Het klinkt misschien eigenaardig, maar toen de eerste bewoners zich in 1949 in het dorp Kraggenburg vestigden, bestond Kraggenburg al meer dan 100 jaar. Eind december 1848 vestigde Hendrik Willem Winkel zich met vrouw en kinderen in de Lichtwachterswoning op het kunstmatig aangelegde eilandje bij de vluchthaven Kraggenburg, dat gelegen was aan het eind van twee strekdammen, die de verzanding van de monding van het Zwarte Water in het Zwolse Diep moesten tegengaan.

Het Zwarte Water is voor de stad Zwolle (en ook voor Hasselt, Genemuiden en Zwartsluis) eeuwenlang de belangrijkste scheepvaartverbinding met de Zuiderzee geweest. Zwolle lag namelijk in tegenstelling tot Kampen niet aan de IJssel. Kampen had hierdoor een goede verbinding met de Zuiderzee en daardoor ook met de rest van de wereld en Zwolle zag dit met lede ogen aan.

Zwolle had in het midden van de 19e eeuw grote plannen. De stad wilde uitgroeien tot het centrum van Noord-Nederland. Over een spoorwegknooppunt werd in die tijd nog helemaal niet gesproken. Maar Zwolle moest een knooppunt worden waar vele waterwegen bij elkaar zouden moeten komen. En daarin speelde het Zwarte Water een alles overheersende rol. Het Zwarte Water maakte ook scheepvaartverbindingen mogelijk met de Overijsselse Vecht, de Dedemsvaart, het Meppelerdiep en de Arembergergracht. En via de Zuiderzee met steden als Amsterdam, Rotterdam, Harlingen enzovoort.

Het grote probleem van het Zwarte Water was, evenals overigens van de IJssel, dat de bevaarbaarheid als gevolg van verzanding steeds weer voor grote moeilijkheden zorgde. Om aan dit probleem voor eens en voorgoed een einde te maken, schreef in 1843 de in Zwolle gevestigde ‘Overijsselse Vereniging tot Ontwikkeling van de Provinciale Waterstaat’ een prijsvraag uit met als inzet: de verbetering van de scheepvaartroute van Zwolle naar de Zuiderzee.

Daarmee start eigenlijk de geschiedenis van Kraggenburg. We mogen met een gerust hart vaststellen dat de geschiedenis van Kraggenburg in Zwolle begint.

Vlag Kraggenburg

Kraggenburg heeft geen wapen en is ook het enige dorp in de Noordoostpolder zonder dorpsvlag! Maar daarvan wilde Jules Overmars niets weten en mailde mij het ‘logo’ exemplaar van Kraggenburg. Dank je wel. Maar een logo is geen wapen. Volgens de uitgangspunten voor een wapen moeten de afbeeldingen sterk versimpeld zijn weergegeven. Ook voldoet de vlag niet aan de regels van de Heraldiek. De vlag hoort dus niet in dit rijtje. Maar ja, ik ben geboren in de Voorstraat, dus … ?

Historische luchtfoto’s Kraggenburg

Enige foto’s Kraggenburg

Kunst in Kraggenburg

Cultuur in Kraggenburg

Straten en wegen

De naam

De naam KRAGGENBURGERWEG is ouder dan Kraggenburg, en naam is dan ook niet ontleend aan het huidige dorp Kraggenburg, maar aan de oude haven. De weg die oorspronkelijk Kraggenburgerweg heette liep ook langs het oude Kraggenburg; dat is de weg die nu Paardenweg heet. De aanleg van het dorp Kraggenburg (pas in tweede instantie aan het polderplan toegevoegd) bracht met zich mee dat de naam Kraggenburgerweg gereserveerd diende te worden voor de weg die naar dat dorp leidde. Tot dan toe had die weg Smeengeweg geheten (zie ook onder Bant).

Een ‘meent’ is, vooral in de Gelderse en Overijsselse steden, de naam voor het gemeenschappelijke erf en komt buiten de steden voor als aanduiding van het gemeenschappelijke land. De meent van  Kraggenburg wordt omringd door de NOORDERMEENT, de ZUIDERMEENT en de TUSSENMEENTHE en doorsneden door de MIDDENWEG. Aan de westelijke zijde loopt de VOORSTRAAT, die bij de bruising over de Leemtocht DAM heet. Langs de wal van de Leemtocht loopt de WALSTRAAT.

De FINSESTRAAT heet naar de woningen in Finse bouwstijl die er aan zijn gebouwd.

Bij de uitbreiding in 1964 wilde men tot uitdrukking brengen dat Kraggenburg te midden van een fruitteeltgebied ligt. De mogelijkheden voor het vemoemen van fruitsoorten werden overwogen. Daarbij vielen de perensoorten als ongeschikt af. Voor de appelsoorten gold blijkbaar hetzelfde, want van de voorgestelde soorten Golden Delicious, Cox Orange, Jonathan, Goudreinet en Winston bracht alleen de laatste soort het tot een eigen straat, de WINSTONSTRAAT.
De eerste uitgifte van boerderijen in de Noordoostpolder vond rondKraggenburg plaats. De toenmalige pachters behoren dus tot de eerste pioniers.
Een deel van hen is inmiddels verhuisd naar de Kraggenburger bejaardenwoningen, die in 1973 aan de PIONIERSSTRAAT zijn gebouwd.
Jacob Bruintjes, die volgens de overlevering de naam Kraggenburg bedacht heeft, is op zijn beurt weer vemoemd in de JACOB BRUINTJESSTRAAT.
Casper Kombrink was van 1902 tot 1911 lichtwachter van Kraggenburg. Naar hem is de CASPER KOMBRINKSTRAAT genoemd. De A.J. RENNENSTRAAT heet naar Anton Rennen, die als voorzitter van de Dorpsvereniging veel voor de ontwikkeling van Kraggenburg heeft betekend. Ook Gen-it Klok, naar wie de GERRIT KLOKSTRAAT is genoemd, was een bekend figuur uit de beginjaren van Kraggenburg. Hij was fietsenmaker, maar ook vele jaren beheerder van het Parochiehuis.
De noordwestelijke uitbreiding van Kraggenburg draagt de geologische namen MORENELAAN, STUWWAL en HET KLIF. Morene is de benaming voor de afzettingen die in de derde ijstijd vanuit Scandinavie hier naar toe gebracht zijn.
Deze afzettingen bestaan voomamelijk uit keileem. Grote keileemwallen, zogenaamde eindmorenen, zijn in dit gebied de Voorst en Urk. De morene van de Voorst, een klif dat bij Vollenhove uit zee oprees, liep onder water door tot waar nu het Voorsterbos ligt. Ook in Kraggenburg komt keileem aan de oppervlakte.
Dit gebied werd vroeger door de vissers de Stiente, ‘het gesteente’, genoemd. Dikwijls haalden ze hier stenen op in hun netten, waardoor deze soms scheurden. De weg langs het industrieterrein is in verband hiermee GESTEENTE genoemd. Het terrein van Staatsbosbeheer aan de Kraggenburgerweg heeft de naam in streektaalvorm, De Stiente. De naam van de straat die in 1993 op het
industrieterrein werd aangelegd, BASALT, sluit aan bij deze steennamen. In de LEEMVAART en de LEEMTOCHT is het andere bestanddeel van keileem vernoemd. De LEEMKADE ontleent hieraan eveneens haar naam. Leem zit ook in de naam LEEMRINGWEG, het gedeelte van de ringweg tussen

Oosterringweg en Zuideningweg.

De wegen op het westelijke industrieterrein hebben namen die met de fruitteelt samenhangen. De weg die uitkomt op de Zuideningweg en aan het andere einde overgaat in het fiets- en wandelpad naar het Voorsterbos, heet KOELHUISWEG. Haaks daarop, in westelijke richting, loopt sinds 2000 de BLOESEMWEG.

De HERTENWEG, de MAMMOUTHWEG, de NEUSHOORNWEG, de PAARDENWEG, het HERTENPAD, de HERTENTOCHT, de NEUSHOORNTOCHT en de PAARDENTOCHT heten naar de zoogdieren waarvan op deze plaatsen overblijfselen werden gevonden. Het Hertenpad kwam evenals het Zwartemeerpad op het oorspronkelijke plan van de Noordoostpolder niet voor.
De komst van groente- en fruitteeltbedrijven en bloemkwekerijen, die met hun kleinere kavels een dichter wegennet noodzakelijk maakten, voegde de nieuwe paden aan het bestaande patroon toe. Elders in de polder zijn om dezelfde reden naderhand de Enserweg, de Blokzijlerdwarsweg, de Steenwijkerdwarsweg, de Baarlose Dwarsweg en de Bloemenweg aangelegd.

ZWARTEMEERWEG, ZWARTEMEERPAD, ZWARTEMEERTOCHT en ZWARTEMEERDIJK zijn genoemd naar het ZWARTE MEER, dat op zijn beurt weer genoemd is naar het Zwarte Water, bovenloop van de Overijsselse Vecht en uitmondend in het Zwarte Meer. Ook de ZWARTE HOEK in de Zwartemeerdijk heet naar het Zwarte Meer, al is de aanduiding meer in deze naam weggelaten.

Het Zwarte Meer, met daarin het (kadastraal omstreden) Vogeleiland, is een van de vooraanstaande vogelreservaten in de wat dit betreft toch al niet misdeelde regio. Met name de grote aantallen wilde zwanen zijn karakteristiek voor dit gebied, vandaar dan ook de naam ZWANENDIEP voor de vaargeul tussen Kadoelersluis en Ramsdiep.

KADOELERWEG, KADOELERMEER, KADOELERSLUIS en KADOELERTOCHT zijn genoemd naar Kadoelen, dat aan de overkant op het oude land ligt. Kadoelen komt van Quadolen, ‘kwaad dolen’. Kwacid betekent ‘slecht, verkeerd’, dolen kan een ‘doolweg’ (dwaalweg) zijn, maar waarschijnlijker is de betekenis ‘water, grenswater’.

Ten noorden van Rraggenburg ligt het VOORSTERBOS, genoemd naar de Voorst, het klif dat vroeger ten zuiden van Vollenhove in zee stak. Voorst komt
van het Middclnederlandse foreest en betekent ‘bos’ (vergelijk het Engelse forest, het Franse foret en in het Nederlands Vorst Nationaal te Brussel).
Voorsterbos betekent dus niets anders dan ‘bos van het bos’.

Ook de VOORSTERSLUIS, die het peilverschil tussen het oude en het nieuwe land overbrugt, is genoemd naar de Voorst.

Het DNA Kraggenburg

Even voorstellen

Kraggenburg ligt aan de weg tussen Ens en Vollenhove en ten noorden van een groente- en fruitteeltgebied. Kraggenburg ligt aan de Leemvaart, die eindigt ten noorden van de Leemringweg. Aan de Leemvaart bevindt zich het bedrijventerrein van Kraggenburg.

Kraggenburg is op een onregelmatig stuk, een restant van de landbouwverkaveling, gebouwd.

Kraggenburg was de naam van de noodhaven aan het eind van de leidammen, die in 1845 in de Zuiderzee werden aangelegd om een vaargeul naar het Zwarte Water open te houden. Van het voormalige Kraggenburg, nu Oud Kraggenburg genoemd, bestaat nog een klein deel met een woning en een vuurtoren.

kraggenburg-voorstellen
Luchtfoto Kraggenburg, 2007

Historie

Tijdsbeeld

Kerken
Kraggenburg toont in de jaren vijftig de verschillende zuilen in het dorp. De kerken zijn prominent aanwezig, zowel in het dorp als op de kaarten uit die tijd.
Wonen
Eenduidige woningen en voortuinen bepalen het beeld. Hoewel de afzonderlijke woningen door de dakkapellen en schoorstenen van elkaar te onderscheiden zijn, wordt het straatbeeld bepaald door de rijtjes aaneengeschakelde woningen.
Recreatie
Het recreatiegebied de Voorst is vanaf het allereerste begin bepalend voor de identiteit die Kraggenburg uitdraagt.
 dia_3-2
Voorzieningen
Niet alleen de kerken, maar ook het sociaal-culturele leven en het onderwijs worden belangrijk.
Wonen
Vanaf eind jaren zestig wordt de kwaliteit van het wonen, de toegenomen welvaart en de individualiteit van groter belang.
Bedrijvigheid
Kraggenburg heeft instellingen van nationaal belang in huis en toont deze bedrijven met trots. Naast het Luchtvaart Laboratorium was er het Waterloopkundig Laboratorium.
dia 4-1 dia 4-2 dia 4-3
Kerken en voorzieningen
Kraggenburg toont in de jaren zestig en zeventig naast de kerken nadrukkelijk de aanwezige voorzieningen.
Totaalbeeld
Een zelfbewust Kraggenburg toont ook de band met het verleden: Oud Kraggenburg. Recreatie, geestelijk leven en wonen completeren het beeld. Opvallend is wel het ontbreken van de sfeerbepalende tuinderijen in de omgeving.
Recreatie
De Voorst ontwikkelt zich sterk nu ook de recreatie een steeds belangrijker deel van het leven wordt.

Ontwerpgedachten

Het ontwerp van Kraggenburg is van ir. P.H. Dingemans. Deze architect had in Delft lessen gevolgd van Granpré Molière, maar zijn visie op de ideale nederzetting was niet gebaseerd op ideeën van de Delftse School. Het ideaalschema van Dingemans werd vertaald naar een veelhoek, waar de verschillende functies werden geordend in een hiërarchisch systeem. Het dorp lag prominent aan het bos en het water. Naarmate de discussies vorderden en meerdere varianten de Planologische Commissie passeerden, kreeg het water een minder belangrijke rol in de openbare ruimte van het dorp. Het dorp kreeg een groene dorpskern in plaats van een dorpskern op een kruispunt van hoofdwegen en water.

Typisch Kraggenburg
De brink en het groene dorpsveld met kerken en scholen bepalen de identiteit van Kraggenburg. Rond het dorpsveld liggen de woongebieden. De haven en het bos liggen in het eindontwerp los van het dorp.

393b3cf509 akraggenburg 4-2 4f55e87f4c akraggenburg 4-4
Oorspronkelijk ontwerp (Dingemans, 1947) Tweede ontwerp (Dingemans, 1947) Derde ontwerp (Dingemans, 1948) Defintief ontwerp, 1949

Ontwikkeling

Kraggenburg is het eerste dorp in de Noordoostpolder dat niet door de Bouwkundige afdeling van de Directie van de Wieringermeer werd ontworpen.
Kraggenburg is in de jaren concentrisch uitgebreid. De brink met de scholen en kerken vormen de centrale ruimte in het dorp. Daaromheen zijn nieuwe ‘schillen’ van woningbouw gerealiseerd.

Kraggenburg-topkaart-1953 Kraggenburg-topkaart-1974
1953 1974
Kraggenburg-topkaart-1995 Kraggenburg-topkaart-2006
1995 2006

Dorps-DNA

DNA--Kraggenburg

Identiteit

Kraggenburg-dia-9-2-XXL

Landschap

dia 8-1 dia 8-2 dia 8-3
Langswegdorp
Kraggenburg is een langswegdorp. De dorpenring (groene lijn) doet Kraggenburg even aan en buigt dan af.
Dorp volgt verkaveling
Het dorp volgt grotendeels het grid van de polderstructuur. Aan de oordoostkant takt Kraggenburg aan op Overijssel.
Groene mantel
Rondom Kraggenburg ligt de groene mantel. Kraggenburg wordt verder omsloten door een relatief besloten landschap bestaande uit bos en boomgaarden.
kraggenburg-pag76
dia 9-1 duidelijke dorpsgrens dia 9-2 ieder dorp een eigen gezicht dia 10-1 verbinding naar landschap
Duidelijke dorpsgrens (1)
Kraggenburg wordt bij de hoofdentree begrensd door een strook bestaande uit water en een boomweide.
Ieder dorp zijn eigen gezicht (2)
Het dorpsgezicht van Kraggenburg wordt bepaald door het water in combinatie met een stenen toegangsbrug.
Verbinding naar landschap (3)
De brink en de zijbrink vormen een groene verbinding tussen dorp en landschap.
dia 10-2 voorkanten aan het groen dia 11-1 tuindersdorp dia 11-2 functioneel groen
Voorkanten aan het groen (4)
In Kraggenburg kijkt nagenoeg elke woning uit op het groen. De woningen liggen of aan de dorps-weide, of aan de groene zijbrink, of aan een groene straat, de groene mantel of het landschap.
Tuindersdorp (5)
Aan de westzijde, tussen de bebouwing en de groene mantel in, liggen de volkstuinen.
Functioneel groen (6)
Het zuidelijk deel van de groene mantel bestaat uit functioneel groen met sportvelden en een begraafplaats.

Stedenbouw

Twee voordeuren, twee zijdeuren
Kraggenburg heeft vier dorpsentrees, ter plaatse van de grens van de groene mantel. De dorpsentrees benadrukken de overgang buitengebied–dorpskom. De groene lijn geeft de dorpenring aan.
Kerken en scholen in de groene dorpveld
Kraggenburg heeft een brink en een dorpsveld, dit maakt het dorp bijzonder. Hier staan zowel de kerken (roodomcirkeld) als de scholen (geelomcirkeld)
Compact in de kern
Rond het dorpsveld is de bebouwing compact. Dit versterkt het veld als centrale dorpsruimte.
kraggenburg-pag79
dia 13-1 dia 13-2 groene zijbrink dia 14-1
De brink, een halfomsloten ruimte (1)
Kraggenburg heeft een groene brink met aan één zijde doorgaande bebouwing en aan de andere zijde de kerken en de scholen.
Groene zijbrink (2)
In het verlengde van de brink loopt de ruimte vloeiend door in een groene zijbrink. Aan de groene zijbrink is op natuurlijke wijze nieuw gebouwd.
Waterfront bij dorpsentree (3)
Kraggenburg heeft een bijzonder waterfront, dat net los ligt van het dorp. Kraggenburg heeft hier een jachthaven, die een verbinding heeft met open water.
Voorzieningen aan de brinken en op het dorpsveld (4)
De voorzieningen liggen centraal in het dorp, winkels aan de brink, kerken, scholen en dorpshuis op het dorpsveld.
Schuine lijn bij entree dorp
Bij het binnengaan van het dorp heeft de weg ten noorden en ten zuiden van de brink een knik. Deze benadrukt de overgang naar de dorpskern.

Architectuur

Kraggenburg: rood dorp

kleurschijf-Kraggenburg

In Kraggenburg is het ‘kleurverschil’ tussen de stedenbouw en de architectuur opvallend. De opzet met de dorpsweide met daarin de openbare gebouwen is verwant aan Nagele. De straatprofielen zijn weer traditioneel, waarbij de bebouwing het verloop braaf volgt. De architectuur is zeer traditioneel. De Rooms-katholieke kerk is gemodelleerd naar de Middeleeuwse voorbeelden, de Nederlands-hervormde kerk naar de Hollandse-renaissancearchitectuur. De woningen zijn veel soberder, met zware schoorstenen en prominente dakkapellen.

9f01b648bf

Ruimtevormende wanden en autonome gebouwen

In geel worden de belangrijkste ruimte-vormende wanden aangegeven. Deze wanden bestaan merendeels uit woningen en een enkele winkel of bedrijf en zijn uitgevoerd in een informele en eenvoudige Delftse-schoolarchitectuur. Rood omcirkeld zijn de autonome en voor de gemeenschap onderscheidende gebouwen. De twee kerken zijn zeer uitgesproken van vorm.

De dikte van de lijnen correspondeert met de mate waarin wand of gebouw de ruimte bepaalt in het dorp.

dia 18-1 dia 18-3 dia 18-4
Gereformeerde / Nederlandse-hervormde kerk (1)
De kerk heeft een evenwichtige plaatsing in het dorp, zijdelings aan de hoofdbrink. Samen met de Rooms-katholieke kerk, is de kerk beeldbepalend in het dorp. Kenmerkend is de relatief overdadige en historiserende Hollandse renaissance-architectuur.
Rooms-katholieke kerk (2)
De Rooms-katholieke kerk ligt nabij de Nederlands-hervormde kerk. Voor de plaatsing geldt dan ook dat deze evenwichtig is, zijdelings aan de hoofdbrink, welke onderdeel is van de grotere groene ruimte.De architectuur kenmerkt zich door een historiserende naar romaanse bouw neigende architectuur en een eenvoudige klassieke massaopbouw. De constructie en de muren van het gebouw lijken zwaar en massief.
Scholen (3 en 4)
Samen met de twee kerken maken de scholen een brink binnen de grotere groene ruimte. Vriendelijke, terughoudende architectuur, inmiddels enigszins aangetast door afwijkend materiaal- en kleurgebruik.
dia 19-1 dia 19-2 dia 19-3 dia 19-4
Hotel (5)
De horecagelegenheid van Kraggenburg heeft een prominente plaatsing aan de hoofdentree. De architectuur is ondergeschikt en onopvallend.
Autobedrijf (6)
Het autobedrijf heeft historisch gezien een logische plek: opvallend geplaatst bij de hoofdentree en met name langs de dorpenring. Door uitbreidingen en aanpassingen inomvang, massaopbouw, kleurgebruik en reclame is het bedrijf nu zeer prominent aanwezig. Rruimtelijk gezien is dergelijke bedrijvigheid niet wenselijk in het dorpsbeeld.
Dorpsweide (7)
Rondom de dorpsweidestaan eenvoudige Delftse School woningen, aaneengeschakeld in stroken van vier. De afzonderlijke woningen zijn afleesbaar door de schoorstenen, de gevelindeling en met name door de omlijstingen van de voordeuren. (Foto is gemaakt aan de Zuidermeent).
Finsestraat(8)
Met name in de Finsestraat wordt het beeld bepaald door het particulier eigendom van geschakelde woningen. De eenheid is aangetast door een zeer diverse inrichting van voortuinen, veel verschillende voordeuren en dakkapellen.

kleurschijf-Kraggenburg


Bron DNA Kraggenburg: Mercatus en gemeente Noordoostpolder

Hoe ontstond Kraggenburg?

Op de prijsvraag kwam slechts één reactie binnen van een 28-jarige ingenieur van Rijkswaterstaat, Ir. Benjamin Pieter Gesienus van Diggelen. Hij wilde twee leidammen aanleggen in het Zwolse Diep, vanaf de monding van het Zwarte Water ongeveer 6 kilometer de Zuiderzee in. Aan het eind van deze leidammen was een ruime vluchthaven gepland, geschikt voor wel zeventig schepen en daarbij een terp met daarop een lichtwachterswoning.

Het plan werd van alle kanten bekeken en bestudeerd en tenslotte werd het goedgekeurd en kon aan het karwei worden begonnen. De Rijksoverheid was niet bereid in het plan te investeren. Dat was een streep door de rekening. Daarop werd een particuliere maatschappij opgericht: ‘De Naamloze Maatschappij ter verbetering van den handelsweg over het Zwolse Diep’. Wie werd de directeur van de maatschappij? Juist ja: de plannenmaker Ir. Benjamin Pieter Gesienus van Diggelen. Hij kreeg later nog meer bekendheid (1849) door zijn plan tot droogmaking van de Zuiderzee. In Emmeloord is een straatnaam naar hem genoemd.

Van 1845 tot eind 1853 was Van Diggelen directeur van genoemde maatschappij en onder zijn leiding werd in 1845 een begin gemaakt met de aanleg van twee leidammen en de bouw van de lichtwachterswoning aan het eind van één van de leidammen.

Kraggen

Voor de aanleg van de leidammen werden ‘kraggen’ gebruikt: drijvende stroken vast ineengegroeide zoden van riet en waterplanten. Die kraggen waren voor een spotprijs te koop in de omgeving van Wanneperveen, Dwarsgracht en Giethoorn.

Ter plaatse werden de kraggen losgestoken in lange repen tot een breedte van ongeveer twee meter. Die stroken werden dan aan elkaar verbonden en vormden dan een lange sleep. Honderden meters werden op die manier achter een schip over de Arembergergracht vervoerd naar Zwartsluis en vandaar bereikte men het Zwarte Water en het werkterrein in het Zwolse Diep.

Het ontstaan van de naam Kraggenburg

Over het ontstaan van de naam Kraggenburg bestaat een aardige anekdote. Het verhaal wilde namelijk dat een schipper of schippersknecht, een zekere Jacob Bruintjes, op een gegeven ogenblik op de aangevoerde kraggen rondsprong en schreeuwde: “De Kraggenburcht.” Of dit verhaal echt waar is, valt echter te betwijfelen, want nergens in de stukken is hierover iets vermeld. De Jacob Bruintjesstraat in het huidige Kraggenburg herinnert aan deze man.

De lichtwachters

Toen in 1848 het project klaar was, werd er een lichtwachter gezocht. Hendrik Winkel had blijkbaar de beste papieren, want hij werd tot de eerste lichtwachter van Kraggenburg benoemd en ging eind december 1848 met vrouw en kinderen in de woning aan het eindpunt van de zuidelijke leidam wonen. De eerste burchtheer van Kraggenburg zou zeven gulden per week verdienen en vrij mogen wonen.

De taak van de lichtwachter

De werkzaamheden van Hendrik Winkel bestonden in eerste instantie uit het ontsteken van de lichten op de leidammen en op de lichtwachterswoning, maar dat was niet het enige. Hij moest ook de liggelden innen van de schepen die bij slecht weer hun toevlucht zochten in de vluchthaven. Winkel moest ook tol heffen, want de Maatschappij had veel kosten gemaakt en kreeg van de Rijksoverheid de opdracht om tol te heffen van elk schip, dat gebruik maakte van het Zwolse Diep. Die tol kon ook betaald worden in Genemuiden, Hasselt of Zwolle.

Hoewel deze tol in onze ogen misschien niet veel voorstelt, betekende het in die tijd nogal wat en zeker omdat het Zwolse Diep altijd vrij van tol was geweest. Hier volgen enkele tarieven:

* van elk geladen zeeschip 0,20 cent
* idem met gebroken lading 0,15 cent
* idem ongeladen 0,10 cent
* van een geladen binnenschip 0,03 cent

Om bij slecht weer in de haven te mogen liggen, werden de volgende prijzen in rekening gebracht, voor vijf etmalen:

* voor schepen van 606 tot 26 ton 0,50 cent
* voor schepen van 25 tot 10 ton 0,25 cent
* voor schepen minder dan 10 ton 0,15 cent
* voor schepen minder dan 10 ton 0,15 cent

Ook voor het jaagpad dat over de zuidelijke dam was aangelegd moest tol worden betaald en dat bedroeg: ƒ 0,25 per trekdier.

De burchtheer, Hendrik Winkel, dreef ook een winkeltje ten behoeve van schippers en loodsen en hij moest bovendien ook nog letten op het onderhoud van de materialen. Ook moest hij er voor waken dat ‘kwaadwilligen schade aanrichtten’. Bij het huis van heer Winkel moet ook een stalling voor paarden zijn geweest, want door de geringe breedte van de vaargeul tussen de leidammen was het niet mogelijk om te laveren zodat bij tegenwind gebruik moest worden gemaakt van een paard om de schepen richting Zwartsluis te trekken over het jaagpad op de zuidelijk leidam. Deze Hendrik Winkel moet dus een echte manus van alles geweest zijn.

Tot 1856 bleef Hendrik Winkel de burchtheer van Kraggenburg. Hij had verzocht om ontslagen te worden, omdat hij meer wilde verdienen. Dit geld wilde hij gebruiken om een knechtje in dienst nemen om zijn taak te verlichten. Ook het slechte onderhoud van leidammen en de woning droegen er veel toe bij om ontslag te vragen. Maar wellicht heeft de strenge winter van 1854/1855, gevolgd door een zware storm de doorslag toch wel gegeven. Hij moest hierdoor noodmaatregelen treffen voor hemzelf, zijn vrouw en kinderen, teneinde het vege lijf te redden.

Rijkswaterstaat nam in 1875 de ernstig verwaarloosde dammen en de havenmeesterswoning over. De tolheffing werd afgeschaft en de waterweg werd verbeterd. De lichtwachterswoning werd afgebroken en in 1877 werd een nieuwe woning gebouwd, het huidige Oud-Kraggenburg, op een verhoogde terp van 4.50 meter boven Amsterdams Peil.

Een van de laatste lichtwachters was Casper Kombrink (1902-1911). Zijn nazaten wonen nog in Kraggenburg en de Casper Kombrinkstraat is naar hem genoemd. Een zoon van Casper Kombrink, Lammert, heeft een boek over Oud-Kraggenburg geschreven met als titel De Zeeburcht.

De laatste lichtwachter was Barend Kroeze. Hij was lichtwachter van 1911-1920. Vanaf 1920 tot de inpoldering van de Noordoostpolder heeft Oud-Kraggenburg geen vaste bewoner meer gekend. De lichten waren geautomatiseerd en vanaf het land van Genemuiden werden de lichten regelmatig gecontroleerd. Na de inpoldering werden de dammen grotendeels afgebroken en de stenen gebruikt voor de aanleg van de polderdijken.

Het gebouwtje is inmiddels sinds jaar en dag in particuliere handen en is na een inspannende periode door de nieuwe eigenaar ingrijpend gerestaureerd daar het gebouw door weer en wind tot barstens toe was aangetast. De woning is technisch zeer interessant omdat in het inwendige van het huis een gietijzeren constructie is opgenomen die de koepel draagt.

De huidige eigenaar is zeer gesteld op zijn privacy maar heeft wel mee gewerkt aan een fotoreportage over de restauratie van zijn pand. Deze reportage is hier te vinden. Jaarlijks, tijdens ‘open monumentendag’ en het ‘Uit-je tent’ weekend, is Oud-Kraggenburg opengesteld voor publiek en vertelt de bewoner over de geschiedenis van de terp.

1 antwoord
  1. Wout van Olst
    Wout van Olst zegt:

    Hallo, ik zoek extra info over die Jacob Bruintjes die mogelijk de naamgever was van Kraggenburg. Ik heb familie die Bruintjes heet en een voorouder is Jacob Dirks Bruintjes uit Genemuiden. Gehuwd met Jantje Heinen. Schipper van beroep. Zou hij het geweest kunnen zijn? Geboren in 1827

    Beantwoorden

Plaats een reactie (naam E-mail en Site niet verplicht)

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een antwoord achter aan Wout van Olst Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.