Het dorp Creil was in de middeleeuwen, volgens een niet al te betrouwbare bron, een gehuchtje dat lag aan de rand van de Zuiderzee.

Het is in deze tijd ook ten onder gegaan. Er zou een bos, het Kreilerbos, zijn geweest. Dit Kreilerbos was waarschijnlijk niet een bos met hoge bomen maar een met struiken begroeid moeras.

De naam Creil en de naamgeving van de straten vindt zijn oorsprong in de tijd dat de Nederlanden onder Frankisch bestuur stonden.

Het Kreilerbos was indertijd eigendom van het adellijke Friese geslacht Galama.
Vooral Galo Iges Galama placht er rond het begin van de twaalfde eeuw regelmatig te jagen en dat zinde de Hollandse Graaf Floris II niet, die van mening was dat het bos aan Westfriesland toebehoorde en dus aan hem.

Had Galama gelijk?
Als het Kreilerbos aan Friesland toebehoorde, dan hadden de graven van Holland daar inderdaad weinig te zeggen, want Friesland behoorde niet aan de bisschop van Utrecht.

De strijdende partijen besloten het geschil aan de Hertog van Brabant voor te leggen.
Deze overleed echter korte tijd later zonder tot een oordeel te zijn gekomen.
Ook Graaf Floris II overleed aan de verwondingen die hij had opgelopen tijdens de tweekamp met Galama.
Na de dood van Graaf Floris schonk de Duitse Keizer Lotharius het gebied aan Holland.

Graaf Floris II nam tijdens een jacht van Galama’s dienaren in het Kreilerbos, hun jachtbuit en drie jachthonden in beslag.
Galama bezwoer wraak en er volgde een tweekamp tussen Graaf Floris en Galama.
Bovenstaande geschiedenis verklaart de namen, Galamalaan, Graaf Florislaan, Jachthondenstraat, Bisschopstraat, Hertogstraat, Lothariusstraat, Friesestraat, Hollandsestraat, Utrechtsestraat en Brabantsestraat.
De Iglo Tademastraat is vernoemd naar Iglo Tadema die een boerderij bezat in het Kreilerbos. Op 12 juli 808 liet hij een put graven op zijn erf, maar hoe diep men ook groef er kwam geen water.
Toen Tadema op de avond van de zestiende juli naar de nog altijd droge put liep, hoorde hij daaruit een vreselijke stem roepen:”Vlucht hier vandaan, vlucht hier vandaan!”
Toen hij in de put keek zag hij dat er water de put in stroomde. Dit water bleek echter zout water te zijn:
een voorspelling dat dit land nog eens zee zou worden.
Iglo Tadema stierf drie weken na dit voorval en werd in Staveren begraven.
Het Kreilerbos kreeg hierdoor de bijnaam het Woud van Ongenade. Hieraan dankt de Weg van Ongenade zijn naam.

Vlag en wapen Creil

Creil dorpskrant

Enige plaatjes Creil

  

Historische luchtfoto’s Creil

Kunst in Creil

Dorpswapen - Creil-wapen-vlakje.jpg
Dorpswapen
Figurenomloop - Figurenomloop-vlakje.jpg
Figurenomloop
Klokkenstoel - Klokkenstoel-vlakje.jpg
Klokkenstoel
Kroningsboom - kroningsboom-vlakje.jpg
Koningslinde
Kraanvogel - kraanvogel-vlakje.jpg
Kraanvogel
Kunstbank - bankje-vlakje.jpg
Kunstbank
Levenslijn - levenslijn-vlakje.jpg
Levenslijn
Paraplu - Paraplu-vlakje.jpg
Paraplu
Relief - Relief-vlakje.jpg
Poorters
Social-Sofa-Creil-vlakje.jpg
Social Sofa Creil
Paarden - paarden-vlakje.jpg
Spelende paarden
Zeilschepen

Straten en wegen.

Naar Creil genoemd zijn het CREILERPAD, de CREILERVAART, de CREILERTOCHT en de CREILERDWARSTOCHT.
Het Kreilerbos was indertijd eigendom van het adellijke geslacht Galama.
Vooral Galo Iges Galama placht er rond het begin van de twaalfde eeuw regelmatig te jagen en dat zinde de Hollandse graaf Floris II, die van mening was dat het bos aan Westfriesland toebehoorde en dus aan hem en niet aan Galama, allerminst. Op een zekere dag confisqueerde hij dan ook tijdens de jacht van Galama’s dienaren de hele jachtbuit benevens drie jachthonden. Toen Galo Iges
dat hoorde zwoer hij dure wraak. Graaf Floris trok zich van het dreigement weinig aan en ging gewoon door met jagen. Met een aantal vrienden trok Galama toen naar het Kreilerbos, trof daar graaf Floris en eiste van hem een volledige schadevergoeding. Graaf Floris, in de vaste overtuiging verkerende dat Galama hem ondergeschikt was, had een dergelijke toon niet verwacht en zei dat ook, maar Galama antwoordde dat hij een vrije Fries was en dat het hem vrij stond zijn goed tegen de Hollanders te verdedigen. Vervolgens trok hij zijn zwaard, dat door de graaf maar half ontweken kon worden; het zwaard trof zijn rechterarm. Twee van Floris’ dienaren lieten het leven.
Had Galama gelijk? AIs het Kreilerbos aan Friesland toebehoorde, dan hadden de graven van Holland daar inderdaad weinig te zeggen, want Friesland behoorde niet aan hen maar aan de bisschop van Utrecht.
In ieder geval was het geschil met het duel niet uit de wereld; de strijdende partijen besloten het aan de hertog van Brabant voor te leggen. De hertog overleed evenwel korte tijd later, zonder de zaak tot een einde te kunnen brengen. Ook Graaf Floris heeft de tweekamp niet lang overleefd; mogelijk is door de verwonding aan zijn rechterarm koudvuur ingetreden.
Na de dood van Graaf Floris schonk de Duitse keizer Lotharius het gebied aan Holland.
De bovenstaande geschiedenis verklaart de namen GALAMALAAN, GRAAF FLORISLAAN, JACHTHONDENSTRAAT, BISSCHOPSTRAAT, HERTOGSTRAAT, LOTHARIUSSTRAAT, FRIESESTRAAT, HOLLANDSESTRAAT, UTRECHTSESTRAAT en BRABANTSESTRAAT. Later zijn daar nog DE MEUTE en de TOERNOOILAAN aan toegevoegd. Deze laatste naam doet op het eerste gezicht wat vreemd aan, omdat het tweegevecht moeilijk als een ‘toemooi’ kan worden aangemerkt. Het is dan ook meer de overweging geweest, dat de straat in kwestie naar de sportvelden loopt, die in 1975 voor
deze naam heeft doen kiezen.

Oorspronkelijk heette De Meute ook Jachthondenstraat, maar door de bouw van bejaardenwoningen in 1976 moest voor dit gedeelte een nieuwe naam gekozen worden. De nieuwe naam sluit fraai aan op de oude, en wat minder direct dan de naam Jachthondenlacin, die de Dorpsvereniging oorspronkelijk in gedachten had.
Een zekere Iglo Tadema had een boerderij aan de noordzijde van het Kreilerbos. Op 12 juli 808 liet hij een put graven op zijn erf, maar hoe diep men ook groef, de put bleef zonder water.
Toen Tadema op de avond van de zestiende juli naar de nog altijd droge put liep, hoorde hij daaruit een vreselijke stem roepen: ‘ Vlucht hier vandaan, vlucht hier vandaan!’ Hij schrok, maar bleef staan en zag dat er water de put in stroomde. Dit water bleek, eenmaal opgehaald, zout te zijn: een voorspelling dat al dit land nog eens zee zou worden.
Iglo Tadema stierf drie weken na dit voorval en werd te Stavoren begraven. De IGLO TADEMASTRAAT dankt haar naam aan deze bewoner van het
Kreilerbos. Overigens was de naam oorspronkelijk gereserveerd voor de kade aan de Creilervaart. Deze straat werd evenwel door de bewoners steeds met ‘de loswal’ aangeduid, zodat de naam van Iglo Tadema in 1971 aan de nieuwe straat in het noorden gegeven kon worden. De loswal kreeg de naam BURGWAL. Daarmee bleef men in middeleeuwse sferen: een ‘burgwal’ is de wal om een burcht. Pas later werd het in sommige steden (waaronder Kampen) de naam van een stadsgracht of van de straat daarlangs.
De naam FLEVOLAAN verwijst niet naar een middeleeuwse, maar naar een meer recente gebeurtenis: de totstandkoming van de provincie Flevoland in 1986, het jaar waarin de Flevolaan werd aangelegd. De KIEKENDIEFSTRAAT, in het verlengde van de Flevolaan, ontleent haar naam aan de roofvogel die het logo van Flevoland geworden is. De BUIZERDSTRAAT is eveneens naar een roofvogel genoemd. Met de twee roofvogelnamen was Creil Tollebeek, waar men een hele roofvogelbuurt gepland had, te snel af: de Tollebeekse straat die nu Wespendief heet, zou oorspronkelijk Buizerd heten.
Met de naam KONING RADBOUDLAAN voor de straat ten zuiden van de Buizerdstraat keert Creil in 1995 weer terug naar de (vroege) Middeleeuwen.
Radboud (ca. 650-719) was koning der Friezen. Toen hij op het punt stond zich te laten dopen, informeerde hij nog even bij priester Wulfram waar zijn ongedoopte voorouders nu verbleven. Na diens antwoord: in de hel, realiseerde Radboud zich, dat hij als gedoopte ze na zijn dood niet terug zou zien. Op het laatste moment zag hij daarom maar af van de doop.

Na de gruwelijke gebeurtenis van Iglo Tadema zal het niemand verbazen dat het Kreilerbos ook wel het Woud van Ongenade werd genoemd. Aan deze bijnaam dankt de WEG VAN ONGENADE zijn naam. Aanvankelijk had de Wieringermeerdirectie, afdeling Noordoostpolder, die met de uitgifte van de boerderijen belast was, wel bezwaren: pachters zouden, bevreesd voor de vloek die op de oogst kon gaan rusten, zich niet op zo’n onheilspellend adres willen vestigen.

De KLUTENWEG is, evenals het KLUTENPAD, de KLUTENTOCHT en de KLUTENDWARSTOCHT genoemd naar de kluten die in de beginperiode hier veel voorkwamen.
Het VUURPAD leidt naar een hoek in de IJsselmeerdijk waar een vuurtoren staat. Het Vuurpad is, evenals de VUURTOCHT, naar die vuurtoren genoemd.
De hoek heet ROTTERDAMSE HOEK; op deze plaats is veel puin uit het door het bombardement verwoeste Rotterdam gestort.
In tegenstelling tot de meeste namen in de polder is deze niet van hogerhand afkomstig, maar door de polderwerkers bedacht en pas na verloop van tijd officieel geworden. Vanaf de Noordermeerweg loopt het NOORDERMEERPAD naar de Noordermeerdijk.
De naam ZUIDERMEERPAD voor het weggetje dat naar de Rotterdamse Hoek leidt is alleen verklaarbaar naast dat Noordermeerpad; het is immers de verbinding tussen Westermeerweg en Westermeerdijk

bron: Harrie Scholtmeijer. Namen in de Noordoostpolder

Het DNA van Creil

Even voorstellen

Creil ligt in het noordwesten van de Noordoostpolder, aan de Westerringweg. Op ongeveer gelijke afstand liggen Rutten, Bant en Espel. Bij Creil komt een aantal polderwegen vanuit verschillende richtingen samen met de Westerringweg. Langs de zuidgrens van het dorp ligt de Creilervaart. Langs deze vaart ligt het bedrijventerrein met zijn eigen loswal.

Creil is genoemd naar De Kreil, een vroegere ondiepte ten zuidwesten van Staveren. In de twintigste eeuw is men de naam met een “C” gaan schrijven, daarvoor consequent met een “K”. De straatnamen in Creil verwijzen naar een ruzie in de twaalfde eeuw tussen de Friese heer Galo Iges Galama, eigenaar van het Kreilerbos, en de Hollandse graaf Floris II. Floris II was ervan overtuigd dat het bos aan West-Friesland, dus aan hem, toebehoorde.

creil-voorstellen
Luchtfoto Creil, 2007

Historie

Tijdsbeeld

dia 2-1 dia 2-2 dia 2-3
Kerken
Met name de beeldbepalende Protestante kerk is veelvuldig in beeld. In mindere mate, maar toch zeer prominent, is de Rooms-katholieke kerk in beeld.
Wonen
Nette woonstraten met geschakelde woningen en hier en daar een auto geven een goed beeld van Creil in de jaren vijftig en zestig.
Diepe tuinen
Opvallend zijn de tuinderswoningen met diepe achtertuinen ten behoeve van de eigen moestuin. Hoewel de diepe tuinen in alle polderdorpen voorkomen, heeft Creil in verhouding tot de andere dorpen diepere tuinen.
dia 3-1 dia 3-2 dia 3-3
Kerken
Ook later zijn de verschillende, levensbeschouwelijke zuilen zichtbaar; elke kerk heeft zijn eigen ansichtkaart.
Dorpsleven
De kerken maken nog steeds nadrukkelijk deel uit van het dorpsbeeld, maar zijn nu onderdeel van een groter geheel. Ook het wonen en de openbare ruimte krijgen een plek op de ansichtkaart.

Ontwerpgedachten

In het oorspronkelijke plan van Verlaan ligt Creil langs de dorpenring. Opvallend in dit eerste plan is de centraal gelegen groene ruimte met de scholen en kerken.
In de latere ontwerptekeningen is Creil een kruiswegdorp: de dorpenring doorkruist Creil midden op de brink. De centrale groene ruimte is in dit tweede en goedgekeurde ontwerp, teruggebracht tot een kleinere brink.

Typisch Creil

Dankzij de dorpenring die het dorp doorsnijdt is Creil een typisch kruiswegdorp. De dorpenring doorkruist de Brink centraal in het dorp, ter plaatse van de brink. Dit kruispunt geeft het dorp zijn dynamiek. Alle woonbuurten liggen door de centrale ligging van de brink dichtbij het centrum.

aCreil 4-1 aCreil 4-2
Verlaan 1952, oorspronkelijk ontwerp Verlaan, 1953, tweede ontwerp

Ontwikkeling

Creil is het laatste dorp dat door de Directie van de Wieringermeer (Verlaan) is ontworpen. Er zouden ongeveer 275 woningen in Creil komen.

Het bedrijventerrein van Creil was aanvankelijk binnen de groene mantel aan het water gepland. Recentere uitbreidingen hebben echter buiten de kern en de mantel plaatsgevonden aan de noordzijde van Creil, op de locatie van een boerenerf.

Uitbreidingen van woningbouw aan de noordzijde zijn relatief kleinschalig en hebben binnen de groene mantel plaatsgevonden. Aan de oostzijde van Creil ligt een recentere nieuwbouwwijk relatief ‘los’ van het dorp.

Creil-topkaart-1953 01 Creil-topkaart-1974 01
1953 1974
Creil-topkaart-1995 01 Creil-topkaart-2006 01
1995 2006

Ontwikkeling

Creil is het laatste dorp dat door de Directie van de Wieringermeer (Verlaan) is ontworpen. Er zouden ongeveer 275 woningen in Creil komen.

Het bedrijventerrein van Creil was aanvankelijk binnen de groene mantel aan het water gepland. Recentere uitbreidingen hebben echter buiten de kern en de mantel plaatsgevonden aan de noordzijde van Creil, op de locatie van een boerenerf.

Uitbreidingen van woningbouw aan de noordzijde zijn relatief kleinschalig en hebben binnen de groene mantel plaatsgevonden. Aan de oostzijde van Creil ligt een recentere nieuwbouwwijk relatief ‘los’ van het dorp.

Creil-topkaart-1953 01 Creil-topkaart-1974 01
1953 1974
Creil-topkaart-1995 01 Creil-topkaart-2006 01
1995 2006

Identiteit

Creil-dia-8-2-XXL

Landschap

dia 7-1 dia 7-2 dia 7-3
Kruiswegdorp
De dorpenring (groene lijn) gaat door Creil, over de brink. De ring maakt ter hoogte van de brink een kleine knik.
Dorp volgt verkaveling
Creil ligt op een kruispunt van twee polderrichtingen.
Groene mantel
De groene mantel rondom Creil is met name in het (zuid)westen fors. Dit in verband met de wind die overwegend uit deze richting komt. De begraafplaats, aanvankelijk onderdeel van het groen rondom de kern, is door uitbreidingen van woningbouw, als groen ‘park’ in het dorp komen te liggen.
creil-landschap-luchtfoto
dia 8-1 vizier naar het landschap dia 8-2 duidelijke dorpsgrens dia 9-1 functioneel groen
Vizier naar landschap (1)
De brink van Creil heeft een besloten karakter. Er is vanaf de brink geen vizier naar het landschap. De ontwerper van Creil, Verlaan, omschreef Creil als een ‘gesloten’ dorp.
Duidelijke dorpsgrens (2)
Bij de zuidentree van Creil wordt de dorpsgrens bepaald door water en een singel.
Functioneel groen (3)
Aan de westzijde bestaat de groene mantel uit sportvelden en een ommetje. Aan de oostzijde ligt de begraafplaats in de groene mantel.

Stedenbouw

dia 10-1 entrees dia 10-2 dia 10-3
Twee voordeuren, een zijdeur
Creil heeft drie dorpsentrees, waarvan twee op de dorpenring (groene lijn). Van oudsher hebben de entrees een groen karakter, de entrees worden gemarkeerd door de groene mantel.
Kerken aan de brink, scholen in de buurt
De twee kerken (roodomcirkeld) staan elk op een prominente plek, de één niet belangrijker dan de ander, zoals het bedoeld is. De scholen (geelomcirkeld) zijn in Creil niet verspreid over het dorp, zoals gebruikelijk was in de Noordoostpolder, maar staan naast elkaar. De scholen zijn gesitueerd aan de rand van het dorp, nabij de groene mantel.
Compact in de kern
Creil bestaat uit compacte, parallel lopende woningblokken in noord zuid richting. Deze oriëntatie en de diepe tuinen maken dat alle woningen evenveel zon krijgen.
Creil-pag43-groot dia 11-1
De brink, een omsloten dorpsruimte (1)
De brink in Creil is grotendeels omsloten, met een groene centrale ruimte. De grote bomen zijn karakteristiek. In Creil loop de dorpenring over de brink.
dia 11-2 dia 12-1 dia 12-2
Voorzieningen aan de brink (2)
Aan de zuidzijde van de brink liggen de meeste voorzieningen. Goed bereikbaar met de auto. Op een markante hoek aan de dorpenring ligt een horecagelegenheid. Op beide koppen van de brink staan de kerkgebouwen. Op de foto is de protestantse kerk te zien.
Water bepaalt dorpsentree (3)
Het water volgt de zuidgrens van het dorp en markeert de overgang van buitengebied naar dorpskom. Bovenstaande foto is genomen vanaf de Westerringweg (de zuidentree) richting het dorp (Galamalaan).
Schuine lijn bij benaderen dorp
Bijna alle dorpen hebben ter hoogte van de dorpsentree een schuine lijn.  In Creil ligt de knik in de dorpenring aan de noordzijde, om de overgang van buitengebied naar dorpskom te markeren en als afgeleide van een overgang in de polderverkaveling.

Architectuur

creil-architectuur-stippen

Creil: lichtrood dorp

kleurschijf-Creil

De bebouwing volgt de stedenbouwkundige ruimte, maar reageert hier niet sterk op; het zijn stroken zonder bijzondere hoekoplossingen. Bijzondere gebouwen (bijvoorbeeld de kerken) hebben een bijzondere plaats aan de brink, maar bepalen het dorpsbeeld niet alleen. In uitvoering zijn ze hoewel duidelijk gebaseerd op de Delftse School, op een eigentijdse wijze uitgewerkt met een vrij sobere detaillering en materialisatie. De woningen zijn vrij traditioneel uitgewerkt met bakstenen gevels en oranjerode pannendaken, maar soms met een meer moderne, horizontale, gevelindeling.

Ruimtevormende wanden en autonome gebouwen

In geel worden de belangrijkste ruimtevormende wanden aangegeven. Deze wanden bestaan merendeels uit woningen en winkels en zijn uitgevoerd in een  traditionele, aan het geheel ondergeschikte, architectuur. Rood omcirkeld zijn de autonome en voor de gemeenschap onderscheidende gebouwen.

(De dikte van de lijnen  correspondeert met de mate waarin wand of gebouw de ruimte bepaalt in het dorp).

Opvallend is dat Creil van oorsprong slechts twee kerken telt, waar de meeste andere dorpen er drie hebben. De gereformeerde kerk was eerst gehuisvest in een noodkerk.

dia 15-1 dia 15-2 creil-horeca3 dia 16-3
Protestante kerk (1)
Deze kerk heeft een prominente plaatsing aan de Ringweg. De kerk is beeldbepalend in het silhouet van Creil. Op de brink neemt de kerk een ruimtebepalende positie in. De architectuur is informeel.
Rooms-katholieke kerk (2)
De RK kerk heeft een ondergeschikte plaatsing aan brink. Vanwege de formele, zware architectuur; onderscheidt de kerk zich van het algemene bebouwingsbeeld.
Horeca (3)
De horecagelegenheid van Creil kent een prominente plaatsing aan de brink. Deze locatie is beeldbepalend voor het dorp, ook bij het passeren. De architectuur van het gebouw kenmerkt zich door pragmatiek en is enigszins gedateerd.
Scholen (4)
De scholen kennen een eenvoudige maar sympathieke architectuur. Aanpassingen aan de architectuur hebben de eenvoud enigszins aangetast.
dia 15-4 dia 16-1 dia 16-2
Brinkwanden(5)
Ringweg en brink worden gevormd door eenduidige, sobere Delftse-School-architectuur. Hier en daar is er inmiddels enigszins afwijkende vervangende nieuwbouw.
Garagebedrijf(6)
Het garagebedrijf kent een prominente plaatsing aan de brink en de ringweg. De plaatsing in het dorpscentrum is historisch begrijpelijk, maar minder wenselijk. De architectuur is informeel. Door aanpassingen aan het bedrijf is inmiddels een verrommeld beeld ontstaan.
Nieuwbouw(7)
Aan de ringweg is prominent nieuwbouw aanwezig in een afwijkende vormgeving. Dit terwijl juist de meest openbare delen van het dorp worden gevormd door ondergeschikte en eenvormige (de openbare ruimte dienende) architectuur.


Bron DNA Creil : Mercatus en gemeente Noordoostpolder

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Emmeloord.info - een particulier initiatief - zet onze gemeente op het wereldwijde web - wil slechts een ambassadeur van de Noordoostpolder zijn - is niet commercieel en heeft geen winstoogmerk. Uitsluitend passie. doet zelf geen historisch onderzoek maar toont wel graag bestaand onderzoek

Emmeloord, Noordoostpolder, Flevoland, Poldertoren, Schokland, Urk, geschiedenis, kunst, Flevoland, erfgoed, tourist information, kerkorgels, ziekenhuis, boerderij, schokbeton, gsm masten, 112, politiek, leeuwen, rotondes, werkkampen, Rotgans, Rotterdamse hoek, gemaal, kiekendief, balgstuw, Cornelis Lely, Ramspol, arbeiderskampen, leeuwen, huisjes,