het
dorp. De eerste ontwerptekeningen van de begraafplaats dateren uit 1961 en 1962.
De aanleg van de begraafplaats vond plaats tussen 1962 en 1965.
Ontwerp van de beplanting begraafplaats Bant, 1961
Duidelijk in het ontwerp is het T-kruis van bomen. De lange arm van de T deelt
de begraafplaats in tweeën. Direct naast de bomenrijen zijn hagen getekend.
Halverwege is een dwarshaag geplaatst, waardoor vier vakken ontstaan. Op de
ontwerptekening is de hele begraafplaats omzoomd door een brede haag.
Dit ontwerp straalt eenvoud en rust uit. Er is een belangrijke rol weggelegd voor
symmetrie. De tekening met de beplanting uit 1961 is volgens Piet Kelder door
hemzelf gemaakt.
42
BEGRAAFPLAATS BANT
Ontwerptekening van begraafplaats Bant, 18 mei 1962
de begraafplaats: ‘Op het eerste gezicht lijken de rechte lijnen - de strakke opzet
- te verwijzen naar een zuiver functionalistische oorsprong. Maar als je een derge-
Het ontwerp van begraafplaats van Bant uit 1962 in grote lijnen hetzelfde als dat
lijke ruimte even op je in laat werken en wat gaat meten, wordt duidelijk dat de
van 1961. Toch zijn enkele dingen anders. Het T-kruis is veranderd in een zoge-
verhoudingen een belangrijke rol spelen. Zowel in horizontale als in verticale zin.
naamd Latijns kruis doordat bovenop de dwarse ligger van de T nog twee bomen
Het materiaalgebruik verwijst naar het functionalisme, de verhoudingen verwijzen
zijn getekend. Aan weerskanten van die twee bomen zijn heesters (of haagbeplan-
naar de Delftse school.’
ting) getekend. De verdeling in vier vakken is hier duidelijker, en ook de graven
zijn hier aangegeven. Het vak linksboven is het rooms-katholieke deel van de
begraafplaats, de rest is voor algemene graven. De doorsnede-tekening laat zien
dat buiten de haag een sloot of greppel is bedacht, met daaromheen weer een
groene zone.
Tussen de rijen met graven zijn geen hagen getekend (ook niet op de tekening
van 1961). Volgens Piet Kelder was het wel de bedoeling daar hagen te planten en
Kenmerken van zowel
zijn deze destijds aangeplant in haagbeuk. Toen hij in de eerste helft van de jaren
het ontwerp uit 1961 als 1962:
tachtig de begraafplaats nog eens bezocht, bleek de haagbeuk vervangen door
- rechthoekige opzet
veldesdoorn.
- kruisvorm
Volgens Piet Kelder was het Verlaan die het ontwerp van de begraafplaats maakte
- grote lijn (bomenlaan)
zoals het is uitgevoerd. Het is echter niet met zekerheid vast te stellen wie de
- indeling in vakken
ontwerper was. In een artikel over de begraafplaats van Bant in het tijdschrift
- symmetrie
De Blauwe Kamer uit 1991 (nr. 7) schrijft Martin van der Toorn dat het Pieter
Verhagen was die al een schetsontwerp voor de begraafplaats maakte. Verhagen
was tot het jaar van zijn overlijden (1950) als planologisch adviseur betrokken bij
de inrichting van de Noordoostpolder. Verhagen werkte voornamelijk in de zoge-
naamde traditionalistische stijl van de Delftse school. Volgens Van der Toorm heeft
Verhagen de klassieke maatverhoudingen hebben toegepast op de indeling van
43
BEGRAAFPLAATS BANT
Begraafplaats Bant in 2014
In 2014 is de centrale bomenlaan van de begraafplaats beplant met paarden-
kastanjes (zie grote foto). De bomen zijn geplant in een zogenaamd driehoeks-
verband (niet symmetrisch tegenover elkaar op de bomenlaan, maar verspringend).
Deze plaatsing is niet zoals in de tekeningen uit 1961 en 1962. De bomen die op
de tekening uit 1962 de bovenkant van het kruis vormen, zijn niet te vinden op de
begraafplaats.
Begraafplaats Bant op wereldtentoonstelling
ontwerper van de beplanting van de begraafplaats, was het ontwerp zo ver-
De begraafplaats van Bant kenmerkt zich door strakke lijnen en eenvoud.
nieuwend dat een maquette ervan in 1970 een plaats kreeg in het Nederlandse
Kenmerkend zijn de bomenrij in het midden, de strakke hagen achter de graven
paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Osaka (Japan). Het ontwerp leek
en de bossingel om de begraafplaats heen. De rechtlijnigheid en sobere opzet
goed aan te sluiten bij het thema van deze tentoonstelling: ‘Vooruitgang en
waren destijds vernieuwend voor begraafplaatsen. Volgens Piet Kelder (1922),
harmonie voor de mensheid’.
44
BEGRAAFPLAATS BANT
De bossingel omgeeft de hele begraafplaats
en zorgt voor beschutting en privacy.
45
BEGRAAFPLAATS BANT
Strakke hagen achter de graven en een haag
én bossingel om de begraafplaats heen.
46
Nog steeds
een man van
de strakke lijn
Interview met Piet Kelder
47
interview Piet Kelder
Piet Kelder werkte van 1946 tot 1962 als landschapsarchitect in
Voor Piet Kelder was één ding heel belangrijk in zijn beplantingsplannen: het
de Noordoostpolder. Hij maakte onder meer ontwerpen voor
moest strak zijn en passen bij de rechtlijnigheid van de polderaanleg. Kelder:
wegbeplanting en erfbeplanting van boerderijen. Ook ontwierp
‘Juist in de polder, met zijn strakke lijnen moet je ook de begraafplaatsen zo recht
hij de beplanting de eerste begraafplaatsen in de Noordoostpolder.
en strak mogelijk maken’.
Samen met stedebouwkundige Verlaan ontwierp hij begraaf-
plaatsen van Emmeloord (het vroegste deel), Bant en Marknesse.
Beplanting tegen saaie rechtlijnigheid
Ruim zestig jaar na aanleg van de polder gaat de inrichting ervan Piet Kelder
(geboren in 1922) nog duidelijk aan het hart. Ondanks zijn hoge leeftijd heeft hij
het interview goed voorbereid. Hij steekt meteen van wal met een ‘mini-college’
over de ruimtelijke ordening van de Noordoostpolder.
In zijn werk in de Noordoostpolder werd Kelder geïnspireerd door het oorspron-
kelijke beplantingsplan van zijn leermeester professor J.T.P. Bijhouwer. De visie van
Bijhouwer was dat je ook in dit nieuwe landschap optimaal gebruik moest maken
van de aanwezige omstandigheden - zoals bodemgesteldheid - om schakering in
het landschap aan te brengen. De ‘saaie’ rechtlijnigheid was te doorbreken door
met beplanting ‘afleidingen voor het oog’ te creëren. Met deze middelen kon een
De rechte lijnen van de hagen verwijzen volgens Kelder naar de rechtlijnigheid van de polder.
gevoel van menselijke maat gecreëerd worden. Maar Bijhouwer zei ook: ‘Slechts
indien de middelen passen in het wezen van de polder kunnen wij verwachten dat
‘In de polder, met zijn strakke lijnen, moet je ook de
zij veranderingen in het beheer kunnen overleven.’ 1
begraafplaatsen zo recht en strak mogelijk maken’
Kelder experimenteerde in de wegbeplanting eerst met brede stroken beplanting
Piet Kelder
in het gebied tussen Bant en Lemmer. De Noordoostpolder was, aldus Kelder, bij
uitstek een gebied om te experimenteren en dat kon dus ook bij de inrichting van
begraafplaatsen.
1 J.T.P. Bijhouwer, Grensverleggend landschapsarchitect, G. Andela, Rotterdam, 2011, p.85.
48
interview Piet Kelder
Ontwerp van begraafplaats Bant
dorpsbos. In later jaren zag Kelder op de begraafplaatsen steeds meer bloemen
Zijn ’Kelderse aanpak’ zoals die later genoemd werd, volgens Kelder zelf, kwam
en bloemperken verschijnen. Het past niet in zijn visie op de begraafplaatsen in
het best tot uiting in het ontwerp van de begraafplaats van Bant. Hij werkte
de polder: deze zouden strak moeten zijn en blijven. Beplanting van de graven
hieraan samen met Theo Verlaan. Die wilde het ontwerp voor de begraafplaats
zelf met bloemen vind hij echter geen probleem: 'Door de strakheid van de hagen
strak houden. Dat paste precies in het beeld dat Kelder voor ogen had: ‘Ik wilde
is het niet zo erg dat op de graven zelf plantjes en bloemen worden gezet.
geen losse plukjes’. In die lijn koos Kelder de beplanting: een hoofdlaan van
Dat tast het karakter van de begraafplaats niet aan.’
paardenkastanjes, begeleid door een strakke haag van haagbeuk. De vakken
werden omzoomd door hagen van veldesdoorn. Deze soort contrasteert met
Onvindbare beplantingsplannen
zijn kleurverloop in het voorjaar van oranjerood naar donkergroen mooi bij het
Kelder heeft geconstateerd dat de begraafplaatsen zijn veranderd in de loop van
frisse groen van de haagbeuk.
de tijd. Op de vraag of hij dat erg vindt, citeert hij J.T.P. Bijhouwer: 'In liefde,
oorlog en landschap is alles geoorloofd’. Wat volgens Kelder betekent dat als men
het wil veranderen dat gewoon gebeurt. Als voorbeeld noemt Kelder het feit dat
zijn ontwerp van de begraafplaats van Bant internationale bekendheid kreeg,
maar dat het in Nederland hoogstwaarschijnlijk niet eens is bewaard. Toen hij ter
voorbereiding van een lezing eens bij de Rijksdienst IJsselmeerpolders op zoek
ging naar de schetsen van zijn beplantingsplannen, bleken die onvindbaar. Kelder:
‘Dat geeft wel aan hoeveel waarde eraan werd gehecht’.
‘Respecteer het door de mens gemaakte landschap’
Piet Kelder
Omringende haag van veldesdoorn. Aan de dikte van de stam is de ouderdom te zien.
Advies voor de toekomst
Bomen en bloemen
Op de vraag welk advies hij wil meegeven voor het toekomstig onderhoud komt
In veel dorpen waren al dorpsbossen aangeplant toen de begraafplaatsen aan-
hij weer terug bij het karakter van de polder: 'Probeer de rechte lijnen en de strak-
gelegd werden. Zo werden de begraafplaatsen vaak aangelegd in of bij het
heid in stand te houden’. Ook bij de begraafplaatsen moeten de grote lijnen en
49
interview Piet Kelder
elementen leidend zijn. Kelder: ‘Zorg dat je verschil houdt tussen de polders
maar een bolvormige boom.’ Op de begraafplaatsen ziet hij daarom liever
met al zijn variaties, en het andere landschap. Op zoveel andere plaatsen in
geen populieren of ligusterhagen, maar wel paardenkastanjes of de Limburgse
Nederland heb je al het natuurlijke landschap. Het bijzondere in de Noordoost-
boskriek (Prunus avium).
polder is juist de polder, met de strakke lijnen van het door de mens gemaakte
landschap’. In de ogen van Kelder houdt dat niet in dat er geen ruimte is voor
Tot slot zegt Kelder: ‘Luister ook naar de bevolking’. Als hij nu opnieuw mocht
natuur. Méér aandacht voor natuurbelang betekent volgens Kelder niet per
ontwerpen, zou hij het in dezelfde lijn doen, maar hij zou ook willen luisteren
definitie een andere stijl. Hij ziet de polders juist als goede bronnen voor
naar de mensen die er leven en gebruik maken van het landschap.
natuurbehoud. Hij pleit ook voor een beplanting die bij het karakter van de
Kelder: ‘Destijds kon ik vaak nog geen rekening houden met de mensen, want er
plek past of dit versterkt: ‘Naast een kerkspits plaats je geen zuilvormige populier
woonde nog bijna niemand.’
Denkend aan Flevoland
zie ik brede, doorgaande lanen
recht door oneindig laagland gaan
en de gedachte aan deze beplantingen
zal bij onveranderde omstandigheden
straks maken dat de kracht van het water
in deze gewesten niet langer
Gedicht van Piet Kelder, februari 2014
wordt gevreesd of gehoord
vrij naar Marsmans ‘Herinnering aan Holland’
50
CREIL
51
BEGRAAFPLAATS CREIL
Creil: kruisvorm met centrale bomenlaan en vier kwadranten.
Deze basis is nog steeds terug te vinden.
Tussen 1950 en 1952 ontwierp Theo Verlaan voor de Bouwkundige afdeling van
Door het ontbreken van de noordpijl is niet te zien hoe de begraafplaats ten
de Directie Wieringermeer het dorp Creil. Het was zijn bedoeling het dorp te
opzichte van het dorp is bedacht. In het dorpsplan van Verlaan uit 1952 was de
‘verpakken in een groene wereld’. Aan de oostkant van het dorp moest een volks-
begraafplaats rechthoekig, maar zat de ingang aan de korte zijde van de recht-
tuinengebied komen met hoog opgaande ijle bomen. In dit gebied bedacht hij
hoek, en niet aan de lange zijde zoals op deze tekening. De begraafplaats zoals
ook de begraafplaats. De begraafplaats ligt nu centraler in het dorp, omdat het
hier getekend, is niet gerealiseerd. Dit kan maken hebben met een besluit uit 1956
dorp eromheen is gegroeid.
om de begraafplaats kleiner te maken dan het tot dan toe gereserveerde terrein.
Ontwerp begraafplaats Creil 1955
Dit ontwerp wordt gekenmerkt door een asymmetrische opzet van de begraaf-
plaats met kruisvormige pleintjes en bomenlanen die de verschillende vakken met
elkaar verbinden. Ook zijn twee meter hoge stenen toegangsmuren bedacht.
Het ontwerp kent qua stijl en detaillering overeenkomsten met de begraafplaats
van Marknesse, zoals de pleintjes en de stenen toegangsmuren.
Kenmerken:
- asymmetrische indeling
- indeling in vakken (compartimenten)
- ‘kruis-paden’ met bomen
- omsingeling met beplanting
52
Indeling van de begraafplaats te Creil,
30 september 1955 (niet uitgevoerd)
53
BEGRAAFPLAATS CREIL
Tekening begraafplaats Creil, 1962
Het ontwerp uit 1962 lijkt qua opzet op het ontwerp van 1961. De begraafplaats
bestaat ook hier nog uit vier vakken met hagen aan de binnenkant. Om de
begraafplaats heen is ook hier een haag of heesterrand getekend. Dit ontwerp
vormde de basis voor de uiteindelijke aanleg. Of de beplantingsstructuur destijds
is uitgevoerd als op de tekening is onbekend. De begraafplaats is in 1965 in
gebruik genomen.
Doorsnede uit ontwerptekening 1962. De hagen om de vakken zijn meer dan manshoog bedoeld.
‘Ontwerp beplanting’, 10 maart 1961, van de afdeling Bebossing en beplanting.
Kenmerken:
Tekening begraafplaats Creil, 1961
- symmetrische kruisvorm
- T-vorm van bomen (ook centrale as)
Deze tekening uit 1961 laat een andere opzet zien dan de tekening uit 1955.
- indeling in vier vakken
Het sluit aan bij de tekening van het dorpsplan van Verlaan, waarbij de ingang van
- zowel hagen of heestervakken om
de begraafplaats aan de korte zijde is getekend. De vormgeving is symmetrisch.
de vakken als om het gehele terrein
De basis is een kruisvorm met vier vakken. De bomenstructuur bestaat uit een
- verschil in breedte van haag/
hoofdlaan en twee dwarslanen. Om de begraafplaats heen bevindt zich een haag
heestervakken rondom één vak
en daarbuiten een bossingel.
54
Ontwerp Begraafplaats Creil, 8 mei 1962
55
BEGRAAFPLAATS CREIL
Begraafplaats Creil in 2014
In 2012 is de begraafplaats van Creil gerenoveerd, naar ontwerp van beheerder
Tjerk van der Wal. Aanleiding was de wens van de gemeente om onderhouds-
kosten van begraafplaatsen te verlagen. Het ingangsplein heeft nu een ovale vorm
met als opvallend element de klokkentoren. Vanaf dit plein lopen twee klinker-
paden schuin weg naar de twee delen. Halverwege de centrale bomenlaan is op
verzoek van het Dorpsbelang een urnentuin aangelegd.
De heesterranden, die voorheen de begraafplaats in vieren deelden, zijn verdwenen.
De ligusterhagen tussen de rijen graven zijn vervangen door taxushagen.
Op verzoek van Dorpsbelang is de boomsoort van de centrale bomenlaan
(meelbes - Sorbus aria) gehandhaafd. Beheerder Tjerk van der Wal had hier graag
bomen van een groter type gezien. Ook wilde hij de paden aan de achterkant van
de begraafplaats met elkaar verbinden zodat de bezoeker rond kon lopen.
De dorpsvereniging was hier geen voorstander van.
Kenmerken:
- ovaal entreeplein
- schuin weglopende paden
vanuit het entreeplein
- klokkentoren bij de ingang
Begraafplaats Creil,
- symmetrie
15 februari 2012
56
BEGRAAFPLAATS CREIL
Dorpsbelang over de begraafplaats en de renovatie
Interview met voorzitter Dorpsbelang Lauran Hermus
Lauran Hermus is voorzitter van dorpsbelang Creil. Hermus:
De doorkijk vanaf de begraafplaats naar de kerktoren verbindt beide met elkaar.
‘Het belangrijkste voor het dorp is dat de begraafplaats netjes is.
Een niet onderhouden begraafplaats geeft ergernis. Dat is geen
Groot onderhoud en dorpsbelang
eervolle manier om met de overledenen om te gaan.’ Volgens
In 2008/2009 kreeg Creil te maken met groot onderhoud voor de begraafplaats.
Hermus vinden de meeste inwoners van Creil dat de begraafplaats
In diezelfde periode lag een nota over onderhoudskosten van begraafplaatsen
er op vooruit is gegaan door recente aanpassingen uit 2012. ‘Er is
ter bespreking bij de gemeenteraad. Daarin stond dat onderhoudskosten voor
nu meer eenheid en balans’.
begraafplaatsen betaald zouden moeten worden uit de opbrengsten van de
begraafplaatsen. Op basis hiervan zijn omvormingsplannen gemaakt voor begraaf-
Samen op Weg
plaatsen. In Creil viel dit ongeveer samen met het groot onderhoud.
Bij de entree springt meteen de enorme klokkentoren in het oog. Hermus: ‘De klok
Het Dorpsbelang heeft in de renovatie goed samengewerkt en overlegd met de
komt nog uit de voormalige rooms-katholieke kerk uit Creil. De kerk zelf is er niet
gemeente. In het dorp is hiervoor een comité opgericht van acht inwoners.
meer. Voorheen had ieder dorp van de Noordoostpolder zowel een protestantse
Voor het Dorpsbelang was het belangrijk dat de begraafplaats niet alleen werd
als een katholieke kerk. Maar dat is veranderd, in Creil is nu één kerkgebouw van
gezien als een plaats om de doden te begraven, maar ook als een plek met een
de Samen op Weg-kerken. Deze heeft voor het dorp een centrale plaats en wordt
parkfunctie, centraal in het dorp. In overleg met het Dorpsbelang is een flink
voor de rouw en trouw door alle gezindten gebruikt.
aantal aanpassingen doorgevoerd.
Geloof en begraven
‘Het belangrijkste voor het dorp is dat de
Hoewel er nog maar één kerkgebouw in het dorp is, bestaat de begraafplaats
begraafplaats netjes is.
uit een katholiek en een algemeen deel. Om op het katholieke deel begraven te
Lauran Hermus, voorzitter Dorpsbelang Creil
kunnen worden, moet iemand gedoopt zijn. Alle begrafenissen worden gehouden
in het kerkgebouw en vertrekken ook van daaruit naar de begraafplaats. Bij een
Hagen van taxus
begrafenis luiden eerst de klokken van de kerk, daarna die van de begraafplaats.
Zo is de border met struiken langs de centrale bomenrij vervangen door gazon.
57
BEGRAAFPLAATS CREIL
Het Dorpsbelang was hier op zich geen voorstander van, maar zag ook dat de
de begraafplaats bomen staan, als langs het centrale pad, krijg je achteraan een
border niet goed werd onderhouden.
soort open ‘gaten’. Het comité wilde daar graag bomen. Maar omdat de gemeente
Een andere aanpassing betreft het vervangen van een groot aantal hagen door
eerder minder dan meer wilde, heeft het dorp hierover ‘onderhandeld’ met de
taxushagen. Op een eerder moment waren op het katholieke deel van de begraaf-
gemeente. In ruil voor het verdwijnen van de struiken langs het centrale pad,
plaats de hagen al vervangen door nieuwe hagen (liguster), omdat de oude hagen
wilde het comité bomen geplaatst zien op het dwarspad. Uiteindelijk is dat gelukt.
niet goed meer waren. Ondertussen bleken ook de hagen van het algemene deel
Op de foto’s is de jonge aanplant te zien.
aan vervanging toe. De gemeente wilde hier de oude ligusterhaag vervangen door
De inwoners van het dorp zijn tevreden, volgens Dorpsbelang-voorzitter Hermus.
een taxushaag, omdat deze soort minder snel groeit en dus minder onderhoud
Sterker nog: veel dorpsbewoners vinden het zelfs een verbetering. Voorheen werd
vraagt. Het dorp vond het vooral belangrijk dat de begraafplaats een eenheid
de begraafplaats niet zo bijzonder gevonden, maar de renovatie bood een kans er
zou blijven en wilde daarom dat alle hagen vervangen zouden worden door taxus.
alsnog wat van te maken. De meeste mensen vinden het nu goed: er is vrij uitzicht
Dat is toen gebeurd. Hoewel de recent aangeplante taxus nog erg klein is, zijn de
over de begraafplaats waardoor een open en transparant aanzien is ontstaan. Ook
inwoners van Creil tevreden over de nieuwe aanplant.
is er meer eenheid en balans, én: het ziet er opgeruimd uit.
Om de begraafplaats heen bevindt zich nog steeds een bossingel van hoge bomen,
zoals door Verlaan in het dorpsplan bedacht. Een haag om de begraafplaats heen
‘Er is nu meer eenheid en balans’
is er niet meer. Als de bomen in de winter kaal zijn heeft de begraafplaats een
Lauran Hermus over de aanpassingen op de begraafplaats
minder besloten karakter. Er is daarom een singel aangelegd van groenblijvende
heesters, voornamelijk laurierkers. Deze heesters zorgen ook in de winter voor een
Urnentuin
groene omheining. Het snoeibeleid van de gemeente is om de laurierkers één keer
Ondertussen is in Creil, net als op een aantal andere begraafplaatsen in de Noord-
in de vijf jaar tot de grond af te knippen, maar Hermus ziet liever dat deze heester
oostpolder, ook een urnentuin aangelegd. Deze bevindt zich aan de achterzijde
regelmatiger wordt gesnoeid, zodat de groene omsingeling zo constant mogelijk is.
van de begraafplaats, in het verlengde van de centrale as. Het dorp wil ook hier
graag nog een omzoming van taxus, zodat de urnentuin meer bij de begraafplaats
Evenwichtig beeld
gaat horen.
Evenwicht in het beeld tussen het rooms-katholieke deel en het algemene deel is
In het dorp leeft verder nog een wens voor een gedenksteen voor vroegtijdig
belangrijk voor het dorp, volgens Hermus. Zo vond het bewonerscomité dat op de
doodgeborenen. Als een kind levend geboren wordt en dan dood gaat, wordt het
begraafplaats bomen ontbraken langs het dwarspad. Omdat zowel vooraan op
wel begraven, maar als het vroegtijdig doodgeboren wordt, gebeurt dat niet.
58
Om mensen die dat hebben meegemaakt ook te kunnen laten gedenken, maakt
een dorpsbewoner hiervoor een kunstwerk.
Begraven in de Noordoostpolder
Alle begraafplaatsen van de dorpen in de Noordoostpolder hebben een algemeen
deel en een katholiek deel. Toch denkt Lauran Hermus dat het gescheiden
begraven op termijn gaat verdwijnen. Het ‘mengen’ van de verschillende
gezindten op de begraafplaats is nog geen onderwerp van gesprek in Creil, maar
Hermus ziet dat nog wel gebeuren: ‘In de urnentuin is ook geen sprake van keuze
op grond van geloof, en daar is dat geen probleem’.
Het valt Hermus op dat ook het uiterlijk van de graven in de loop van de jaren
is veranderd: ‘Waar vroeger de katholieke graven de meest aangeklede graven
waren, zijn dat nu de graven in het algemene deel’. Hermus denkt dat dat komt
omdat symboliek meer wordt toegelaten in de kerk en meer in de maatschappij
voorkomt. Dan is het logisch dat het ook meer beleefd wordt en terug te vinden
is op de begraafplaats.
De centrale bomenlaan met op de voorgrond het urnenveld.
59
BEGRAAFPLAATS CREIL
60
ENS
61
BEGRAAFPLAATS ENS
Ens: basisvorm met vier vakken. De rechte lijnen en duidelijke structuren
zijn nog steeds beeldbepalende elementen.
De begraafplaats ligt aan de zuidoostkant van het dorp, in lijn met de locatie die
stijl daarvan af. Al deze tekeningen zijn met dezelfde naam ondertekend. Hoewel
Verlaan ervoor bedacht in het in 1949 goedgekeurde dorpsplan.
niet met zekerheid te zeggen lijkt hier de naam ‘Ginkel’ te staan.
De tekening laat een centraal pleintje zien, omringd met bomen en een haag en in
Tekening begraafplaats Ens 1955
het midden een bloemperk. Links bevindt zich het kleinere rooms-katholieke deel,
rechts het grotere algemene deel. Tussen de graven lijken hagen getekend. Het
gedeelte tegenover het ingangspleintje is bedoeld als ‘kwekerij’. In het midden
hiervan loopt een smal pad naar het lijkenhuisje. Opvallend in deze tekening is het
wandelpad dat vanaf de ingang loopt naar de bosgordel aan de noordkant van de
begraafplaats. De bomen zijn nogal hoekig getekend, wat afwijkt van de andere
tekeningen uit 1955. Ook zijn graven getekend buiten de buitenste paden van
de begraafplaats. Zowel daar als direct na de ingang zijn graven twee aan twee
afgebeeld. Op tekeningen van andere begraafplaatsen komt dat niet voor op deze
manier. Niet is aangegeven wat voor graven dit zijn. Het zou kunnen gaan om
liggende graven, familiegraven of grafkelders.
Indeling van de begraafplaats Ens, 31 maart 1955, (niet uitgevoerd).
Kenmerken 1955:
Deze tekening van begraafplaats Ens is van 31 maart 1955, kort na het besluit van
- andere tekenstijl dan latere
- compartimenten in beide delen
de Directie Wieringermeer op 12 maart 1955 om in alle dorpen van de Noordoost-
ontwerptekeningen
- wandelpad vanaf de begraafplaats
polder een begraafplaats in te richten. Mogelijk is dit een van de eerste tekeningen
- rechthoekige vorm met een groter
door de bossingel
die na dit besluit gemaakt is. Uit 1955 zijn ook ontwerptekeningen aangetroffen
en een kleiner deel
- ‘kwekerij’ ingetekend
van de begraafplaatsen Rutten, Creil en Luttelgeest, maar deze tekening wijkt qua
62
Kenmerken 1962:
- asymmetrische opzet door
verspringende rechthoeken
- indeling in vakken door middel van
hagen: eerst in twee grote delen,
daarna in weer kleinere vakken
of kamers
- omheining door brede haag/
heesters van de gehele
begraafplaats
- afscheiding van kindergraven
van de rest, ook met hagen
Tekening van begraafplaats Ens, 4 mei 1962.
63
BEGRAAFPLAATS ENS
Indeling begraafplaats Ens in 1962
De indeling op de tekening uit 1962 is anders dan die van 1955. De begraafplaats
Schets van Piet Kelder van begraafplaats Ens
bestaat nu uit twee verspringende rechthoeken. In vergelijking met de tekening
in Flevobericht 319, 1992, p. 105.
uit 1955 is het ingetekende oppervlak van de begraafplaats kleiner. Een stippellijn
op de tekening uit 1962 geeft de oorspronkelijk bedachte omvang weer.
Het middenplein met een omzoming van bomen is gehandhaafd, net als de
bomenlanen vanaf het middenplein. Deze bomenlanen vormen alleen geen
centrale as meer, en krijgen aan slechts één kant ervan een vak met graven.
Hierdoor krijgt de begraafplaats een asymmetrische opzet.
Het lijkt erop dat deze tekening de basis vormt voor de uiteindelijke beplanting
van de begraafplaats. Begin 1962 was de begraafplaats al aanwezig, maar nog
niet beplant.
Begraafplaats Ens in 2014
Ook is er een schets van begraafplaats Ens van de hand van Piet Kelder (van na
De begraafplaats van Ens heeft in 2014 ongeveer de omvang en vorm, zoals
1962). Hierin vormt de bomenlaan een kruis dat vier kwadranten oplevert: twee
getekend in 1955. De twee bosvakken zoals Kelder die in zijn latere schets tekende,
ervan zijn als grafveld ingericht, de andere twee als bos. De vakken met bos
zijn dus nu ook in gebruik als grafvelden. Er zijn twee hoofdvakken, aan weers-
zouden later, als nodig, ook als grafveld kunnen worden ingericht. De schets van
kanten van de entree. Deze vakken zijn door de bomenlaan en andere paden
Kelder laat de eenvoud zien van het ontwerp van een begraafplaats in de Noord-
verdeeld in kamers of compartimenten. Tussen de vakken door lopen met klinkers
oostpolder: met rechte lijnen, duidelijke structuren, en vooral ook: eenvoudig en
bestrate paden die uitkomen op de bomenlaan of op het entreeplein.
sober (zie verder ook interview met Piet Kelder elders in deze publicatie).
Het entreeplein heeft ongeveer de vorm zoals al getekend in 1955.
Ook geeft het goed weer dat in de opzet van de begraafplaats rekening werd
Langs het entreeplein en de centrale paden staan eiken. De hagen rond het
gehouden met de toekomst.
entreeplein zijn van veldesdoorn, de hagen tussen de grafrijen van liguster (2014).
De bedoeling is deze te vervangen door taxushagen. Op de tekening van 2014 zijn
ook hagen ingetekend onder de bomenlaan, maar deze zijn niet aangeplant.
64
Begraafplaats Ens, 2014. Het middenplein komt qua vorm nog steeds overeen met de tekening uit 1955
65
BEGRAAFPLAATS ENS
Bomenlaan op het algemene deel.
66
KRAGGENBURG
67
BEGRAAFPLAATS KRAGGENBURG
Kraggenburg: rondom veel bomen, een centrale bomenlaan en
bloemperken met bloeiende heesters. De kern van de oorspronkelijke
inrichting is hier behouden gebleven.
De begraafplaats van Kraggenburg is aangelegd aan de zuidoostkant van het dorp.
bezuiniging op onderhoud zijn er veranderingen doorgevoerd op de begraafplaats.
Ten tijde van goedkeuring van het ontwerp voor het dorp in 1948 was de plek voor
Zo zijn in 2012 alle rozenstruiken verwijderd. De entree kent nu alleen nog gras
de begraafplaats nog niet definitief vastgesteld. Ir. P.H. Dingemans - als architect
met bomen. De perken met heesters langs de centrale bomenlaan zijn omgevormd
opgeleid in Delft - maakte verschillende ontwerpen voor Kraggenburg en plaatste
tot gras.
daarbij de begraafplaats meestal aan de rand van het dorp.
De perken aan weerszijden van de entree met witte pluimhortensias zijn
Verschillende soorten hagen
behouden gebleven. Ertussen is nu de bodembedekker maagdenpalm aangeplant.
Op de begraafplaats Kraggenburg bevinden zich meerdere soorten hagen.
De haag direct daarachter is van veldesdoorn; de hagen tussen de grafrijen zijn
De hagen achter de graven zijn van liguster. De hagen die de afscheiding vormen
deels van liguster en taxus. De bomenlaan bestaat uit de niet vaak gebruikte
van het katholieke en het algemene deel zijn van veldesdoorn. Op het algemene
Gummiboom. De heestervakken halverwege de begraafplaats zijn recent her-
deel zijn achterin nieuwe hagen geplant van taxus. De gemeente heeft ervoor
beplant met struikkamperfoelie en pluimhortensia.
gekozen bij vervanging of nieuwe aanplant van hagen zo veel mogelijk taxus aan
te planten omdat deze soort minder frequent onderhoud vraagt.
Bloemen en planten
Recentelijk waren er nog rozenperken op bijvoorbeeld het entreeplein van de
begraafplaats. De rozen werden op verschillende plekken gecombineerd met
vlinderstruiken. Ook de heestervakken dwars op de bomenlaan, die ook al in het
ontwerp van 1962 waren te zien, waren beplant met rozen. Met het oog op de
68
Kenmerken:
Tekening van begraafplaats Kraggenburg,
- aparte ‘kamers’ met hagen
3 april 1962 (op deze tekening
- in het algemene deel een apart vak
is de noordkant beneden, zie pijl).
met rijen enkele graven
- heestervakken dwars op de
bomenlaan in ieder deel
- onder de bomen lijken ook
hagen ingetekend
- katholieke deel is links,
rechts algemene deel
69
BEGRAAFPLAATS KRAGGENBURG
Begraafplaats Kraggenburg in 2014
Op deze tekening is te zien dat opzet van de begraafplaats niet ingrijpend is
veranderd ten opzichte van de periode van aanleg. De buitenste ‘kamer’ op het
algemene deel is bij de rest getrokken en niet meer herkenbaar als apart deel.
In dit deel zijn enkele jaren geleden de grote bomen weggehaald en zijn ook
hier taxushagen geplant tussen de graven.
De bomen langs het centrale pad zijn symmetrisch tegenover elkaar geplaatst
langs het pad. Deze bomen zijn relatief klein, waardoor de omsingeling van de
grotere, oudere bomen uit het dorpsbos meer opvalt en beslotenheid geeft aan
de begraafplaats.
De omsingeling van de kamers door middel van hagen, zoals te zien
op de tekening uit 1962, is er niet. Om de begraafplaats heen
zijn heesters geplant, die om de paar jaar flink
worden teruggesnoeid.
70
BEGRAAFPLAATS KRAGGENBURG
Dorpsbelang: beslotenheid en netheid
Interview met voorzitter Dorpsbelang Jules Overmars
Circa twee jaar geleden (2012) kreeg Kraggenburg te maken met
komt volgens Overmars voort uit de mentaliteit van veel inwoners van de polder.
plannen van de gemeente om op het onderhoud van de begraaf-
Overmars: ‘In eerste instantie zijn reacties wel vaker laconiek, maar zodra door-
plaats te bezuinigen. Jules Overmars, voorzitter van het Dorps-
dringt wat de gevolgen zijn worden mensen wakker en zeggen ze: wat is hier
belang, was hier niet blij mee, net als de rest van het bestuur.
gebeurd?’
De plannen hielden in dat rozen en andere bloeiende struiken verwijderd zouden
Karakter begraafplaats
worden en er gras voor in de plaats zou komen. Ook zouden alle ligusterhagen op
Het Dorpsbelang heeft regelmatig overleg gehad met de gemeente. Voor het
de begraafplaats vervangen moeten worden door taxushagen. Taxus hoeft maar
Dorpsbelang was het belangrijk dat er niet alleen oog was voor de kosten van
een keer per jaar gesnoeid hoeven worden, terwijl dat bij andere hagen, zoals
onderhoud van de begraafplaats, maar ook voor het karakter van de begraaf-
liguster, minimaal twee keer per jaar is. Overmars vindt echter dat taxus niet past
plaats. Overmars: ‘De begraafplaats moet een plek zijn om je naasten te kunnen
bij het beeld van de begraafplaats Kraggenburg. De begraafplaats is omsingeld is
gedenken. Daarvoor heb je een bepaalde sfeer nodig, en daar horen bloemen en
door loofbomen en daarom past een haag van liguster daar beter bij.
kleur bij. Een begraafplaats heeft emotionele waarde, daar kun je niet alleen maar
in termen van kosten naar kijken. Een begraafplaats is een bijzondere plek voor
Onderhoud
mensen, en dat moet vooral zo blijven.’
De plannen om rozen en bloeiende struiken te verwijderen vielen ook bij veel
Voor Jules Overmars zelf bestaat het karakter van de begraafplaats van Kraggen-
dorpsbewoners niet in goede aarde. Maar aan de andere kant zagen zij ook dat
burg vooral uit de beslotenheid van de begraafplaats door de grote bomen rondom,
het onderhoud van de begraafplaats in de praktijk te wensen overliet. Hoewel
maar ook door de laantjes met bomen, en de accenten met kleuren en bloemen.
het dorp en het Dorpsbelang moeite hadden met de voorgestelde veranderingen,
Om het karakter van de begraafplaats zoveel mogelijk te behouden heeft Dorps-
waren volgens de heer Overmars de reacties van de dorpsbewoners in de leden-
belang bij de veranderingen gezegd: ‘Er moet kleur blijven op de begraafplaats.’
vergaderingen hierover nogal lauw. Bij een aantal mensen was de reactie op het
Toen is afgesproken dat de vier grote perken tussen de hagen en graven mochten
vervangen van rozenperken door gras: ‘Het zal wel’. Maar het bestuur van het
blijven en beplant zouden worden met bloeiende heesters.
Dorpsbelang wilde dit niet laten gebeuren. De lauwe reactie van de inwoners
71
BEGRAAFPLAATS KRAGGENBURG
Beslotenheid en netheid
De beslotenheid van de begraafplaats is niet alleen belangrijk voor de heer
Overmars zelf. Het is ook wat in de ogen van inwoners de begraafplaats karakter
geeft. Daarom is het belangrijk dat de omsingeling van bomen en de bosrand
behouden blijven. Ook erg belangrijk is dat de begraafplaats netjes is.
In de ogen van Overmars is het onderhoud en het aanzien van de begraafplaats
net zo goed een taak en verantwoordelijkheid van de inwoners als van de
gemeente: ‘Als je een begraafplaats hebt in jouw dorp, moet je er ook mede voor
zorgen dat deze onderhouden wordt.’ Dat de gemeente door de bezuinigingen
minder onderhoud kan doen op de begraafplaats en daardoor al snel kijkt naar
vrijwilligers, vindt Overmars een gruwel: ‘Je kunt vrijwilligers wel inzetten voor
onderhoudstaken, maar het moet wel behapbaar blijven. De gemeente kan niet
zomaar zeggen: dit laten we los en mogen jullie voortaan zelf doen.’ De heer
Overmars is er van overtuigd dat je dit gezamenlijk moet doen en elkaar hierin
kunt aanvullen.
Het groene metalen hek van begraafplaats Kraggenburg.
Bijna alle begraafplaatsen hebben een identiek hek.
72
Het entreeplein met drie bomen.
73
BEGRAAFPLAATS KRAGGENBURG
Herkenbaar beeld op begraafplaatsen
in de Noordoostpolder: staande graven,
met hagen er achter en circa 40 centimeter
beplanting ervoor.
74
NAGELE
75
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Nagele: strakke stijl met veel bloemen. Het ontwerp van Mien Ruys
is de basis met de in 2010 gerealiseerde berceau als blikvanger.
De begraafplaats van Nagele ligt aan de westkant van het dorp. Aan het
Deze berceau is pas veel later (in 2010) gerealiseerd. Tot die tijd werd de ingang
ontwerp van Nagele werkte een groep architecten die georiënteerd waren op het
geflankeerd door hagen.
zogenaamde Nieuwe Bouwen. Vanaf 1947 was ook de tuinarchitecte Mien Ruys
betrokken bij het ontwerpproces van het dorp. Samen met collega-tuinarchitect
Op het ontwerp van Ruys uit 1956 is te zien hoe je de begraafplaats binnenkomt
Wim Boer werkte zij aan een beplantingsplan voor het hele dorp.
via een lange loofgang (berceau). De berceau komt uit op een centraal pleintje
Het ontwerp en beplantingsplan voor de begraafplaats uit 1956/57 is vooral
met een bergschuur en een overdekte zitbank (ontwerp van architect Hartsuyker).
gemaakt door Mien Ruys.1
De ruimte op de begraafplaats krijgt vorm door de indeling in paden en door
heesterbanen en heestervakken, boomrijen en losse boomgroepen, en door hagen
In het programma van eisen was gesteld dat het rooms-katholieke deel en het
als achtergrond voor de graven.
algemene deel van de begraafplaats gescheiden van elkaar moesten worden
opgenomen, respectievelijk 1/3 en 2/3 van het totale oppervlak.2
Mien Ruys gebruikte zelf als uitgangspunt dat iedereen, ongeacht geloofsover-
tuiging of klasse, dezelfde weg moest gaan. Daarom had zij als entree van de
begraafplaats een lange groene loofgang (berceau) van haagbeuk bedacht.
2 R. Geertsema: Mien Ruys, Beschrijving en documentatie van haar beroepspraktijk. Onderzoeksproject
1 Het originele ontwerp is verloren gegaan. Waarschijnlijk heeft een neef van Ruys een deel van haar
recente ontwikkelingen in de tuin- en landschapsarchitectuur, vakgroep Landschapsarchitectuur
archief na 1982 vernietigd.
LH Wageningen, 1982, p. 85.
76
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Ontwerp Mien Ruys uit 1956 - reconstructie 2010
Ontwerp begraafplaats Mien Ruys, 1956. Buro Mien Ruys heeft deze reconstructie
gemaakt in 2010 op basis van afbeeldingen van het oorspronkelijke ontwerp en
beplantingsplan uit 1956/57.3
Kenmerken:
- rechthoekige vorm
- vakverdeling in vierkanten
en rechthoeken
- asymmetrische opzet
- géén duidelijke afscheiding van
het katholieke en algemene deel
- bomen deels in laantjes,
deels los verspreid in de vakken
- ingang met een lange berceau
- verdeling in kleine vakken
door veel paden
- heestervakken en -banen in
verschillende groottes
3 Beplantingsplan Nagele reconstructie, 11 mei 2010, Buro Mien Ruys.
77
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Beplantingsplan Mien Ruys 1956/1957
(reconstructie Buro Mien Ruys)
Voor de begraafplaats van Nagele maakte Mien Ruys een gedetailleerd
beplantingsplan, waarbij ze gebruik maakte van een grote variatie aan heester-
soorten. Voor de bomen koos zij vooral soorten op stam. Voor de hagen achter
de graven koos zij veldesdoorn (Acer campestre), dwergmispel (Cotoneaster
simonsii) en sneeuwbes (Symphoricarpos chenaultii). Veldesdoorn gebruikte ze
vooral op het algemene deel van de begraafplaats. Voor de meer vormgevende
hagen bedacht ze Taxus baccata (voor het algemene deel van de begraafplaats)
en Rosa eglanteria (voor het rooms-katholieke deel). Het meest opvallende aan
Uitvoeringstekening begraafplaats Nagele, 19 februari 1957
haar beplantingsplan is de beplanting van de verschillende heestervakken en
heesterbanen; hier koos zij voor een opbouw met een grote verscheidenheid
aan heestersoorten. De bedoeling was dat deze stroken in alle seizoenen een
sierwaarde zouden hebben.
Uitvoeringstekening 1957
Een uitvoeringstekening uit 1957 laat een eenvoudiger opzet zien dan de
ontwerptekening van Ruys uit 1956: er zijn minder hagen en minder bomen.
Het terrein bleek kleiner dan eerder werd aangenomen. In februari 1957 vond
een bespreking over het ontwerp plaats met supervisor Piet Kelder, waarna
Mien Ruys het ontwerp aanpaste.6 Het rooms-katholieke deel is in deze tekening
kleiner, er is een stuk aan de bovenkant af. Volgens Piet Kelder klopt het dat
6 Dit blijkt uit de briefwisseling van Mien Ruys met A.D. van Eck, Hoofd Bouwkundige afdeling
de beplanting van de begraafplaats destijds op zijn advies is vereenvoudigd.
Noordoostpolderwerken, februari 1957 (dossiernr. 493-55-58)
78
Reconstructie van de beplantingstekening uit 1956/57 van Mien Ruys door Buro Mien Ruys uit mei 2010.
79
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Ontwerptekening uit 1962
De ontwerptekening van begraafplaats Nagele van 1962 komt het meest overeen
met de uitvoeringstekening uit 1957. Volgens de archiefstukken was de begraaf-
plaats toen al aangelegd. Belangrijke wijzigingen betreffen bijvoorbeeld de veldjes
met kindergraven. Ruys had hiervoor een veel lossere invulling bedacht. Deze
lossere invulling heeft plaatsgemaakt voor een strakkere belijning.
Kenmerken:
- geen duidelijke rechthoek meer
- vierdubbele bomenrij
voor de ingang
- de berceau lijkt vervangen
door een ingang met hagen
aan weerskanten
- het middendeel is nu een
open veld zonder paden of
heesters, maar met bomen.
Ontwerptekening begraafplaats Nagele van 9 april 1962 (Dir. Wieringermeer)
80
Analyse van ontwerp begraafplaats Nagele
Piet Kelder over Mien Ruys: ‘te romantisch’.
Landschapsarchitect Reinko Geertsema maakte in 1982 een analyse van het
Piet Kelder, van 1946 tot 1962 vanuit Staatsbosbeheer werkend voor de Directie
ontwerp van de begraafplaats, en typeerde de beplanting daarbij als volgt:
Wieringermeer, was destijds supervisor bij het ontwerp van Ruys. Hij was geen fan
‘De beplanting is onafhankelijk ten opzichte van de ruimtelijke hoofdindeling
van haar beplantingsstijl: die vond hij te romantisch en niet passen bij het karakter
en benadrukt elk kompartiment als afzonderlijke eenheid. De komposities
van de polder. Ruys maakte, aldus Kelder, ook ontwerpen voor boerderijtuinen met
die met de beplanting worden gemaakt zijn zeer uitgewogen en men kan
veel rozen en bloemensoorten. Kelder zag die graag eenvoudig: ‘Ik zei tegen Mien:
veronderstellen dat het ruimtelijk aspekt ondergeschikt is aan het
Maak de tuinen zo eenvoudig mogelijk en zorg dat het onderhoud niet te veel tijd
schilderachtig gebruik van de beplanting.4
kost. Maar Mien ging haar eigen gang. Ze vond dat de vrouwen op de boerderijen
wel tijd hadden. Het tegendeel bleek waar, vooral in later tijden, toen vrouwen
Over het gebruik van heesters merkt Geertsema op: ‘In sommige heester-
moesten werken op de boerderij.’
mengsels is het verwerkte (as)sortiment zeer uitgebreid. …. Een levendig
samengestelde ‘heesterbaan’ opgebouwd uit losse toetsen. Het getuigt van
Over Mien Ruys
het zoeken naar een impressionistische geïnspireerde struikbeplanting.’
Mien Ruys (1904-1999) geldt als een van de pioniers van de moderne tuinarchi-
En over de bomen: ‘Elke gebruikte boomsoort beperkt zich tot één kompar-
tectuur. Ze studeerde onder andere architectuur aan de TU Delft bij Ir. Granpré
timent. In de keuze van de schilderachtige geplaatste bomen speelt, naast
Molière. Zij werd beïnvloed door de traditionalistische stroming van de ‘Delftse
de habitus, de bloeiwijze een belangrijke rol. Deze vormen verspreid over
School’, maar haar hart ging uit naar eenvoud en helderheid. Ze werkte samen
het jaar een opeenvolging van accenten.’5
met een groep toonaangevende modernistische architecten uit Amsterdam (‘de 8’)
en Rotterdam (‘de Opbouw’). Het werk van Mien Ruys bestrijkt een breed scala
aan opdrachten: van grote particuliere tuinen tot terreinen bij nieuwe woning-
bouwcomplexen, school- en bedrijfsterreinen. Voor particuliere tuinen bedacht zij
‘confectieborders en bloem mozaïeken’: beplantingssamenstellingen van sterke
planten die afgestemd waren op diverse groeiomstandigheden zoals zon, schaduw
4 en 5
Geertsema, Mien Ruys, p. 38 en 39.
of grondsoort. Mien Ruys was tot op hoge leeftijd werkzaam.
81
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Ruys: bloeiende beplanting met een functie
Anet Scholma van Buro Ruys over Mien Ruys en begraafplaats Nagele
Het Nieuwe Bouwen
Door haar modernistische collega’s werd dit vaak gezien als ‘getut met bloemetjes’,
Mien Ruys werkte in Nagele te midden van een groep architecten die het Nieuwe
maar in haar visie was dit essentieel’.
Bouwen aanhingen. Deze architectuurstroming was nog voor de Tweede Wereld-
Volgens Scholma had Ruys zo’n goede kennis van het plantenassortiment dat
oorlog ontstaan en wordt ook wel als ‘functionalisme’ aangeduid. Het denken in
niemand in haar tijd daar aan kon tippen. Scholma beschouwt Ruys’ beplantings-
deze stroming kenmerkte zich door geloof in het socialistisch ideaal dat ruimtelijke
plan voor begraafplaats Nagele als een soort mini-versie van het beplantingsplan
ordening kan bijdragen aan het gelukkig maken van mensen. De functie van
dat Mien Ruys met collega Wim Boer voor het hele dorp maakte.
architectuur stond centraal, niet de versiering. In het dorp Nagele leidde dit tot
Scholma: ‘Mien Ruys probeerde in het dorp de ruimte vorm te geven met behulp
een rechtlijnige opzet van het dorp, met als centrum een groot groen hart met
van verschillende beplantingstypes, zoals rijen bomen in het gras, groepjes
daarom heen gebouwen en woonhoven. Deze architectuur kenmerkt zich onder
kleinere meerstammige bomen, groepen bloeiende heesters en strak geschoren
andere door het gebruik van platte daken, eenvoudige rechthoekige vormen,
hagen. Ze gebruikte voor de begraafplaats diezelfde beplantingstypes en zet dit
industriële materialen en geveldelen en het gebruik van de kleur wit.
ook ruimtevormend in. Maar wel met kleurige beplanting. Voor de beplanting
van het dorp haalde Mien Ruys te midden van haar modernistische collega’s toch
Strakke stijl met veel bloemen
bakzeil, daar kreeg de beplanting een soberder karakter.’
Een vraag is hoe deze sobere, strakke stijl te rijmen valt met de bonte en veel-
kleurige beplanting uit het ontwerp van Mien Ruys voor begraafplaats Nagele?
Ruys zelf over de aanleg
Anet Scholma van Buro Mien Ruys zegt via een telefonisch interview hierover:
Mien Ruys bezoekt begraafplaats Nagele in 1974. Haar bevindingen over de aanleg
‘Voor Mien Ruys had bloeiende beplanting een functie, het was niet romantisch
deelt ze in juni van dat jaar met de collega-ontwerpers van Nagele:
bedoeld, zoals vaak gedacht of haar tegengeworpen wordt. Zij zag het als de
‘De begraafplaats ziet er in grote trekken goed uit en wordt goed onderhouden.
functie van een rood vierkant in een schilderij van Mondriaan. En vooral wilde zij
De opzet was echter dat de beukenhagen langs het middenpad dit zouden over-
mensen die zelf geen tuin hadden en op een flat woonden toch natuurbeleving
huiven als een berceau. Met ijzeren bogen zou dit kunnen worden vergemakkelijkt.
binnen de woonomgeving bieden, via de beleving van de seizoenen: bloesem in
Er ontbreekt nu een belangrijk element dat alsnog kan worden gemaakt en ik zou
het voorjaar, bloemen in de zomer, herfstkleur en gekleurde takken in de winter.
het op prijs stellen als dit nu nog zou gebeuren. Verder zijn er enkele punten waar
82
de beplanting heeft geleden en zou moeten worden aangevuld, liefst volgens
de oorspronkelijke beplantingsplannen. In de heesterstroken is hier en daar opslag
van esdoorn, en sommige rozen hebben ‘wild'. Met weinig moeite kan dit worden
weggenomen. Gebeurt dit niet dan zal de gehele opzet op den duur verloren gaan.’7
Voor Mien Ruys was iedereen na zijn dood gelijk.
De berceau symboliseert deze gelijkheid:
iedere overledene maakt dezelfde gang na de dood.
Volgens Mien Ruys, die net als collega’s in haar tijd egalitaire idealen aanhing, was
iedereen na de dood gelijk. De berceau waar iedere overledene zijn laatste gang
door zou maken, zou deze gelijkheid symboliseren. Dorpsbewoners hebben het
initiatief genomen om deze symbolische loofgang alsnog te realiseren. Met de
steun van diverse fondsen is in 2010 een stalen steunconstructie aangebracht en is
de loofgang beplant met haagbeuk. De berceau wordt onderhouden door dorps-
bewoners.
7 Brief in Dossier Begraafplaats Nagele ontwerp, p. 9-10.
83
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Bomenrijen in het gras, een beplantingstype
dat Mien Ruys toepaste om vorm te geven
aan de ruimte. Deze Japanse sierkersen
bloeien uitbundig in het voorjaar.
Oorspronkelijk stonden hier inheemse
meidoorns.
84
BEGRAAFPLAATS NAGELE
Begraafplaats Nagele in 2014
Begraafplaats Nagele is qua vorm en inrichting in grote lijnen gelijk gebleven
en uitgevoerd zoals Ruys dit voor ogen zag. De berceau is gerealiseerd, en er
meerdere bomen. Een bomenlaan die Ruys bedacht had in de noordoosthoek van
de begraafplaats (op de tekening rechtsonder) was tot circa 1979 beplant met
meidoorns. Nu staan hier sierkersen. Volgens voormalig groenbeheerder Sipkema
zijn de meidoorns gerooid om verspreiding van het toen heersende ‘perevuur’ te
voorkomen. De ligusterhagen op het rooms-katholieke deel van de begraafplaats
zijn gefaseerd aangeplant, afhankelijk van waar dit vanwege de uitgifte van
graven nodig was.
85
BEGRAAFPLAATS NAGELE
De berceau (loofgang) begroeid met
haagbeuk (Carpinus betulus). Mien Ruys
bedacht deze doorgang zodat iedere
overledene dezelfde weg zou maken.
De berceau werd op initiatief van
dorpsbewoners in 2010 gerealiseerd.
86
LUTTELGEEST
87
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
Luttelgeest: geen duidelijke
afscheiding meer tussen algemeen
en katholiek deel.
De begraafplaats bevindt zich buiten het dorp, aan de noordkant. Dit in afwijking
tot het dorpsplan uit de jaren vijftig waarin de begraafplaats is getekend in de
zuidoosthoek van het dorp, achter een van de kerken. Het dorpsplan van Luttel-
geest, aanvankelijk gemaakt door de Amsterdamse architecten De Rijk en de Vries,
werd verder ontwikkeld door Theo Verlaan van de Directie Wieringermeer. Verlaan
bedacht aan de noordkant van het dorp een stuk bos tussen de Oosterringweg,
Blankenhammerweg en het water van de Luttelgeestertocht. In dit bos tekende hij
de begraafplaats.
Kenmerken:
Ontwerp begraafplaats Luttelgeest, 1955
- driehoek met daarin vierkante
en rechthoekige vormen
Op de ontwerptekening van begraafplaats Luttelgeest uit 1955 loopt vanuit de
- drie grote vakken, waarvan
entree een bomenlaan met grotere bomen naar het lijkenhuisje op de begraaf-
één rooms-katholiek deel
plaats. Het rooms-katholieke deel (links) is in tweeën verdeeld door een bomen-
Indeling van de begraafplaats te Luttelgeest,
en twee algemeen
laan. Deze eindigt bij een gebouwtje, mogelijk ook een lijkenhuisje.
7-5-1955 (niet uitgevoerd).
- bomenlanen met dubbele
Het algemene deel (rechts) wordt ook in tweeën gedeeld door een bomenlaan,
boomrijen
maar hier met een enkele rij bomen. Achter het lijkenhuisje bevindt zich een
- ingetekende kwekerij
kwekerij in de driehoek. Bij de ingang is een smal toegangspaadje voor voetgangers
- voetgangerspaadje bij de ingang
buiten het hek om.
88
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
Het algemene deel van de begraafplaats
met voorin het grasveld waar voorheen
vlinderstruiken stonden en achterin de
entree met drie bomen.
89
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
Ontwerp beplanting begraafplaats Luttelgeest, 1961
In het ontwerp voor de beplanting van begraafplaats Luttelgeest uit 1961 is er
nog steeds sprake van een driehoek, maar lijkt deze gespiegeld te zijn ten opzichte
van het ontwerp uit 1955. De schuine zijde ligt nu aan de weg. Het entreeplein
is vierkant. Vlak daarachter is het lijkenhuisje getekend (zwarte vierkantje in de
haag). Er zijn twee delen: waarschijnlijk is het onderste deel het rooms-katholieke
deel, dit was altijd kleiner dan het algemene deel. In de bossingel is een wandel-
pad getekend.
Kenmerken:
- driehoekig terrein met
rechthoekige vormen
- één toegangsroute voor beide
gezindten
- omzoming van begraafplaats met
Ontwerp beplanting voor begraafplaats Luttelgeest, 24-2-1961,
brede hagen / heestersingel
Directie van de Wieringermeer, afdeling Bebossing en beplanting (niet uitgevoerd).
- omzoming van terrein door
bosbeplanting
- geen kruisvormen
- dubbele bomenrijen bij
entree en achterin
90
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
Ontwerp begraafplaats Luttelgeest, 1962
Bij het ontwerp uit 1962 is de vorm van de begraafplaats zelf (binnen de driehoek)
nog steeds rechthoekig, maar zijn de twee delen duidelijk gescheiden door een
omzoming van een brede haag. Opvallend zijn de afgeronde hoeken van
plein en perk in het midden met drie bomen.
Kenmerken:
- driehoek met daarin
twee rechthoeken
- twee duidelijk van elkaar
gescheiden delen
- delen zijn omheind door brede en
hoge haag (zie doorsnee-tekening)
- bossingel om de begraafplaats
met een wandelpad er doorheen
- heestervakken in verschillende
groottes en asymmetrisch gelegd
- vierkant entreeplein met
afgeronde hoeken
Ontwerp begraafplaats Luttelgeest,
- bomen zijn alleen geplaatst
5 april 1962, Directie Wieringermeer,
bij entree van de begraafplaats,
Bouwkundige afdeling.
en naar en om de entree van
beide delen.
91
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
Begraafplaats Luttelgeest in 2014
In de tekening van 2014 valt op dat de padenstructuur van de begraafplaats is
gewijzigd ten opzichte van eerdere tekeningen. Het rooms-katholieke deel en het
algemene deel zijn niet meer als twee afzonderlijke delen herkenbaar. De eerder
zo kenmerkende hagen die de twee delen een beslotenheid gaven, zijn niet meer
aanwezig. Daardoor zijn beide delen nu verbonden en meer één geheel.
In het algemene deel is er bovendien een pleintje bijgekomen met een
kenmerkende vorm. In 2014 is het perk in het midden begroeid met gras.
Tot voor kort was dit beplant met heesters.
De rechthoekige heestervakken van de tekening uit 1962 zijn niet
terug te vinden. Wel zijn tussen alle dubbele graven hagen
getekend (en ook daadwerkelijk geplant). De hagen achter
de grafrijen zijn van liguster (2014). De drie bomen bij
de ingang van de begraafplaats zijn van haagbeuk.
92
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
De bossingel is niet erg dicht, waardoor
er zicht is op de naastgelegen kassen en
de beslotenheid minder is dan op andere
begraafplaatsen.
93
BEGRAAFPLAATS LUTTELGEEST
Begraafplaats Luttelgeest, april 2014
94
RUTTEN
95
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Rutten: geschakelde rechthoeken als basis. Deze vormen zijn ook nu nog
de basis van de indeling. Ook de vormen van de plantenbakken in de
urnentuin zijn bijpassend.
De begraafplaats van Rutten ligt in de groene zone aan de noordwestkant van
In de tekening staat geschreven dat om de begraafvakken een heg van twee meter
het dorp. Het dorpsplan voor Rutten is gemaakt door prof. ir. W. Bruin.
hoog moet komen. Verder is een stenen muur van twee meter hoog bedacht aan
In zijn eerste ontwerp voor Rutten tekende hij een aparte begraafplaats voor
weerskanten van de entree. De uiterste hoeken van de driehoek zijn niet ingevuld
protestanten en een voor katholieken. Hij kreeg hierop kritiek vanuit de Plano-
met graven maar met beplanting.
logische Commissie. In het definitieve ontwerp nam Bruin aan de noordwestkant
van het dorp een begraafplaats op met twee aparte vakken voor rooms-
katholieken en andere gezindten. Op de door Bruin bedachte locatie is de
Kenmerken:
begraafplaats ook gerealiseerd.
- driehoekig terrein met daarbinnen
weer een driehoek
Ontwerptekening begraafplaats Rutten 1955
- inrichting van de driehoek is
daarop aangepast
De tekening van begraafplaats Rutten uit 1955 is getekend door dezelfde teke-
- bomenrij aan de voorkant van
naar en in dezelfde stijl als de ontwerpen van Luttelgeest, Creil en Ens uit 1955. De
vier bomen dik
opzet van de begraafplaats Rutten lijkt erg op die van Luttelgeest. In beide geval-
- stenen muur bij de entree
len gaat het om een driehoekig terrein. Het algemene deel ligt vanaf de ingang
- zowel hagen als muren bedacht
gezien links van de bomenlaan, en het rooms-katholieke deel rechts ervan.
van twee meter hoog
96
Ontwerptekening begraafplaats Rutten,
10 oktober 1955 (niet uitgevoerd)
97
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Ontwerptekening beplanting
begraafplaats Rutten, 1961
Dit ontwerp van de begraafplaats Rutten uit maart 1961 lijkt qua opzet sterk op
het ontwerp van Luttelgeest uit februari van dat jaar. De tekeningen zijn beide
afkomstig van de afdeling Bebossing en beplanting. Die van Rutten lijkt echter
nog niet afgerond te zijn.
Opvallend is de grote oprit met keerlus op het terrein van de begraafplaats.
Een brede haag of heesterstrook omringt de begraafplaats. De begraafplaats is
hier bedacht aan de noordkant van het Ruttense pad en ligt in een bosstrook.
Een bijbehorend deel is aan de zuidkant van het Ruttense pad getekend.
Opvallend detail is hier een in de haag getekende doorgang: waar leidt deze
naartoe?
Ontwerp Beplanting Begraafplaats Rutten, 14 maart 1961 (afdeling Bebossing en beplanting)
98
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Het algemene deel van de begraafplaats
in 2014 met de omzoming van hagen
zoals ook al te zien op de ontwerptekening
van 1962.
99
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Kenmerken 1962:
- driehoekige kavel met
rechthoekige vakken
- veelvoud van geschakelde
rechthoekige vormen
- rijen met enkele graven
100
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Tekening begraafplaats Rutten, 1962
Tekening Begraafplaats Rutten in 1972
In vergelijking met de twee eerdere tekeningen van begraafplaats Rutten valt in
Ontwerptekening Begraafplaats Rutten,
de tekening van 1962 op dat de driehoek als vorm van de begraafplaats zelf is
‘bijgewerkt 1-1-1972’ (afdeling Publieke Werken)
losgelaten. Er is gekozen voor het combineren van rechthoekige, aan elkaar
geschakelde vormen. De begraafplaats ligt nog wel in een driehoek van groen
(bos of hagen). Er zijn meerdere vakken (compartimenten) afgescheiden door
hagen. De graven liggen op deze tekening overal in enkele rijen, dus niet zoals
op een aantal andere begraafplaatsen rug aan rug met hagen ertussen.
Kenmerken 1972:
- zelfde basis als van 1962
- hagen tussen de grafrijen
(anders dan in 1962)
101
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Begraafplaats Rutten in 2014
In 2014 bestaat de begraafplaats nog steeds uit compartimenten, gescheiden
door hagen. Op sommige plaatsen zijn de hagen weggehaald, waardoor er
grotere graspartijen ontstaan. De vakken met enkele bomen, zoals afgebeeld op
de tekening van 1962, zijn verdwenen. Deze lege vakken met alleen bomen zijn
nu in gebruik genomen voor graven. De haag om de begraafplaats heen is er
overal nog (beuk - Fagus sylvatica). Een groot deel van de graven ligt nu rug aan
rug met ertussen hagen van liguster.
Urnentuin
Nieuw is de urnentuin; deze is in 2011 aangelegd en in het verlengde van het
entreeplein geplaatst. De urnentuin lijkt in diezelfde lijn te zijn aangelegd en
bestaat uit rechthoekige, vierkante en L-vormige plantenbakken, die zich weer
bevinden in een vierkant betegeld deel van de begraafplaats (in het midden
boven in de tekening). In de bakken is kattenkruid geplant samen met rozen.
Een beplanting van jonge berken in rechte lijnen verbindt de urnentuin met de
rest van de begraafplaats.
102
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
Inwoners Rutten: ‘De begraafplaats moet vooral netjes zijn,
en vrij van onkruid’
Interview met Guus Loman, bestuurslid Vereniging Dorpsbelang Rutten over de begraafplaats.
Guus Loman: ‘Wat ons betreft moet de begraafplaats vooral blijven
dorpsbewoners geen goed idee: achter die omsingeling groeit veel onkruid.
zoals die nu is. Twee jaar geleden zijn we als dorp en Dorpsbelang
Als je de haag weghaalt komt het onkruid in zicht en vraagt dat weer om aanpak.
intensief met de begraafplaats bezig geweest omdat de gemeente
Loman: ‘Je kunt je ook daarvan afvragen of dat echt een bezuiniging is.’
bepaalde beplanting wilde weghalen in het kader van bezuinigingen.
We hebben daar toen stevig discussie over gevoerd.’
Belang van privacy
Loman: ‘We hebben de plannen besproken in een vergadering van het Dorps-
De gevolgen voor de begraafplaats van Rutten zijn hiermee beperkt gebleven.
belang met de bewoners. Iedereen zei tegen het bestuur dat ze het wilden houden
Wij hebben toen gezegd: ‘wij willen niet dat het verandert, en als het moet gaan
zoals het was. Men wilde op de begraafplaats uit het zicht blijven en dus privacy
we voor het hek liggen om veranderingen tegen te houden.’
behouden door de afscherming met bomen en hagen. Daarnaast vinden de
inwoners vooral dat het er netjes moet uitzien en vrij van onkruid moet zijn.’
Beukenhagen of taxushagen
‘Uiteindelijk zijn we redelijk fel geweest in onze reactie. In onze ogen zijn we hier
Destijds wilde de gemeente bezuinigingen doorvoeren door alle beukenhagen
goed uitgekomen, zeker in vergelijking met andere dorpen. Mijn ervaring leert dat
te vervangen door taxushagen. Loman: ‘Volgens de gemeente was dit goedkoper
als je altijd maar vriendelijk blijft, er niets gebeurt. Om de gemeente te overtuigen,
omdat taxushagen maar een keer per jaar gesnoeid hoeven te worden, en een
hebben we een hovenier die in ons dorp woont gevraagd offertes te maken voor
beukenhaag vaker. Maar als dorp zagen we dat anders: hoe kun je een besparing
het snoeien en het maaien van het gras. Met deze cijfers konden we de gemeente
realiseren door een beukenhaag te verwijderen en daar nieuwe planten voor
‘om de oren slaan.’ De informatie waar de gemeente zich op baseerde kwam zo in
terug te kopen en te plaatsen. Het idee was dat je dan over ongeveer twintig jaar
een ander daglicht te staan.’
een bezuiniging gerealiseerd zou hebben. Wij dachten hier anders over. Bovendien
heb je over twintig jaar weer een ander College van Burgemeester en Wethouders,
Behouden wat er staat
en is de situatie tegen die tijd vast weer anders.’ De gemeente wilde daarnaast de
Op de vraag waarom het voor de inwoners van Rutten zo belangrijk was om de
haag verwijderen die de omsingeling vormt van de begraafplaats. Ook dat leek de
beukenhagen te behouden, zegt Guus Loman: ‘We zijn hierin heel nuchter:
103
BEGRAAFPLAATS RUTTEN
iets wat er staat, moet je volgens ons niet weghalen. Al met al zijn we als Dorps-
belang redelijk tevreden over de afspraken die met de gemeente zijn gemaakt.
Er zijn enkele hagen weggehaald op de velden waar nog geen graven zijn.
In ruil daarvoor wilden we wel enkele bomen terug op dat veld: anders zou het
één grote vlakte blijven. Uiteindelijk zijn die bomen er gekomen.’
Onderhoud
Op de vraag of ze als inwoners zelf betrokken zijn bij het onderhoud van de
begraafplaats antwoordt Loman: ‘Nee, hoor, dat doen we niet. We houden zelf
onze eigen graven netjes, en de rest van het onderhoud is voor de gemeente.
Daar betalen we voor.’
104
ESPEL
105
BEGRAAFPLAATS ESPEL
Espel: open en ruimtelijk karakter. De oorspronkelijke beslotenheid is
verdwenen, maar de asymmetrische heestervakken lijken terug te vinden
in de urnentuin.
In het dorpsplan voor Espel uit 1952, gemaakt door de Amsterdamse architect
Ontwerp van begraafplaats Espel in 1962
Duintjer, was de begraafplaats bedacht aan de noordkant van het dorp in een
brede windsingel. Het is niet bekend waarom de begraafplaats juist aan de zuid-
Aan de doorsnede-tekening te zien op de ontwerptekening uit 1962 zijn de hees-
kant van het dorp terecht kwam. Wel duidelijk is dat de Planologische Commissie,
ters in de heestervakken niet veel hoger bedoeld dan de graven zelf. Er zijn geen
die de dorpsplannen beoordeelde, kritiek had op de eerste plannen van Duintjer
hagen getekend tussen de rijen graven. Hoewel het lijkt of op de ontwerptekening
voor Espel.
de graven met de gedenktekens erop allemaal dezelfde kant op staan (te zien aan
het streepje afgebeeld op een graf), suggereert deze doorsnede dat de graven wel
Heesters en hagen
degelijk met de ruggen van de staande stenen naar elkaar toe lagen.
Aan de oost- en westkant is de begraafplaats omheind met haagbeuk. Tussen de
gravenrijen staan hagen van liguster. De bossingel om de begraafplaats heen kent
veel vroeg-bloeiende heesters als forsythia, ribes, seringen en roodbladige vlier.
Gecombineerd met het open en overzichtelijke karakter van de begraafplaats
geeft de begraafplaats van Espel een ander beeld en sfeer dan de meeste andere
dorpsbegraafplaatsen in de Noordoostpolder.
106
Kenmerken
- lange oprijlaan, de begraafplaats
ligt ver van de weg
- rooms-katholieke en algemene deel
zijn duidelijk van elkaar gescheiden
- omsingeling van bosbeplanting
of heesters
- asymmetrische heestervakken
- per deel enkele bomen in een rij
- graven liggen in dubbele rijen
- geen hagen tussen de grafrijen
getekend
107
BEGRAAFPLAATS ESPEL
Begraafplaats Espel in 2014
In 2014 (zie tekening) is het rooms-katholieke en algemene deel niet meer duide-
lijk van elkaar gescheiden, maar juist meer met elkaar verbonden. De bosbeplanting
van de tekening van 1962 die beide delen scheidde, is nu vervangen door een
groot grasveld met rechthoekige plantvakken. Ook te zien is dat op dit veld in de
toekomst ook graven kunnen komen. Het witte deel is de urnentuin; deze bevindt
zich langs het pad dat het algemene deel met het rooms-katholieke deel van de
begraafplaats verbindt.
Hagen achter de graven
Op de plaatsen waar graven liggen, zijn hagen geplant achter en tussen de graven,
ook al stonden deze in de tekening van 1962 niet aangegeven. De graven liggen
met de ruggen van de staande gedenktekens naar elkaar toe, zoals bijna op alle
begraafplaatsen van de Noordoostpolder. De bomen die op de tekening van 1962
in rijtjes van drie en twee geplant zijn, staan er nog steeds.
Er blijkt zelfs nog een extra boom (waarschijnlijk uit dezelfde periode) op het
rooms-katholieke deel te staan.
108
TOLLEBEEK
109
BEGRAAFPLAATS TOLLEBEEK
Tollebeek: gescheiden delen
met besloten kamers en omringd
door bomen.
De begraafplaats van Tollebeek ligt aan de zuidkant van het dorp. Het ontwerp
van het dorp Tollebeek werd gemaakt door de Rotterdamse architect dr.ir.C.Th. Nix.
Nix bedacht de begraafplaats aan de noordkant van de Zuidwesterringweg.
De begraafplaats is echter aangelegd in het gedeelte van het dorp dat was
gereserveerd voor dorpsuitbreiding aan de zuidkant van de Zuidwesterringweg.
De aanleg van de begraafplaats is begonnen na 1962.
Ontwerp begraafplaats 1962
Een brede bomenlaan leidt de bezoeker het terrein op langs de parkeerplaats en
daarna naar een van de drie rechthoekige compartimenten van de begraafplaats.
Het rooms-katholieke deel bevindt zich vanaf de entree gezien aan de linkerhand.
De drie ‘kamers’ zijn elk omzoomd door een brede haag. Op de doorsnede-teke-
ning op het ontwerp is te zien dat deze haag even hoog bedoeld is als de hagen
die de dubbele rijen graven van elkaar scheiden. Ieder vak heeft maar één ingang.
De begraafplaats is omgeven door het dorpsbos.
Ontwerptekening van begraafplaats Tollebeek, 29 maart 1962
110
Begraafplaats Tollebeek vanuit de lucht:
besloten en omringd door bos.
In het midden de parkeerplaats met
de urnenmuur.
111
BEGRAAFPLAATS TOLLEBEEK
Algemeen deel, mei 2014
112
BEGRAAFPLAATS TOLLEBEEK
Begraafplaats in 2014
De begraafplaats van Tollebeek in 2014 lijkt in grote lijnen sterk op die van de
tekening uit 1962. Een groot verschil is dat er in totaal maar twee vakken zijn:
één algemeen deel en één rooms-katholiek deel. De parkeerplaats is nu niet in de
breedte van de begraafplaats aangelegd, maar juist in de lengte van het ontwerp.
Net als in de ontwerptekening uit 1962 is er maar één in- en uitgang per ‘kamer’.
De kamers zijn nog steeds omringd door een haag die ongeveer even hoog is als
de hagen binnen de vakken. De omringende haag is van beuk; de hagen tussen de
dubbele rijen graven zijn van taxus. De bomen op de begraafplaats zijn sierkersen
(Prunus serrulata).
Kenmerken:
- twee delen met graven:
één algemeen en één
rooms-katholiek deel
- bomenlanen naar en langs
de kamers
113
BEGRAAFPLAATS TOLLEBEEK
Japanse sierkers in bloei.
114
Soms moet je de
knuppel in het
hoenderhok gooien
Interview met groenbeheerder Tjerk van der Wal
115
interview tjerk van der wal
Sinds 1978 werkt Tjerk van der Wal bij de gemeente Noordoost-
op alle begraafplaatsen de ligusterhagen te vervangen door taxushagen. Taxus is
polder. In 1989 nam hij het stokje over van Sipke-Jan Sipkema als
duurder in aanschaf, maar vraagt maar één snoeibeurt per jaar. Op termijn zou dit
hoofd groenbeheer. Veel meer dan zijn voorganger heeft hij te
goedkoper zijn. Doel van het vervangen van hagen op de begraafplaatsen is een
maken met bewonersparticipatie. Hij begrijpt dat bewoners niet
structurele bezuiniging van € 20.000,- per jaar op het onderhoud. Of de bezuiniging
altijd blij zijn met verandering, maar: ‘Soms moet je de knuppel
ook wordt gehaald, blijkt pas bij de nieuwe aanbesteding van het onderhoud
in het hoenderhok gooien’.
in 2015. Op een aantal begraafplaatsen is al begonnen met het verwijderen van
hagen. Zo is in Bant één haag weggehaald en in Ens meerdere. In Rutten is niets
Netheidssyndroom
gebeurd omdat bewoners geen veranderingen wilden.
Toen van der Wal in de Noordoostpolder kwam werken, was er volgens hem sprake
van een ‘netheidssyndroom’ qua beplanting en onderhoud. Van der Wal: ‘Er waren
Betrokkenheid van de dorpen
veel vakken met rozen op begraafplaatsen, maar ook in de wijken. Die geven een
Het contact dat Van der Wal heeft met de inwoners van de dorpen, is de afgelopen
net beeld zolang ze goed onderhouden zijn. Door de rozen en bloeiende heesters
jaren intensiever geworden. Binnen de politiek is steeds meer aandacht voor
was de beplanting tegelijkertijd veel uitbundiger’. Vanaf 2000 veranderde dit: met
burgerparticipatie en het is ook steeds belangrijker wat inwoners zelf willen.
de neergaande economie nam ook het onderhoudsniveau af. De rozen maakten
Tjerk van der Wal gaat een keer per jaar de dorpen rond en overlegt dan met de
plaats voor onderhoudsarme bodembedekkende heesters. Die hoef je niet te
Dorpsbelangen over de begraafplaatsen. In zijn beleving vertegenwoordigen de
schoffelen, daarmee bespaar je op onderhoud.’ Behalve het minder uitbundige
Dorpsbelangen de stem van het dorp goed. Wel moet hij ‘soms de knuppel in het
beeld van begraafplaatsen is er qua vorm en indeling weinig veranderd in de ogen
hoenderhok gooien’. Vaak zijn bewoners tegen nieuwe plannen en willen ze dat
van Van der Wal.
alles blijft zoals het is. Van der Wal: ‘Ik heb wel eens op een vergadering gezegd:
als we bezuinigingsopties niet doorvoeren, dan moeten we de begraafplaats
Hagen
sluiten’. Soms helpt dat.’ Hij ziet het als zijn opgave de begraafplaatsen in de
Voor de groenbeheerder kenmerken de begraafplaatsen van de Noordoostpolder
dorpen open te houden en het onderhoud zo efficiënt mogelijk te doen.
zich onder meer door de indeling in vakken door middel van hagen. Voor dit
stramien is bij de aanleg gekozen. Daarom moet je dat handhaven, vindt hij.
Participatie in onderhoud
Nadeel hiervan is dat hagen qua onderhoud relatief duur zijn omdat ze twee keer
Van der Wal ziet echter ook positieve effecten: ‘Door de veranderingen blijkt ook
per jaar moeten worden gesnoeid. Dit is een van de redenen waarom is besloten
hoe sterk de betrokkenheid is.’ Een van de bezuinigingsvoorstellen was om op
116
interview tjerk van der wal
bepaalde plaatsen de arbeidsintensieve bloemperken te vervangen perken met
Een andere verandering is dat de uitvaartondernemingen niet meer werken met
bodembedekkende heesters. In sommige dorpen is afgesproken dat de bloemen
vaste voorlopers. Omdat bleek dat deze voorlopers de weg op de begraafplaatsen
blijven, maar dat in ruil daarvoor dorpsbewoners het onkruid verwijderen. Zo
niet goed kenden, heeft de gemeente nu zelf voorlopers in dienst genomen.
heeft Marknesse nog steeds rozen in heestervakken. Ook in Nagele en Kraggen-
De automatisering van de administratie ervaart Van der Wal als positief: ‘In 1978
burg schoffelen bewoners de heestervakken. Voor het snoeien van de hagen ziet
ging alles nog met pen en papier. Tegenwoordig gaat het digitaal via de afdeling
Van der Wal niet meteen een rol voor bewoners. Dat is in zijn ogen technisch werk:
Burgerzaken. Jij hoeft de rechthebbende niet meer op te zoeken. Je bent altijd
de hagen moeten er strak uit zien. Alleen in Nagele wordt de berceau gesnoeid
up-to-date en het bespaart tijd.’ Het contact met nabestaanden is voor hem een
door een gepensioneerde medewerker van groenvoorzieningen.
van de fijne kanten van het vak: ‘Mooi is als je de nabestaande kunt helpen en
gerust kunt stellen’.
Veranderingen in begraven
Een van Van der Wals taken bij de gemeente betreft de uitgifte van grafmonumen-
Emmeloord: inbreiding en uitbreiding
ten en het beheer van het begraafregister. Terugkijkend op de afgelopen jaren
Het beleid van de gemeente is vooral gericht op ‘inbreiding’: verhoging van het
ziet hij vooral de ontwikkeling dat mensen meer ruimte willen voor individualiteit:
aantal graven binnen het bestaande terrein. Van der Wal: ‘Nieuw is de mogelijk-
men wil bijvoorbeeld vaker zelf een plek uitzoeken. Zoiets heeft consequenties
heid voor graven met maar één graf (één diep), terwijl de standaard in Emmeloord
voor de inrichting van begraafplaatsen. In Emmeloord werd tot nu toe altijd
was om twee familieleden boven elkaar te begraven. In de maatschappij groeit de
aangesloten op bestaande graven, dat moet je dan loslaten. Tegelijkertijd biedt de
behoefte aan enkele graven, bijvoorbeeld omdat men alleenstaand is. De tarieven
opzet in Emmeloord meer mogelijkheden om tegemoet te komen aan individuele
voor deze graven worden ook aangepast aan die in de dorpen.’
wensen van inwoners dan in de dorpen.
Hoewel in 2000 nog een uitbreiding plaatsvond (naar ontwerp van Van der Wal)
Tegenwoordig beschikt ook bijna iedere begraafplaats in de Noordoostpolder over
staat er nu al weer een nieuwe uitbreiding van begraafplaats Emmeloord op de rol.
een urnenmuur of urnentuin. Van der Wal denkt dat deze weinig gebruikt gaan
Hiervoor hebben bewoners via internet hun stem kunnen uitbrengen op verschil-
worden: ‘Voor een crematie moet je naar Lelystad. Het is goedkoper om de urn
lende ontwerpen die Van der Wal maakte. De voorbereidingen zijn al begonnen.
gelijk daar bij te laten zetten, dan het later nog in het dorp te doen’. Een andere
Verwachting is dat er op deze nieuwe plek vanaf 2017 begraven kan worden.
ontwikkeling die hij signaleert is dat de voortschrijdende techniek steeds meer
Tegen die tijd zal het beheer over zijn gegaan in handen van de volgende groen-
invloed heeft op het begraven. Zo is er steeds meer vraag naar geluidsapparatuur
beheerder, maar heeft Van der Wal net als zijn voorganger Sipkema zijn bijdrage
voor gebruik op de begraafplaats zelf, onder andere voor opnames.
geleverd aan de instandhouding van de begraafplaatsen.
117
ANALYSE EN CONCLUSIES
In de voorgaande hoofdstukken hebben we laten zien welke teke-
Rustig en sober
ningen aangetroffen zijn uit de aanlegtijd van de begraafplaatsen,
Rustig en sober: dat is het beeld dat beleidsmakers en ontwerpers in ieder geval
en hoe deze er nu uit zien. Daarnaast geven de interviews met
tot in de jaren zestig voor ogen hadden voor de begraafplaatsen in de Noordoost-
betrokkenen een beeld van de achterliggende visies en van het
polder. Vormgeving van grafstenen mocht niet uit de toon vallen. Zo beoogde men
beheer. Helaas maakt het gebrek aan schriftelijke bronnen bij de
een ‘rustige en waardige’ sfeer voor de overledenen. Begraafplaatsen elders in het
ontwerptekeningen het niet gemakkelijk om precies te benoemen
land werden in de archiefstukken vaak aangeduid als ‘rommelig’. Daarom werd
welke uitgangspunten hier aan ten grondslag lagen.
juist in de polder belang gehecht aan een rustige uitstraling. Grafstenen mochten
Soms bieden andere archiefbronnen enige informatie over de
niet ‘boven het maaiveld’(de hagen) uit komen. En ze mochten niet te ‘poenerig’
achterliggende visies. Wat kunnen we op grond van de beschikbare
tonen: geen gepolijste stenen bijvoorbeeld.
informatie constateren?
Theo Verlaan (1956): ‘Een rustige en waardige omgeving’
Kenmerken van de begraafplaatsen van de
Piet Kelder: ‘Een strakke inrichting, passend bij het karakter van de polder’
Noordoostpolder
Sipke-Jan Sipkema: ‘Groenvlakken, een bossingel en hagen achter de graven’
Locatie in het dorp
Gelijkheid
In sommige vroege versies van de dorpsplannen voor de Noordoostpolder is de be-
Volgens Sipke-Jan Sipkema, groenbeheerder in de Noordoostpolder van 1969 tot
graafplaats vaak bij een van de kerken getekend. Dit kan betekenen dat ontwer-
1989 hadden de regels te maken met een streven naar gelijkheid. Door eenheid in
pers eerder werkten met het concept van een ’kerkhof’ dan van een begraafplaats.
vormgeving van de graven werd onderscheid tussen mensen vermeden. Volgens
In de ontwikkeling van de dorpsplannen na de Tweede Wereldoorlog lijkt dit
Sipkema waren deze regels opgesteld door de Directie Wieringermeer vanuit het
denken te veranderen. Uiteindelijk komt men in alle dorpen tot één begraafplaats
gelijkheidsprincipe: ieder mens is gelijk, en in ieder geval na de dood.
met twee aparte delen: een kleiner rooms-katholiek deel en een groter algemeen
Ook tuinarchitecte Mien Ruys ging uit van het gelijkheidsdenken. Zij was van me-
deel voor andere gezindten. De begraafplaats wordt meestal aan de rand van het
ning dat iedereen, ongeacht geloofsovertuiging, dezelfde weg moest gaan na de
dorp gepland, in of bij de groene zone.
dood. Ruys vertaalde dit in het geval van Nagele in een loofgang (berceau) bij de
ingang van de begraafplaats.
118
ANALYSE EN CONCLUSIES
Soms: romantisch
Ontwerp en inrichting
De begraafplaats van Emmeloord en Marknesse wijken qua sfeer af van de andere
Belangrijke termen die bepalend zijn voor de inrichting en gekozen vorm en
begraafplaatsen in de Noordoostpolder. Beide hebben een veel ‘romantischer’ of
vormelementen van de begraafplaatsen in de Noordoostpolder zijn:
uitbundiger sfeer dan de overige begraafplaatsen.
• rust en eenvoud
In Emmeloord hangt dit samen met het feit dat de begraafplaats in verschillende
• iedereen is gelijk
periodes is uitgebreid. Het denken over inrichting van tuin en landschap veran-
• de lijnen van de polder
derde en dat is terug te vinden in de verschillende uitbreidingsfases. In Marknesse
• beslotenheid
zijn het vooral de beeldbepalende poortjes in de hagen die een zeer besloten sfeer
geven. Van begraafplaats Nagele kun je zeggen dat de berceau die in 2010
In de praktijk mondt dit uit in de volgende ontwerpkeuzes en kenmerken:
is gerealiseerd bij de ingang bijdraagt aan beslotenheid en ‘romantiek’. Ook de
witte Japanse sierkersen dragen in het voorjaar bij aan dit beeld.
• scheiding tussen een groter, algemeen deel en een kleiner, katholiek deel
• rechtlijnige of rechthoekige opzet
• uitstraling: strak en rustig
• grote lijnen en grote structuren. Of zoals Piet Kelder het zegt: een weerslag van
de cultuur van het nieuwe land
• hoofdstructuur van bomen en paden vaak in kruisvorm
• indeling in vakken of compartimenten (kamers), gescheiden door hagen of heesters
• rijen graven met bijna altijd achter de graven ook hagen
• de hagen zijn meestal hoger dan de grafstenen (rustig beeld)
• omsingeling met bomen en bosplantsoen (besloten karakter)
Vorm van de begraafplaats
Alle dorpsbegraafplaatsen kennen in de basis een rechthoekige opzet. Zelfs waar
het perceel van de begraafplaats driehoekig is, is de vorm van de begraafplaats
Ontwerp van Bant: eenvoud, rust, grote lijnen en een bossingel.
gebaseerd op een compositie van rechthoeken.
119
ANALYSE EN CONCLUSIES
Bossingel
begraafplaats van Bant, vanaf het begin ook hagen achter de grafrijen bedacht
Ook liggen bijna alle begraafplaatsen in of nabij het dorpsbos en zijn omgeven
waren.
door een boszone of -singel. Dit geeft de begraafplaatsen beslotenheid en schermt
deze af van het open, weidse polderlandschap. Door de ligging aan de rand van
Modernistisch en functioneel
het dorp en de verborgenheid in het groen wordt de dood ook gescheiden gehou-
Op grond van de beschikbare informatie lijkt de conclusie op zijn plaats dat de
den van het leven.
dorpsbegraafplaatsen van de Noordoostpolder te plaatsen zijn in de na-oorlogse
ontwerptraditie van het modernisme, functionalisme of Nieuwe Bouwen. Dit is
Gras
opmerkelijk omdat, afgezien van het dorp Nagele, alle dorpen en Emmeloord
Ook gras speelt een belangrijke rol bij het creëren van een rustig en ruimtelijk
werden ‘opgetrokken’ in de baksteenarchitectuur van het traditionalisme of de
beeld. De graven op de begraafplaatsen zijn overal omgeven door gras. Gras is de
‘Delftse school’. Tuinarchitecte Mien Ruys, die ontwerpen maakte voor de begraaf-
basis waarin de rijen met graven zijn gelegd. Ook is op veel plaatsen nog steeds
plaatsen van Nagele en Emmeloord, geldt als aanhanger van het Nieuwe Bouwen.
de vroegere regel van beplanting tot maximaal 40 centimeter vanaf de grafsteen
Landschapsarchitect Piet Kelder ziet zichzelf nog steeds als ‘modernist’.
terug te zien. Daardoor overheerst het groen van het gras en ontstaat een rustig
en ruimtelijk beeld.
Functie: rustplaats
Bij architect en stedebouwkundige Verlaan is dit minder eenduidig: in de architec-
Hagen
tuur van de dorpen en in zijn latere loopbaan wordt hij doorgaans getypeerd als
Hagen zijn een belangrijk vormelement op de begraafplaatsen in de Noordoost-
een ‘traditionalist’. Bij de aanleg van de dorpsbegraafplaatsen na 1955, bijna aan
polder. De hagen zorgen voor belijning, structuur en ritme. Hagen zijn ingezet om
het einde van zijn loopbaan bij de Directie Wieringermeer, lijkt hij meer geïnspi-
de hele begraafplaats te omkaderen, om ‘kamers’ te creëren en als achtergrond of
reerd door het modernisme. Voor de begraafplaatsen stelde hij de functie centraal:
‘rugdekking’ van de grafstenen.
een rustplaats. Hij wilde een rustige en waardige omgeving creëren. Hiermee lijkt
Theo Verlaan, de stedebouwkundige die een belangrijke rol speelde bij inrichting
de Scandinavische invloed op begraafplaatsen in na-oorlogs Nederland ook zijn
van de dorpen, zag vooral een rustige omgeving voor zich, met op zichzelf staan-
weg te hebben gevonden naar de Noordoostpolder. Ook de eenvoudige en traditi-
de vakken, waar de gedenkstenen die rustige omgeving niet moesten verstoren.
onele dodenakker uit noordelijk Nederland kan hier zijn invloed hebben gehad.
In zijn toelichting bij de Poldercommissie in 1956 heeft Theo Verlaan het echter
In lijn met de modernistische ontwerpers koos men in de Noordoostpolder voor
niet over hagen tussen de grafrijen. Piet Kelder meent dat, in ieder geval voor de
rechte rijen met graven. Deze lagen in een soort kamers, die afgebakend waren
120
ANALYSE EN CONCLUSIES
door hagen of heesters. In de ontwerpen van begin jaren zestig krijgen de ontwer-
• een rustig en evenwichtig beeld
pen een duidelijke opbouw waarbij rechtlijnige beplantingsstructuren als bomenla-
• beslotenheid van de begraafplaats (door bomen)
nen, hagen, heestervakken, heesterranden en bossingel de samenhang bepalen.
• wat er staat, vooral niet weghalen
• kleuraccenten door bloemen of bloeiende heesters
Oorspronkelijk karakter
Hoewel de vertegenwoordigers van Dorpsbelangen de achtergrond en visie uit de
Opvallend is dat de meeste dorpsbegraafplaatsen qua structuur weinig zijn veran-
tijd van aanleg niet kenden, komt hieruit het beeld naar voren dat de inwoners
derd sinds de aanleg. Omdat de meeste dorpen minder hard groeiden dan ver-
van de Noordoostpolder precies waarde hechten aan hetgeen wat bij de aanleg
wacht, was er ruimte genoeg en daarmee weinig reden voor verandering. Je zou
juist de overwegingen waren: het streven naar die rustige en waardige omgeving
kunnen concluderen dat de beperkte groei het ‘modernistische’ karakter van de
(Verlaan), eenvoudig en besloten, met weinig versieringen.
begraafplaatsen in de dorpen heeft ‘gered’. De hoofdplaats Emmeloord groeide
juist veel sterker dan verwacht, waardoor de druk op de begraafplaats toenam.
Bedreiging: bezuinigingen
Ook inwoners uit de dorpen laten zich steeds vaker begraven in Emmeloord, in
Een andere ontwikkeling, van recenter datum, vormt wél een mogelijke bedrei-
plaats van in het eigen dorp. Begraafplaats Emmeloord is dan ook verschillende
ging voor het oorspronkelijke karakter van de begraafplaatsen. Gemeentelijke be-
keren uitgebreid, waarbij latere ontwerpstijlen werden toegepast en het strakke
zuinigingen dwingen de afdeling groenbeheer te besparen op onderhoudskosten.
ontwerp van Mien Ruys minder herkenbaar werd in het geheel.
Men streeft ernaar in grote lijnen te behouden wat er is: een begraafplaats met
een bossingel, een bepaalde vorm qua aanleg en hagen achter de graven. Toch is
Visie inwoners sluit aan bij verleden
op diverse plaatsen een aantal maatregelen al uitgevoerd:
Ook valt op dat alle vertegenwoordigers van Dorpsbelangen die zijn geïnterviewd
• de omheining van begraafplaatsen met hagen is op sommige plaatsen verwijderd
aangeven dat de inwoners het vooral belangrijk vinden dat de begraafplaats net-
(onder andere in Creil).
jes is. Door de Dorpsbelangen werden de volgende aspecten van de begraafplaat-
• op velden waar geen graven liggen zijn hagen op sommige plekken verwijderd
sen genoemd die voor de dorpen belangrijk zijn:
(Rutten).
• het moet netjes zijn en vrij van onkruid
• vakken met (bloeiende) heesters hebben plaats gemaakt voor onderhoudsarme
• eenheid en balans
bodembedekkers of zijn vervangen door gazon (Espel, Luttelgeest)
• omsingeling door hagen/ bomen, onder andere vanwege privacy en voorkomen
• een kruisvormige indeling veranderde soms door een verandering van het
van zicht op onkruid
padenverloop (Creil).
121
Richting toekomst
In deze publicatie hebben we zoveel mogelijk de oorspronkelijke ontwerpen
Dat deze geschiedenis hier nog zo zichtbaar en voelbaar is, maakt de urgentie
laten zien van de begraafplaatsen uit de Noordoostpolder. Daarbij hebben we
groter om goed na te denken over het omgaan met dit groene erfgoed.
gekeken hoe de begraafplaatsen er anno 2014 uitzien en wat er in de tussentijd
Bij toekomstig beleid is het belangrijk rekening te houden met de ruimtelijke
is veranderd.
samenhang en de vormentaal van de oorspronkelijke ontwerpen om vervolgens
op basis daarvan bewuste keuzes te maken.
De ontwerpen van de beginperiode en de visie van de ontwerpers hierop laten
zien dat de begraafplaatsen met duidelijke ideeën ontworpen zijn. Centraal hierbij
De informatie in deze publicatie is niet uitputtend. Lang niet alle aspecten van
stonden termen als: rust en eenvoud, een waardige omgeving, de grote lijn van
deze begraafplaatsen zijn behandeld of uitgezocht. Wij hopen dat deze publicatie
de polder en ‘iedereen is gelijk’.
een basis vormt voor anderen om op zoek te gaan naar meer informatie en
achtergronden van deze bijzondere begraafplaatsen.
Bijzonder is dat de meeste begraafplaatsen in de dorpen van de Noordoostpolder
nauwelijks zijn veranderd ten opzichte van de periode van aanleg. Het beeld uit
de aanlegtijd is bijna bevroren:
rechthoekige vormen, grote lijnen (bomenlanen), een indeling in vakken, verdeeld
door hagen. Op deze begraafplaatsen zijn de eenvoud, rust en beslotenheid terug
te vinden zoals door de ontwerpers bedacht.
122
123
LITERATUURLIJST
Geraadpleegde literatuur:
B. Rebel, Het Nieuwe Bouwen, het functionalisme in Nederland 1918 - 1945,
(Assen, 1983)
G. Andela, J.T.P. Bijhouwer, Grensverleggend landschapsarchitect, (Rotterdam 2011)
M. Steenhuis, ‘Landschap voor gevorderden, ontwerp en ontwikkeling van de
R.K.M. Blijdenstijn, R. Stenvert, Bouwstijlen in Nederland 1040-1940, (Utrecht, 1994)
Noordoostpolder 1942 -2009’, in Oase, nr. 80, p. 36-48.
A.M.C. van Dissel, 59 jaar eigengereide doeners in Flevoland, Noordoostpolder en
C. van der Wal, In praise of common sense, Planning the ordinary. A physical
Wieringermeer, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders 1930-1989 (Lelystad, 1991)
planning history of the new towns in the IJsselmeerpolders, (Rotterdam, 1997)
H. de Feijter, Funeraire cultuur, Flevoland en Lelystad, ( Rotterdam, 2006)
C. van der Wal, Dorpen in de IJsselmeerpolders, Flevobericht nummer 250
(Lelystad 1986).
R. Geertsema, Mien Ruys, Beschrijving en documentatie van haar beroepspraktijk,
Onderzoeksproject recente ontwikkelingen in de tuin- en landschapsarchitectuur,
C. van der Wal, J.W.C. Bruggenkamp, D.P. Oterdoom, De jongere bouwkunst en
(Wageningen, 1982)
stedebouw in de Noordoostpolder, Flevobericht nr. 319, (Lelystad, 1992).
A.J. Geurts, De ‘groene’ IJsselmeerpolders. Inrichting van het landschap in Wierin-
J.T.W.H. van Woensel, Nieuwe dorpen op nieuw land, Inrichting van de dorpen in
germeer, Noordoostpolder, Oostelijk en Zuidelijk Flevoland (Lelystad, 1997).
Wieringermeer, Noordoostpolder, Oostelijke en Zuidelijk Flevoland, (Lelystad, 1999)
D. C. Louwerse, Wim Boer, Beschrijving en documentatie van zijn beroepspraktijk,
Geraadpleegde archieven:
Onderzoeksproject recente ontwikkelingen in de tuin- en landschapsarchitectuur,
(Wageningen 1982)
Directie Wieringermeer en Openbaar Lichaam Noordoostpolder,
Nieuwland Erfgoedcentrum
M. Steenhuis, F. Hooimeijer (red), Maakbaar Landschap, Nederlandse landschaps-
architectuur, 1945 - 1970, (Rotterdam, 2009).
Gemeente Noordoostpolder
124
125
COLOFON
Stichting Groene Parels heeft als doel het creëren van meer aandacht
voor groen cultureel erfgoed in Nederland. De stichting doet dit door
middel van publicaties, mediaproducties en activiteiten.
Onderzoek, interviews en tekst:
Met dank aan:
Inge Dekker, Henriëtte Emaar
alle geïnterviewden, medewerkers gemeente Noordoostpolder
en Nieuw Land Erfgoedcentrum, Museum Nagele, Buro Mien Ruys.
Fotografie:
Eric van Lokven: coverfoto en pagina’s 3, 5, 6, 13, 17, 23, 25, 27, 28,
29, 36, 40, 41, 45, 46, 49, 123
Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door:
Jasja Dekker (Jasja Vliegt): pagina’s 18, 20, 22, 31, 33, 48, 51, 60, 61, 65,
66, 67, 72, 73, 74, 75, 83, 87, 89, 95, 99, 102, 105, 108, 109, 111, 112
EFL STICHTING
George Appelo: pagina’s 10, 50, 59, 80, 84, 86, 93, 94, 114
Henriëtte Emaar: pagina’s 9, 104, 115, 125
Inge Dekker: pagina 47
Vormgeving en opmaak:
www.groeneparels.nl
Wouter van der Struijs (Twizter) / i.s.m. Janneke ten Cate
© 2014
126