De oudste straten van Emmeloord

De straatnamen waren nog niet gegeven. Men volstond met:

  • Middenstraat (Rietstraat)
  • Zuidstraat  (Zeeasterstraat)
  • Weststraat  (Zeebiesstraat)
  • Ooststraat (Espelerlaan)

Oudste-straten

Met de benaming “Dorp A” werd Emmeloord anno 1944 nog overgewaardeerd. Wanneer je de bestaande arbeiderskampen althans buiten beschouwing laat. Er waren maar vier straten.
Met de bouw van de woningen aan deze straten, werd al in de oorlog in de zomer van 1943 begonnen.
De huizen werden, toen ze klaar waren, beschikbaar gesteld aan het leidinggevend personeel van de ontginning en de exploitatie. Ze waren strikt gereserveerd voor medewerkers van de Wieringermeerdirectie. Anderen, van dokter en predikant tot petroleumhandelaar, moesten zelf voor
hun onderdak zorgen. Daarom lagen in de Espelervaart en de Urkervaart lange rijen woonarken en was er een salonwagenterrein. In de arken en de salonwagens woonden ook veel medewerkers van aannemers in de weg- en waterbouw, vanouds een vlottende bevolking. En tenslotte lag over de
Espelervaart een terrein voor particuliere houten huizen op het “noodwoningterrein”. Daar stond ook kamp Espelerbocht.

Middenstraat – Rietstraat

De oudste straat van Emmeloord is de Rietstraat. In 1943 is men met de bouw begonnen. De bouwstijl was De Delftse School.
De architecten van de Directie Wieringermeer waren Granpré Molière, Verhagen en Pouderoyen. Zij waren niet gecharmeerd van moderne architectuur.
Kleine arbeidershuisjes, maar niet voor de arbeiders.  Ze werden aangeboden aan de ploegbazen, leidinggevend personeel van de Directie Wieringermeer en aan winkeliers.
De huizen hadden diepe tuinen. Een groentetuintje voor eigen gebruik was gebruikelijk. Samen met wat kippen en bessenstruiken was het een stuk beter toeven als op de lange rij woonboten in de Espelervaart of in het nabijgelegen arbeiderskamp
Een perkje gras was er niet alleen voor de leuk, maar ook voor de was. De witte was werd op het gras te drogen gelegd. De bleek. Voetballen op woensdag was uit de boze.

De rij met huizenblokken versprongen zodat het afwisselender en toch iets knusser leek.

De eerste bewoner kreeg de sleutel op 15 december 1943.
Op Rietstraat nummer 1 zat het postkantoor, het Rijkstelefoonkantoor.  Alleen van daaruit kon men bellen.
In 1954 werd de Noordoostpolder pas aangesloten op het automatische telefoonnet.

Rietstraat - Stoepje-schoon-in-de-Rietstraat.png

Stoepje schoon in de Rietstraat

Zuidstraat – Zeeasterstraat

En verder ging het bouwen. Eind 1943 en 1944 was het de beurt voor de tweede straat.
Nog steeds in de moeilijk tijd onder Duitse bezetting. Door gebrek aan geld en materiaal (baksteen) bleven het huizen met één bouwlaag, maar kon men wel meer aandacht besteden aan bijzondere metseltechnieken. De huizen hebben een prachtige detaillering rond ramen, deuren en onder de dakgoot. Delftse School op zijn mooist.

Metselverbanden-Zeeasterstraat

Zeeasterstraat-Espelerlaan-1947.jpg

Ooststraat – Espelerlaan

De namen van deze wijk houden de herinnering levend aan de wildernis van onkruid die in de polder vurig bestreden moest worden.
De onkruidbuurt, al spreekt de gemeente liever over de kruidenbuurt.
Deze straat, die aanvankelijk de Ooststraat droeg, kreeg in 1944 de naam Lischdoddenstraat. (even later Lisdoddenstraat) Omdat de huizen, die bestemd waren voor de ingenieurs toch beduidend chiquer van opzet waren, vond men in 1947 dat Lisdoddenlaan de straat meer eer aan deed.
In 1948 paste men het straatnamenplan van Emmeloord enigszins aan.  Een straat die een wijk afsluit, kreeg een neutrale naam. Dus geen onkruid.
De straat ging van Lisdoddenlaan verder met de naam Espelerlaan.
De Goudenregenstraat werd trouwens omgedoopt naar Koningin Julianastraat.

Lisdoddenstraat

Lisdoddenstraat

Anecdote  Het Vrije Volk  12-06-1951

Toen het eerste kind van wijlen dokter Jansen uit Emmeloord geboren werd, was dat aan de Ooststraat .
Het tweede kind kwam ter wereld aan de Lischdoddenstraat, het derde aan.. de Lisdoddenlaan en het vierde aan de Espelerlaan.
Toch was het gezin in al die tijd niet verhuisd.
De straatnaam.was alleen maar een paar keer veranderd, eerst omdat Ooststraat een onofficieel bedenksel was van de eerste bewoners.
Later omdat het toch echt meer een laan dan een straat was en ten slotte, omdat men deze laan een neutrale overgang wilde laten vormen tussen de onkruid- en de inmiddels uit de; klei verrezen vogelbuurt, zodat de lisdodden uit de naam moesten worden weg-gewied.
Trouwens, op het ogenblik ligt datzelfde huis (dat een hoekhuis is) volgens het bevolkingsregister ook al niet’ meer aan de Espelerlaan, maar aan de Moerasandijviestraat.
Deze kleine geschiedenis over die straat-met-vijf-namen illustreert de ongedurigheid van het jonge leven in de polder, die zich sneller ontwikkelt dan welk ander gebied ook in Nederland. Het is een groeistuip.

Weststraat – Zeebiesstraat

De eerste pioniers woonden in woonwagens, blokhutten, keten en woonboten. Menig polderkind werd op een schip geboren.
Echte adressen bestonden nog niet. Op het aangifteformulier stond: ‘geboren aan boord’.

In de vaart die naast het brede grasveld van de Zeebiesstraat loopt, lag toen een lange rij woonboten.
Aan de overkant van het water was een heel houten dorp van keten en huisjes ontstaan, met de naam Tuindorp.

Wondend in de Zeebiesstraat, vanaf 1944,  had je uitzicht op dat Tuindorp en die woonboten.

Zeebiesstraat.jpg

Pas in 1953 is de straat doorgetrokken met de straatnaam Hoefbladstraat.

Bij de inpoldering is men klein hoefblad een slag voor geweest door tijdig riet in te zaaien. Onder riet kan hoefblad niet opkomen. Voor de gewassen op de akkers is riet natuurlijk ook een concurrent, maar deze plant is gemakkelijker te onderdrukken dan klein hoefblad.

nieuw-landMet dank aan: 15 stappen rond de Poldertoren – Nieuw Land