De polderstad

De polderstad Emmeloord ontleent haar naam aan het dorpje op de noordpunt van het voormalige eiland Schokland. Dit eiland lag in de Zuiderzee. Het dorpje heette vroeger (1478) Emelwerth. Eem, het eerste deel van Emel, komt van het Germaanse ami, een algemene aanduiding voor een natuurlijk waterverloop. Werth betekent wierde (terp). Vanaf 1650 is te zien dat de naam is omgezet naar Emeloirt. De overgang van werth naar oirt heeft waarschijnlijk te maken met de afbrokkeling van het eiland Schokland. Daardoor was Emelwerth steeds minder een terp (heuvel in het land) en kwam steeds meer op de punt (oirt) van het eiland te liggen.
In 1859 is het eiland op last van koning Willem III ontruimd.

Het droogmalen van de Noordoostpolder duurde van 1936 tot 1942. Er werd ruim 50.000 ha land ontgonnen uit het IJsselmeer (de voormalige Zuiderzee). Op 15 december 1943 werd het eerste huis van Emmeloord betrokken. De aanleg van stad en dorpen vond plaats met ongeveer 5000 arbeiders in verspreid liggend kampen.

kamp emmeloord maart 44kamp emmeloord maart 44
Bron: Mercatus.

toestand op 1 april 1947 incl. kampen exc gids 47Toestand Noordoostpolder op 1 april 1947. Op de tekening staan de kampen.
Bron: Excursiegids van den Noordoostpolder, Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken),1947.

Emmeloord is ontworpen als de stad van de Noordoostpolder. Het oorspronkelijke plan is tussen 1939 en 1950 gemaakt. Emmeloord lag vanaf het begin centraal in het ontwerp voor Noordoostpolder. Ze is gebouwd op de plaats waar de Urkervaart, de Zwolse vaart, de Espelervaart en de Lemstervaart bij elkaar komen. Hier komen ook de hoofdwegen bij elkaar, die de polder doorkruisen. Emmeloord ligt op vergelijkbare afstand van alle dorpen, die in een ring rond de stad liggen. De stad verschilt van de dorpen door haar centrale ligging, de vele voorzieningen, de grotere ruimtelijke complexiteit, de poldertoren en natuurlijk een regionaal winkelcentrum in het hart van de stad en de polder. De ligging van stad, het winkelcentrum, maar ook de wijze waarop de stad en het winkelcentrum verbonden zijn aan de polderverkaveling en polderkenmerken, benadrukken de functie van Emmeloord als centrum van de polder.
Het definitieve ontwerp voor Emmeloord werd gemaakt door Pouderoyen in de periode 1942-1948. Hij ontwierp een stedelijk centrumgebied, gelegen op het kruispunt van het ‘stadskruis’, de oost-west-verbinding van Vollenhove naar Urk en de noord-zuid-verbinding van Lemmer naar Nagele.
Het centrumgebied wordt omringd door kleinschaliger woonwijken. De kern van het centrumgebied bestaat uit de stadsbrink De Deel en de Lange Nering, de winkelstraat van 600 meter lang die op de stadsbrink uitkomt.

02 Goedgekeurd plan DWM811Goedgekeurd plan, 1948, Ir. Pouderoyen.
Bron: NLE

Maquettefoto-oost-west-verbindingMaquettefoto oost-west verbinding: singelgracht en centrum, 1950.
Bron: NLE

schets-Lange-NeringSchets Lange Nering, Directie Wieringermeer, 1950.
Bron: NLE

Foto’s eerste woningen, gebouwen en groen in Emmeloord, Zeeasterstraat, en Singel Espelerlaan, 1947.
Bron: NLE

06 ZeeasterstraatZeeasterstraat 07 Espelerlaan www.flevolandbovenwater.nl 9010951 1952Espelerlaan http://www.flevolandbovenwater.nl9010951 1952

08 brug Urkervaart www.flevolandbovenwaterBrug en hoekgebouw Urkervaart, met uitzicht op de hervormde kerk, 1953.
Bron: NLE

De groene polderstad
Emmeloord is gepland als een groene polderstad. Het groen werd gezien als belangrijke kwaliteit voor de leefomgeving.
Het oorspronkelijk plan had een strakke en regelmatige opzet gebaseerd op de polderverkaveling, met een robuuste groenstructuur. De stad heeft ondanks haar gestage groei veel van haar oorspronkelijke karakteristieken behouden.

Tussen de verschillende wijken en buurten werd een stramien van groene polderlanen en singels aangebracht. Iedere buurt kreeg een brinkruimte. Deze groene, pleinachtige ruimten hadden een functie als ontmoetingsplaats. Vaak werd er bijzondere bebouwing met een maatschappelijke functie aan gekoppeld, zoals een school of kerk. Deze gebouwen onderscheidden zich in het stadsplan qua hoogte en vooral in enscenering in het straat- en pleinprofiel. Ze kregen vanwege toetreding van licht en lucht een vrije ligging in de ruimte met een groene omlijsting zodat ze zich in het stadsplan zouden voordoen als groen element.

In het ontwerp van de straten werd de variatie gezocht in de compositie van het groen. Dit blijkt uit de gevarieerde profielen die voor de groene polderstraten werden ontworpen, waardoor elke straat een eigen karakteristiek en sfeer kreeg.

Naast de wegen met hun begeleidende lanen en singelbeplantingen werden de verschillende waterwegen ook tot belangrijke onderdelen van de groenstructuur van de polderstad gemaakt. Er is een singelgracht met groene oevers door het centrum. De verschillende vaarten hebben brede groene oevers en zijn op veel plekken met paden openbaar toegankelijk gemaakt.

Tenslotte werd het oorspronkelijk plan voorzien van een groene mantel rond de stad. De vier belangrijke entreegebieden (stadspoorten) van de stad, en de belangrijke entrees van de wijken, werden ontworpen als groene pleinachtige ruimtes. Hier stonden vaak bijzondere gebouwen aan een plein of in clusters in het groen.

De stad werd daarmee op elk schaalniveau voorzien van groen. De oorspronkelijke groenstructuur is volgroeid en van hoge waarde voor de stad. Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden zijn in de loop van de jaren veel groenstructuren toegevoegd, aansluitend op de bestaande groenstructuur. Er is daardoor een sterke samenhang.
Titels
0. Historische foto’s van een van de eerste groene polderstraten, de Rietstraat (bron: Mercatus).
1. Groene polderlaan, Espelerlaan gezien vanaf de Espelerweg.
2. Groene singel, Espelerlaan ter hoogte van de Acacialaan.
3. Buurtbrink aan de Botterstraat.
4. Groene polderstraat, Meidoornstraat.
5. Groene polderstraat, Duizendknoopstraat.
6. Singelgracht met groene oevers, ter hoogte van het Smedingplein.
8. Groene openbare oever, Urkervaart.
9. Stadspoort, evenemententerrein aan de Marknesserweg/Kamperweg.
10. Cluster in het groen, Emelwerda college aan de Peppellaan.

Historische ontwikkeling en tijdsbeeld

De ontwikkeling van de polder, de stad en de dorpen

Hiërarchie polder, stad en dorpen
De Noordoostpolder kent een hiërarchische opzet. Dit is het sterkst tot uitdrukking gekomen in de opzet van het wegen- en watersysteem, dat van groot naar klein loopt. Wat bijvoorbeeld opvalt is de ordening van agrarische bedrijven naar grootte. De grote polderbedrijven liggen centraal, de kleine polderbedrijven aan de randen. De opzet van de kernen was niet minder hiërarchisch. Eén centrum met streekverzorgende functie en dorpen rondom.

verkaveling
Luchtfoto verkaveling. Bron: gemeente Noordoostpolder

Dorpenpatroon
De afstand tussen de dorpen werd voor een belangrijk deel bepaald door ervaringen in de Wieringermeerdorpen, door theoretische beschouwingen en landbouw technische overwegingen. Om de afstand te bepalen in de Noordoostpolder werd hoogstwaarschijnlijk ook gebruikt gemaakt van de theorie van de Duitse geograaf Christaller. Christallers centrale plaatsentheorie ging uit van de afstand tussen plaatsen door te verwijzen naar de afstand van kernen in bestaande verzorgingsgebieden. Hij ging uit van een kernenhiërarchie van steden, verzorgingskernen en gewone kernen. Daarnaast leidde hij uit de praktijk vaste afstanden tussen de kernen af, die hij in een hexagonaal systeem vatte. Dit patroon sluit goed aan bij de vorm en het verkavelingsplan van de Noordoostpolder. Er zijn tekeningen bewaard gebleven van Architect L. Brandts Buys, uit 1942 (NLE), die veel gelijkenis vertonen met de schema’s van Christaller.
De afstand tussen de dorpen werd daarnaast bepaald door de ervaringen in de Wieringermeer, waar de afstand van vier tot vijf kilometer al snel klein bleek. Dit leidde tot een patroon met een centrumstad en tien dorpen. Er lag gemiddeld vijf tot acht kilometer tussen de kernen.

25-211
Schema Christaller (bron: onbekend)

De afstand tussen de dorpen werd daarnaast bepaald door de wijze waarop bewoners, arbeiders en boeren zich verplaatsten tussen de landbouwbedrijven, de dorpen en de stad. Welgestelde boeren hadden spoedig een auto, maar de boerenarbeiders moesten fietsen. Er waren nog geen brommers, dus werden fietsafstanden bepalend voor de afstand tussen de dorpen en de stad. Dit leidde tot een patroon met een centrumstad en tien dorpen. Er lag gemiddeld vijf tot acht kilometer tussen de kernen. Er zijn plannen geweest voor vijf dorpen, zes dorpen en zelfs voor gehuchten, en dus grotere afstanden tussen de kernen onderling. Wat hierbij opvalt is dat bijna alle plaatsen op een kruispunt van weg en water zijn ontwikkeld.

Sociografisch onderzoek en Planologische Commissie
Voor de polder, de stad en voor elk dorp is vóór de ontwikkeling een ‘survey’ geschreven. Dit is een sociografisch onderzoek met onderbouwing waarop de ruimtelijke planning kon worden gebaseerd. Voor die tijd was dat een vernieuwende manier van werken. Zo was het onder meer de bedoeling dat de bevolking een afspiegeling van de Nederlandse bevolking zou zijn. Eén van de Nederlandse pioniers op het gebied van de ‘survey’ was Van Lohuizen, medeorganisator van het Internationaal Stedenbouwcongres. Van Lohuizen hechtte groot belang aan de kennis omtrent de ontwikkeling van de bevolking in een regio. Door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen te becijferen en te vergelijken met andere regio’s kwam men voor de hele polder op een inschatting van 25.000 tot 30.000 inwoners, waarvan 16.000 tot 22.000 in de kernen en 8.000 tot 10.000 in de Polderstad. Dankzij de survey konden richtlijnen worden opgesteld voor de dichtheid, positionering en ontwikkeling van de landbouw, de bedrijven, winkels, aantal woningen, kerken, samenstelling van de bevolking etc.

‘’Het volk was hier gescheiden hoor. Arbeiders en mensen die bij de Directie werkten, woonden in de Rietstraat. De ambtenaren in de Zeeasterstraat. En in de Lisdoddestraat, wat later de Espelerlaan werd, woonden de boeren die op een boerderij wachtten. En dat was ook zo bij de Plattelandsvrouwen. Mijn moeder wilde nooit bij de Plattelandsvrouwen, want daar kwamen, vooral in het begin, meest boerinnen. Die hadden het hart een beetje hoog, die voelden zich veel meer. Dat is nu niet meer zo hoor. Ik heb lak aan zoiets. Het zal mij een zorg zijn of het een boerenvrouw of een doktersvrouw is die naast me zit. Het is heel erg geweest in het begin. Je ging niet met iemand uit die andere straten om. Ik vond dat heel erg, maar goed, ik heb het overleefd.’’
Landschapsbeheer Flevoland, interview van Willy Heukers-ten Bosch met mevrouw Engelien Wagenaar-Damstra, 1 december 2008 (Bron: http://www.flevolandsgeheugen.nl )

De ontwikkeling van de stad en de stadsgebieden

Het definitieve plan van Pouderoyen werd goedgekeurd door de Planologische Commissie van de Wieringermeerdirectie, die in 1947 voor de Noordoostpolder in het leven was geroepen. In deze commissie hadden ook Verhagen en Granpré Molière zitting. Pouderoyen gebruikte veel elementen uit het eerste plan dat in 1939-1940 door Verhagen werd getekend. Als volgeling van Granpré Molière hield hij vast aan de traditionele stedenbouw van de Nederlandse polderstad. Typisch zijn bijvoorbeeld de singelgracht en het traditionele stads-silhouet met de poldertoren (watertoren).

1947-1959: Planologische Commissie Wieringermeerdirectie‘Bevorderen en beoordelen van de ontwerpen van de Nederzettingen in de Noordoostpolder’

Voorzitter & hoofd directie Wieringermeer: Smeding
Stedenbouwkundigen: Granpré Molieré, Verhagen
Sociografisch adviseur: Hofstee
Hoofd Afd. Inrichting IJsselmeerpolders: vd. Bom
Openbaar lichaam ‘de Noordelijke Polder’: Blaauboer
Sociaal economische afdeling Directie: Groenman en Minderhoud
Landbouwkundige afdeling: Steen
Secretaris Directie: Ebbens
Staatsbosbeheer: Boodt, Malsch, Overdijkink
Landschapsarchitect en adviseur Staatsbosbeheer: Bijhouwer
Ministerie Verkeer en waterstaat: Aangenendt 
Rijksdienst voor het Nationale Plan: Boissevain, Burger, Winsemius

Bron: Nieuwe dorpen op nieuw land
04 Goedgekeurd plan DWM811
Goedgekeurd plan, 1947-1948, Ir. Pouderoyen. (bron: NLE)
Hoogte 31.48 - 10-04-1958-2
14 a Nieuwbouw Emmeloord 1943
Poldertoren in de steigers, 1958 (bron: Gemeente Noordoostpolder) Nieuwbouw Emmeloord 1943 (bron: ANP Historisch  Archief)
oorspronkeleijke plan 1 3
Hoogte 52 NAP - 19-09-1958
Bouwfoto Poldertoren, 1958 (bron: Gemeente Noordoostpolder) Het oorspronkelijke plan (donkerrood)  is nog altijd goed beleefbaar, onder andere door de vaarten en het stadsbos, die het gebied markeren. Nieuwe stadsgebieden (roze) hebben zich ontwikkeld rond de stadskern. De groene mantel (donkergroen getekend) vormt een duidelijke grens tussen de polder (wit) en de nieuwe bebouwingsschil

De bouw van Emmeloord startte na de Tweede Wereldoorlog en droeg in belangrijke mate bij aan de wederopbouw van Nederland na de oorlog. Het oorspronkelijke plangebied van Emmeloord heeft zich gestaag ontwikkeld binnen de vaarten en over de vaart.
Het overgrote deel van de openbare ruimte en bebouwing van het oorspronkelijke plan is nog aanwezig en goed herkenbaar. Wel hebben ontwikkelingen als de groeiende bevolking, de toenemende betekenis van de stad als regionaal voorzieningen- en bedrijvencentrum, het toenemend autogebruik en het verdwijnen van de handel via het water, veranderingen gebracht in het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte. Er zijn bijvoorbeeld nieuwe woon- en werkgebieden ontwikkeld. Er is veel ruimte gemaakt voor parkeren. Het doorgaand verkeer vanaf de Boslaan en de Nagelerweg wordt nu rond de Deel geleid en er zijn nieuwe gebouwen geplaatst op diverse open plekken, waaronder langs de oevers van de vaarten. Aan de noordzijde van de stad is een eerste tracé aangelegd van de noordelijke randweg.
Als deze in westelijke richting wordt door-getrokken en aangesloten op de Espelerweg, zal een nieuwe rondweg gerealiseerd zijn.

We onderscheiden de volgende periodes en samenhangende stadsgebieden in de ontwikkeling van Emmeloord:

Periode 1943-1950

  • De eerste huizen van Emmeloord in aanbouw in het jaar 1943.
  • Aan de Distelstraat waren de eerste bedrijven en winkels gevestigd.
  • Later nam de Lange Nering de winkelfunctie over. Ook auto’s waren hier nog welkom.
  • De Beursstraat was eerder de volwaardige verbinding van de Boslaan met de Nagelerweg. Nu wordt het verkeer omgeleid.
1,4 c Beursstraat 1959 1,4 d Lange Nering 1,4 b Distelstraat 1949
Beursstraat 1959 Lange Nering Distelstraat 1949

Vanaf 1950

  • De luchtfoto laat zien hoe ver de stad ontwikkeld was in 1950.
  • De stad wordt volwassen, met een eigen burgemeester en een gemeentehuis voor de hele polder.
  • Ook heeft Emmeloord een eigen beursgebouw.
De eerste burgemeester F.M. van Panthaleon
baron van Eck 1962
1,4 b noordoostpolder 14B 300x410 1,4 c visserplein gemeentehuis 1961
Gemeentehuis Visserplein 1961
1,4 a luchtfoto 1950 1,4 d beursgebouw 1952
Beursgebouw 1952
Luchtfoto 1950
1,4 a ansicht1 ansicht2
Zicht op de poldertoren jaren 60, Groeten uit Emmeloord jaren 60, Groeten uit Emmeloord jaren 70, Ziekenhuis 1972, De Golfslag
1,4 a luchtfoto 1972
 Luchtfoto 1972

Vanaf 1950 woon- en voorzieningenstad

  • In het begin zijn de kerkelijke stromingen nadrukkelijk in beeld.
  • Later toont de stad zich als geheel. Er worden met name beelden getoond van De Deel en de poldertoren.
  • Vanaf de late jaren zestig presenteert de stad zich als plezierige woonstad, met voorzieningen als een modern verzorgingstehuis en een groot ziekenhuis.

Vanaf 1950 woon- en voorzieningenstad

  • Opvallend is dat Emmeloord zich nauwelijks presenteert als landbouwstad, werkstad of industriestad, maar vooral als woon- en voorzieningenstad.

Woongebieden 1960 – 1985

Uitbreidingen buiten het oorspronkelijke plan (vanaf de jaren zestig)
De uitbreidingen van de oorspronkelijke stad waren ruim opgezette middenstandswijken met bijbehorende woningen en appartementen.
Inmiddels zijn de woningen deels verouderd en voldoet een aantal woningen niet meer aan de huidige vraag. Er ligt in delen van deze wijken, maar ook elders, een aanzienlijke herstructureringsopgave.

1,4 a planwest luchtfoto 1,4 d Europalaan
Plan West luchtfoto (bron: http://www.Emmeloord.info ) Europalaan (bron: http://www.Emmeloord.info )
1.4 c Donaustraat 1.4 b Plan West
Plan West, Donaustraat (bron: http://www.Emmeloord.info ) Europalaan (bron: http://www.Emmeloord.info )

‘Bloemkool’wijken

Na de jaren zestig kwam er steeds meer kritiek op de traditionele en modernistische stedenbouw. In het spoor van nieuwe ideeën over democratie, milieubewustzijn en emancipatie ontstond een afkeer van de top-down benadering uit de periode 1945-1965. Zo ontstond er in de jaren zeventig een ontwerpstroming, met oog voor de menselijke maat. Er werd gepleit voor kleinschaligheid, diversiteit, ontmoeting en het wonen in laagbouw. Deze wijken worden gekenmerkt door een vrijheid in wonen die tot uitdrukking komt in een eclectische vorm van architectuur (verschillende bouwstijlen) en een grillige stedenbouwkundige structuur. Dit leidde tot bijnamen zoals bloemkoolwijken of ‘easytowns’. Het stedenbouwkundig ontwerp is niet hiërarchisch opgezet. Voor de bezoeker is de oriëntatie niet eenvoudig.

De uitbreidingen na 1970, zoals De Zuidert en Espelervaart (met name het westelijke deel) zijn zogenoemde ‘bloemkoolwijken’. Deze wijken zijn opgebouwd uit hofjes en woonerven, met kronkelende straten en paden. Vaak is er een enkele hoofdontsluiting in de vorm van een ringweg, die meestal alleen is te herkennen aan de verharding met asfalt. De woonbuurtjes en hofjes zijn verbonden aan deze ringweg en hebben vaak een dood- of rondlopende straat. Hierdoor zijn de woongebieden relatief autoluw.

DNA Emmeloord voorbeeld bloemkoolwijk De Zuidert 1,4 a De Zuidert Berkhoutlaan
Voorbeeld ‘bloemkoolwijk’ De Zuidert Berkhoutlaan

Woongebieden na 1985: de Vinex-tijd en de tijd van het Wilde Wonen  

Groei naar het noorden
Na de jaren tachtig startte de bouw van de uitbreidingswijken naar het noorden van Emmeloord. De behoefte aan woningen was nog altijd aanwezig. De nieuwe schil rond het oorspronkelijke plan sloot zich aan de noordflank.

Bouwen in de tijd van ‘Vinex-wijken’
Waterland en Emmelhage zijn gebouwd ten tijde van de uitvoering van de ‘Vinex’. Vinex is de afkorting voor Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, een nota ruimtelijke ordening van het Nederlandse ministerie van VROM uit 1991. Deze nota, een vervolg op de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening uit 1988, bevat uitgangspunten voor de bouw van nieuwe woningen vanaf 1995. Het gaat om een totale woningbouwtaak van 634.800 woningen tot aan het jaar 2015.
Het betreft veel grote nieuwbouwlocaties, die projectmatig zijn aangewezen en uitgevoerd in overleg tussen rijk, provincies en gemeenten. De locaties zijn vaak monofunctioneel (alleen woningbouw) en omvatten veel dezelfde woningen in rijtjes.
(bron: Wikipedia)

Lang niet alle wijken uit deze periode zijn zogenaamde ‘Vinex’-wijken. De twee woonwijken in Emmeloord van na 1985 zijn in principe te kleinschalig om te behoren tot deze categorie. Toch ademen Waterland en Emmelhage aan de rand van de stad de sfeer van een ‘Vinex’-wijk. Er staan bijvoorbeeld veel reeksen van dezelfde woningen en de wijken hebben nog geen eigen voorzieningen.

1,4 b voorbeeld Vinex Waterland in Vinex-tijd gebouwd
 Voorbeeld ‘Vinex’-bebouwing Waterland

Bouwen volgens de ideeën van ‘Het Wilde Wonen’
Het Wilde Wonen is een radicaal concept dat vooral is uitgedragen door de architect Carel Weeber. Hij introduceerde het begrip in 1997 in een interview met Bernhard Hulsman, redacteur van het NRC Handelsblad. Een jaar later werd door Weeber tevens een boek gepubliceerd met de titel ‘Het Wilde Wonen’. Het Wilde Wonen was onder meer gericht tegen het door Weeber zelf geïntroduceerde fenomeen van de ‘staatsarchitectuur’, waarbij bewoners allemaal in dezelfde huizen wonen en nauwelijks de kans krijgen zich te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn zeeën van identieke rijtjeshuizen, vaak geassocieerd met ‘Vinex’-wijken. Tegenover deze tendens van ‘allemaal in hetzelfde huis wonen’ stelt Weeber dat bewoners zelf zouden moeten bepalen hoe hun huis eruit ziet, opdat ze hun eigen gang kunnen gaan en daarbij niet gehinderd worden door beknellende wetten en regelgeving. In Emmelhage zijn deze ideeën op bescheiden wijze terug te herkennen in veel vrijstaande woningen met een eigen karakter.

1,4 a Emmelhage Jeanne D'arclaan 1,4 b borneo
Emmelhage, Jeanne D’arclaan Voorbeeld van bouwen volgens de ideeën van ‘Het Wilde Wonen’

Bedrijventerreinen in het oorspronkelijk plan en na 1960

De eerste bedrijfsgebouwen in Emmeloord zijn gelegen aan de Urkervaart en maken onderdeel uit van het oorspronkelijke plan. Ze werden gebouwd voor 1960. Aan de straatzijde bepaalden de stevig beplante en ruime groene polderstraten het beeld. Het vervoer over het water was toen nog van groot belang. Langs de Nagelerweg waren meer zichtlocaties, daarachter bedrijfsgebouwen, waar de nadruk meer lag op functionaliteit dan zichtbaarheid. Langzamerhand verloor het transport over het water betekenis en werd transport over de weg belangrijker. De waterzijden werden achterzijden. De voormalige ‘voorkanten’ aan het water werden meer en meer gebruikt als ‘achterkanten’ en verrommelden. Vervolgens werden de nieuwe representatieve bedrijventerreinen langs de nieuw aangelegde snelweg gelegd. Nu bepalen de bedrijven vanaf de snelweg grotendeels het beeld dat passanten van Emmeloord hebben.

1,4 a Urkervaart 1,4 b Veerkade met Schippersbeurs
Urkervaart op de achtergrond (bron: http://www.emmeloord.info ) Schippersbeurs aan de Urkervaart (bron: http://www.emmeloord.info )

Historische ontwikkeling – Entrees en randen

Oorspronkelijk kwamen bezoekers Emmeloord binnen via de zorgvuldig vormgegeven entrees van het stadskruis en het polderkruis. Van drie zijden, noord, oost en west, kwam men eerst door de groene mantel. Vanuit het zuiden was er ruim zicht op het stadsfront aan het water. Deels in de buurt van de bruggen markeerden vrijstaande modernistische gebouwen met een maatschappelijke functie de entrees.
De aanleg van nieuwe wijken heeft de entrees veranderd. Het zorgvuldig vormgegeven moment van de stad binnenkomen, bij de brug en een belangrijk gebouw, is van betekenis veranderd. Nu zijn het entrees vanuit de nieuwere wijken naar het oorspronkelijke plan. De nieuwe entrees zijn minder helder vormgegeven, hoewel er deels wel een nieuwe groene mantel werd aangelegd als overgang van de stad naar de polder. Een belangrijk openbaar gebouw ontbreekt echter vaak. De komst van de rijksweg veranderde veel. Omdat het aantal afritten beperkt is, is een aantal oorspronkelijke entrees in belang afgenomen. Anderen werden juist belangrijker. De zuidoostelijke
entree vanaf de snelweg gaat nu via een eerder ondergeschikte entree via het bedrijventerrein.

1,4 a bailybrug 1,4 b ziekenhuis
Baileybrug over de Espelervaart (bron: http://www.emmeloord.info ) Ziekenhuis (bron: http://www.emmeloord.info )

Historische ontwikkeling – Stad aan de snelweg

De weg van Lemmer naar Kampen vormde oorspronkelijk samen met de weg van Urk naar Marknesse het polderkruis. Door de aanleg van de Flevopolder en de snelweg is het eerder evenwichtige belang van de vier richtingen veranderd. Er is nu eigenlijk geen kruis, maar eerder een T-splitsing: de oostelijke aansluiting ontbreekt. Bovendien zijn er maar twee afritten en is daarmee het belang van de kruising van de Marknesserweg met de snelweg sterk afgenomen.
De beleving van de stad vanaf het polderkruis is ook sterk veranderd. Eerder was er ruim zicht op de stad aan de zuidzijde, toen de stad zich open toonde aan de Zuiderkade. Door de aanleg van wijken (met name De Zuidert) veranderde het beeld. Nu is slechts op afstand en enkel bij zorgvuldige aanschouwing de poldertoren te zien.
Verder bepalen het groen en de bedrijfsgebouwen het beeld aan de snelweg.

1,4 a 1,4 b 1,4 c
Bedrijven aan de A6 richting Lemmer

Historische ontwikkeling – Stad aan het water

Oorspronkelijk was het water een belangrijke transportroute voor de handel en industrie. De vaarten vormden ook de begrenzing van het oorspronkelijke plan. De bruggen (eerder nog veerponten) over de vaarten markeerden de binnenkomst in de stad. Het stadsfront aan de Zuiderkade bepaalde het beeld van Emmeloord aan de zuidzijde.
Het belang van het transport over het water is afgenomen. Door de groei van de stad over de vaarten heen was het moment van het passeren van het water ook niet meer het moment van binnenkomst in de stad. Sinds enkele decennia wordt de waterzijde weer belangrijker. Wonen aan het water is aantrekkelijk, de beleving van het water in de openbare ruimte wordt meer gewaardeerd en de aandacht voor het watertoerisme (toerisme op en langs het water) in de Noordoostpolder neemt toe.

1,4 a brug espelervaart 1,4 b Nagelerbrug
Espelervaart (bron: http://www.Emmeloord.info ) Nagelerbrug (bron: http://www.Emmeloord.info )

Het stads-DNA van Emmeloord

De polderstad
De polderstad Emmeloord ontleent haar naam aan het dorpje op de noordpunt van het voormalige eiland Schokland. Dit eiland lag in de Zuiderzee. Het dorpje heette vroeger (1478) Emelwerth. Eem, het eerste deel van Emel, komt van het Germaanse ami, een algemene aanduiding voor een natuurlijk waterverloop. Werth betekent wierde (terp). Vanaf 1650 is te zien dat de naam is omgezet naar Emeloirt. De overgang van werth naar oirt heeft waarschijnlijk te maken met de afbrokkeling van het eiland Schokland. Daardoor was Emelwerth steeds minder een terp (heuvel in het land) en kwam steeds meer op de punt (oirt) van het eiland te liggen. In 1859 is het eiland op last van koning Willem III ontruimd.

Emmeloord is ontworpen als de stad van de Noordoostpolder. Het oorspronkelijke plan is tussen 1939 en 1950 gemaakt. Het definitieve ontwerp werd gemaakt in de periode 1942-1948. De stad is gebouwd op de plaats waar de Urkervaart, de Zwolse vaart, de Espelervaart en de Lemstervaart en de hoofdwegen die de polder doorkruisen bij elkaar komen. Emmeloord ligt op vergelijkbare afstand van alle dorpen, die in een ring rond de stad liggen. De stad verschilt van de dorpen door de grotere ruimtelijke complexiteit, en natuurlijk een regionaal winkelcentrum in het hart van de stad en de polder. De kern van het centrumgebied bestaat uit de stadsbrink De Deel en de Lange Nering, de winkelstraat van 600 meter lang die op de stadsbrink uitkomt. Het centrumgebied van de stad wordt omringd door kleinschaliger woonwijken. De wijze waarop de stad en het winkelcentrum verbonden zijn aan de polderverkaveling en polderkenmerken
(plaats Poldertoren, brandpunt stadskruis, richting verkaveling, lange lijnen enz. enz.) benadrukken de functie van Emmeloord als centrum van de polder. Op 15 december 1943 werd het eerste huis van Emmeloord betrokken. De aanleg van de stad en de dorpen vond plaats met ongeveer 5000 arbeiders in verspreid liggende kampen.

04 Goedgekeurd plan DWM811
Goedgekeurd plan, 1948, Ir. Pouderoyen (bron: NLE)
04 schetsen Lange Nering www.flevolandbovenwater.nl 9008089 1950 123456
Schets Lange Nering,
Directie Wieringermeer, 1950 (bron: NLE)
Maquettefoto oost-west verbinding: singelgracht en centrum, 1950
(bron: NLE)
nls2-Zeeasterstraat 25 Espelerlaan www.flevolandbovenwater.nl 9010951 1952 Potuyt
Foto eerste woningen, gebouwen en groen in Emmeloord: Zeeasterstraat (bron: NLE) Foto eerste woningen, gebouwen en groen in Emmeloord: Singel Espelerlaan,1947 (bron: NLE)
11 Nagelerbrug 9011395 www.flevolandbovenwater.nl  kopie Straatprofielen Emmeloord ca. 1947 onkruidbuurt NLE
Brug en hoekgebouw Urkervaart, met uitzicht op de hervormde kerk, 1953 (bron: NLE)
01 26 Vreewijk Rotterdam ontwerp straatprofielen 1920
Straatprofielen Vreewijk, ca. 1920 Straatprofielen Emmeloord, ca. 1947

De groene polderstad
Emmeloord is ontworpen als een groene polderstad. Het groen werd gezien als belangrijke kwaliteit voor de leefomgeving.
In het kader van dit onderzoek naar het DNA van Emmeloord is een eerste verkenning gedaan naar de ontwerpschetsen en ontwerpvarianten, die schuilgaan achter het goedgekeurde plan uit 1947-1948.
Daarnaast is er veldwerk verricht om de bestaande groenstructuur te beoordelen. Als resultaat van de deze verkenningen is een overzicht gemaakt van de categorieën groen, die Emmeloord rijk is (zie ‘Groen-DNA’ verderop in dit hoofdstuk).
De groenstructuur van Emmeloord is zo samenhangend en krachtig, dat zij misschien wel net zo tijdloos is als het groenontwerp van bijvoorbeeld Vreewijk Rotterdam (door architectenbureau Granpré Molière, Verhagen en Kok).
In Vreewijk maakte het groenontwerp destijds –net als in Emmeloord- integraal deel uit van het stedenbouwkundige plan. Marinke Steenhuis (cultuurhistoricus) schrijft over het werk van Verhagen in Vreewijk in haar dissertatie ‘Stedenbouw in het landschap, Pieter Verhagen (1882-1950)’, het volgende:

‘’Grote soberheid was volgens de ontwerpers het hoofdkenmerk van het gehele plan. ‘Soberheid was een ‘gebiedende eisch’. ‘(…) niet alleen om stichting, administratie en onderhoud van zulk een groot complex mogelijk te maken, maar ook om de verveling en eentonigheid te vermijden, die een ontelbare herhaling van op zichzelf wellicht aardige hoekjes, topjes, doorkijkjes enz. onvermijdelijk meebrengt. Er is daarentegen gezocht naar de schoonheden, die bij den aard van zulk een plan behooren, naar grote perspectieven, ruime inzichten in binnentuinen, afwisseling van zonnige straten en met beschaduwde lanen, naar breede aaneengesloten groene gordels, naar markante plaatsing van domineerende gebouwen, enz.’ De variatie werd dus niet in de architectuur gezocht, maar in de compositie van de openbare ruimte. Door wisselende straatbreedtes en –verharding, gevarieerde boombeplanting, stoepen en voortuinen afgestemd op de bezonning, werd het ritme van noord-zuid straten een reeks van stedelijke interieurs. De architectuur was sober’’.
(uit: M. Steenhuis, Stedenbouw in het landschap, Pieter Verhagen, (1882-1950), p.142)

Deze tekst had ook geschreven kunnen zijn voor het stedenbouwkundig plan van de stad Emmeloord en haar groenstructuur. Zo werd in Vreewijk als het ware het recept voor het ‘stedelijke dorp’ uitgevonden.
Hierna komen Molière en Verhagen in hun vervolgontwerpen op andere plaatsen terug op de lessen die zij hebben geleerd in tuindorp Vreewijk. De kennis en de ontwerpmotieven, die zijn ontstaan tijdens het tuindorpontwerp van Vreewijk gaven de ontwerpers ongetwijfeld veel inspiratie en houvast voor Emmeloord. In Emmeloord werd het gedachtengoed voor ‘het stedelijke dorp’ vertaald naar het ontwerp voor een ‘tuinstad’.

‘Tuinstad’ Emmeloord
Het ontwerp van de groenstructuur vloeit voort uit de ontwerptraditie van tuindorpen en –steden. Kok, Granpré Molière en Verhagen lieten zich al vroeg inspireren door Engelse tuindorpen en de tuindorp-gedachte. Zij bestudeerden vroeg in hun carrière de verkavelingen en de sociale en welzijnsaspecten.
De tuindorpgedachte is ontstaan eind negentiende eeuw in Duitsland en Engeland ten tijde van de industrialisatie, waar de arbeidsomstandigheden erbarmelijk waren en de woonomstandigheden ook. In deze twee landen werd de formule ontwikkeld van het wonen in een sober en doelmatig huis, met een eigen moestuin, met ruim openbaar groen op enige afstand van de vervuilende fabrieken en de verleidingen van de stad. De achterliggende gedachte was dat een arbeider, die gezond leeft, een dak boven zijn hoofd heeft, thuis kan ontspannen na het werk, zijn kinderen een schoolopleiding kan bieden, een gelukkig leven kan leiden. Deze arbeider is ook een hardwerkende arbeider. Het grootste deel van de bevolking van de Noordoostpolder bestond in het begin uit (land)arbeiders. Dit verklaart mede, dat veel kenmerken van de tuindorpgedachte zijn terug te herkennen, van stedelijke groenstructuur tot tuinkavel en moestuin.

Er is geen groot beplantingsplan voor Emmeloord. Wel is er een duidelijke hiërarchie, er zijn straatprofielen en er zijn verkavelingsschetsen met groenuitwerking. Het privédomein van de woningen werd gescheiden door een haag, dit benadrukte de overgang van privé naar openbaar, de privacy en geeft een samenhangend beeld aan de straat. Verhagen en Molière bepleitten bij hun plannen een sobere architectuur, met vergelijkbare kaphellingen en materialen.
De variatie werd gezocht in het groen en de manier waarop de woningen zijn geplaatst, met grote tuinen en met weinig verspilde ruimte. Dit is onverminderd van toepassing in het ontwerp van Emmeloord en blijkt uit de gevarieerde profielen die voor de groene polderstraten werden ontworpen, waardoor elke straat een eigen karakteristiek en sfeer kreeg.

Groen-DNA
Het oorspronkelijke plan van Emmeloord kende een strakke en regelmatige opzet gebaseerd op de polderverkaveling, met een robuuste groenstructuur. Tussen de verschillende wijken en buurten werd een stramien van groene polderlanen en singels aangebracht. Iedere buurt kreeg een brinkruimte. Deze groene, pleinachtige ruimten hadden een functie als ontmoetingsplaats. Vaak werd er bijzondere bebouwing met een maatschappelijke functie aan gekoppeld, zoals een school of kerk. Deze gebouwen onderscheidden zich in het stadsplan qua hoogte en vooral in enscenering in het straat- en pleinprofiel. Ze kregen vanwege toetreding van licht en lucht een vrije ligging in de ruimte met een groene omlijsting zodat ze zich in het stadsplan zouden voordoen als groen element.
Naast de groene polderstraten in de buurten en de hoofdwegen met hun begeleidende lanen en singelbeplantingen werden de verschillende waterwegen ook tot belangrijke onderdelen van de groenstructuur van de polderstad gemaakt. Er is een singelgracht met groene oevers door het centrum. De verschillende vaarten hebben brede groene oevers en zijn op veel plekken met paden openbaar toegankelijk gemaakt.
Tenslotte werd het oorspronkelijke plan voorzien van een stadsbos en een groene mantel rond de stad. De vier belangrijke entreegebieden (stadspoorten) van de stad, en de belangrijke entrees van de wijken, werden ontworpen als groene pleinachtige ruimtes. Hier stonden vaak bijzondere gebouwen aan een plein of in clusters in het groen.

De stad werd daarmee op elk schaalniveau voorzien van groen. De oorspronkelijke groenstructuur is volgroeid en van hoge waarde voor de stad. Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden zijn in de loop van de jaren veel groenstructuren toegevoegd, aansluitend op de bestaande groenstructuur. Er is daardoor een sterke samenhang. De stad heeft ondanks haar gestage groei veel van haar oorspronkelijke karakteristieken behouden.

1 Groene Polderlaan Espelerlaan gezien vanaf de Espelerweg 2 Groene singel Espelerlaan ter hoogte van de Acacialaan 3 Buurtbrink aan de Botterstraat
Groene polderlaan, Espelerlaan gezien vanaf de Espelerweg Groene singel, Espelerlaan ter hoogte van de Acacialaan Buurtbrink aan de Botterstraat
4 Groene polderstraat Meidoornstraat 6 Singel met groene oevers ter hoogte van het Smedingplein 8 Stadspoort evenementerrein aan de MarknesserwegKamperweg
Groene polderstraat, Meidoornstraat Singelgracht met groene oevers, ter hoogte van het Smedingplein Stadspoort, evenemententerrein aan de Marknesserweg/Kamperweg
5 Groene polderstraat Duizendknoopstraat 7 Groene openbare oever UrkervaartGroene openbare oever Urkervaart 9 Cluster in het groen Emelwerda college aan de Peppellaan
Groene polderstraat, Duizendknoopstraat Groene openbare oever, Urkervaart Cluster in het groen, Emelwerda college aan de Peppellaan

Stads-DNA
Emmeloord werd ontworpen voor 8.000 – 10.000 inwoners. Ondertussen bestaat de stad uit bijna drie maal zoveel inwoners. Rond de kern, het oorspronkelijke plan, is een nieuwe schil van woongebieden en bedrijventerreinen gegroeid. Ook is de rijksweg A6 aangelegd. Op sommige plaatsen is in de nieuwe gebieden gebouwd met veel kenmerken van de oorspronkelijke stadskern en het ‘Noordoost-polder-DNA’. Op andere plaatsen is juist gebouwd met andere onderliggende ontwerpgedachten. Er is onderzocht hoe de ontwerpen van de stadskern en de omliggende stadsgebieden in elkaar zitten en wat de achterliggende ontwerpgedachten zijn. Vervolgens is gekeken waar en hoe het ‘Noordoostpolder-DNA’ herkenbaar en beleefbaar is.

Wat maakt Emmeloord familie van de dorpen?
Het stadsontwerp van Emmeloord toont veel overeenkomsten met de polderdorpen. Zo is er een duidelijke hiërarchie tussen hoofd- en zijstraten. De stad kent een stadsbrink, zoals de dorpen een dorpsbrink kennen. De stad is aan drie zijden voorzien van een groene mantel. Dit is een brede bos- en groenzoom met multifunctioneel karakter, net als bij de dorpen. De groene mantel markeert de oorspronkelijke overgang tussen de stad en het omliggende landbouwareaal en dient tegelijkertijd als windstopper en recreatiegebied.
Daarnaast kent het oorspronkelijke plan voor Emmeloord -net als in de dorpen- lange rechte straten met lange woonblokken en kennen de hoofdwegen bij het binnenkomen van de bebouwde kom een knik. Ook in de stad liggen de centrale voorzieningen geclusterd rond en nabij de stadsbrink. Er is bedrijvigheid aan de randen en er zijn zowel in het oorspronkelijke plangebied als in de uitbreidingswijken groene poldersingels en -straten.

wijkbrink Plein Almere
Voorbeeld van een wijkbrink in de stad (Emmeloord, Plein Almere)
44-211
Voorbeeld van een buurtbrink in de stad (Emmeloord, Botterstraat)
44-212
Voorbeeld van een dorpsbrink (Marknesse)
DNA Emmeloord-1 Groene mantel groene mantel dorp Bant
Groene mantel stad (Emmeloord) Groene mantel dorp (Bant, op de DNA kaart Bant uit ‘Polderdorpen’)
singelgracht Emmeloord bepalend voor het beeld toen en nu 45-211
De singelgracht van Emmeloord Brugbrink Nagelerstraat (bron: gemeente Emmeloord)

Wat maakt Emmeloord tot polderstad?
Er zijn ook verschillen tussen de polderstad en de polderdorpen. Zo onderscheidt de polderstad zich van de dorpen door het stadskruis. De stad kent een hiërarchisch onderscheid tussen wonen, werken en voorzieningen. Er liggen in de stad meer voorzieningen dan in de dorpen. Het centrum ligt op een centrale plek en kent in richting en vorm een andere structuur dan de woongebieden. Naast de centraal gelegen voorzieningen, zijn er meerdere clusters van voorzieningen verspreid in de stad, op herkenbare wijze bij de stadsentrees, kruisingen van belangrijke wegen, de entrees van de meeste wijken en bij de verschillende stedelijke brinkruimtes. Deze voorzieningen zijn -hetgeen ook verschilt van de dorpen- gebouwd als clusters van solitaire gebouwen in groene gebieden. Door de publieke en bijzondere gebouwen te situeren op belangrijke plekken in de stad ontstonden op natuurlijke wijze stedelijke ontmoetingsplaatsen. Emmeloord heeft in tegenstelling tot de polderdorpen veel water, een singelgracht (water) en er zijn groene singels, die het stedelijk karakter versterken. Het oppervlakte aan bedrijventerreinen is relatief groter dan in de meeste dorpen. Emmeloord had net als de dorpen een groene mantel, maar niet rondom de stad. Aan de zuidwestzijde lagen de bedrijven- en industrieterreinen. Aan de zuidoostzijde had Emmeloord een stadsfront (stadsgezicht aan het open landschap). Hier lagen de bebouwing, de openbare kade en de loswal aan de Urkervaart, goed zichtbaar vanuit het open landschap. Op de plaats van de open polder (waar het stadsfront op uitkeek) ligt nu de meest zuidelijk gelegen woonwijk van Emmeloord, De Zuidert, deels omzoomd door de groene mantel. De treinverbinding, die het stadskarakter van Emmeloord nog meer zou benadrukken, is er nog niet gekomen.

Het stads-DNA van Emmeloord
Het stads-DNA geeft de belangrijkste (wederopbouw en hedendaagse) waarden aan op het gebied van landschap, stedenbouw en architectuur. Het gaat om structuren -oorspronkelijk gepland en in de loop van de jaren gegroeid- die in samenhang kenmerkend zijn voor de polderidentiteit van de polderstad Emmeloord. Dit hoofdstuk geeft een bondig overzicht van alle belangrijke ruimtelijke waarden, die deels beschreven staan in de hieraan voorafgaande hoofdstukken.

1    De groene mantel.
2    De groene polderstraat /-laan.
3    De groene singel.
4    Groene en openbare oevers.
5    Stads-, wijk-, buurt- en brugbrink.
6    Het stadskruis.
7    Wonen noord-zuid, centrum oost-west.
8    Van Delfts Rood tot Delfts Wit.
9    Cluster van voorzieningen in het groen.
10   Stadspoorten.
11   Bedrijven aan de rand en aan het water.
12   Lange straten, lange blokken.
13   Bijzondere hoeken.
14   Vizier naar het landschap.
15   Zicht op de poldertoren.

DNA Emmeloord-stadsniveau

NLS-DNA Emmeloord-gbkn 301012 Stadsniveau

Het stads-DNA van Emmeloord op de kaart en in beelden

1. De groene mantel
De groene mantel is de multifunctionele brede groenzoom, die de polderstad aan drie zijden omsluit. De groene mantel omvat paden, sportvelden, een begraafplaats, volkstuinen etc.
De groene mantel omvat minimaal een robuuste groenstrook van bomen van de eerste grootte (afmeting bomen, in dit geval de grootste maat bomen), met gras en/of onderbegroeiing en een voetpad. Ze wordt vaak begrenst door sloten. Afhankelijk van de maat en schaal van de bebouwing en achterliggende stedelijke structuur is de groene mantel breder of smaller (een stadsmantel is bijvoorbeeld breder en omvat meer functies dan een dorpsmantel. Afhankelijk van de functies, die in de groene mantel zijn opgenomen zal de groene mantel ook van maat verschillen). Alle tien polderdorpen en de polderstad kennen een groene mantel.
In tegenstelling tot de polderdorpen heeft Emmeloord geen groene mantel aan de zuidzijde van de stad. Hier had de stad een gebouwd front gericht op de polder en bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinen zijn uitgebreid tot aan de nieuwe rijksweg.

DNA Emmeloord-1 Groene mantel
De groene mantel van Emmeloord

2. De groene polderstraat
In het oorspronkelijke ontwerp zijn bijna alle straten groen. Emmeloord kent nog vele ‘groene polderstraten’. Kenmerkend zijn de ruime straatprofielen met groene bermen. Het geeft Emmeloord een parkachtig karakter. De groene straten, singels en groene mantel maken de polderstad tot een groene oase in de open polder.

02 de groene polderstraat 2
De Plevierenstraat

3. De groene poldersingel
Er zijn drie brede groene poldersingels langs de hoofdwegen en wijkontsluitingswegen vanuit het noorden. Ook ligt er een groene singel langs de singelgracht. Deze poldersingels bieden structuur aan de stadskern, dragen bij aan de oriëntatie in de stad en geven het onderscheid aan tussen de verschillende wijken. Emmeloord ontleent mede aan deze groene singels haar groene parkachtige karakter.

07 de groene poldersingel Sportlaan
Sportlaan

4. Groene en openbare oevers
Emmeloord is ontworpen als een stad met groene en openbare oevers langs de drie vaarten. De Urkervaart – Zwolse Vaart, Lemstervaart en Espelervaart omvatten brede luwe oevers met paden. Het oorspronkelijke stadsfront aan de Zwolse Vaart heeft niet meer het zicht op de open polder, maar is nog altijd groen en openbaar. Er zijn aanlegplaatsen en er is veel ruimte voor wandelaars.

1 waterfront groene openbare oevers nls305 waterfront groene en openbare oevers
De Lemstervaart De Urkervaart

5. Stadsbrink, wijkbrink, brugbrink en buurtbrink
De Polderstad heeft net als de dorpen brinken. Deze zijn in maat en schaal vertaald naar het schaalniveau van de stad. De ‘stadsbrink’ wordt De Deel genoemd. Hier staat de poldertoren, het architectonische hoogtepunt van de polder, waarmee het brandpunt van de stad extra wordt benadrukt.
Op en aan de stadsbrink bevinden zich het busstation, voorzieningen, het theater en het winkelcentrum. Bij de ontwikkeling van Emmeloord werd begonnen met de aanleg van de stadsbrink en het stadscentrum.
De benodigde voorzieningen waren hierdoor vanaf het begin aanwezig. In het oorspronkelijke ontwerp is de stadsbrink een royaal open plein met aan de zuidzijde een brede groensingel en aan de noordzijde gebouwen in het groen.
Emmeloord heeft niet alleen een stadsbrink, maar ook brugbrinken, wijkbrinken en buurtbrinken. Ook deze pleinachtige ruimtes zijn groen en worden minimaal aan drie zijden omsloten door bebouwing. Vaak liggen er publieke gebouwen of maatschappelijke voorzieningen aan de brink.

stadsbrink De Deel wijkbrink Plein Almere
Stadsbrink De Deel Wijkbrink plein Almere
3 buurtbrink nls3brugbrink Kettingstr gem. Emmeloord
Buurtbrink Botterstraat Brugbrink Nagelerstraat

6. Het stadskruis en het polderkruis
De kruisende wegen van het polderkruis (groen) verbinden de centraal gelegen polderstad met de polder en het oude land. Het ‘stadskruis’ (geel) markeert het brandpunt van de polder en de stad. De stadsbrink met poldertoren benadrukken dit brandpunt.
Belangrijke functies liggen aan de stadsbrink en het stadskruis.

het stadskruis en het polderkruis
Stadskruis en polderkruis

7. Wonen noord-zuid, centrum oost-west
Het oorspronkelijke plangebied kent twee hoofdrichtingen.
De woongebieden zijn noord-zuid georiënteerd. Het centrumgebied is oost-west georiënteerd. Dit is goed te zien op de maquette van het oorspronkelijke plan en is nog altijd zichtbaar in de stad. Het verschil in richting tussen het centrum en het wonen was oorspronkelijk bedoeld om de oriëntatie te vergemakkelijken en het onderscheid tussen de woongebieden, werkgebieden en het centrum te vergroten.
Dit principe werkt ook nu nog door.Het centrum van Emmeloord is niet alleen het voorzieningencentrum van de stad, maar ook van de Noordoostpolder. Het centrumgebied had en heeft een regionale functie als regionaal winkel- en uitgaanscentrum. De Lange Nering, de centrale winkelstraat is de enige straat in het oorspronkelijke plangebied van Emmeloord met een kromming. Dit was oorspronkelijk bedoeld om extra herkenbaarheid, maar ook om geborgenheid te creëren ten opzichte van de polder en de stad. In de nieuwe plannen voor het centrum bouwt men hierop voort.
De Lange Nering is zo ontworpen, dat de logistiek op eenvoudige wijze kan plaatsvinden via achterstraten. Er is ruimte gehouden aan de oostzijde van de Lange Nering, opdat het centrum kan blijven groeien. Voorzieningen en publieke gebouwen liggen geclusterd in het centrum en op markante plekken. Ondertussen zijn de woongebieden aan de randen van het oorspronkelijke plangebied ook oost-west georiënteerd, waarmee ze de overgang naar het landschap, het water of het Emmelerbos benadrukken. Dit versterkt het verschil tussen de stedelijke woon-gebieden en de woongebieden met een landschappelijke ligging of oriëntatie.
De hoofdrichtingen in de stadsplattegrond bepalen samen met het stadskruis, de vaarten en de groenstructuur de stedenbouwkundige hoofdstructuur van de stadskern Emmeloord.

wonen noord-zuid, centrum oost-west
Centrum oost-west (oranje), Wonen noord-zuid (rood), randen oost-west (oranje)
nls3o-w richting centrum in maquette nls3kromming in de Lange Nering
Oost-west richting centrumgebied in maquette oorspronkelijke plan Kromming in Lange Nering

8. Van Delfts Rood tot Delfts Wit
Emmeloord kent, zoals de hele polder, diep rode Delftse School-architectuur, zuiver modernistische architectuur en vele tussenvormen hiervan. De meeste woningen, wanden van winkelstraten en de kerken zijn vormgegeven in de stijl van de Delftse School. Deze bebouwing vormt straat- en pleinwanden.
Modernistische architectuur is te vinden bij scholen, verzorgingstehuizen en het ziekenhuis. Het betreft vaak autonome, alzijdige gebouwen in een groene ruimte.
Een bijzondere plek, waar modernisme tegenover traditionalisme is geplaatst, is de Sportlaan. Hier staan modernistische bungalows tegenover traditionele en aaneengesloten rijen met gezinswoningen.

07 de groene poldersingel Sportlaan
Sportlaan

9. Publieke gebouwen in clusters en op markante plekken
Emmeloord heeft drie hoofdkerken: de Nederlands Hervormde kerk De Hoeksteen (bouwjaar 1952), de Rooms-Katholieke St. Michaëlskerk (bouwjaar 1956) en de Gereformeerde De Nieuw Jeruzalemkerk (bouwjaar 1954-1955). De kerken bevinden zich op hoekpunten van een brink of aan een belangrijk kruispunt in de stad. De kerken beëindigen lange zichtlijnen de stad in vanaf de belangrijkste invalswegen. Scholen staan in clusters (gegroepeerd in elkaar nabijheid) en in de buurten.
In het oorspronkelijke plan, maar ook in de nieuwere wijken van Emmeloord, staan de publieke gebouwen en maatschappelijke voorzieningen in clusters in het groen. Vaak langs belangrijke invalswegen, maar ook aan de entrees van de stad en de wijken. Enkele van deze clusters omvatten beeldbepalende gebouwen. Aan deze en andere groene ontmoetingsplekken dankt Emmeloord haar groene imago.

nls3Marknesserweg de Golfslag nls3bijz geb flat alleenstaande vrouwen aan de espelerlaan 1954
Marknesserweg met de Golfslag Bijzonder gebouw op een markante plek aan de Espelerlaan, woningen voor alleenstaande vrouwen, 1954 (bron: Mercatus)

10. Stadspoorten
Emmeloord heeft in het oorspronkelijk plan vier hoofdentrees die elkaar raken midden in de stad, rond De Deel. We noemen deze vier hoofdroutes samen het stadskruis (zie kaart in deze paragraaf bij ‘6. Het stadskruis en het polderkruis’ in dit hoofdstuk). De noordelijke entree van het stadskruis is met veel groen ontworpen en loopt door het stadsbos (groene ovaal). De overige drie entrees komen over het water de stadskern binnen Daar waar de entreeroutes de vaarten kruisen liggen de ‘stadspoorten’ (cirkels). Oorspronkelijk lag hier de overgang tussen landschap en stad. De stadspoorten zijn belangrijke plekken. Hier heb je namelijk als passant ruim zicht over het water, waarbij op markante plaatsen het zicht over het water, de openbare oevers en het polderlandschap overeind is gebleven. Daarnaast zijn vaak de poldertoren en/of een van de drie hoofdkerken of bijzondere gebouwen zichtbaar. Hierdoor is de identiteit van de Polderstad sterk beleefbaar.
Oorspronkelijke kwaliteiten van deze entrees en de stadspoorten zijn:

  • Geleidelijke binnenkomst vanuit het landschap, via een plein of groene ruimte naar het centrum (‘groen voorportaal’).
  • Bij de blauwe stadspoorten een ‘brugmoment’.
  • Gebouwen met een bijzondere functie in het groen of aan een pleinachtige ruimte (‘stadsportaal’).
  • Zicht op de Poldertoren en/of één van de centrumkerken of andere bijzondere gebouwen in de stad.
  • Bebouwing heeft meer afstand van de weg; het straatprofiel is breder.
nls5stadspoorten
Drie blauwe stadspoorten
stadspoort oost stadspoort west - zicht op de poldertoren stadspoort west stadspoort zuid - zicht op de poldertoren en een centrumkerk stadspoort zuid
Stadspoort oost, zicht op de poldertoren en de Golfslag Stadspoort west, zicht op de poldertoren Stadspoort zuid, zicht op de poldertoren en een centrumkerk

11. Bedrijven aan de rand en aan het water
De bedrijventerreinen van Emmeloord liggen aan de rand van de stadskern en aan de rand van de stad. De bedrijventerreinen van de eerste generatie liggen aan de rand van de stadskern in verbinding met het water van de Urkervaart en Zwolse Vaart (aan een loswal of met insteekhavens). Deze ligging vloeit voort uit het oorspronkelijke ontwerp, waar de vaarten een belangrijke rol speelden als hoofdinfrastructuur. Later ontwikkelde de stad nieuwe bedrijventerreinen langs belangrijke hoofdwegen (bijvoorbeeld de Nagelerweg).
De rijksweg A6 is een belangrijke nieuwe hoofdontsluiting, waarlangs de nieuwste bedrijventerreinen zijn ontwikkeld. Hier vormt de brede groene voorgrond voor bedrijventerrein De Munt als het ware een diepe ‘voortuin’, die –net als bij woningen met een diepe voortuin- het terrein en de stad allure geeft aan de snelweg.

nls5bedrijven aan het water langs de Urkervaart
Bedrijventerrein eerste generatie langs de Urkervaart
nls5bedrijven aan de rand langs de A6
Bedrijventerrein De Munt langs de A6 met groene voorgrond

12. Lange straten, lange blokken
Het oorspronkelijke plan voor Emmeloord bestaat uit lange en rechte lijnen, passend bij het karakter van de polder. Deze lange lijnen zijn terug te vinden in de lange woonstraten, met lange bouwblokken van aaneengeschakelde woningen. Langs de invalswegen is vaak de groenstructuur bepalend, hier zijn ook wanden gevormd door vrijstaande of kleine aantallen geschakelde woningen. De enige plek in Emmeloord waar de rechte onderlegger van de polder niet voelbaar is, is de Lange Nering; hier geeft een vloeiend verloop geborgenheid. Zo wordt de winkelfunctie verbijzonderd.

lange blokken Wenmakerstraat nls5lange straat MArknesserweg
Wenmaekersstraat Lange Dreef

13. Bijzondere hoeken
Veel hoeken kennen een verbijzondering. Dit geldt voor hoeken van hoofdstraten, maar ook voor hoeken van bescheiden woonstraten.
Lange blokken hebben op belangrijke plekken een bijzondere beëindiging. De kap is hoger, de kopgevel krijgt meer aandacht of er is een bijzonder metselverband toegepast. Soms is een eindblokje een kwart slag gedraaid of de kap verhoogd. De hoeken van bouwblokken worden gebruikt om bijzondere accenten aan te brengen, maar soms ook om bijzondere functies te huisvesten. Dit was in het oorspronkelijk plan een kerk, een postkantoor of bijvoorbeeld een winkel. Deze gebouwen zijn vaak met extra aandacht voor de architectuur uitgewerkt en geven nog altijd structuur aan straat en stad.

nls3bijzondere hoeken
Hoek Koningin Julianastraat – Boslaan

14. Vizier naar het landschap
De stad had in het oorspronkelijke plan op meerdere plekken uitzicht op het open polderlandschap. Rond de oorspronkelijke kern is de stad doorgegroeid, en ook in de nieuwe uitleg zijn er plekken in de openbare ruimte die zicht bieden op het omringende landschap.
Locaties met een uniek vizier. Deze poldervizieren maken -naast de vele andere polderkenmerken- de stad tot de Noordoostpolderstad.

4 Vizier Panorama DSC0289-90
Uitzicht vanaf de Marsstraat – Pallasstraat in Revelsant

15. Zicht op de poldertoren
De centrale ligging van Emmeloord in de Noordoostpolder wordt geaccentueerd door de poldertoren midden in de polderstad. Deze voormalige watertoren staat in het geografische middelpunt van de polder.

nls3Bumalaan
Bumalaan
nls3Espelerlaan
Espelerlaan
NOE poldertoren stadsnivo
De betekenis van de poldertoren in het oorspronkelijke plan en nu:
Over de hedendaagse kaart is in rood het oorspronkelijke plan gestippeld. De blauwe pijlen op de plattegrond tonen het zicht op de poldertoren van grotere afstand. Hier is de toren een oriëntatie-punt in het silhouet van de stad. Pas bij het entreemoment – de knik in de weg – komt de toren daadwerkelijk in de as te staan (zwarte pijl)

Zicht op de Poldertoren komend vanuit het westen:
Oorspronkelijk was er op grotere afstand zicht op de poldertoren. Door de uitbreidingen aan de noordzijde van de Urkerweg is dit zicht belemmerd. Bovendien is door het ongelijkvloers maken van de kruising  met de Hannie Schaftweg en de niet geplande begroeiing ter plaatse het zicht op de poldertoren ook hier niet meer mogelijk.

Zicht op de poldertoren komend vanuit het noorden:
Vanaf grote afstand staat de toren in de as van de weg, enkel bij de entree een moment niet.
Hier is de situatie nog grotendeels gelijk gebleven; vanaf de Espelerlaan rijdt men recht op de poldertoren af.

Zicht op de poldertoren komend vanuit het oosten:
Oorspronkelijk was er op grotere afstand zicht op de toren. Door de aanleg van de snelweg verminderde de betekenis van deze entree. Bovendien belemmert de ongelijkvloerse kruising hier het zicht. Daarnaast valt op dat de inrichting van de weg met onder andere rotondes en veel verkeersborden het zicht op de poldertoren blokkeert.

Zicht op de poldertoren komend vanuit de overige invalswegen:
Vanuit de overige richtingen speelt de toren een rol in het silhouet, maar er is geen moment waarop de toren in de as van de route komt te staan.

5 6
Belemmering van het zicht op de poldertoren komend vanuit het westen

De polderstad-factor

Er is gekeken in hoeverre elk stadsgebied aansluit bij de kenmerken van het oorspronkelijke plan en het daaruit voortvloeiende ‘DNA’ van de huidige stad Emmeloord. Er is daartoe een tiental criteria opgesteld, op basis waarvan elk stadsgebied een score heeft gekregen:
‘de polderstad-factor’. De tien criteria zijn een optelsom van de fysieke DNA-kenmerken (die kenmerken die op de kaart zijn aan te wijzen) en de ontwerpuitgangspunten die ten grondslag liggen aan het oorspronkelijke plan (zie hoofdstuk 2.1). Ze maken het mogelijk vast te stellen hoe hoog een deelgebied scoort op de hoofdkenmerken, die bepalend zijn voor de identiteit van Emmeloord. Deze criteria zijn abstracter dan het ‘DNA’, omdat ze overkoepelend zijn. Ze komen ook niet letterlijk overeen met de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten, omdat de stad is doorgegroeid en ook nieuwe karakteristieke eigenschappen heeft ontwikkeld. Ter illustratie: enkele DNA-kenmerken zijn ondergebracht onder één noemer. Zo zijn bijvoorbeeld de groene polderstraat, poldersingel en groene mantel gevat onder de noemer: ‘De groene polderstad’.

De tien criteria voor het bepalen van de polderstad-factor zijn:

  1.  Hiërarchische stedenbouw.
  2. Stadspatroon volgt de polderverkaveling.
  3. Duidelijke begrenzing van de stad naar de polder.
  4. Beleefbaar en herkenbaar kruisen van wegen met bos en water.
  5. Onderscheid tussen wonen, werken en voorzieningen.
  6. Ligging van gebouwen met bijzondere functie aan het stadsplein, bij de stadsentrees en verspreid over stad.
  7. Een gezicht naar het water en een gezicht naar de polder.
  8. Delftse school stedenbouw en architectuur.
  9. De groene polderstad.
  10. Vizieren op de polder en de poldertoren.

De polderstad-factoren van alle stadsgebieden zijn in deze paragraaf gebundeld. Het betreft een integrale onafhankelijke beoordeling van elk stadsgebied vanuit de drie deskundigheden landschap (L), de stedenbouw (S) en architectuur (A).

61-111


Bron: Mercatus en gemeente Noordoostpolder

Lees: bronnen, cookies  & privacy Emmeloord – ,  Noordoostpolder, Flevoland, Poldertoren, Schokland, Urk, geschiedenis, kunst, Flevoland, erfgoed, tourist information, kerkorgels, ziekenhuis, boerderij, schokbeton, gsm masten, 112, politiek, leeuwen, rotondes, werkkampen, Rotgans, Rotterdamse hoek, gemaal, kiekendief, balgstuw, Cornelis Lely, Ramspol, arbeiderskampen, leeuwen, huisjes, monument, herinneringsmonument, Urk

Emmeloord.info - een particulier initiatief van Evert de Graaff - zet onze gemeente op het wereldwijde web - wil slechts ambassadeur zijn van de Noordoostpolder - is niet commercieel en heeft geen winstoogmerk. Uitsluitend passie. - toont ook graag bestaand onderzoek duidelijk en mooier