Bron: de Noordoostpolder 11 mei 2020

algemeen - DeNoordoostpolder.png


Ali Nijdam en Henk Huisman bij de markeringspaal voor de Whitley aan de Kleiweg (© Reina Halman Fotografie)

Markeringspaal voor Whitley aan Kleiweg

Marknesse – Ali Nijdam en Henk Huisman, oud-bestuursleden van Historisch Marknesse, hebben een paal met een silhouet van een Whitley erop, geplaatst aan de Kleiweg waar in de nacht van 19 op 20 augustus 1940 een Whitley een noodlanding maakte.
De Armstrong Whitworth Whitley Mk.V met serienummer P4968 maakte destijds de noodlanding op het IJsselmeer. In de herfst van 1941 viel het gebied westelijk van Marknesse droog en kwam het toestel weer boven water op kavel O 67 aan de Kleiweg.

Vliegtuigwrak
Historisch Marknesse in Woord en Beeld voert vanaf 2007 onderzoek uit naar dit vliegtuigwrak. Lang was onzeker of dit wrak echt de Whitley P4968 betrof, totdat eind 2018 een document werd gevonden, met dank aan Teunis Schuurman (PATS) uit Vollenhove, waardoor de laatste twijfels zijn weggenomen.

‘Wij zijn nog steeds betrokken bij de crashes in Marknesse en vinden het nu tijd een markeringspaal te plaatsen. In het ellenlang gekibbel over markeringspalen hebben we echt geen zin. Dus hebben wij, in afwachting van een eventuele update van de vliegtuigroute Noordoostpolder, mogelijkheden gezocht voor een low-cost een (nood)oplossing’, vertellen de twee.

Met dank aan MCM en UTIOR uit Marknesse is een paal gemaakt met het silhouet van een Whitley erop. Informatie hadden we genoeg, een informatiebord was snel geprint. Met welwillende medewerking van de kaveleigenaar is uiteindelijk op 5 mei de markeringspaal geplaatst. Hij staat op een mooi plekje in de windsingel bij de ingang van het erf van kavel O 67.

Meer informatie over de Whitley en andere in Marknesse gecrashte vliegtuigen op de vernieuwde site van Historisch Marknesse.

www.historischmarknesse.nl/vliegtuigwrakken/

Crashpaal 11 staat nog steeds verkeerd

algemeen - DeNoordoostpolder.png

Marknesse – De crashpaal aan de Oosterringweg (Paal 11 NOP) bij Marknesse duidt nog steeds niet de juiste plek aan van de crash van de Lancaster JA702. Dat was namelijk bij Tollebeek, zoals de Noordoostpolder ruim een jaar geleden berichtte.

‘De paal is compleet misplaatst’, zegt WOII-onderzoeker Teunis Schuurman uit Vollenhove. ‘De Stichting Ongeland moet hem weghalen of de tekst aanpassen dat er op die plek restanten van de JA902 zijn aangetroffen, maar daarvoor staat al Paal 12 aan de Lindeweg.’ Schuurman voert een ‘oorlog’ met de Stichting Ongeland over de manco’s van de crashpalen in Flevoland. Hij hekelt ook het onderhoud van de palen. ‘Ze moesten zich schamen voor zulke smerige palen.’

20200515_113150

20200515_113205

Onderscheidend.  Een vierkante paal.

20200515_113125

Compleet, maar wat lastiger  leesbaar.

Henk en Ali creëren een ‘Whitleyfamily’

Marknesse – Henk Huisman en Ali Nijdam uit Marknesse hebben met het plaatsen van een markeringspaal aan de Kleiweg hun jarenlang speurwerk bekroond naar de Armstrong Whitworth Whitley, die op 20 augustus 1940 daar een geslaagde noodlanding maakte.

algemeen - DeNoordoostpolder.png 27 mei 2020

Na 13 jaar zoeken kun je zeggen missie geslaagd. Maar afscheid nemen van de Whitley is er voor de twee niet meer bij. Het laat ze niet meer los. Tijdens een vakantie aan Nieuw Zeeland overhandigde Ali dit voorjaar kort voor de coronacrisis het onderzoekdossier en brokstukjes van het toestel aan de zonen van de piloot en copiloot. ‘Ik heb er een familie bijgekregen; de Whitley family’, kijkt Ali terug op die ontmoeting.

Toen Ali in januari Henk vertelde dat ze voor een vakantie naar Nieuw-Zeeland ging, reageerde hij spontaan dat ze dan ook de zonen van de piloot Peter Brodie en copiloot Theo Johnson zou kunnen bezoeken.

Enthousiast
Na het jarenlange speurwerk naar de Whitley kon het klusje van het opsporen van de kinderen van Brodie en Johnson er nog wel bij. ‘Ja dat ging nog redelijk vlot. De eerste mail werd niet beantwoord, maar via een bedrijf van de tweede zoon van de piloot ging het ineens razendsnel. Ze waren enthousiast’, vertelt Henk.

De tweede zoon van de copiloot kwam er zelfs graag even voor over uit Australië. Henk had het speurwerk allemaal digitaal op USB gezet en samen hadden ze zakjes samengesteld met brokstukjes van de kist om deze aan te bieden als aandenken aan de Whitley waarin hun vaders de laatste vlucht maakten.’

Familie
‘We hadden een afspraak gemaakt in de lobby van een hotel in Auckland waar ik verbleef, maar ik werd opgehaald door de zoon van de copiloot en naar het huis van de zoon van de piloot gebracht. Die jongens hadden elkaar ook nog nooit ontmoet en wisten niet dat ze dit verhaal deelden. Ook de tweede zoon van de piloot was er. Het was een hartelijke ontmoeting en voelde alsof we familie waren.’

Opmerkelijk was dat de zonen van piloot Brodie in Nieuw-Zeeland brieven onder ogen kregen van hun vader die de zoon van copiloot Johnson had bewaard. ‘Het waren brieven uit krijgsgevangenschap gestuurd naar de ouders van Peter Brodie. Die hadden onderling dan weer wel contact. In de brief vertelde Brodie dat hij trots was dat hij een veilige noodlanding op het water had kunnen maken. Maar hij voelde zich wel schuldig aan de gevangenschap van zijn mannen. Ook waren er foto’s van een bokspartij in gevangenschap. Het bracht veel teweeg in de gezinnen die nu contact hebben. Ze zijn ons zo dankbaar’, weet Ali. ‘Ik word er ook emotioneel van.’

Markeringspaal
Henk en Ali hebben het verhaal van de Whitley aan de Kleiweg tot leven gebracht. Of zoals de nabestaanden zeggen, ze hebben een Whitleyfamilie gecreëerd. Op 5 mei plaatsten ze een markeringspaal op de kavel waar de Whitley neerkwam. Het werk is daarmee nog niet helemaal klaar, zeggen ze na de geweldige ontvangst van hun bevindingen. Nagedacht wordt over een vervolg, bijvoorbeeld het achterhalen van meer nabestaanden van de vliegers.

Hun onderzoek begint in 2007 als ze als leden van Historisch Marknesse in Woord en Beeld bezig zijn met het voorbereiden van een expositie over ‘Marknesse, pionieren in werkkamp of noodwoning’. ‘Bij archiefonderzoek kwamen we een brief tegen waarin opdracht gegeven werd om een vliegtuigwrak te ruimen op kavel O67 aan de Kleiweg’, vertelt Ali. ‘Ik woonde tegenover dat kavel’, haakt Henk daarop in. ‘Onze nieuwsgierigheid was geboren.’ De twee duiken erin en ontdekken uit archieven dat het vermoedelijk om een vliegtuig gaat dat daar op 20 augustus 1940 is neergekomen. Ze krijgen van Roel Winter een kopie van een foto uit de winter van 1941 op 1942 waarop het toestel te zien is in een besneeuwd landschap. Ondertussen blijft de akker in het lopende onderzoek ook niet ongemoeid. Henk vindt kleine genummerde onderdelen van het vliegtuig, maar geen serienummer die de exacte identificatie van het vliegtuig aangeeft.

Hoorn
‘Uit de genummerde onderdelen werd wel duidelijk dat het om een Whitley ging die mogelijk behoorde tot het 51ste squadron van de RAF’, vertelt Henk. De twee schrijven de historische vereniging van het 51ste squadron en de RAF aan en krijgen al snel een lijst met bemanningsleden. Henk en Ali benaderen familie, maar hun verhalen zorgen voor meer verwarring over de crashlocatie. Er gaan namelijk verschillende verhalen de ronde, ook over Hoorn als crashlocatie en Den Helder als plek waar ze aan land gezet zijn.

De twee bezoeken het archief van de RAF in Edinburgh om op luchtfoto’s de neergekomen Whitley te kunnen lokaliseren, maar zo’n verlossende plaat is er niet. Henk gaat ook naar de luchthaven van Dishforth waar de Whitley was opgestegen en maakt een ritje over de startbaan en bezocht de starttoren. ‘Heel bijzonder als je beseft dat de piloot daar is begonnen aan zijn vlucht die bij mijn voordeur eindigde.’

Helgoland
In de zoektocht naar de waarheid, wordt ook het SGLO-verliesregister met alle in de Tweede Wereldoorlog in Nederland gecrashte vliegtuigen geraadpleegd. Dit register spreekt over twee Whitleys die neerstortten; één nabij Urk en een in de Noordoostpolder. ‘Maar die bij Urk is volgens de RAF bij Helgoland neergekomen’, weet Henk. Engelse archieven spreken ook over een Whitley die aan de westkant van de Zuiderzee bij Volendam was neergekomen. Kortom er was nog veel onduidelijkheid.

Zekerheid nodig
En dat terwijl ze graag de vrouw van piloot Brodie in 2012 hadden uitgenodigd in Marknesse bij de herdenking te komen. ‘Maar we hadden toen nog lang geen zekerheid. Achteraf is het jammer, maar je moet het wel zeker weten’, zeggen de twee de zorgvuldigheid voorop hadden staan in hun studie.

Een artikel uit het Nieuws- en advertentieblad voor Zwartsluis en omstreken van februari 1975 dat ze in handen krijgen van WO2-onderzoeker Teunis Schuurman (PATS) uit Vollenhove helpt in de speurtocht. In dat artikel zoekt boordschutter Kelham naar de crashlocatie van zijn Whitley P4968. Hij wilde eventuele resten bergen voor het RAF-museum. Hij had eerst een brief naar Volendam geschreven en later ook een naar Vollenhove.

Fuldhaven
Maar het laatste stukje van de puzzel is dat nog niet. Henk en Ali hopen dat te vinden in rapporten van de M.I.9 met verslagen van de bemanningsleden. Ze krijgen er één onder ogen, maar pas als PATS in 2018, nadat alle rapporten openbaar zijn, ze allemaal in handen krijgt, valt het kwartje. Navigator George Peter White (24) gaf namelijk met zijn antwoord op de M.I.9. vragenlijst (3 mei 1945) duidelijkheid. ‘Opgepakt te Fuldhaven, Holland.’ Het is een Engelse interpretatie van Vollenhove.

Uit de verslagen blijkt dat de bommenwerper boven Leipzig geraakt is door luchtafweer en de thuisbasis Dishforth niet meer kan halen. Piloot Peter Brodie maakt daarop een noodlanding in het IJsselmeer. De 5 bemanningsleden worden door vissers opgepikt en aan wal gebracht. Ze blijven echter niet uit handen van de Duitsers en brengen de hele oorlog in krijgsgevangenschap door.

(Redacteur : Cees Walinga)