Afsluiting Noordoostpolder dijk

Met de aanleg van de Noordoostpolder zijn twee dijken aangelegd.

Een dijk van Lemmer naar Urk (Noordermeerdijk)

en een dijk van Urk naar Vollenhove (Zuidermeerdijk).

Beide dijken hadden een spannend moment: het dichten van het laatste stuk.
Bij beide plekken is een monument geplaatst.

Sluitgatmonument

Het deel Noordermeerdijk  is gesloten op 3 oktober 1939

Het deel Zuidermeerdijk  is gesloten op 13 december 1940

dijken

Daarna werd op 7 januari 1941 het electrisch gemaal Buma bij Lemmer, als eerste van de drie gemalen in Noordoostpolder, in werking gesteld. Later heeft het elektrisch gemaal Smeenge bij Kadoelen meegewerkt. Gemaal Vissering was niet op tijd klaar. De drooglegging duurde door de oorlogsomstandigheden bijna een jaar langer dan gepland. In totaal heeft het, na de dijksluiting, bijna twee jaar geduurd om de Noordoostpolder droog te leggen. Op 9 september 1942 werd een gemiddelde waterstand van vier meter veertig beneden NAP bereikt. Bij deze waterstand vielen de laagste delen van de polder droog en daarom wordt die datum aangehouden als moment van droogvallen van de Noordoostpolder.

Op beide sluitgaten is een sluitsteen geplaatst.

Dijk Lemmer – Urk

In de tafel staat een gedeelte gegraveerd uit het gedicht “De elf provincies en het nieuwe land” van Ed Hoornik.


de meeuw die vroeger over het water vloog

verwondert zich hier viel de aarde droog

vergane schepen rusten in mijn koren

ik ben nieuw land ik ben maar pas geboren.

Aan de andere kant van het tafelblad is gegraveerd:

Hier werd de dijk gesloten op 3 oktober 1939 om 14:44 uur

Ed Hoornik 1962


Eerdere herdenkingssteen

Dit eerste deel van de Noordoostpolder-dijk verbond Lemmer met Urk.  Op 3 oktober 1939 werd het laatste kritieke stuk gedicht.
Vanaf 14:44 uur was Urk geen eiland meer !
De burgemeester van Lemmer en Urk konden elkaar de hand schudden.
Vijftig jaar later, in 1989 is een herdenkingssteen geplaatst op de top van de dijk.

Toen in 1996 de Provincie Flevoland zijn tienjarig bestaan vierde, is er in het kader van ‘het project Dijkwacht’, een kunstwerk geplaatst bij alle sluitgaten van de provincie. Een muurtje, steen of tafel met een gedicht.
Toen werd boven op de dijk deze granieten tafel geplaatst met op de rand een gedeelte uit het gedicht “De elf provincies en het nieuwe land” van Ed Hoornik.

De oude herdenkingssteen uit 1989 ligt nu in het museum op Urk.

Hier-werd-de-dijk-gesloten

Het laatste gat in de dijk tussen Lemmer en Urk wordt gedicht. Beide burgemeesters ontmoeten elkaar bij deze feestelijke gebeurtenis.

Dijk Urk – Kadoelen

sluitgat monument Noordoostpolder

  • Titel: Sluitgat monument
  • Plaats: Zuidermeerdijk
  • Geplaatst: 13 december 1990

Dit is de plek waar de dijk rond de Noordoostpolder werd gesloten op 13 december 1940, om 13.52 uur precies. Daarna kon de allereerste IJsselmeerpolder droog gepompt worden. Dat was op 9 september 1942 voltooid.

Dit sluitgatmonument is in 1990, precies 50 jaar na het sluiten van het laatste dijkgat geplaatst.
Het was een initiatief van het ‘toenmalige’ Waterschap Noordoostpolder.
Het monument heeft voor Noordoostpolder inmiddels een grote cultuurhistorische waarde.

Het monument bestaat uit een ‘grijpbak’ op de kruin van de dijk en een maquette aan de voet van de dijk, waarop ook de sluitgaten van de overige dijkvakken met datum van sluiting staan aangegeven. (Eén plaatje mist inmiddels)
Deze ‘grijpbak’ is origineel en daadwerkelijk gebruikt bij het dichten van het sluitgat.

Op de bak is een bordje bevestigd met de tekst:
“Hier werd op 13 december 1940 de dijk gesloten”.

Een eindje boven Urk is een bordje (niet zichtbaar door de blaadjes) met de tekst:
“Hier werd op 3 oktober 1939 de dijk gesloten”

Op de vier hoeken van de maquette zijn de volgende wapens te zien :

  • linksboven: het wapen van de provincie Flevoland. (meer info hier te lezen.)
  • rechtsboven : het rijkswapen van het Koninkrijk der Nederlanden. De versie die ook in uw paspoort staat.
  • rechtsonder : het wapen van de gemeente Noordoostpolder (meer info hier te lezen.)
  • linksonder : het oude wapen van het waterschap Noordoostpolder, later overgegaan in waterschap Zuiderzeeland.

Sluitgatweg

De weg die onder de dijk ligt, heet toepasselijk de sluitgatweg

Er is een tweede gedenkteken op de Noordermeerdijk nabij Espel
Daar is de tekst te lezen:
“Hier werd op 3 oktober 1939 de dijk gesloten” Twee maanden eerder dus.

Informatiezuil

zuiltjeEr staat een informatiezuiltje naast het monument.
Even pompen met het voetpedaaltje en een complete uitleg volgt.
Zeer mooi gedaan.

Sluitgat - sluitgat.jpg

De burgemeester van Urk(rechts) en de burgemeester van Lemmer geven elkaar aan de Lemmerkant een hand, nadat de laatste grond is gestort in het IJsselmeer, zodat Urk geen eiland meer is en het droogmalen van de Noordoostpolder kan beginnen, 12 oktober 1939.

Onthulling maquette van de Noordoostpolder op de dijk bij Nagele tegenover Havenweg/Sluitgatweg, ter herinnering aan het feit dat vijftig jaar geleden het laatste dijkvak om de Noordoostpolder werd gesloten.

Links: B. Blikman (gedeputeerde), rechts: C. van der Wildt (hoofdingenieur-directeur van de directie Flevoland van Rijkswaterstaat), 1990.

Remco-Campert

Dit kunstwerk, wat een paar meter naast de maquette staat, is in 1996 geplaatst in het kader van het 10 jarig bestaan van de provincie Flevoland.
Bij alle zogenaamde sluitgaten van de Flevolandse dijken is toen een gedenksteen met gedicht geplaatst.

Het is gemaakt van basalten met daarop een gedicht van Remco Campert:

water sluit ik

land ontsluit ik

hemel ontsluit me

Overige Sluitgatmonumenten

Sluitgat - wolkers.jpgSteen (1996) aan de dijk richting Lelystad met een gedicht van Jan Wolkers:

wie schilt de steen

wie snijdt het water

over de golven heen

loop ik naar later

eigen foto 2015

Sluitgat - zeewolde.jpgSteen nabij Zeewolde met een gedicht van Marga Minco:

grillig ligt het water

kastijdt de dijken, sluit en keert

windscheef beschermt het riet

een zee van land

foto www.schrijversinfo.nl
met dank aan  www.flevolanderfgoed.nl 

De elf provincies en het nieuwe land

Verzamelde gedichten van Ed Hoornik.

GRONINGEN:
Mijn lichaam is van klei en zand en veen
Diepe kanalen trekken door mij heen.
Een waddenrijk ligt voor mijn kust te blinken.
Zeevogels zien het rijzen en verzinken.

FRIESLAND:
Net als in mijn dorpen en mijn elf steden,
niet in mijn meren en mijn heerlijkheden
ben ik het meest mijzelf, maar in mijn taal:
het instrument waardoor ik ademhaal.

DRENTE:
Geen kudde trekt meer op de Schaapskooi aan.
Waar heide stond zie ik nu halmen staan
en olie dik als stroop welt uit mijn grond,
waar gisteren nog turf op hopen stond.

OVERIJSSEL:
Schoorstenen schieten uit mij op en dampen
Tot in mijn bossen hoorbaar is het stampen
dat door mijn steden trekt. Mannen en vrouwen
lossen elkander af aan de getouwen.

IJSSELMEER-POLDERS:
De meeuw die vroeger over water vloog
verwondert zich; hier viel de aarde droog.
Vergane schepen rusten in mijn koren.
Ik ben nieuw land; ik ben maar pas geboren.

GELDERLAND:
Uit al mijn landschappen kijk ik U aan,
heide en bossen voeden mijn bestaan;
maar waar rivieren door mijn beemden stromen,
krijg ik een ziel en dan word ik volkomen.

UTRECHT:
Al ben ik klein, ik ben het middelpunt.
Ik geef het weerbericht, ik sla de munt.
Bestijg de Dom: blik rond, Ge zult beamen:
er komen nergens zoveel wegen samen.
Ik was Drs. en Luitenant en eh eigenlijk niks

NOORD-HOLLAND:
Vuurtorens mogen lichten aan mijn stranden,
hoogovens ijzererts tot ijzer branden,
geen sterker vuur, geen hoger vlam,
dan in mijn ziel, dan in mijn Amsterdam.

ZUID-HOLLAND:
Hoe ook geschonden, hoe ook platgebrand,
mijn hart herstelde zich stormerderhand.
Grotere bekkens graaf ik, dieper gangen
om alle wereldschepen te ontvangen.

ZEELAND:
Eén ding klinkt door in al mijn monologen:
wij moeten leven met de dood voor ogen.
Maar dieper dan mijn nood is mijn vertrouwen
dat wij de zee bevechtend, ‘t land behouwen.

NOORD-BRABANT:
Ik ben zo moederlijk, zo gul, zo rond,
zo jubelend, alsof er op mijn grond
geen bitterheid bestond en ongerief,
In al wat leeft, heb ik het leven lief.

LIMBURG:
Uit mijne grond kwam jaren, het pure zwarte goud
mijn heuvels en mijn dalen zijn eeuwen oud.
De kruuts-kens langs de wegen, m’n golvend land.
D’omsloten witte hoeve in ‘t gele mergelland.