Gemeentelijke monumenten Noordoostpolder

bron : Gemeente Noordoostpolder en Wikipedia

Lemsterweg 50, Rutten
Postcode: 8313 RE
Complexnr: FLV-R-708
Aantal onderd: 3

Lemsterweg-50
Nrs. Complexonderd:

  1. FLV-R-708a
  2. FLV-R-708b
  3. FLV-R-708c

COMPLEXOMSCHRIJVING
Inleiding
De BOERDERIJ – een kop-rompboerderij met zij – langsdeel – voor gemengd bedrijf (nu akkerbouw) is in 1954 gebouwd op kavel A79 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De betonnen montageschuur i s van het type PF8v. Deze is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de fabrikant van de betonnen prefabelementen, de firma N.V. Schokbeton te Kampen. De aangebouwde pachterwoning is van het type Q. De bij schuur met wagenberging en varkensstal (ontwerp 1951) van het type G4 dateert eveneens uit 1954. De ontwerpen zijn eveneens van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken.

Omschrijving
Het agrarische complex bestaat uit een loodrecht op de Lemsterweg staande schuur met een ervoor staande woning en een er links achter staande bij schuur annex wagenberging, die eveneens loodrecht op de weg staat. De boerderij is samengesteld uit een in baksteen opgetrokken, onder een met pannen gedekt zadeldak staande pachterwoning en een hiermee door middel van een tussenlid verbonden betonnen montageschuur, die is voorzien van een zadeldak met op klossen rustende dakgoten en op isolerende rieten matten liggende, verbeterde Hollandse pannen. De grotendeels in baksteen opgetrokken b i j schuur heeft een met dezelfde pannen gedekt zadeldak.

Redengevende omschrijving
De boerderij is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.

  •  De boerderij is van cultuurhistorisch waarde vanwege de plaats die deze inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van dit speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde agrarische complex.
  • De onderdelen van het boerderij complex zijn van architectuurhistorisch belang vanwege de innovatieve waarde op bouwtechnisch gebied en vanwege het bijbehorende materiaalgebruik.
  • De boerderij is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur.
  • Het complex heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie met de Noordoostpolder.
  • e boerderij is bovendien van belang vanwege de typologische zeldzaamheid.

1

Inleiding
De boerderij – een kop-rompboerderij met zij-langsdeel – voor gemengd bedrijf (nu akkerbouw) is in 1954 gebouwd op kavel A79 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De grotendeels uit geprefabriceerde betonnen elementen opgetrokken montageschuur is van het type PF8v. Deze is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de fabrikant van de betonnen prefabelementen, de firma N.V. Schokbeton te Kampen. De aangebouwde PACHTERSWONING is van het type Q. De bij schuur (ontwerp 1951) van het type G4 dateert eveneens uit 1954. De ontwerpen zijn eveneens van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken.

Omschrijving
De boerderij is samengesteld uit een in baksteen opgetrokken, onder een met verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak staande pachterwoning en een hiermee door middel van een tussenlid verbonden betonnen montageschuur, die is voorzien van een zadeldak met op klossen rustende dakgoten en op isolerende rieten matten liggende, verbeterde Hollandse pannen.
De pachterwoning staat met de kopgevel – een puntgevel met een als tuit fungerende schoorsteen – naar de weg gericht. De gevel bevat op de begane grond een groot zitkamervenster en een klein woonkamervenster, dat wordt geaccentueerd door een brede houten omlijsting. Op de zolderverdieping staan twee identieke slaapkamervensters. De linker (noordelijke) langsgevel van de woning bevat van links naar rechts een klein, hoog in de gevel geplaatst venster met glas-in-lood in ruitpatronen, een deur met zijlichten onder drie rechthoekige gevelaccenten, een groter toegevoegd venster en daar recht boven een pal onder de dakrand liggend venstertje. Links van de gevel staat de terugliggende, uit staande planken opgetrokken houten gevel van het tussenlid dat onder één dak met de woning staat. Het tussenlid heeft op de begane grond een onder een doorlopend bovenlicht staande deur. De verdieping bevat
een over de gehele breedte van het tussenlid staand venster met openslaande stalen ramen. De langsgevel aan zuidzijde bevat een groot en een kleiner (rechts) venster. Uit het dakschild hierboven steken een kleine rechthoekige dakkapel van hout en een opgemetselde schoorsteen.
Het rechts van de gevel staande, uit staande planken opgetrokken tussenlid bevat een deur onder een doorlopend bovenlicht. Het inwendige van de woning is niet meer oorspronkelijk en is derhalve voor de bescherming van ondergeschikt belang. De schuifdeuren tussen de woon- en de zitkamer zijn verwijderd, evenals de inbouwkasten en de overhoekse gemetselde schoorsteenmantels in de zelfde kamers.

Redengevende omschrijving
De pachterwoning is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en de architectuurhistorische waarde.

  • De woning heeft cultuurhistorische waarde als onderdeel van een boerderij die een bijzondere plaats inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van deze speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde boerderij.
  • De woning is van architectuurhistorisch als karakteristiek onderdeel van een bijzonder boerderijtype.
  • De woning is tevens van belang vanwege de grote mate van gaafheid van het exterieur en vanwege de herkenbaarheid.
  • De woning heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van een agrarisch complex en de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie met de Noordoostpolder.
  • De woning is ook van belang vanwege de typologische zeldzaamheid.

2

Inleiding
De boerderij – een kop-rompboerderij met zij-langsdeel – voor gemengd bedrijf (nu akkerbouw) is in 1954 gebouwd op kavel A79 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De grotendeels uit geprefabriceerde betonnen elementen opgetrokken MONTAGESCHUUR is een langsdeelschuur met dwarsdeel van het type PF8v. Deze is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de fabrikant van de betonnen prefabelementen, de firma N.V. Schokbeton te Kampen. De aangebouwde pachterwoning is van het type Q. De bij schuur (ontwerp 1951) van het type G4 dateert eveneens uit 1954. De ontwerpen zijn eveneens van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken.

Omschrijving
De uit geprefabriceerde betonnen elementen samengestelde gevels van de vanuit een rechthoekige plattegrond opgetrokken montageschuur staan onder een met verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak, waarvan het rechter dakschild aansluit op de kap van de pachterwoning. Op de nok van de schuur staan vier cilindrische ventilatiekokers met schotelvormige afdekkapjes. De gevels worden geleed en verlevendigd door de naar buiten gekeerde verstevigingsribben en zijn voorzien van rechtgesloten gevelopeningen en zich verjongende lisenen. De hoeken van de venster zijn afgerond. De door middel van een tussenlid met de woning verbonden westelijke kopgevel bevat een grote schuifdeur voor de tasruimte en vier vensters links daarvan. De houten geveltop bestaat uit staande planken met een gepotdekselde punt. De linker (noordelijke) langsgevel bevat vijf stalvensters en dubbele inrijdeuren.
In de achterste kopgevel staan vier uit boven- en onderdeuren samengestelde opgeklampte deuren met bovenlicht en zeven vensters met  ventilatieopeningen in de onderdorpels. De gevelopeningen zijn van links naar rechts; een staldeur, twee vensters, een staldeur, twee vensters, een dubbele openslaande deur voor de trekkerbox, drie vensters en een deur voor de paardenstal. Boven de gevelopeningen ligt een reeks blinde, door verstevigingsribben geprofileerde betonnen velden. De houten geveltop is vergelijkbaar met die aan de voorzijde, maar bevat verder een dubbel luik. De zuidelijke langsgevel bevat twee lange reeksen stalvensters met ventilatieopeningen in de onderdorpels en twee uit boven- en onderdeuren samengestelde, onder bovenlichten staande deuren. De verdeling is van links naar rechts; een venster, een deur, acht vensters, een deur en zeven vensters.
Het inwendige van de driebeukige schuur is voor een belangrijk deel in oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De gladde muurvlakken worden vertikaal doorsneden door betonnen schoren, waarop de spanten van gelamineerd hout rusten. De spanten worden versterkt door verticale spantbenen, die de diagonale spantbenen ondersteunen en de schuur in drie beuken verdelen. De koestal voor 26 stuks vee is niet meer als zodanig in gebruik maar is ongewijzigd, evenals de oorspronkelijke indeling van de schuur.

Redengevende omschrijving
De montageschuur is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde.

  • De schuur is van cultuurhistorische waarde vanwege de plaats die deze inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van deze speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde schuur.
  • De schuur is van architectuurhistorisch belang vanwege de innovatieve waarde op bouwtechnisch gebied en vanwege het bijbehorende  materiaalgebruik.
  • De schuur is tevens van belang vanwege de grote mate van gaafheid van het exterieur en het interieur en vanwege de herkenbaarheid.
  • De schuur heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van een agrarisch complex en de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie met de Noordoostpolder.
  • De schuur is ook van belang vanwege de typologische zeldzaamheid

3

Inleiding
De boerderij – een kop-rompboerderij met zij-langsdeel – voor gemengd bedrijf (nu akkerbouw) is in 1954 gebouwd op kavel A79 in opdracht van de Directie van de Wieringermeer. De betonnen montageschuur is van het type PF8v. Deze is ontworpen door A.D. van Eek van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer Afdeling Noordoostpolderwerken in samenwerking met de fabrikant van de betonnen prefabelementen, de firma N.V. Schokbeton te Kampen. De aangebouwde pachterwoning is van het type Q. De BIJSCHUUR is een wagenberging
annex varkensstal (ontwerp 1951) van het type G4 en dateert eveneens uit 1954. Deze ontwerpen zijn eveneens van de Bouwkundige Afdeling (boerderijenbouw) van de Directie van de Wieringermeer afdeling Noordoostpolderwerken.

Omschrijving
De vanuit een rechthoekige plattegrond, in baksteen opgetrokken schuur staat onder een met verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak met dakschilden van ongelijke lengte. De voorzijde was oorspronkelijk geheel open en bestemd voor de berging van landbouwwagens en -werktuigen. Het terugliggende gesloten deel van de schuur was bestemd voor de opslag van veevoer en de stalling van varkens.
Het voorste deel van de kap steunt op houten palen, die op betonnen poeren staan. De linker, naar de weg gekeerde kopgevel bevat een uit een onder- en een bovendeur samengestelde deur met bovenlicht voor de voederberging en een klein betonnen venster links ervan. De achtergevel is aan de onderzijde voorzien van een drietal getoogde stalluiken van de varkensstal. De rechter kopgevel is vergelijkbaar met de linker. Het inwendige van de schuur is voor de bescherming van ondergeschikt belang.

Redengevende omschrijving
De schuur is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde

  • De schuur is van (cultuur)historische waarde als onderdeel van een boerderij die een belangrijke plaats inneemt in de ontwikkeling van de boerderijenbouw in Nederland en vanwege de typologie van deze speciaal voor de Noordoostpolder ontwikkelde schuur.
  • De schuur is tevens van belang vanwege de redelijke mate van gaafheid en vanwege de herkenbaarheid.
  • De schuur heeft ensemblewaarde als onderdeel van een complex en de karakteristieke polderbebouwing en vanwege de specifieke relatie met de
    Noordoostpolder.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.